De Syrische Hama-regels

DE ARABISCHE LENTE bereikte Syrië in maart vorig jaar, slechts twee maanden na Tunesië en Egypte. Dat de beweging er zo snel en massaal aansloeg was een klein wonder gezien de uiterst repressieve aard van het regime en de etnische en religieuze verdeeldheid van de Syriërs.

Medium groene comm. hama

Toen de volksopstand zich over het hele land uitbreidde, reageerden president Bashir al-Assad en zijn militaire kliek met een voor Syrië typerend, paradoxaal beleid. De noodtoestand die 48 jaar van kracht was geweest, werd opgeschort en de president beloofde hervormingen. Sindsdien zet het leger alle toelaatbare en ontoelaatbare middelen in om de opstanden te onderdrukken: tanks, scherpschutters, massa-arrestaties, openbare executies, kindermoord, afsluiting van water en elektriciteit in volkswijken en de confiscatie van voedsel en zelfs van graan.
Er is een precedent voor die excessieve, berekende hardheid. In februari 1982 liet vader Hafiz al-Assad een opstand van de Syrische Moslimbroederschap in de stad Hama zo compleet uitroeien dat de beweging tientallen jaren nodig had om er bovenop te komen. Na die episode formuleerde de toenmalige Midden-Oosten-correspondent (en huidige columnist) Thomas Friedman drie zogenaamde ‘Hama-regels’ die volgens hem aangaven hoe heersers in de regio zich sinds het tijdperk van de karavanen staande houden. Ten eerste moet je in staat zijn je tegenstanders ondraaglijk leed te berokkenen. Ten tweede moet je met regelmaat bewíjzen dat je dat kunt. En ten derde moet je duidelijk maken dat je het gráág doet.
Nu de roep om internationaal ingrijpen luider wordt, doen we er goed aan te beseffen dat de Syrische burgeroorlog wordt uitgevochten op grond van de Hama-regels. Dat de oppositie minder hard toeslaat komt doordat zij nog niet genoeg getraind en bewapend is, maar de voortekenen zijn er. In de buitenwijken van grote steden en in de grenssteden met Jordanië, Libanon en Turkije gedragen de soennitische moslimfundamentalisten zich even afschuwelijk zodra ze - al is het vaak tijdelijk - de macht overnemen.
Ingrijpen aan de zijde van de opstandelingen in Libië was al een hachelijke onderneming, in Syrië heeft het geen enkele zin. De toestand is volstrekt onoverzichtelijk. Het regime beschikt bovendien over grote hoeveelheden gifgassen - de zogeheten 'armeluis atoombom’ - en zal die in extremis mogelijk inzetten. Er zit maar één ding op: de Syriërs moeten zelf met hun heerser afrekenen. Dat kan nog jaren gaan duren, ook al stemt het hoopvol dat zoveel militairen dezer dagen overlopen naar de opstandelingen. En mocht hij op een dag slagen, dan zal de Syrische opstand vermoedelijk nog geen lente brengen. Het wantrouwen tussen soennieten, sjiieten, christenen en alawieten (de heersende minderheid waartoe ook de al-Assads behoren) is te groot, de verbittering zit te diep. En allemaal kennen ze uit eigen ervaring de Hama-regels.