Amerika versus China

De technologische Koude Oorlog

Achter de handelsoorlog tussen Amerika en China schuilt een fundamenteel conflict over de vraag wie de technologie van de toekomst controleert. Maar met hun harde opstelling lijken de Amerikanen vooral in eigen voet te schieten.

Beijing, 15 juni 2018. Demonstratie van SenseTime, China’s meest veelbelovende AI-start-up, dat door middel van algoritmen personen en objecten identificeert © Gilles Sabrie/Bloomberg via Getty Images

Als computerwetenschapper, gespecialiseerd in halfgeleiders en big data, gaf professor Xu Jiang nooit veel om nationale grenzen. Hij studeerde in het noorden van China, promoveerde in Amerika en werd uiteindelijk professor in Hongkong. Daar leidt hij een laboratorium waarin Chinezen en Amerikanen volop samenwerken. ‘Dat is heel normaal in de wetenschappen, zeker in de hightechsector’, zegt Xu. ‘Ons onderzoek is zo duur dat we niet anders kunnen dan kennis delen.’

Als brugfiguur tussen China en de VS leek Xu Jiang geknipt voor de hightechwereld, gedomineerd door Silicon Valley en Shenzhen. Tot een klein jaar geleden, toen de VS een handelsoorlog tegen China uitriepen en alarm sloegen over China’s technologische opmars. Ineens zag Xu de sfeer kantelen. Een samenwerkingsproject met Amerikaanse collega’s werd geannuleerd en een groep potentiële partners trok zich terug. Hij probeert zijn lopende projecten veilig te stellen.

‘Amerikaanse wetenschappers zijn veel terughoudender geworden in hun contacten met Chinezen’, zegt Xu, die als professor aan de Hongkong Universiteit voor Wetenschappen en Technologie werkt. ‘Zelf ben ik ook voorzichtiger geworden in het contact met Amerikaanse vrienden, ik wil hen niet in verlegenheid brengen. Het is zo teleurstellend. Wetenschappers willen gewoon onderzoek doen en houden zich ver van politiek. Maar nu dreigen ze er het slachtoffer van te worden.’

Xu is niet de enige hightechontwikkelaar die gevolgen ondervindt van de oplopende spanningen tussen Washington en Beijing. Uit Silicon Valley komen berichten dat Chinese investeerders zich terugtrekken, uit angst voor steeds zwaardere toelatingsprocedures. De Amerikaanse overheid heeft het Chinese onderzoekers moeilijker gemaakt om een visum te krijgen en heeft strenge controles ingevoerd op de export van Amerikaanse technologie naar China. En dan hebben we het nog niet eens over telecombedrijf Huawei, wiens financieel directeur op verzoek van de VS werd gearresteerd.

Al die hightechperikelen tonen hoe achter de handelsoorlog een veel dieper gaande confrontatie schuilgaat, een fundamenteel conflict over technologische dominantie. Zagen de VS China jarenlang als een handelspartner, weerbarstig maar per saldo voordelig, nu zien ze het land steeds meer als een rivaal in de wedloop naar innovatie. Het werkelijke conflict draait niet om handelstekorten maar om patenten, broncodes en computerchips, en om de vraag wie de technologie van de toekomst controleert.

Die ‘technologische Koude Oorlog’, zoals het oplopende conflict tussen de VS en China al wordt genoemd, kan verstrekkende gevolgen hebben voor de rest van de wereld. In tegenstelling tot de vorige Koude Oorlog, tussen de VS en de Sovjet-Unie, zijn de grenzen nu niet netjes afgebakend. De Chinese en Amerikaanse economie en hightechindustrie zijn zo met elkaar verweven dat een ontkoppeling, waar de ‘haviken’ in de Amerikaanse regering op aansturen, enorme schade kan aanrichten. Voor China, maar evengoed voor de VS en voor de wereldeconomie.

Nog maar een paar jaar terug leek het ondenkbaar dat de VS zich ooit zorgen zouden maken over de technologische opmars van China. De Chinezen, was het idee, waren goed in kopiëren en eventueel wat bijschaven. Maar zelf iets uitvinden, daarvoor ontbrak het hun aan creativiteit. Ze hadden wel een groot deel van de maakindustrie ingepikt, het zwaartepunt van de research & development zou altijd in het Westen liggen. De taakverdeling lag vast: in Shenzhen het handwerk, in Silicon Valley het brein.

