Gezinsmanagement

De targets van Peter (40, getrouwd, drie kinderen)

Niet alleen de werkvloer, ook het gezinsleven wordt gekoloniseerd door de holle praat van de managementgoeroe.

Koninginnedag, het WK voetbal en dancefeesten: zomaar een greep uit de activiteiten die door sociale wetenschappers worden genoemd als vervanging van de gezamenlijke kerkgang. ‘God is dood, maar diep van binnen hebben we nog steeds behoefte aan collectieve rituelen’, zo wordt het enthousiasme voor massabijeenkomsten verklaard. Hetzelfde geldt voor de dominee. De preker op de kansel is vervangen door popzangers, cabaretiers en televisiepresentatoren.

Er is één figuur die zeker niet mag ontbreken op dat lijstje: de managementgoeroe, de gids in de jungle van de moderne werkvloer. Wie worstelt met vragen over ‘effectief verandermanagement’ of wie wil leren hoe een nieuwe bedrijfscultuur ‘uit te rollen’ kan terecht bij deze postmoderne wijsgeren.

Van oorsprong is de managementgoeroe een Amerikaans verschijnsel, ontstaan in de diensteneconomie na de Tweede Wereldoorlog. Ook Nederland levert spelers aan de top van dit vakgebied. Geert Hofstede, internationaal vermaard vanwege zijn onderzoek naar cultuurverschillen op de werkvloer, werd geboren in Rotterdam. De wieg van Manfred Kets de Vries, hoogleraar leadership development aan de fameuze business school insead in het Franse Fontainebleau, stond in Huizen.

’s Lands meest populaire managementgoeroe is eveneens van eigen kweek. Zijn naam: Ben Tiggelaar, ‘topspreker op het gebied van prestatieverbetering, gedragsverandering en groei’, aldus het visitekaartje van zijn sprekersbureau. Een kort resumé: Tiggelaar werd geboren in Veendam, als zoon van een postbode, studeerde communicatiewetenschappen en promoveerde in 2010 op een onderzoek naar veranderprocessen. Zijn boek Dromen, durven, doen ging ruim 250.000 keer over de toonbank en is vertaald in het Engels (Dream, Dare, Do) en in het Duits (Traumen, Wagen, Tun), een taal waarin helaas geen klinkende alliteratie voorhanden was. Behalve het bedrijfsleven is de publieke sector een gretige klant van Tiggelaar. Publieke omroepen, gemeenten en bijna alle Haagse ministeries maakten gebruik van zijn diensten.

Het afgelopen jaar maakte Tiggelaar de doorbraak naar het brede publiek. Vanaf reclameborden in bushokjes en op treinstations kijkt hij het forensende publiek aan: een guitige veertiger, met krullend haar dat in een zijscheiding is gedwongen. Erboven de boodschap: ‘Dit wordt jouw jaar!’ Het bijbehorende boek (12 krachtige lessen in persoonlijke verandering) is een van de beter verkopende zelfhulpboeken van dit moment. NRC Handelsblad nam Tiggelaar in dienst; wekelijks verzorgt hij een bijdrage.

Het loont de moeite om wat langer stil te staan bij Ben Tiggelaar als prototype van de eigentijdse managementgoeroe. Het eerste wat opvalt is de typische voorliefde voor holle frasen. ‘Succes draait om de verbinding tussen richting en actie’ is een van Tiggelaars slagzinnen. Het is een schoolvoorbeeld van een management­wijsheid. Het klinkt krachtig en bevat het favoriete woord van het kantoorbestaan: succes. Het is een type formulering waar je direct instemmend bij knikt, maar waar in feite weinig vlees aan zit. Als je de verschillende woorden in een zin moeiteloos kunt omwisselen (‘Actie draait om de verbinding tussen richting en succes’, ‘Richting draait om de verbinding tussen actie en succes’) weet je dat je met managementpraat van doen hebt.

Ook Tiggelaars collega’s bedienen zich graag van dit soort verbale potpourri. In 2010 deed het vakblad Management Team interviews met tien vooraanstaande Nederlandse goeroes. De serie, in z’n geheel terug te vinden op internet, biedt een prachtige staalkaart van de managementspeak. ‘Leiderschap is een sociaal proces dat samenhangt met omstandigheden’ is een van de wijsheden die Geert Hofstede poneert, alsof er ooit een sociaal proces was dat los stond van omstandigheden.

