Hoe zit het met de dreiging?

De terreur van de eenzame wolven

De laatste tijd doet al-Qaeda weer van zich spreken. Maar gaat het om goed getrainde terroristen of om lone wolves die genoeg hebben aan internet? Hoe nijvere terroristenbestrijders en bevlogen bommenleggers de mythe van al-Qaeda in stand houden.

Medium al qaeda

Begin oktober krijgt Syed Saleem Shahzad een mysterieus telefoontje. Shahzad, een Pakistaanse journalist voor de Asia Times, is een van de weinige journalisten die zich nog kunnen bewegen in de Federally Administered Tribal Area’s (Fata), de stamgebieden aan de Afghaans-Pakistaanse grens waar Pathaanse volksgenoten van de Taliban de dienst uitmaken. Shahzad beschikt over connecties met ‘de militanten’, zoals hij ze noemt. Niet alleen onder de Afghaanse en Pakistaanse Taliban, ook in kringen van al-Qaeda. Hij vermoedt dat het telefoontje uit die laatste hoek afkomstig is. De boodschap is summier: 'Kom naar Mir Ali.’
De volgende dag reist hij naar de opgegeven stad in Noord-Waziristan die wordt geteisterd door aanvallen van drones, de onbemande vliegtuigjes behangen met camera’s en raketten waarmee de Amerikanen jagen op al-Qaeda-kopstukken. Shahzad wordt er opgevangen door een groep strijders. Nog steeds weet hij niet waarom hij is gebeld. De strijders begeleiden hem op een zeven uur durende reis naar het huis van een stamleider. Daar wordt hij opgewacht door iemand die hij kent als een sleutelfiguur in de fameuze 313 Brigade, een samenwerkingsverband van Pakistaanse strijdgroepen die vechten voor aansluiting van India’s Kasjmir met zijn overwegend islamitische bevolking bij Pakistan. Hier aan de grens met Afghanistan is Kasjmir ver weg.
De sleutelfiguur vertelt Shahzad eindelijk wat de bedoeling is. 'Onze commandant is in leven. Zoals je weet heeft hij nog nooit met een journalist gesproken, maar nu iedereen overtuigd is van zijn dood heeft de al-Qaeda-sjoera (de vergadering van leiders - jb) besloten dat zijn dood ontkend moet worden door een interview in een onafhankelijke krant. De keuze van de sjoera is gevallen op jou.’
De commandant van de 313 Brigade is Ilyas Kashmiri, een beruchte guerrillastrijder die zich in Kasjmir steeds uit de neteligste situaties wist te redden. In 2005 verklaarde zijn brigade zich schatplichtig aan al-Qaeda en blijkbaar is de strijd nu verlegd naar Afghanistan. Een ontmoeting met Kashmiri is groot nieuws in de wereld van inlichtingendiensten en terrorisme-experts. Kashmiri is niet de eerste de beste. Begin dit jaar werd hij benoemd tot leider van Lashkar al-Zil, het Schaduwleger, al-Qaeda’s eenheid van geharde Arabische en nu dus ook Pakistaanse strijders.
'Je zult in deze kamer moeten blijven tot we je informeren over de volgende stap. Je kunt de drones horen. Daarom mag je het huis niet verlaten. Het gebied zit vol met Taliban, maar ook met informanten. Hun informatie over een vreemdeling in dit huis kan leiden tot een raketaanval’, zegt de sleutelfiguur.
De dag daarna wordt Shahzad in een rit van drie uur vervoerd naar een ander huis. Steeds wordt hij omringd door strijders met kalasjnikovs in kogelvrije vesten. Blijkbaar heeft al-Qaeda het hier voor het zeggen. Hij mag niet met de strijders praten en de mannen zoeken geen contact met hem. Dit is de innerlijke wereld van het beruchtste terreurgenootschap aller tijden.
De volgende ochtend wordt hij opgehaald door strijders in een witte terreinwagen. 'Laat al je elektronische apparatuur hier. Geen mobiele telefoon, geen camera, niets. Je krijgt van ons pen en papier voor het interview.’ Na een 'zeer oncomfortabele reis’ van enkele uren over modderwegen en bergpassen wordt hij opnieuw in een kamer opgesloten. Na enkele uren hoort hij het geluid van een krachtige automotor. De strijders nemen posities in. Dan komt al-Qaeda’s guerrillacommandant binnen. Shahzad herkent Ilyas Kashmiri van de weinige foto’s die in omloop zijn. Hij is lang, net als Osama bin Laden, draagt een witte shalwar kameez (wijde lokale kleding) en een crèmekleurige tulband. Zijn volle zwarte baard is grijs geworden en gekleurd met henna. Hij mist een oog en een wijsvinger als gevolg van de oorlog. Om zijn schouder bungelt een ak47 en in een van zijn handen heeft hij een houten stok. Hij wordt geflankeerd door commando’s van de 313 Brigade. Shahzad is verbaasd over de stevige hand die hij geeft ondanks zijn oorlogswond. Het interview kan beginnen.