Het kantelpunt kwam rond 2016, toen steeds meer berichten verschenen over Chinese innovaties. Beijing lanceerde zijn eigen satellieten, bouwde zijn eigen quantumcomputer, stuurde zijn eigen raket naar de maan. In ranglijstjes rukte China op naar de eerste plek qua aantal wetenschappelijke publicaties en de tweede qua aantal patenten. De kwaliteit van die publicaties en patenten was niet altijd even hoogstaand, maar de perceptie was geboren: China was de VS aan het inhalen als technologische supermacht.

De Chinezen droegen zelf ook een steentje bij aan die perceptie. In een poging om de economie op een hoger niveau te tillen lanceerde de Chinese overheid in 2015 het ambitieuze plan ‘Made in China 2025’. Bedoeling was dat Chinese bedrijven tegen 2025 in tien techdomeinen de binnenlandse markt zouden domineren: van artificiële intelligentie tot ruimtevaart, van elektrische auto’s tot biotechnologie. Daarvoor zouden ze miljarden euro’s aan subsidies krijgen.

Voor de VS was het plan de druppel te veel: niet alleen brachten de Chinezen de Amerikaanse leiderspositie in gevaar, ze lapten daarbij ook alle regels aan hun laars. Chinese bedrijven stonden er al langer om bekend Amerikaanse hightech te ontfutselen en kopiëren, maar nu manipuleerden ze ook nog eens de vrije markt met hun staatssubsidies. Maar dat was buiten president Donald Trump gerekend: hij startte een handelsoorlog en een technologisch defensief.

Terwijl Trump met handelssancties zwaaide, tekende hij twee wetten die China minstens even hard raakten. De Foreign Investment Risk Review Modernization Act verhoogde de drempel voor Chinese investeringen in Amerikaanse hightech. En de Export Control Review Act verbood de uitvoer naar China van ‘fundamentele technologie’. Wat in zijn immigratiebeleid niet lukte, deed Trump in zijn Chinapolitiek: een muur bouwen rond de Amerikaanse technologie.

Tussen beeld en werkelijkheid zit vaak een grote kloof en dat geldt nergens meer dan in China, waar het propagandadepartement van de Communistische Partij bepaalt wat mag worden verteld. Was dat een jaar geleden nog het juichverhaal dat China een hightechnatie in opkomst was, sinds de Amerikaanse tegenreactie is dat helemaal gedraaid. Het ooit alomtegenwoordige ‘Made in China 2025’ is nu taboe en Chinese wetenschappers moeten zich gedeisd houden. De meeste Chinese bronnen voor dit artikel werken in Hongkong of het buitenland.

‘China is onevenwichtig: op sommige terreinen zijn we goed, op andere staan we nergens’

Het maakt het moeilijk om in te schatten hoe ver Chinese wetenschappers en bedrijven gevorderd zijn in hun streven naar technologische innovatie en in hoeverre ze daarbij geprofiteerd hebben van de Amerikanen. Maar wat duidelijk wordt is dat het verhaal een stuk genuanceerder is dan dat van een technologisch nulsomspel tussen de VS en China. En dat niet alleen het gedrag van de Chinezen, maar ook de argumenten van de Amerikanen niet altijd even zuiver zijn.

‘De meeste Chinese bedrijven volgen nog steeds de Amerikaanse technologie en proberen slechts hun achterstand weg te werken’, zegt Zhang Hai’ou, professor 3D-printen aan de Huazhong Universiteit voor Wetenschappen en Technologie. ‘Die achterstand zie ik niet meteen verdwijnen. 3D-printen is relatief nieuw, en de VS hebben daarbij minder voorsprong. Maar zelfs op dit terrein schat ik dat Chinese bedrijven nog twintig tot dertig jaar nodig hebben om de VS bij te benen.’

Zhang Hai’ou is professor op het Chinese vasteland, waar de huidige propagandalijn voorschrijft de Chinese techpositie te minimaliseren. Maar het beeld dat hij schetst wordt door alle bronnen bevestigd: terwijl de VS vooroplopen op het vlak van fundamenteel onderzoek en innovatie is dat in China nog nergens te bespeuren. ‘Op dit moment is China nog bezig met een inhaalslag’, zegt Li Yanfei, econoom bij het Asean-onderzoeksinstituut, een denktank in Indonesië. ‘Echte innovaties zijn nog een verre droom.’