Bij de managementgoeroe horen ook karakteristieke gebaren (de wijzende vinger, de hand die de kin ondersteunt), een kenmerkende blik (vorsend) en een eigen beeldcultuur. Draaiende tandwielen, passende puzzelstukjes – zolang de plaatjes in de powerpoint maar het gevoel oproepen van soepele organisaties waarin ‘het team’ vol enthousiasme aan ‘gezamenlijke resultaten’ werkt. Tegelijk moet het ook niet te massaal worden. Daarom bevat de beeldbank ook afbeeldingen van het individu dat zich loswerkt van een groep of een vogel die tegen de zwerm in vliegt. Ben Tiggelaar gebruikt graag het plaatje van een goudvis die uit een volle kom met soortgenoten springt, als voorbeeld van ‘zelfleiderschap’.

Sowieso spelen dieren opvallend vaak een hoofdrol in de belevingswereld van de managementgoeroe. ‘Leiders zijn zilverruggorilla’s die soortgenoten helpen zoeken naar bananenbomen in het bos’, is een beeldspraak uit het repertoire van Manfred Kets de Vries. Een van de meest succesvolle managementboeken aller tijden is Wie heeft mijn kaas gepikt van de Amerikanen Ken Blanchard en Spencer Johnson, een verhaal over de muisjes Snel en Snuffel die op zoek zijn naar kaas. Die lekkernij laat zich niet zomaar vinden en een aangelegde voorraad raakt snel op, hetgeen uiteraard een metafoor is voor de keukenwijsheden dat je succes moet verdienen en dat niets blijft zoals het is. Toch laten duizenden mensen zich deze oude wijn in nieuwe zakken bijzonder goed smaken. In Nederland is het boek inmiddels aan zijn dertigste druk toe.

In eerste instantie was de biotoop van de managementgoeroe beperkt tot de kantoortuin, maar in de zoektocht naar nieuwe markten werd al snel ook het gezinsleven ontdekt als organisatie die wel wat ‘verandermanagement’ kan gebruiken. De in mei overleden managementdenker Stephen Covey raadt in zijn bestseller The 7 Habits of Highly Effective People gezinnen aan om rond de tafel te gaan zitten en mission statements te maken en regelmatig de vooruitgang te evalueren.

Ook in de wereld van Ben Tiggelaar is het gezin eigenlijk een bedrijf, zij het met een beperkte personeelslijst en zonder aandeelhouders. Tijdens zijn seminars fungeert het gezin Tiggelaar als model van een managementteam, met vader als uitvoerder, moeder als strateeg, de kinderen als middenmanager en de werkster als ondersteunend personeel. Ook het boek Dromen, durven, doen leest als een moderne bijbel voor het gezinsleven. De 111 pagina’s staan barstensvol verhalen van vaders en moeders die dankzij een titel uit de Tiggelaar-bibliotheek in hun gezinsleven hebben geleerd ‘actief te anticiperen op crisismomenten’ en ‘bewust stil te staan bij prestaties’.

Een voorbeeld is ‘Peter’ (veertig jaar, getrouwd, drie kinderen) die al lange tijd probeerde zijn kroost te ‘managen’, ‘gewoon, zoals velen dat doen’, aldus Tiggelaar. Dat wilde niet vlotten, maar dankzij het lezen van Tiggelaars boek kwam hij op het idee voor een puntensysteem om goed gedrag te belonen. Tandenpoetsen, de hond uitlaten: alles vertegenwoordigt inmiddels een bepaalde waarde in Peters gezin, met een ‘dubbele bonus’ voor bedden opmaken. Je zou hopen dat een familieband draait om zaken als liefde, steun en wederkerigheid. Volgens de managementgoeroe kun je beter uit de voeten met organisatieschema’s, planborden en beloningsmodellen, ondersteund door het neoliberale vocabulaire van ‘targets’, ‘prikkels’ en ‘optimaal presteren’.

Het wetenschappelijk fundament voor de managementkunde is sinds jaar en dag de ­psychologie. Peter Drucker, de grondlegger van de managementconsultancy, werd begin ­twintigste eeuw geboren in Wenen, de ­kraamkamer van de psychologische wetenschap. Zijn vroege carrière speelde zich af in Frankfurt, in dezelfde jaren waarin de filosofen van de Frankfurter Schule zich over de massamens en de autoritaire persoonlijkheid bogen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog verhuisde hij naar de Verenigde Staten, waar Drucker zijn opgedane kennis inzette om de effectiviteit van de kenniswerker (een term die hij bedacht) te verbeteren.