Hoe gaat het met al-Qaeda? Hoe succesvol is de strijd tegen de terreurorganisatie? Het is een vraag die zich moeilijk laat beantwoorden, ook al besteden regeringen wereldwijd vele miljarden aan het tegengaan van aanslagen en het jagen op terroristen. Over het reilen en zeilen van de organisatie is weinig bekend. In 2006 schatten analisten nog dat enkele duizenden al-Qaeda-leden, geschoold in terreur in Bin Ladens Afghaanse trainingskampen, zich verspreid hadden over meer dan veertig landen. Tegenwoordig gaan inlichtingenexperts uit van veel lagere schattingen, die de twee- tot driehonderd actieve al-Qaeda-leden niet overstijgen. Volgens Lawrence Wright, auteur van het met de Pulitzer Prize bekroonde The Looming Tower: Al-Qaida and the Road to 9/11, heeft de strijd in Afghanistan en de Pakistaanse stammengebieden zeker tachtig procent van de leiders gedood en de organisatie vleugellam gemaakt. Het is giswerk. De ervaringen van Syed Saleem Shahzad - die eerder tijdens een van zijn tochten werd gekidnapt - tonen hoe ondoordringbaar de omgeving van al-Qaeda is.
Juist daarom grijpen media elk brokje informatie over de terreurgroep aan en lanceren het vervolgens als nieuws. Zo haalde een opmerking van David Cohen, een hoge ambtenaar van het Amerikaanse ministerie van Financiën, het wereldnieuws. In oktober hield hij een speech op een conferentie van enkele bankorganisaties. Hij sprak er over de jacht op de financiële bronnen van terreurorganisaties. Volgens hem slaagden de VS erin om de operaties van terreurnetwerken te vertragen. Al-Qaeda was volgens hem het hardst geraakt. 'We gaan ervan uit dat al-Qaeda zich in de zwakste financiële positie sinds jaren bevindt en dat als gevolg daarvan haar invloed tanende is’, zei Cohen. 'Dit succes is belangrijk. Het is een teken dat het de goede kant op gaat.’ Ontdaan van nuances raasden zijn woorden de wereld over. Succes in de strijd tegen het mondiale terrorisme! Verloren ging Cohens waarschuwing dat al-Qaeda, dat door vele sponsors wordt gesteund - van oliesjeiks en islamitische liefdadigheidsinstellingen tot criminele dekmantelorganisaties - alle kans had haar financiële positie in de toekomst weer op peil te brengen. Ook vroeg niemand wat dat nu eigenlijk kost, zo'n aanslag plannen. Veel geld blijkt er niet voor nodig. Naar schatting kostten de aanslagen van 2001 in de VS een half miljoen dollar, de aanslagen in Madrid van 2004 tienduizend dollar en die op de Londense metro in 2005 nog minder. Wat eveneens verloren ging in het nieuwsgejoel was de lage positie van Cohen (assistent van de onder-staatssecretaris van Financiën) en zijn minimale ervaring in terrorismebestrijding. Een echte doorbraak zou natuurlijk zijn gemeld door de minister zelf.
Hoeveel schade al-Qaeda heeft ondervonden van de invasie in Afghanistan, de drone-aanvallen in het Pakistaanse grensgebied en de recente offensieven in de Fata door Pakistaanse veiligheidstroepen blijft een raadsel. Veel analisten gaan ervan uit dat al-Qaeda is gereduceerd tot Osama bin Laden, zijn rechterhand Ayman al-Zawahiri en een kleine kliek getrouwen. Beiden doen nu en dan van zich spreken in audioboodschappen. Al-Zawahiri verschijnt soms ook op video, maar steeds sporadischer.
Er is zelfs een theorie dat al-Qaeda nooit een echte organisatie is geweest. In de bbc-documentaire The Power of Nightmares stelt maker Adam Curtis dat vóór de aanslagen van 2001 Bin Laden en al-Zawahiri gelijkgestemde fanatieke moslims inspireerden met hun oproep tot een mondiale jihad, maar dat zij geen terreurorganisatie vormden. De naam 'al-Qaeda’ zou vóór de aanslagen zelfs nooit door hen gebruikt zijn om een groepering mee aan te duiden. Dat al-Qaeda een hechte organisatie was, zou een verzinsel zijn van Amerikaanse aanklagers die het proces voerden tegen Osama bin Laden en vier mannen die werden beschuldigd van het opblazen van de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in 1998. Om Bin Laden bij verstek veroordeeld te krijgen, moesten zij aantonen dat hij leiding gaf aan een criminele organisatie.