Op een paar terreinen, zoals artificiële intelligentie (AI) en de ontwikkeling van een ultrasnel 5G-netwerk, maken de Chinezen indrukwekkende vorderingen. Maar ook daar zijn ze nog altijd afhankelijk van de VS, aangezien die heer en meester zijn op het gebied van halfgeleiders, de piepkleine puzzelstukjes die de kern vormen van elke hedendaagse technologie. Die halfgeleiders zijn zeer ingewikkeld en duur om te maken, de ontwikkeling vergt decennia onderzoek.

‘Halfgeleiders zijn het kroonjuweel van de hightechindustrie’, zegt Xu Jiang, de professor uit Hongkong. ‘Om die te ontwikkelen, moet je goed zijn in wiskunde, computerwetenschappen, fysica en duizend subcategorieën. China is heel onevenwichtig: op sommige terreinen zijn we heel goed, op andere staan we nergens. Op die manier kun je geen halfgeleiders maken en daarom hebben we nog een lange weg te gaan voor we echt op gelijke voet staan met de VS.’

Niet het China van vandaag baart de VS echter zorgen, maar het China van de toekomst. Waar China van droomt is met artificiële intelligentie en 5G een volledig gedigitaliseerde industrie uit te bouwen waarin zelflerende computers autonoom bestellingen plaatsen, produceren en distribueren. ‘Dat is een echte game changer’, zegt Li Yanfei. ‘Dat kan de hele wereldhandel en mondiale waardeketen op z'n kop zetten.’

Je zou kunnen redeneren dat de VS nu eenmaal over hun hoogtepunt heen zijn en dat het flauw is voor een vrijhandelsnatie om zich daar met protectionistische maatregelen tegen te verzetten. Maar de VS betogen dat China het spel niet eerlijk speelt. Ze vatten hun grieven vorig jaar samen in een rapport: de Chinezen dwingen Amerikaanse bedrijven technologie af te dragen, schenden op grote schaal intellectueel eigendom en verstoren de markt met staatssubsidies.

Dat lijken redelijke argumenten voor een stevig ingrijpen, maar ook hier is enige nuance op zijn plaats. Al deze beschuldigingen zijn verre van nieuw: het Amerikaanse Congres klaagde er al in 1987 over. Dat de VS het conflict nooit eerder op de spits dreven, komt doordat Amerikaanse bedrijven in China altijd meer voordelen ondervonden dan nadelen. Als er techtransfers gevraagd werden, zagen bedrijven die vaak als een soort prijs voor toegang tot de enorme Chinese markt. Maar waar die Amerikaanse bedrijven vroeger wegkwamen met de afdracht van oude technologie, al lang achterhaald in het Westen, is China nu zelf opgeklommen in de waardeketen en neemt niet langer genoegen met afdankertjes. China heeft de toegangsprijs verhoogd en zijn zinnen gezet op de kroonjuwelen: AI-technologie, 5G-netwerken en halfgeleiders.

Chinese bedrijven wachten bovendien niet meer tot bedrijven met hun technologie naar China komen, maar gaan ze ook zelf halen. Dat werd duidelijk toen de Chinese investeringen in de VS in 2016 ineens verdrievoudigden, naar 45 miljard dollar (in Europa een verdubbeling). Een groot deel van dat Chinese geld bleek gebruikt om start-ups in Silicon Valley op te kopen en China een extra zetje te geven in de hightech-concurrentieslag.

Wat vooral veranderd is, is de Amerikaanse kijk op China. Veel westerse overheden waren er lange tijd van overtuigd dat naarmate China welvarender werd het ook steeds liberaler en democratischer zou worden, maar onder president Xi Jinping is het autoritaire bewind juist versterkt en neemt de overheidscontrole op de privésector weer toe. De techtransfers komen dus niet alleen bij Chinese bedrijven terecht, maar ook bij de Communistische Partij.

‘De grote fout van het Westen, vooral toen ze China in de Wereldhandelsorganisatie toelieten, is dat ze ervan uitgingen dat China een vrijemarkteconomie zou worden, en dat die alleen kan bestaan in een quasi-democratie’, zegt Alexander Capri, jarenlang consultant voor westerse bedrijven in China en nu docent aan de Nationale Universiteit van Singapore. ‘Die twee aannames blijken niet te kloppen. Wat we nu zien, is de terugslag van die historische vergissing.’

