… en hebben ondertussen meer te doen dan terreurbestrijding

De teloorgang van de bobby

Londen is er niet veiliger op geworden. Het aantal straatroven is met een vijfde gestegen. De politie heeft andere dingen aan haar hoofd, en niet alleen terrorismebestrijding.

LONDEN – Vorige week overleed Jack Slipper, een detective van de oude stempel: koel, vertrouwend op gezond verstand en gezegend met een flink doorzettingsvermogen. Toen hij de voortvluchtige treinrover Ronnie Biggs in 1974, elf jaar na de roof, na gedegen speurwerk (en hulp van de kranten) in Rio de Janeiro trof, reikte hij niet naar zijn revolver maar naar de hand van «zijn man». «Hello, Ronnie, long time no see.» Teleurgesteld in de houding van de Braziliaanse autoriteiten – Biggs werd niet uitgeleverd – moest hij uiteindelijk naar het Verenigd Koninkrijk terugkeren, stoïcijns gezeten naast een lege vliegtuigstoel. Weer negentien jaar later zou hij Biggs nog een keer opzoeken, voor een babbeltje.

Deze ouderwetse copper, immer getooid met snorretje en in een lange regenjas, past in de speurdersgeschiedenis die loopt van Sherlock Holmes tot Inspector Morse. Deze traditie staat onder druk. De hoofdcommissaris van politie in Manchester heeft zelfs verklaard dat trouwe kijkers van Inspector Morse een verdachte hoogstwaarschijnlijk beter verhoren dan de leden van zijn eigen korps.

Deze observatie komt overeen met een rapport van de denktank Civitas waaruit begin dit jaar bleek dat de Britse politie veel minder efficiënt is dan de Amerikaanse, Franse en Duitse. Het genootschap zag in de teloorgang van Peelite-principles, genoemd naar oprichter Robert Peel van de Metropolitan Police, een mogelijke verklaring. Bij deze vorm van werken staat preventie voorop, hetgeen alleen mogelijk is wanneer politiemensen contact onderhouden met de gemeenschap. Daar komt het idee vandaan van de bobby’s (ook deze term refereert aan Peel, ditmaal naar zijn voornaam) die on the beat zijn, dat wil zeggen: zichtbaar, op straat. Zonder wapen, als eerste tussen gelijken. Om die reden zijn de jassen blauw, een kleur die dichter bij de burgerij staat dan bij het leger. «The policeman, who is in foreign cities regarded as an enemy, not only by the criminal classes but by the working classes generally, and who in times of social disturbance is made the first victim of popular hatred, is in England rather the friend of the people than otherwise», schreef The Times in 1883.

Een kleine 125 jaar later is van die vertrouwensband niet zo veel meer over. Natuurlijk lopen er nog genoeg bobby’s rond, zonder wapen en hun handen verborgen onder de dikke bodywarmers. Behulpzaam wijzen ze toeristen de weg, sturen ze fietsers van het trottoir af en bieden ze een man wiens grasmaaiers zijn gestolen psychische nazorg aan. Zij hebben een transformatie van diender naar dienstverlener ondergaan. Ondertussen worden ze rechts en links ingehaald door supercops. Voor de georganiseerde misdaad heeft de premier een geüniformeerde quango in het leven geroepen en terrorismebestrijding is in handen van speciale eenheden met cryptische namen als SO17 en RR, werkend in een schemergebied tussen Binnenlandse Zaken, Defensie en Downing Street. Deze eenheden komen in actie wanneer een bobby tijdens het helpen van toeristen in Notting Hill of het urineren tegen een boom in Tulse Hill een terrorist meent te ontwaren.

Dat loopt niet altijd goed af. «Stockwell» is geen unicum. Afgelopen tien jaar zijn er veertien burgers doodgeschoten waarbij er lang niet altijd sprake was van noodweer. Eén van die incidenten speelde zich zes jaar geleden af in het Londense Hackney, waar de 46-jarige Henry Stanley na het verlaten van de pub werd doodgeschoten omdat rechercheurs de tafelpoot in zijn tas voor een geweer aanzagen. Het was de enige zaak van de veertien met juridische consequenties. Dat wil zeggen: dit voorjaar zijn de betrokken agenten gearresteerd en, in afwachting van hun proces, op borg vrijgelaten.