Of de organisatie is gereduceerd tot inspiratiebron of dat zij nog steeds de macht heeft om grote aanslagen uit te voeren is onderwerp van dispuut. Zegslieden van inlichtingendiensten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan slaan nog geregeld alarm over hernieuwde terreurdreiging, en doorgaans valt daarbij dan de naam al-Qaeda. Daartegenover staan onderzoekers die menen dat het jihadistische terrorisme weliswaar een realiteit blijft, maar dat al-Qaeda er weinig invloed meer op heeft.
Op 25 december mislukte een aanslag door de 23-jarige Nigeriaan Umar Farouk Abdulmutallab aan boord van een Amerikaans passagiersvliegtuig dat van Amsterdam naar Detroit vloog. De man probeerde explosieven tot ontploffing te brengen die bevestigd waren in zijn onderbroek, maar werd overmeesterd door een Nederlandse passagier. Het was lang geleden dat al-Qaeda zo dreigend van zich had laten horen. Meteen kwamen de alarmistische commentaren op gang. De organisatie zou nog springlevend zijn en nu ook actief zijn in Nigeria. Al snel bleek echter dat Abdulmutallab was opgeleid in Jemen. Tijdens zijn verhoor gaf hij gedetailleerde informatie.
De mislukte kerstaanslag van Abdulmutallab toont de groeiende rol van Bin Ladens 'onderaannemers’: terreurorganisaties die zich aan al-Qaeda hebben gelieerd. Eerdere aanslagplegers, zoals de 9/11-kapers, werden getraind in Afghaanse kampen van de organisatie die rechtstreeks onder Bin Laden ressorteerden. Nu de kern van de organisatie in het nauw zit, kunnen de onderaannemers een grotere rol spelen.
Eén zo'n onderaannemer is 'al-Qaeda op het Arabisch Schiereiland’, een fusie van de Saoedische en de Jeminitische al-Qaeda-branches. Een andere bekende onderaannemer is 'al-Qaeda in Irak’ dat nog altijd bloedige aanslagen op met name sjiieten pleegt, ook al is Abu Musab al-Zarqawi, die in oktober 2004 trouw zwoer aan Bin Laden, door de Amerikanen gedood.

Tijdens hoorzittingen voor het Amerikaanse Congres schetsten overheidsfunctionarissen een inktzwart beeld van toenemende terreurdreiging. Admiraal Eric Olson, hoogste baas van het US Special Operations Command, beweerde dat 'meer dan twee dozijn met al-Qaeda verbonden groepen zich hebben gevestigd in Irak, op het Arabisch Schiereiland, in de Hoorn van Afrika, de trans-Sahara-regio, de Noord-Afrikaanse Maghreb, West-Afrika en Zuidoost-Azië. En er opereren nu verschillende groepen in en vanuit Afghanistan en Pakistan.’ Volgens Olson werd al-Qaeda 'geregenereerd’ door extremisten die hadden vastgezeten in onder meer Guantánamo Bay. Volgens een senaatsrapport dat tezelfdertijd werd gepubliceerd zouden steeds meer Amerikanen hun weg vinden naar de trainingskampen. Daaronder 36 ex-gedetineerden die in de gevangenis tot de islam bekeerd waren en afgelopen jaar in Jemen arriveerden, naar eigen zeggen om Arabisch te studeren.
De dreiging van al-Qaeda neemt toe, is de boodschap. Dat gevoel wordt versterkt als je de krant leest. Op 1 februari verklaarde al-Shabaab, de radicaal-islamitische strijdgroep die met succes vecht tegen de Somalische regering, zich schatplichtig aan al-Qaeda. Al-Shabaab (de Jeugd) blinkt uit in bloedige zelfmoordaanslagen in Mogadishu en rekruteert ook Somaliërs die in het Westen wonen voor aanslagen. De groep stuurde een door haar getrainde moordcommando af op Kurt Westergaard, de Deense tekenaar van de Mohammed-cartoon. De commando faalde overigens en werd neergeschoten.
Op 11 februari gaf Omar bin Laden, de vierde zoon onder Osama’s negentien kinderen, een interview aan de Amerikaanse tv-zender abc. Daarmee reageerde hij op een audioboodschap van zijn vader die Abdelmutallabs mislukte onderbroekbomaanslag prees. Omar bin Laden waarschuwde voor de nieuwe generatie jihadi’s, die volgens hem veel wreder zijn dan zijn vader. Omar en zijn broers groeiden op in Afghanistan en werden door hun vader getraind. Toen die hun op een dag vroeg wanneer zij zich beschikbaar zouden stellen voor 'martelaaroperaties’, een aanduiding voor zelfmoordaanslagen, trad de verwijdering in. Omar was degene die het verst van zijn vader afdreef en de enige die in Afghanistan tegen hem durfde op te staan. 'We waren geschokt. Waarom zou onze vader zoiets van ons vragen? We spraken erover en besloten dat we zoiets nooit zouden doen. Vreedzame mensen aanvallen is niet eerlijk en onacceptabel. Als je een probleem hebt met krijgsmachten of regeringen, dan moet je hén bestrijden.’