De ontnuchtering over China heeft in de VS een nieuw paradigma tot stand gebracht, waarbij nationale en economische veiligheid veel meer gelinkt worden. ‘Nationale veiligheid is nu ook: de mogelijkheid voor Amerikaanse bedrijven om in een marktgestuurde economie te concurreren met een Chinees staatsgestuurd systeem’, zegt Paul Triolo, technologiespecialist van het internationale consultancybedrijf Eurasia Group. ‘Dat is een nieuwe twist in het denken.’

De Chinese overheid vraagt Huawei misschien wel om achterpoortjes in zijn netwerk te bouwen

Het duidelijkste voorbeeld van dat nieuwe paradigma was de overheidsinterventie bij Qualcomm, een Amerikaans hightechbedrijf dat met het Chinese Huawei strijdt om dominantie in 5G-technologie. Toen Qualcomm vorig jaar maart een overnamebod kreeg van 117 miljard dollar vreesde de Amerikaanse overheid dat Qualcomms focus op 5G zou verzwakken. Trump blokkeerde de overname per presidentieel decreet, om wille van de ‘nationale veiligheid’. Het was een opzienbarende ingreep, die toont hoezeer de bakens in het Amerikaanse denken zijn verzet: als China een strategische rivaal is die zijn technologiebedrijven oneerlijk bevoordeelt, dan mogen de VS die bedrijven dus dwarsbomen. Zeker als die bedrijven technologie ontwikkelen die ook militair kan worden gebruikt. Met name het Chinese telecombedrijf Huawei mocht dat aan den lijve ondervinden.

De VS zijn nooit fan geweest van Huawei. Het telecombedrijf uit Shenzhen heeft in heel Europa 5G-projecten lopen, ook in Nederland, maar wordt geweerd door Amerikaanse telecomproviders. Op 1 december werd Huawei-topvrouw Meng Wanzhou bovendien op verzoek van de VS in Canada gearresteerd, officieel omdat ze Amerikaanse sancties tegen Iran zou hebben geschonden. Maar de arrestatie paste ook perfect in de strategie van de handels- en techoorlog.

Nadat Qualcomm jarenlang de ontwikkeling domineerde van 4G-technologie investeerde Huawei de afgelopen jaren miljarden in 5G. In de hightechwereld is 5G zowat de heilige graal. Het is niet alleen supersnel maar heeft vooral een ultralage vertragingstijd. Dat is een basisvoorwaarde voor zelfrijdende auto’s en zelflerende machines, en voor een volledig gedigitaliseerde economie. Inmiddels is Huawei een van de koplopers in 5G en met zijn voordelig geprijsde apparatuur is het bedrijf bij veel Europese telecomproviders graag gezien. Maar de VS waarschuwen dat Huawei als Chinees bedrijf niet los kan worden gezien van de Chinese overheid. En die vraagt Huawei misschien wel om achterpoortjes in zijn netwerk in te bouwen die cyberspionage of -aanvallen mogelijk maken. Dat is volgens de VS een ontoelaatbaar risico.

Het is onduidelijk of de Amerikaanse inlichtingendiensten over werkelijke aanwijzingen van verdacht gedrag van Huawei beschikken, of zich slechts baseren op indirect bewijs. Chinese privébedrijven zijn sinds 2018 wettelijk verplicht om met Chinese inlichtingendiensten mee te werken – een wet die in Washington veel argwaan wekt. De VS overwegen een officieel verbod op het gebruik van Huawei-apparatuur in hun 5G-netwerken en sporen hun bondgenoten aan om hetzelfde te doen.

De nauwe band tussen overheid en bedrijven in China wekt wantrouwen. Maar het is ook de vraag hoe zuiver de Amerikanen het spelen, in een dossier waar veiligheidsbelangen en economische motieven door elkaar lopen. De patenten van draadloze netwerken zijn een miljardenbusiness, die tot nog toe bijna volledig in handen was van Amerikaanse bedrijven. Als die hun monopolie straks moeten delen met een Chinese rivaal kleurt dat mogelijk ook het veiligheidsoordeel.

‘Er is altijd een link geweest tussen nationale veiligheid en technologie, maar traditioneel was de focus gerichter’, zegt Paul Triolo. ‘Als een buitenlandse investering dicht bij een militaire basis was gelegen, werd dat bijvoorbeeld getoetst. Maar als het concurrentievermogen van Amerikaanse bedrijven nu als een vorm van economische veiligheid wordt gezien, wordt het rommeliger. In sommige gevallen kan het gelegitimeerd zijn, maar het is een lastige kwestie.’

