Presidentskandidaten

De tegenzet van Al Gore

Met zijn gematigde partijconventie heeft de Republikeinse presidentskandidaat George W. Bush de voorsprong op Al Gore vergroot. Volgende week is de Democraat aan zet. Zijn keuze voor Lieberman als running mate stemt hoopvol.

De «selling of a president» is begonnen. Met gigantische, miljarden opslokkende reclamecampagnes bestormen de twee grote Amerikaanse bedrijven — pardon, partijen — de kiezersmarkt. De Republikeinen hebben met aanzienlijk succes hun «nieuwe Bush» gelanceerd. Diezelfde George W. die tijdens de voorverkiezingen een speech gaf op de racistische Bob Jones-universiteit en die in Texas pochte met zijn record in terechtstellingen, omringde zich op de conventie van zijn partij met zwarten en latino’s en beloofde af te rekenen met de armoede en wanhoop in de binnensteden.

Het was de gebruikelijke manoeuvre. Tijdens de voorverkiezingen moet een kandidaat eerst in eigen partij winnen. Dan, als hij zijn achterban geconsolideerd heeft, moet de winnaar het centrum verleiden, de niet-ideologische swing voter. Maar de mate waarin Bush dit jaar zijn retoriek van rechts naar links liet overhellen en het podium van zijn conventie bevolkte met zwarte dominees, gospelkoortjes, zwarte kindjes in schooluniform en verdraagzaamheid predikende zwarte celebrities als Colin Powell, getuigde van een weergaloze schaamteloosheid.

«Het was adembenemend hypocriet om zoveel zwarten voor de camera’s te doen zingen, dansen, preken en een partij te laten prijzen die hen niet wilde», schreef columnist Bob Herbert in de New York Times.

Het zijn niet de zwarte kiezers die Bush met zijn metamorfose probeert te winnen. Daarvoor is de kloof tussen zijn partij en de raciale minderheden in de VS te groot. De blanke, gematigde kiezers uit de suburbs vormen zijn doelgroep. Hen wil hij overtuigen dat hij gematigd en verdraagzaam is. A nice guy. Niet zoals die bittere agressieve Republikeinen die uit alle macht probeerden om Clinton af te zetten en geen gelegenheid voorbij lieten gaan hem te dwarsbomen. De nieuwe Bush is een antipoliticus. «Ik heb wel niet het gepolijste van Washington», zei hij in zijn conventiespeech, «maar ik heb er ook geen vijanden te bestrijden. Ik heb niets te maken met de bittere ruzies van de laatste jaren. Ik wil de teneur van Washington veranderen in een van hoffelijkheid en respect.» Nice guy.

«Impeachment» was op de conventie een verboden term, net als «Contract with America», het beruchte programma van de inmiddels verguisde Republikeinse Congres leider Gingrich. Bush vermeed zelfs het woord «Republikeins» in de mond te nemen. In zijn speech gebruikte hij het slechts twee keer. De Republikeinse Congresleiders mochten in Philadelphia het podium niet op, tenminste niet in prime time. Alsof Bush niets met hen te maken had.

«Triangulation» heette deze tactiek toen Clinton hem gebruikte. Ook hij distantieerde zich van zijn eigen partij nadat die de Congresverkiezingen van 1994 verloor. Door zich te positioneren als het hoogste punt van een driehoek, ver boven het gekrakeel tussen de twee partijen, werd Clinton weer populair.

Bush probeerde hetzelfde en liet daarom de politiek buiten zijn conventie. Je kunt niet tegelijk boven het politieke getwist staan én eraan deelnemen. Er waren op de conventie bijna geen sprekers die Clinton of Gore aanvielen, er waren zelfs geen slogans te zien die de Democraten op de korrel namen. De met de hand beschilderde borden rond het po dium droegen leuzen als: «We love Bush»; «Catholics for Bush»; «Go Bush»; «Viva Bush»; «Bush made in the USA»; «Results with Bush» en «Bush is OK». Niet dat de afgevaardigden geen belangrijker zaken op hun lever hadden, maar, zo had Bush aangekondigd, de organisatie regeerde zijn conventie «met ijzeren vuist». Alles wat op het podium en daaromheen was te zien, was zorgvuldig ge or chestreerd, dus ook de slogans op de «zelfgemaakte» borden.

Vanuit een glazen kantoor hoog boven de arena hielden Bush-mensen met verrekijkers de conventie permanent in het oog. Zagen ze ergens afgevaardigden die lusteloos een krant lazen of een bordje met een slogan tegen abortus omhoogstaken, dan alarmeerden ze met een walkietalkie een medewerker, die prompt de orde ging herstellen.

Niet alle afgevaardigden waren daar blij mee, maar ze beten op hun tong. «Het is belangrijker dat we winnen dan dat we hier onze mening verkondigen», zei de rechts-christelijke leider Jerry Falwell met een brede grijns.

Op papier zou Al Gore deze verkiezingen niet mogen verliezen. Er is peace and prosperity, de klassieke ingrediënten voor een verkiezingsuitslag die het Witte Huis in handen van de regeringspartij laat. Natuurlijk, er zijn nog heel wat Amerikanen die niet zo welvarend zijn, maar voor zover die aan de verkiezingen deelnemen, zullen ze niet voor de Republikeinen stemmen. Om te winnen moet Bush dus vermijden dat de verkiezingen een referendum worden over de status-quo, want daar zijn de meeste kiezers niet ontevreden over. Hij kan evenmin de Clinton-schandalen centraal stellen, want dat roept bittere herinneringen op aan het impopulaire Republikeinse impeachment-offensief.