Veel hedendaagse managementgoeroes spelen leentjebuur bij de sociale psychologie, het vakgebied dat, in de woorden van het rapport-Levelt, ‘collectief heeft gefaald’ om de oplichterijen van Diederik Stapel door te prikken. Niet voor niets schreef de psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman onlangs een open brief aan zijn vakgenoten waarin hij opriep om uiterst voorzichtig met de conclusies van hun onderzoek om te springen en meer werk te maken van het herhaaldelijk testen van saillante bevindingen.

Kahnemans brief zou net zo goed voor de managementgoeroe bestemd kunnen zijn. Veel van de bevindingen uit de sociale psychologie vinden regelrecht hun weg naar de bedrijfs­seminars. Zo is Ben Tiggelaar een aanhanger van de ‘5/95-benadering’ die voorschrijft dat slechts vijf procent van al het menselijk gedrag bewust plaatsvindt. Die theorie is gebaseerd op het zogeheten _priming-_onderzoek, waarbij onbewuste processen in werking worden gezet door het tonen van bepaalde woorden of beelden. Precies het type onderzoek waar Kahneman in zijn brandbrief aan refereerde.

Het is de vraag wat de managementindustrie met de oproep van Kahneman gaat doen. Het succes van de goeroe zit namelijk in het serveren van hapklare brokken. Mitsen en maren verdragen zich slecht met presentaties die vooral spetterend en enthousiasmerend moeten zijn. ‘Als je begint met de nuance luistert er al niemand meer’, zei Tiggelaar onlangs in een interview met NRC Handelsblad.

Tiggelaars grootste succesnummer is het programma ‘mba in een dag’, waarbij in acht uur tijd tientallen managementboeken worden behandeld. Dan is er weinig ruimte voor kanttekeningen in de trant van ‘verder onderzoek is nodig’.

Bovendien heeft de managementgoeroe zijn status voor een belangrijk deel te danken aan de boodschap dat mensen hun eigen gedrag niet kunnen doorgronden. ‘Mensen denken dat als ze iets willen veranderen, het ook gebeurt. Psychologen weten dat het niet zo werkt’, aldus Ben Tiggelaar in een van zijn reclamefilmpjes. Het is een aardig vignet voor het wereldbeeld van de managementgoeroe. Gewone mensen ‘denken’, psychologen (plus de goeroes die hun wetenschap recyclen) ‘weten’.

Het is vanwege de claim op de ware aard van de mens en de bemoeienis met het gezinsleven dat de vergelijking tussen de dominee en de managementgoeroe zo vaak wordt gemaakt. En, toeval of niet, het is opvallend hoeveel managementgoeroes zelf diep gelovig zijn. Ben Tiggelaar luistert graag naar presbyteriaanse preken tijdens het hardlopen en gaat regelmatig voor in de kerk. Stephen Covey was een devote mormoon die op straat zieltjes probeerde te winnen.

Overigens wordt er door de goeroes geen geheim van gemaakt dat het woord Gods en de managementkunde nauw verwant zijn. Hooguit wordt de traditie omgedraaid. De bijbelse figuur Jozua, die het volk Israëls het land Kanaän binnenleidde, is Ben Tiggelaars ‘favoriete manager uit de bijbel’, een boek dat volgens hem vele ‘leiderschapstheorieën’ bevat. De Amerikaanse goeroe Ken Blanchard trekt volle zalen met een seminar getiteld ‘Lead Like Jesus’. Wie de managementgoeroe wil geloven, kortom, moet zijn ideeën over het christendom flink bijstellen. Jezus, Paulus, Petrus en de hele rataplan waren eigenlijk managementdenkers avant la lettre.

Vroeger werden jongens als Tiggelaar predikant. Tegenwoordig worden ze managementconsultant. Het is de grootste ironie van deze beroepsgroep: anno 2012 is iedereen blij dat de kerk niet meer achter de voordeur komt, maar in de vorm van figuren als Ben Tiggelaar gaat het missiewerk onverdroten door. Je zou het misleidend kunnen noemen. Maar goed, 95 procent van ons gedrag is dan ook onbewust.