De telefoongesprekken van de koning

MADRID - De woorden ‘crisis’ en ‘regering’ zijn zo langzamerhand synoniemen geworden in Spanje, waar de schandalen de laatste tijd over elkaar heen buitelen. De documenten die het dagblad El Mundo vorige week publiceerde, waaruit bleek dat de militaire geheime dienst (de CESID) de telefoongesprekken van onder meer koning Juan Carlos afluisterde, hebben de regering van premier Felipe Gonzalez in een nieuw dal gestort.

Het eerste slachtoffer van de affaire, CESID-chef Emilio Manglano, is inmiddels gevallen. Maar de oppositie ruikt bloed en zelfs binnen de sociaal-democratische regeringspartij PSOE roept men om een stevige zuivering onder de politiek verantwoordelijken. Vice-premier Narcis Serra heeft het in deze politieke storm het zwaarst te verduren. Serra, rechterhand van Gonzalez, wordt er al langer door zijn vijanden van beschuldigd in verschillende affaires de vuile klusjes voor de regering op te knappen. Sommigen suggereren nu dat Serra via de CESID een soort Stasi heeft gecreeerd die politieke tegenstanders van de regering, binnen en buiten zijn eigen partij, bespioneert. Gonzalez heeft er intussen evenmin veel vrienden bijgemaakt. Zijn relaties met koning Juan Carlos waren tot nu toe uitstekend, maar de vorst zal ongetwijfeld graag willen weten welk staatsbelang is gediend met het afluisteren van zijn prive-gesprekken.
Van de andere kant spreekt men in regeringskringen van een regelrechte samenzwering tegen de staat door prive- interesses en bepaalde media. De geheime dienst zelf wees voormalig geheim agent kolonel Perote aan als het ‘lek’ in de afluisteraffaire. Perote, inmiddels gearresteerd, is bevriend met de ex- president van de Banesto-bank Mario Conde. Conde is momenteel in afwachting van een proces voor diverse financiele delicten. De ex-bankier zou via Perote de documenten hebben verkregen en die naar El Mundo hebben doorgesluisd, een krant die bekend staat om zijn zeer kritische houding tegenover premier Gonzalez.
Paranoia of niet, het politieke klimaat in Spanje is al zover verslechterd dat de wildste theorieen een vruchtbare bodem vinden. Gonzalez lijkt zijn huid niet langer te kunnen redden door de kritiek van de oppositie af te doen als 'sensatiezucht’. Dat de staatsgeheimen in Spanje in de kranten staan afgedrukt is erg genoeg, maar in plaats van zich te concentreren op deze 'aanslag tegen de staat’ en 'chantage’ zou de PSOE beter haar politieke verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een geheime dienst die niet alleen zo lek is als een mandje maar ook op illegale wijze haar eigen burgers bespioneert.
Dat de oppositie de gelegenheid te baat neemt om voor de zoveelste keer nieuwe verkiezingen te eisen wekt geen verbazing. Volgens zowel de conservatieve Partido Popular als het linkse Izquierda Unida is het 'Felipisme’ verworden tot een waar schrikbewind van machtsmisbruik en corruptie. Het tonen van daadkracht in de bestrijding van de corruptie in het staatsapparaat is de enige manier waarop de socialisten hun gezicht nog enigszins kunnen redden in wat volgens sommigen het zwaarste moment is voor de democratie sinds de mislukte staatsgreep van Tejero in 1981.