Het laatste nieuws over de groeiende al-Qaeda-dreiging werd begin deze maand verspreid door persbureau AP. 'Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb’ (aqim) zou nu nog bestaan uit enkele honderden strijders met kampen in de uitgestrekte woestijn van Mali, maar bezig zijn snel uit te breiden. Anonieme Amerikaanse overheidsfunctionarissen vertelden het persbureau dat ze vreesden dat aqim op termijn de regeringen van Marokko, Tunesië, Algerije en Libië in gevaar zou kunnen brengen.
Anonieme regeringsfunctionarissen die hun zegje doen, dat wijst vaak op een campagne, zoals aan de vooravond van de aanval op Irak. Blijkbaar proberen sommige overheidsdiensten te voorkomen dat president Obama, die de term 'war on terror’ van voorganger Bush in de ban deed, een rem zet op de extra terreurmiljarden die sinds 2001 naar het defensieapparaat en de inlichtingendiensten gaan. Inmiddels heeft Obama verklaard dat hij de oorlog tegen het terrorisme weliswaar met andere middelen wil vechten, maar dat dat niet geldt voor al-Qaeda: 'Met die al-Qaeda zijn we in oorlog. We zullen alles doen wat nodig is om ze te verslaan.’

Er wordt veel geschreven over terreurdreiging, er wordt echter maar weinig steekhoudend onderzoek naar gedaan. Forensisch psychiater Marc Sageman deed dat wel. Sageman was als voormalig cia-agent betrokken bij het bewapenen en financieren van de jihadistische moedjahedien die in de jaren tachtig met westerse hulp de sovjets in Afghanistan bestreden. Ook de strijders van Osama bin Laden, die destijds zijn eigen radicale gevechtsgroep oprichtte, profiteerden daarvan. Sageman zette de gelukte en mislukte islamitische terreuraanslagen tegen het Westen op een rij, van de eerste aanslag op het World Trade Center in New York, februari 1993 tot de arrestatie van Rany Arnaud, december 2008, die zich voorbereidde op het opblazen van het hoofdkantoor van de Direction Générale du Renseignement Interieur, de Franse fbi, in een voorstad van Parijs. Zijn onderzoek behelsde zestig jihadistische aanslagen of plannen daartoe, voorbereid door 46 terroristische netwerken. De aanslagpogingen worden steeds knulliger. Bommen gaan niet af, terroristen lopen makkelijk tegen de lamp. Volgens Sageman wordt met goed inlichtingen- en politiewerk de dreiging prima in de hand gehouden. Zijn conclusie: al-Qaeda is niet 'on the move’, zoals de aanhangers van de theorie van de toenemende terreurdreiging door al-Qaeda’s onderaannemers beweren, maar 'on the run’.
De centrale organisatie van al-Qaeda rond Bin Laden en al-Zawahiri is nauwelijks nog betrokken bij de planning. Het zijn de onderaannemers die veel werk verrichten, maar minder dan de alarmisten veronderstellen. Het is niet al-Qaeda met zijn aannemers waarover we ons volgens Sageman zorgen moeten maken, het zijn de 'lone wolves’, de eenzame wolven zoals Mohammed Bouyeri van de Hofstadgroep, maar ook Rany Arnaud. Voor hen werkt al-Qaeda als een inspiratiebron. Hun kennis halen ze van het internet, soms door online-contact met een al-Qaeda-onderaannemer. Een ontmoeting of een bezoek aan een trainingskamp komt er niet meer aan te pas. Volgens Sageman is dit een verontrustende trend. Nu mislukken de meeste eenzame-wolven-aanslagen nog, maar het is een kwestie van tijd voordat voldoende internettraining te verkrijgen is, vreest hij. Ook Marc Sageman getuigde voor de Senaat. Maar zijn opmerkingen over de overdreven betekenis die aan al-Qaeda wordt toegekend, haalden de nieuwsmedia niet.