Om te winnen moet Bush er dus voor zorgen dat de verkiezingen nergens over gaan. Daarbij wordt hij geholpen door het feit dat er momenteel geen grote politieke kwesties zijn die de Amerikaanse publieke opinie beroeren. Er heerst veel apathie en Bush heeft er geen belang bij om daar tegenin te gaan. Hoe minder de verkiezingen over politiek gaan en hoe meer over persoonlijke charme, hoe groter zijn kansen. De Republikeinen hopen dat de kiezers aan de conventie het gevoel overhouden dat George W. Bush een aardige man is. Een leuker gezicht dan dat van Gore om de komende vier jaar naar te kijken.

Gore heeft inderdaad geen overvloed aan persoonlijke charme. Hoe hard hij het ook probeert, hij slaagt er niet in om warmte en oprechtheid uit te stralen zoals Clinton dat zo meesterlijk kan. Hij moet dus de politiek weer in het brandpunt van de verkiezingscampagne plaatsen. Hij moet in de aanval gaan, de eer opeisen voor wat goed gaat en zijn verschilpunten met Bush in de verf zetten.

De manier waarop hij dat doet, kan beslissend zijn voor de afloop van de verkiezingen. Als Gore te hard van stapel loopt, zou zijn aanval het effect van een boemerang kunnen hebben. Bush heeft Gore en Clinton op de Republikeinse conventie nauwelijks bekritiseerd. Als Gore op zijn conventie met scherp schiet, zal Bush de gekwetste onschuld spelen. Vanwaar ineens al die agressie? zal hij hoofdschuddend zeggen. Klampt de vice-president zich dan zo wanhopig vast aan de macht? In zijn eerste campagne voor gouverneur van Texas zette Bush dezelfde valstrik en zijn Democratische tegenstander liep erin. Texas is echter conservatiever dan de VS in het algemeen.

Gore zal meer succes hebben als hij de kiezers erop wijst dat de standpunten van Bush heel wat rechtser zijn dan zijn wollige conventie-imago doet vermoeden. Op het vlak van abortus en de inperking van het wapenbezit bijvoorbeeld kan Gore terecht benadrukken dat de publieke opinie dichter zijn standpunten nadert dan die van Bush. Op fiscaal vlak zal hij ongetwijfeld benadrukken dat Bush’s plan voor een belastingverlaging met 1300 miljard dollar in tien jaar niet alleen vooral de rijkste Amerikanen zou bevoordelen, maar ook het geld zou opslorpen dat anders gebruikt had kunnen worden voor verbetering van het onderwijs en voor andere populaire sociale aangelegenheden. En hij zal aanvoeren dat het plan, gecombineerd met Bush’s voorstel om de sociale zekerheid gedeeltelijk te privatiseren door werknemers toe te staan een deel van hun loonbelasting in aandelen te investeren, enorme risico’s inhoudt.

Op het vlak van de buitenlandse politiek — weliswaar niet direct een onderwerp waar de kiezers van wakker liggen — kan hij terecht stellen dat Bush’s voornemen om zo snel mogelijk een Star Wars-ruimteschild te ontwikkelen symptomatisch is voor een unilaterale koers die zich niet bekommert om de opinies van bondgenoten en sterk doet denken aan de Koude Oorlog.

Om Bush’s valstrik te ontlopen, moet Gore een positieve toon aanhouden en anderen de aanval laten leiden. Zijn running mate bijvoorbeeld. Met zijn keuze voor Joseph Lieberman, een senator die nationale bekendheid verwierf door als eerste prominente Democraat Clinton de mantel uit te vegen over de Lewinsky-affaire, schept Gore de nodige afstand van de huidige president en diens seksschandalen. Liebermans minzaamheid, gecombineerd met zijn conservatisme op militair en cultureel vlak, maken hem bovendien een moeilijk doelwit voor de Republikeinen. Het enige nadeel is dat hij een orthodoxe jood is, maar kiezers met antisemitische vooroordelen stemmen sowieso niet voor de Democraten.

De Democratische conventie van volgende week zal dus een ander spektakel worden dan de Republikeinse. «Zij gaven de kiezers gesponnen suiker, wij zullen iets voedzamers opdienen», beloofde Gores woordvoerder. Maar zal er iemand kijken? De Republikeinse conventie was zo slaapverwekkend dat de kijkcijfers zelden boven de vijftien procent uitstegen. Het zal velen de lust ontnemen om nog zo’n conventie te doorstaan.

De flarden die de meeste kijkers van het «We love Bush»-feest zagen, volstonden om de voorsprong van de Republikeinse kandidaat met vier procent te vergroten. Volgens de jongste Gallup-poll ligt hij nu zeventien procent voor op Gore. Tweederde van de Amerikanen denkt dat Bush op een overwinning afstevent. Maar het is te vroeg om de huid van de beer te verkopen. In 1988 had de Democraat Dukakis na zijn partijconventie exact dezelfde voorsprong op die andere vice-president, Bush senior. In november van dat jaar won Bush met ruime voorsprong. En wie herinnert zich nu nog Dukakis?