De televisie, god en de wereld

De meeste televisiekijkers die het nieuwe reclamespotje van Heinz sandwichspread voor het eerst zien, zullen een paar seconden aan het beeld gekluisterd zijn. Maar ook degenen die het filmpje wel kennen, kunnen zich er makkelijk door laten foppen. Het reclamespotje begint namelijk met een besneeuwd beeld. Alsof er iets mis is met de verbinding, het stekkertje van de kabel is losgeschoten of de beeldbuis het ineens begeeft. Een slimme truc waarmee je zelfs de aandacht van de meest verstrooide kijkers krijgt. Want hoe ver je met je gedachten of blik ook afdwaalt tijdens programma’s waar je niet echt voor bent gaan zitten, vanuit je ooghoeken houd je de televisie heel goed in de gaten. Niet alleen om de mogelijkheid open te houden dat er iets komt wat je zou kunnen interesseren, ook om zeker te weten dat het ding nog werkt.

De belangrijkste reden dat de televisie aanstaat in de huiskamer is immers het idee dat de kijker in verbinding staat met de buitenwereld. De beelden en geluiden die voortdurend binnenstromen, bevestigen iedere seconde dat je als televisiekijker deel uitmaakt van een groter geheel. De tv-monitoren die je tegenwoordig druk op de achtergrond ziet flikkeren bij nieuwsuitzendingen en actualiteitenrubrieken, weerspiegelen deze gedachte. Kijk, ook in de centrale meldkamer van Het Land staat de tv aan. Daar houden ze ook in de gaten wat er internationaal voor boodschappen worden verzonden. Als wij nou maar de hele dag de lijn met Het Land openhouden, dan staan we live in verbinding met De Wereld.
Op de recente eindexamenexpositie van de Gerrit Rietveld Academie (waarover ik vorige week ook schreef) stond in twee afzonderlijke installaties deze live-line-functie van de televisie centraal. Nou figureerden er tv’s in meerdere werken van de eindexamenstudenten, maar bij deze twee installaties werd ik onmiddellijk getroffen door de rijkdom van een relatief eenvoudig idee. Niet toevallig zijn beide werken op een vergelijkbare manier dwingend van vorm: het zijn allebei kleine ruimten, geschikt voor een toeschouwer tegelijk, die een televisie tegenover zich vindt. Bij Solidtube van Claus van Hoften valt een zware deur achter de toeschouwer dicht. Binnen nodigt een stoel uit om plaats te nemen voor de beeldbuis. Televisiebeelden zijn er echter niet te zien, behalve dan die uit je eigen herinnering. Eigenlijk kijk je naar een lamp in het toestel, die aan- en uitknippert als het licht van een stroboscoop in de disco. Dat knipperen gebeurt in een wisselend tempo: na een korte versnelling volgt een vertraging, analoog aan het aanzwellen en wegebben van een loeiende sirene en het oplichten en uitdoven van de verlichting in het hokje. Het lijkt een parodie op de hitsigheid van de hedendaagse nieuwsvoorziening - de rechtstreekse verbinding met ‘de brandhaarden in de wereld’ levert vaak niet meer op dan oplichtend wapenvuur, sirenes en zwaailichten. Van Hoften zet de nieuwsgierige tv-kijker te kijk: hij ziet zichzelf in de spiegel die in het hokje hangt, en weet niet dat hij via deze 'spiegel’ ook door de mensen buiten het hokje wordt bekeken. Tegelijk laat deze installatie de tv-kijker een moment ervaren hoe het in een oorlog kan toegaan: opgesloten in huis, afgesloten van De Wereld, maar badend in een acute doodsdreiging die alle zintuigen beheerst.
De installatie die Carlos Aguirre Morales maakte met Sasker Schreuder biedt een tegengestelde ervaring. De deur van een stalen container staat half open, uitnodigend als de deur van een kerk. Een blauw televisieschijnsel lokt de toeschouwer naar voren, waar je moet knielen op een zachte, blauwe slaapzak om door een klein kijkgaatje naar een monitor te kijken. Wat je ziet is een wonderbaarlijke verrijzenis: dezelfde blauwe slaapzak staat rechtop en heeft de menselijke contouren van een Mariabeeld. Morales laat met zijn installatie zien waar we eigenlijk op wachten met al die televisies die avond aan avond flakkeren als de kaarsjes op een huisaltaar. Niet op actuele informatie uit De Wereld maar op een rechtstreekse verbinding met God.