Nadat hij zich heeft verbaasd over de ferme grip van Ilyas Kashmiri’s viervingerige hand zet Syed Saleem Shahzad zich aan het interview met de guerrillacommandant van al-Qaeda. Kashmiri vertelt over Amerika (de grote satan) en de oorlogsstrategie van de organisatie.
'Degenen die deze oorlog gepland hebben, hadden als doel ’s werelds grootste satan en zijn bondgenoten in de val te laten lopen, hen binnen te leiden in het moeras. Afghanistan is een unieke plek waar de jager kan kiezen uit de meest uiteenlopende valstrikken. Dat kunnen woestijnen zijn, rivieren, bergen, maar ook stadscentra.’ Op Shahzads vraag waarom hij nu vecht in Afghanistan terwijl zijn geliefde Kasjmir nog steeds niet is bevrijd, antwoordt de guerrillacommandant: 'Wij hebben ons gerealiseerd dat het analyseren van de situatie vanuit een beperkt regionaal politiek perspectief de verkeerde benadering was. Het vernietigen van de Amerikaanse wereldwijde hegemonie is een voorwaarde als ik mijn vaderland Kasjmir wil bevrijden.’
Dit is de theorie van de verre vijand. Voor al-Qaeda zijn de onderdrukkende seculiere regimes in het Midden-Oosten en daaromtrent het belangrijkste doelwit, tezamen met Israël. Doel is het herstellen van het duizendjarige islamitische kalifaat dat ooit heerste over delen van Azië, Europa en Afrika. Maar Bin Laden en al-Zawahiri kwamen er al snel achter dat de regimes de moslimbevolking zo effectief onderdrukken dat die niet in opstand te krijgen is. En Israël is domweg te taai en te sterk om met terreur op de knieën te krijgen. Dus was een ander oorlogsdoel nodig waarvoor de mensen wél warm liepen: de Verenigde Staten en hun westerse 'kruisvaarders’ - open samenlevingen die hard te treffen zijn. Bovendien zou met het wegvallen van de Amerikaanse steun aan Israël, Egypte en andere landen in het Midden-Oosten de oorlog tegen de regimes die de wedergeboorte van het kalifaat in de weg stonden wél met succes gevoerd kunnen worden.
'Hij denkt dat Amerika zwakker is dan Israël’, zei Omar bin Laden over zijn vader tegen abc, 'Amerika met zijn enorme steden kan makkelijker worden aangevallen. Hij ziet Amerika als de dominante macht, maar hij ziet ook Amerika’s zwakheden.’ Om Amerika ertoe te brengen de regimes in het Midden-Oosten en Israël te laten vallen hoeft het land niet op de knieën gebracht te worden, redeneert Bin Laden. Het is genoeg om de Amerikanen thuis en aan verre fronten langdurig te laten bloeden, waarna de bevolking een einde wil aan de bemoeienis met de regio.
Hij wordt daarbij op zijn wenken bediend door opeenvolgende Amerikaanse regeringen. Niet alleen door Bush - over wiens herverkiezing zijn vader als een kind zo blij was, vertelde Omar bin Laden - maar ook door Obama. In de speech waarin hij de nieuwe strategie aankondigde formuleerde hij het doel van de oorlog als 'het verstoren, ontmantelen en verslaan van al-Qaeda in Afghanistan en Pakistan’. De Amerikanen bloedden in Irak, waar ze meer dan vierduizend militairen en ruim zevenhonderd miljard dollar verloren. En ze bloeden steeds heviger in Afghanistan. President Obama is bezig de troepensterkte flink op te voeren en veel meer hulpgeld naar Afghanistan te sluizen. Nu al kostte de oorlog er driehonderd miljard dollar.