Kwaadaardig geblunder van de Britse politie dateert voornamelijk uit de jaren zeventig, toen een reeks onschuldige Ieren – de Zes van Birmingham en de Vier van Guildford zijn de bekendsten – aan diverse rechtbankjury’s als IRA-terroristen werden gepresenteerd en navenante straffen kregen. In die tijd ontstond wat later in Nederland bekend is komen te staan als de Zaanse verhoormethode. Nadat het wangedrag van de politie aan het licht was gekomen, werden maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Verhoren zouden voortaan op band worden opgenomen, verhoorders moes ten rustpauzes in acht nemen en aan bewijsmateriaal werden voortaan zware eisen gesteld. De hele procedure moest op papier worden vastgelegd. Voor een arrestatie moest een agent bij wijze van spreken terug naar het bureau om een vragenlijst in te vullen. Deze traumatische ervaringen hebben er bovendien voor gezorgd dat de mensenrechtenlobby relatief veel invloed heeft, meer dan in bijvoorbeeld Frankrijk of Spanje. Het budget voor rechtsbijstand is de helft groter dan het geld dat naar het openbaar ministerie gaat. Interessant detail: de advocate van de Vier van Guildford – in de verfilming gespeeld door Emma Thompson – staat momenteel de erven-De Menezes bij.

Een andere zaak heeft een nog grotere invloed gehad op het politiekorps, met name het hoofdstedelijke, de«Met»: de racistische moord op Stephen Lawrence in Zuid- Londen. De blanke daders waren zo ongeveer bij iedereen bekend, behalve bij de Met, die, bleek na onderzoek eind jaren negentig, besmet was met «geïnstitutionaliseerd racis me». Sindsdien is de Met, die zichzelf heeft uitgeroepen tot korps van het volk, nergens zo druk mee als met het bestrijden van racisme. In de organisatie bestaat een «consultatie-, diversiteit- & outreachafdeling», een diversiteits directoraat met zes afzonderlijke diversiteitsteams die zich richten op leeftijd, sekse, religie et cetera, een diversiteitspromotor, een gelijke-kansen- & diversiteitsbestuur, een po sitieve-actieteam, een homo- en transgenderadviesgroep en een cultuur- & communicatieafdeling. De eerste maatregel van hoofdcommissaris Sir Ian Blair, aangesteld op voorspraak van zijn naamgenoot, was het introduceren van de term «visible minority ethnics». Zijn tweede daad was het veranderen van het logo. Het strijdmotto «working for a safer Londen» was namelijk in fleurige handschriftletters afgedrukt en aldus discriminerend jegens «visually impaired people», de bijziende medemens.

Om nog een extra bureaucratische uitdaging aan het politiewerk toe te voegen, is een puntenstelsel ingevoerd, bedoeld om de criteria voor interne promotie te vereenvoudigen en de criminaliteit te verminderen, of in ieder geval de criminaliteitsstatistieken een minder deprimerend aanzien te geven. Als een bobby zichzelf per ongeluk in de buitenlucht terugvond, moest hij een telraam paraat hebben. Een illegale immigrant? Twee punten. Defect achterlicht? Drie. Vernieling? Vijf. Rijden onder invloed? Tien. Dit voorjaar rees de vraag hoeveel punten de agenten hebben gekregen die in Oxford met groot machtsvertoon een balorige student arresteerden die bij de berijder van een politiepaard had geïnformeerd of het dier toevallig homseksueel was. Na een nachtje cel kreeg de student een boete van tachtig pond voor de belediging van de officier én zijn paard. Bij serieuzere zaken blijkt het korps soms minder doortastend. In het dorpje Highmoor Cross had enige tijd eerder een verwarde man een barbecuegezelschap in gijzeling gehouden. De politie rukte uit met helikopters en «armed response vehicles», bevolkt door zwaarbewapende agenten. Vanaf een veilige afstand, buiten het dorp, wachtte het gezelschap dan ook geduldig totdat de man zijn vrouw en schoonzus had omgebracht.

