Het Migrantenmuseum

De tandenborstels

‘De hoop die ik ooit had, is me onteigend.’ Ze heeft de ogen van een zotte. De laatste keer dat ik bij haar was, zo’n vijftien jaar geleden, had ze spaghetti met auberginesaus gemaakt. Nu ook. ‘Ik eet bijna elke dag spaghetti’, gaf ze toe. Bij de grootste literaire persoonlijkheid die ik in mijn leven heb ontmoet zat ik spaghetti te eten en cola te drinken. In het weekeinde kamde ze haar haar niet en trok vieze kleren aan. Ze deed me denken aan een niet-ontdekte zigeunervirtuoos. Ze praatte verder: ‘De hoop was als geld dat ik op de bank had staan. Die bank is al lang beroofd, maar de kranten hebben er nooit over bericht. Nu is het tijd voor mijn wraak. De wraak is de bezigheid van de hopelozen zoals ik.’
Je wordt als een grote schrijver geboren en het schrijven van boeken is een bijzaak. Dit weet ik sinds de dag dat ik Nekifer ken. Nekifer is een grote schrijver, maar een boek heeft ze niet gepubliceerd. Welke taal kan immers de last dragen van de pen van deze migrantendochter?
Ooit had ze tegen me gezegd dat geen enkel mens zonder psychische klerenscheuren de migratie achter zich kan laten. Draagt de rest de sporen van het trekken in de harten, bij Nekifer zijn de wonden aan de huid zichtbaar. Elke tegenslag, elk benadeling, elke rotopmerking, elke afwijzing, elke hatelijke blik heeft ze verzameld, gekoesterd en vers weten te houden. Haar fragiele ziel is zwaargewond, al sinds haar twaalfde toen ze haar zonnige dorp heeft moeten verlaten.
‘Nekifer, ik wou dat ik je zon kon zijn, ik wou dat ik naar de dageraad kon ruiken’, zei ik tegen haar. Ze had slechts de helft van haar spaghetti gegeten toen ze antwoord gaf: ‘Deze woorden die je uitspreekt hebben in deze kamer nog enige waarde. Maar zodra je mijn huis hebt verlaten niet meer. Nee, ik heb een betere remedie ontdekt voor mezelf. Mocht je ooit ook in mijn situatie terechtkomen, dan raad ik je ook aan om wraak te nemen.’
De grootste schrijver die ik ken werkt als schoonmaakster bij een van de duurste hotels van het polderland. Van negen tot twaalf uur maakt ze de kamers van de rijken uit de hele wereld schoon.
Het is niet altijd eenvoudig om in het gezelschap te verkeren van de groten van deze aarde. Een simpele ziel als die van mij is gauw geïrriteerd als die een paar keer zijn plaats is gewezen door een machtig brein. Geheel naar verwachting reageerde ik als de ‘kleine mens’ van Wilhelm Reich en zei gepikeerd: ‘Waarom heb je mij uitgenodigd?’ Ze keek op van haar bord met eten en gaf me het blijde nieuws: ‘Ik heb iets voor je Migrantenmuseum.’
Ik sprong op van mijn stoel. Het museum zou verrijkt worden met een object van een van de grootste schrijvers van deze tijd. Een boek kon het niet zijn, want dat heeft ze nooit geschreven. ‘Wat is het dan?’ vroeg ik met een zielige, trillende stem. Ze ging naar haar slaapkamer en kwam terug met een volle tas. Ze maakte hem open en liet de honderden tandenborstels erin zien. Ze zei met een duivelachtige blik in haar zwarte ogen: ‘Ik heb ze teruggepakt. Al die bevoordeelden, al die rijkaards, al die mensen die ons hebben verwond met hun opmerkingen, al degenen die op ons neerkijken. Waarom denk je dat ik bij een duur hotel werk… Deze tandenborstels behoren tot de rijke klanten. Ik heb er mijn kont mee schoongemaakt en ze weer teruggelegd. De wraak heelt mij.’
U begrijpt dat ik gemengde gevoelens had, beste museumbezoeker. Ik was blij dat dit genie haar middel had gevonden om te overleven, besloot nooit meer te overnachten in een hotel, kon niet meer verder eten, bedankte voor de grootse gift van Nekifer en ging naar de badkamer om mijn handen te wassen.
Daar pakte ik de tandenborstel van Nekifer en bracht hem naar mijn kontgat. Als de geschillen op deze manier opgelost worden, dan weet ik er ook wel een, dacht ik en voerde de wraakactie uit.
Het hoofd van het Migrantenmuseum brandt namelijk van de ambitie om ooit net zo’n grote schrijver als Nekifer te worden en heeft er genoeg van om gekleineerd te worden door haar.