De kern van al-Qaeda bevindt zich nog wel in Afghanistan en Pakistan, maar vormt geen grote bedreiging meer. Bovendien is het de vraag of het opvoeren van de strijd daar het Amerikaanse doel zal dienen, aldus Jessica Stern, een van voornaamste terrorismedeskundigen van de Verenigde Staten, tegenover De Groene Amsterdammer. 'Gevonden al-Qaeda-handleidingen maken duidelijk dat de groep altijd de bedoeling heeft gehad Amerika te verleiden een moslimland aan te vallen, met als expliciet doel het militair laten verbloeden van Amerika en het Westen en al-Qaeda in staat te stellen zich op te werpen als beschermer van alle moslims. Het eerste doel - het openen van een front dat te uitgestrekt is voor het Westen - is waarschijnlijk niet realistisch, maar het tweede doel - zichzelf presenteren als beschermer van de islam - werd enige tijd gediend. Maar omdat al-Qaeda en haar bondgenoten met hun aanslagen zoveel moslims hebben gedood, is haar imago onder moslims ernstig geschaad. Dat is een strategische blunder van al-Qaeda geweest, vooral in Irak. Een aantal geestelijk leiders die al-Qaeda steunden, onder wie Sayyid Imam al Sharif, de geestelijk vader van de beweging, heeft zich openlijk tegen al-Qaeda gekeerd. Opiniepeilingen geven nu aan dat onder gewone moslims de steun voor al-Qaeda aan het verdwijnen is.’
Het probleem van de westerse inmenging in de oorlog in Afghanistan en de aanvallen met Predator-drones in Pakistan is dat ze geen blijvende oplossing bieden. 'Dit grijpt op een ingewikkelde manier in elkaar’, meent Jessica Stern. 'Neem de Predator-aanvallen. Die hebben de kracht van al-Qaeda aangetast maar hadden ook een sterke negatieve invloed op het imago van de VS in Pakistan. Volgens een onderzoek van het Program on International Policy Attitudes van de universiteit van Maryland is het anti-Amerikaanse sentiment in Pakistan nog steeds hoog, met liefst tachtig procent van de bevolking die tegen de Predator-aanvallen is.’
Hoewel militaire actie al-Qaeda dus schaadt, houdt het tegelijkertijd een voedingsbodem in stand voor antiwesterse terreurgroepen. Elk onschuldig slachtoffer van Amerikaanse militairen kan een autonoom homegrown terroristennetwerk zonder enige band met al-Qaeda aanzetten tot gruweldaden.
Eind januari verscheen een opmerkelijk artikel in The Washington Post over illegale leveringen van botox aan schoonheidsklinieken. Met het peperdure antirimpelmiddel is goud geld te verdienen. Je kunt er bovendien aardig wat terreur mee zaaien: het belangrijkste bestanddeel van botox is sterk verdund botulinum toxin, een gif dat in kleine concentraties al dodelijk is. In het artikel wordt de combinatie van inkomstenbron en massavernietigingswapen uitgespit - het vermoeden is dat terroristen hebben ontdekt hoe je botulinum toxin vervaardigt en dat as we speak ergens op de aardkloot een aftands fabriekje ruw gif staat te spuwen.
'We weten dat al-Qaeda het erover heeft gehad om de voedselvoorziening van de VS aan te pakken’, zegt een anonieme overheidsfunctionaris in The Washington Post. 'We hebben nieuwe redenen om bezorgd te zijn over hun volgende aanval.’
Daar is het duveltje weer uit het doosje. Al-Qaeda, de magische term. De inspirerende kracht van de mythische organisatie wordt voortdurend verward met de feitelijk weggevaagde controle van de organisatie over aanslagen. Ook al zijn ze machteloos, zolang de angst voor Bin Laden en al-Zawahiri levend blijft, blijft het Westen geld verspillen aan het kostbare 'verstoren, ontmantelen en verslaan’ van een geestverschijning.
Pas op, zegt Jessica Stern, voor het argument dat we de terroristen in Afghanistan moeten bevechten als we niet thuis slag met ze willen leveren. 'Dat argument is steeds gebruikt, zowel bij Irak als Afghanistan, maar het klopt niet. De oorlog in Irak heeft geleid tot de vorming van nieuwe aan al-Qaeda gelieerde terreurgroepen en heeft autonome terroristen geïnspireerd, niet alleen in Irak, maar over de hele wereld.’


Foto: JB Russel / Sygma / Corbis

Bijschrift: Quetta, Pakistan