Klaagliedjes

‘De taal van rouw moet ik nog leren’

Alweer twee jaar geleden verschenen ze, Klaagliedjes van Judith Herzberg. Ze schreef de 31 teksten op verzoek van componist Boudewijn Tarenskeen. Herzberg baseerde zich op de klaagliederen die aan de profeet Jeremia worden toegeschreven. Een bijbeltekst die begint met: ‘Hoe zit die stad zo eenzaam, die vol volks was, zij is als een weduwe geworden.’

Nu is wat Herzberg en Tarenskeen voor ogen stond werkelijkheid geworden. In het Dordrechtse Energiehuis, een stijlvol ingerichte hal. Zes zangeressen met diverse muzikale achtergronden verklanken de weduwenklachten. Lucia Meeuwsen trapt af, een op het oor worstelende start, alsof de klaagregel nog als een graat overdwars in haar keel is blijven steken: ‘Als een vernielde stad die ooit vol pracht/ en leven was, zit zij daar, verloren, armlastig.’ Esra Dalfidan, elders in de ruimte, neemt het van haar over. Dat doen ze permanent. Ze mompelen, neuriën en zingen met een afwisselend tedere en agressieve energie prachtmuziek uit de prachtmuziekregels die Tarenskeen componeerde voor de klassieke en ‘lichte’ muziekstemmen die hij tot zijn beschikking kreeg van het producerende ensemble Hollands Diep. ‘De taal van rouw moet ik nog leren/ die taal beheersen, woorden als diep/ en verdriet vermijden, die gelden/ voor elk ander, voor ieder die niet/ mij is, ik heb die woorden/ vroeger vaak gehoord; drongen/ niet door. Een nieuwe taal/ met nieuwe woorden leren./ Barsten, craqueleren.’ Het is ook niet niks, de taalmuziek die Judith Herzberg hier voor onze oren tovert.

Charlotte Riedijk en Ekaterina Levental zijn de twee andere aan opera of anderszins bel canto gewaagde stemmen. Mathilde Santing en Lucretia van der Vloot vertegenwoordigen de swing. Die laatste zelfs: de soul, wanneer ze met geloken stem It’s Good to Be Home zingt. Lucretia van der Vloot was trouwens ook bij de vorige verklanking van Jeremia’s bijbelteksten van de partij, in Klaagliederen, de geweldige voorstelling van Gerardjan Rijnders en Toneelgroep Amsterdam in november 1994, met Michael Matthews als een glimlachende zwarte en van aids broodmagere God. Een overweldigend a capella was dat. Net als hier, waar slechts een enkele elektrieke pianotoets en in weelderige kostuums verborgen stemvorken hulpmiddelen zijn. Ze spelen vanaf zes in de zaal verspreide podia, deze welvarende nouveau riche-weduwen (‘Hoeveel is een biljoen?’) met klaterende rijkeluishumor (‘Gelieve daarom van nu/ af aan geen muizenstront/ meer door de rijst te mengen’).

In de elegante enscenering van Cilia Hogerzeil dalen ze soms uit hun vertrekken naar ons af, naar waar wij zitten, aan lange tafels met prosecco en zoute koekjes. En op die momenten komen de zinderende vocalen nog meer aanraakbaar nabij, je voelt de adem en de engelenstemmen die over tongen trippelen. En godallemachtig, als ik mij deze blasfemische uitval mag permitteren, wat wordt het dan allemaal nog veel mooier en rijker! Als gevolg van het hakwerk in ’s rijks financiën, waarover ik u de afgelopen weken op deze plek heb onderhouden (Judith Herzberg: ‘Ik houd het liever op/ verwonderlijke kas-tekorten’) heeft Muziektheater Hollands Diep geen geld (meer) om dit werk in de markt te zetten. Daarom een oproep aan uiteenlopende zaaleigenaren: deze voorstelling is een juweel, ze verdient volgend seizoen een ruime reprise. Mét deze zes topvrouwen. Die Boudewijn Tarenskeen trouwens al om een nieuw werk hebben gevraagd.

Klaagliedjes_, zondag 1 december 13.30 uur en 20.00 uur in Energiehuis, Dordrecht. Ook nog op zondag 19 januari om 14.00 uur in Theater Korzo, Den Haag._