Niets is echter zo funest voor het imago van de politie als de innige relatie met de huidige regering. Sir Ian staat boven alles bekend als «favoriete ploeteraar» van naamgenoot Tony. Het shoot to kill-beleid bleek al geruime tijd voor de Londense bomaanslagen in het geheim te zijn afgesproken. In het stuk Save Us From the Police State sprak Andrew Gilligan in The Evening Standard over een nieuwe wetgevende laag: the House of Coppers. Waar dichters, zo parafraseert hij Shelley, de niet-erkende beleidsmakers waren ten tijde van George III, daar zijn dat nu de politiecommissarissen. Na de aanslagen in Londen is de politie alomtegenwoordig in de binnenstad van Londen (in de buitenwijken beleven de straatrovers onderwijl tropenjaren), dit tot voordeel van verdwaalde toeristen en tot lichte vertwijfeling bij de Londenaren, die hun hersenen pijnigen over de vraag: What on earth do they all do the rest of the time?

Wat de shoot to kill-praktijk op zichzelf betreft, lijkt de politie het voordeel van de twijfel te krijgen van de burger. In oorlogstijd breekt nood wet, zelfs een Engelse wet. Het probleem schuilt hem in de kwaliteit van het politiewerk. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat het niveau van de gendarme duizelingwekkende hoogten heeft bereikt. «Als ze maar niet de verkeerde hebben neergeschoten», was dan ook de eerste reactie die mijn vrouw op haar werk van haar Engelse collega’s hoorde nadat het nieuws over «Stockwell» doorsijpelde. Het hitchcockiaanse scepticisme over het politiewerk bleek terecht te zijn.

Moeilijker dan met de tragische dood van de elektricien hebben de Britten het met de nasleep. Net als bij de chaotische taferelen rond de onvindbare massavernietigings wapens en de dood van dr. David Kelly zijn de autoriteiten er ook nu niet in geslaagd om fouten zonder voorbehoud toe te geven. De pogingen om hem, zoals later bleek incorrect, af te schilderen als een illegale onderdaan die, ge kleed in winterkleren, terwijl het toch echt een zomerse vrijdagochtend was, op atletische wijze over de toegangspoortjes van de ondergrondse sprong, getuigen hiervan. Dankzij ministeries die lekken als verroeste kern centrales, verantwoordelijke bewindslieden die verstoppertje spelen en cruciaal bewijs materiaal dat, hoe kan dat nu toch weer, verloren is gegaan, kunnen de knechten van de linkse rebel George Galloway het leed van de De Menezes-familie politiek verzilveren en kunnen de Braziliaanse autoriteiten zich, niet gehinderd door enige zelfreflectie, uitleven als moraalridders. «Zo te zien heeft Sir Ian, niet alleen ‹Blairite› qua naam, de geest van de tijd tot zich genomen. Het ziet ernaar uit dat de Met’s eerste reactie tijdens een crisis het misleiden van het publiek is. (…) Als de regering weer geluk heeft bij de keuze van een onderzoeksrechter, kan er een nieuwe witwas plaatsvinden», stelde ex-politicus Michael Portillo in The Sunday Times.

Dat dit «consumentenvertrouwen» reeds sterk tanende was, bleek afgelopen jaar al uit alle pleidooien voor eigenrichting. Nadat de superzakenvrouw Nicola Horlick in South Kensington een gewapende straatrover met een combinatie van bluf, moed en sluwheid van zich af had weten te houden, heerste vreugde en bewondering, een stemming die werd versterkt toen de politie verklaarde dat de vrouw buitengewoon onverstandig had ge handeld. Vooral huiseigenaren in afgelegen gebieden pleiten al jaren voor het tot outlaw verklaren van inbrekers. Immers, het kan een half uur duren voor de politie ter plaatse is, als deze al bereid is zich naar de plek des onheils te begeven.

Een vrouw uit Ashley Heath had nog genoeg vertrouwen om de politie te bellen nadat ze een inbreker met een mes had verjaagd. De bobby’s wisten de indringer tijdens diens vlucht op een of andere manier staande te houden, waarna in gezelschap van het slachtoffer een proces-verbaal werd opgemaakt. Na afloop gaven de bobby’s de inbreker een lift. Naar zijn eigen huis.