De Taliban hopen dat Karzai wint

AAN DE VOORAVOND van de Afghaanse presidentsverkiezingen van donderdag herhaalde Barack Obama, die de ene na de andere gevechtsbrigade naar Afghanistan stuurt, het nog maar eens: de oorlog kan niet worden gewonnen met militaire middelen alleen.
Elke generaal zal het beamen: de Taliban-opstand kan slechts worden bedwongen door de bevolking te winnen voor de regering in Kabul. Door ervoor te zorgen dat zij zich beschermd weet, zodat ze de Taliban rekruten, voedsel en onderdak durft te weigeren. En door haar een rechtvaardig bestaan te bieden zonder corruptie en machtsmisbruik. Pas dan heeft militair optreden zin.

Maar het democratische bestuur, ingesteld in 2002, presteert slecht. In de provincies zijn scholen en klinieken geopend, maar zeven jaar en zo’n twintig miljard hulpdollars later hebben veel Afghanen nog altijd gebrek aan de eerste levensbehoeften, krijgen politieagenten slechts zelden salaris en verkopen rechters hun vonnissen per opbod om hun gezinnen te voeden. Hoeveel mariniers Obama ook het land in blijft pompen, onder deze omstandigheden is het geen wonder dat de Taliban succesvol zijn. President Karzai beloofde in 2004 een einde te maken aan terrorisme, armoede en corruptie. Er kwam weinig van terecht. De kiezers lieten hun afkeuring blijken in de parlementsverkiezingen een jaar later. In Kabul kelderde de opkomst van tachtig naar 35 procent. De verkiezingen pakten bovendien rampzalig uit. Meer dan de helft van het parlement bestaat nu uit drugscriminelen en warlords. De Verenigde Naties hadden verzuimd goed antecedentenonderzoek te doen naar de kandidaten.
Karzai dingt nu opnieuw mee en ligt op kop in de peilingen. Hij wil regeren met steun van krijgsheren wier handen druipen van het bloed. Hij wordt op afstand gevolgd door Abdullah Abdullah, die tijdens de strijd om Kabul (vijftigduizend doden) een Tadzjiekse militie leidde die moordend door de stad trok. Derde in de polls is Ramazan Bashardost, de oud-minister van Planning die door Karzai werd ontslagen toen hij internationale ngo’s hekelde die veel meer geld besteedden aan topsalarissen en veiligheidsmaatregelen dan aan hulp.
Oost-Timor, Kosovo en Irak tonen dat veel tijd nodig is voordat democratische mores de rule of the gun overvleugelen. Maar Afghanistan heeft die tijd niet, de Taliban rukken op. Waarschijnlijk denkt Karzai dat hij de milities van de krijgsheren nodig heeft om hen het hoofd te bieden, maar hij vergist zich. Slechts de bevolking kan hen keren, en de Taliban weten dat. In 1996 konden zij door overweldigende steun van de Afghanen de krijgsheren onder de voet lopen.
Onderzoek van het International Republican Institute van afgelopen week toont dat de Afghanen de krijgsheren nog net zo haten als toen. Als Karzai hun macht legitimeert, is dat koren op de molen van de Taliban. Dan resten nog slechts militaire middelen om hen te bestrijden, en is het einde van het geweld nog niet in zicht.

Zie ook: ‘De grootste vijand van Afghanistan is de huidige regering’