De telefoon rinkelt

Harry de Quetteville (ed.), Thinker, Failure, Soldier, Jailer: An Anthology of Great Lives in 365 Days, € 38,95

De telefoon rinkelt op het kerkhof van The Daily Telegraph, oftewel in het hoekje waar dagelijks de krantenpagina met in memoriams wordt samengesteld. Een vrouw vraagt of haar min of meer bekende echtgenoot een necrologie verdient. ‘Wanneer is uw man overleden’, informeert de redacteur voorzichtig. ‘Een kwartier geleden’, luidt het antwoord, ‘hij ligt hier naast me.’ Op het te doen-lijstje dat de man had achtergelaten stond ‘The Daily Telegraph bellen’ als hoogste prioriteit. Het is dan ook een eer om ‘te sterven’ in ’s lands grootste kwaliteitskrant, een eer die jaarlijks is weggelegd voor zo’n 1250 zielen. In geen enkel ander dagblad zijn de necrologieën zo gevat, literair en anekdotisch. Ze gaan niet over de dood maar over het leven. Niet zozeer over wat iemand heeft gedaan, als wel hoe iemand was. De sleutels van deze hemelpoort zijn in handen van Harry de Quetteville, die het leven tussen de doden oneindig veel boeiender vindt dan zijn correspondentschappen in Berlijn en op de Balkan. Vaak krijgt De Quetteville de vraag hoe hij kiest. Zijn antwoord: mensen die interessant zijn voor onze lezers.

De Quetteville heeft de boeiendste ‘obits’ gebundeld. Thinker, Failure, Soldier, Jailer heeft de opzet van een scheurkalender. Die begint op 1 januari met soap-actrice Margot Bryant en eindigt op oudejaarsdag met ­Geoffrey Van-Hay, eigenaar van dé journalistenkroeg in Fleet Street. Tussendoor passeren de nodige Amerikaanse televisiedominees, Italiaanse prinsen, Duitse pornobazen, Franse schoenmakers, Peruaanse profeten en enkele muzen van Lucian Freud de revue, alsmede de grootheden Marlene Dietrich, Michael Jackson en Miles Davis.

Drie Nederlanders maken hun opwachting. De eerste twee zijn alom bekend: Fanny Blankers-Koen en Bram van der Stok. Een minder alledaagse naam is Willem Kolff, die op 11 februari 2009 overleed. Deze Groningse internist en verzetsstrijder maakte tijdens de oorlogsjaren onder meer met delen van een neergestorte Duitse straaljager het eerste nierdialyse­apparaat. Jaren later zou hij, inmiddels woonachtig in Amerika, meehelpen bij de ontwikkeling van het eerste kunsthart. Na 62 jaar scheidde hij van zijn vrouw. ‘His inability to give up making things with pipes and tubes reportedly having proved too much for her.’

De bundel bevalt juweeltjes over onbekende persoonlijkheden. Flossie Lane bijvoorbeeld, een geheelonthouder die sinds 1935 een herberg beheerde in Shropshire, zelden buiten kwam en op hoogbejaarde leeftijd sliep in een ruimte achter de bar, toegedekt door de laatst overgebleven stamgast. Een ander mooi figuur was Alfred Hinds, een succesvol gevangenis­uitbreker en amateur-jurist die tijdens een rechtszaak ‘My Lord, I think I can help you there’ zei tegen de rechter. Een mooi detail uit het postuum van Albert Pierrepoint, de meesterbeul die campagne ging voeren tegen de doodstraf, is dat hij tevens kastelein was in een kroeg met de naam Help the Poor Struggler.

Details vormen een cruciale rol om de doden tot leven te brengen. Het postuum van Idi Amin is een catalogus van gruwelen, maar tegen het einde leert de lezer dat de Oegandese kannibaal in Jeddah, waar hij zijn oude dag doorbracht, een graag geziene gast was bij de Pizza Hut. Twee keer probeerde Amin een Amerikaans visum te verwerven, om Disneyland te bezoeken en om te bowlen. In de obit van zijn makker Moammar Kadhafi staat dat de Libische leider ooit met Tony Blair, onder het genot van verse kamelenmelk, over de ‘Derde Weg’ sprak, ­waarbij de kolonel zijn standpunt illustreerde door een rondje in het woestijnzand te tekenen, met in het midden een stip, ‘the dot being himself’.

Het favoriete stijlmiddel is uiteraard het understatement. De verleidingstechnieken van de baronet en playboy Sir Dai Llewellyn ‘were direct and somewhat lacking in refinement’, wat bleek te betekenen dat hij beha’s nooit voorzichtig losknoopte. De Gabonese dictator Omar Bongo had ‘only a modest aquaintance with the truth’, Serge Gainsbourgs nummer Lemon Incest was ‘an unusually sensual reading of Chopin’s Etude Nr3 in E Major Opus 10’ en de bohémien/aristocraat West de Wend-Fenton had ‘no comprehension of convention’.

Dat Nederland niet zo’n rijke traditie heeft, zal te maken hebben met de afwezigheid van een biografische cultuur. Daar komt bij dat humor in ons land minder is verweven met het dagelijks leven. Dat komt tot uiting in de kranten die speciale plekjes hebben ingeruimd voor humor. Tenslotte is de dood binnen de calvinistische cultuur een ernstige zaak. Een Nederlandse journalist zal zijn in memoriam nooit beginnen met een zin als ‘David Ogilvy, who has died aged eighty-eight, was by any standards – and certainly by his own – one of the most influential people in the history of advertising.’

_* * *

Harry de Quette­ville (red.)_
Thinker, Failure, Soldier, Jailer: An Anthology of Great Lives in 365 Days
Aurum, 586 blz., € 50,-