De vraag is vooral hoe ver de VS gaan in hun techdefensie. Op zich zijn veel experts voorstander van de strengere Amerikaanse investerings- en exportcontroles, maar ze waarschuwen dat de reikwijdte scherp moet worden afgebakend. Volgens de nieuwe wet gelden de controles voor ‘opkomende en fundamentele technologie’, maar dat is zo’n vaag begrip dat alle AI- en 5G-technologie eronder kan vallen. Trump hanteert een sloophamer, terwijl een scalpel meer aangewezen zou zijn.

‘Ik denk niet dat de VS China helemaal zullen afsnijden van cruciale technologie, maar er is wel een selectieve ontkoppeling tussen de twee landen aan het plaatsvinden’, zegt Alexander Capri. ‘Het is moeilijker geworden voor Chinese bedrijven om nog Amerikaanse technologie te verwerven. Ik verwacht een fragmentatie van de mondiale aanvoerketens in de technologiesector. Het maakt niet uit of Trump aanblijft of niet: deze kwestie gaat niet meer weg.’

Een ontkoppeling van aanvoerketens en afzetmarkten: ziedaar de opdoemende contouren van een technologische Koude Oorlog. En het is maar de vraag wie daar als winnaar uit komt. Op korte termijn kunnen de VS de technologische opmars van China allicht vertragen, maar op lange termijn lijken ze vooral in eigen voet te schieten. De Amerikaanse en Chinese economie en onderzoekswereld zijn zo met elkaar verweven dat een ontkoppeling onvermijdelijk beide partijen treft. Zonder hun Chinese aanvoerketens en afzetmarkt zijn Amerikaanse bedrijven verloren. Apple heeft wereldwijd zevenhonderd toeleveranciers, waarvan de helft in China. Qualcomm haalt er zestig procent van zijn omzet, waarmee het zijn r&d financiert. Ook nu de Amerikaanse overheid op ramkoers ligt met China blijven veel Amerikaanse bedrijven er volop zaken doen. De prijs voor toegang tot de Chinese markt lijkt nog steeds lager te liggen dan de kosten van afwezigheid.

‘Amerikaanse bedrijven hebben de afgelopen dertig jaar hun aanvoerketens almaar meer naar China verplaatst, en nu krijgen ze ineens te horen dat dat een probleem is voor de nationale veiligheid’, zegt Triolo. ‘Die bedrijven maken zich grote zorgen. Ze snappen de bezorgdheden voor de nationale veiligheid, maar ze willen weten waar ze aan toe zijn. Nu is het alsof de spelregels in het midden van het spel worden veranderd.’

Triolo vraagt zich ook af welk bedrijf het Amerikaanse 5G-netwerk gaat uitbouwen als Huawei uitgesloten wordt. ‘In de VS zeggen telecomproviders: oké, we mogen dus geen Huawei-apparatuur gebruiken, maar wie gaat daarvoor opdraaien? We zullen meer moeten betalen voor spullen die mogelijk minder goed zijn, en het is niet eens duidelijk wat het oplevert qua veiligheid.’

De ultieme paradox is dat de VS het China flink lastig kunnen maken door het de toegang tot Amerikaanse hightech te ontzeggen, maar dat ze de Chinezen daarmee ook motiveren om een extra tandje bij te zetten. Het ‘Made in China 2025’-programma mag uit de retoriek zijn verdwenen, achter de schermen rolt het geld sneller dan voorheen. Een subsidiefonds van 47 miljard euro voor de ontwikkeling van halfgeleiders werd vorig jaar verdubbeld. ‘Op korte termijn is dit een klap voor China, maar op lange termijn heeft het misschien een positief effect’, zegt professor Xu, die zijn samenwerkingsproject zag stranden. ‘De spanningen rond Huawei hebben een alarmbel doen afgaan, bij de overheid en bij het grote publiek. Iedereen praat nu over halfgeleiders, zelfs leken, en studenten melden zich massaal aan voor onderzoek. Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Het kan niet anders of dit zal een spectaculaire verandering teweegbrengen.’

Ook Edward Tse, ceo van consultancybedrijf Gao Feng in Hongkong, denkt dat China er uiteindelijk sterker zal uitkomen. ‘Ik denk dat de Amerikaanse ingrepen de technologische ontwikkeling van China zullen vertragen. Maar na verloop van tijd zullen we misschien terugkijken en zeggen: dit was het moment waarop China zijn versnelling inzette, waarop het originele innovaties begon te doen. En ik kan je zeggen: als dat gebeurt heeft China alle kaarten in handen.’