De Libanese Strijdkrachten willen af van Syrische invloed

De terugkeer van de christenen

De meest opvallende groepering binnen de oppositie in Liba non is de LS, de Libanese Strijdkrachten. Deze «Israëlische agenten» willen een Libanon naar het voorbeeld van Zwitserland, geheel verschoond van Syrische invloeden.

BEIROET – Het Libanese vrijheidsbeeld staat sinds kort weer op zijn oude stek, op het Plein der Martelaren in het hart van Beiroet. Het tijdens de burgeroorlog met kogels doorzeefde beeld werd, voorzover mogelijk, gerestaureerd, maar prijkte vervolgens bijna tien jaar op het parkeerterrein van de Saint Esprit Universiteit in Kaslik, een christelijk kuststadje ten noorden van Beiroet waar in de nacht van 22 maart twee mensen om het leven kwamen door een autobom. De laatste tijd ontploften vier van dergelijke bommen en velen verwachten dat er meer zullen volgen.

Het vrijheidsbeeld bestaat uit een groep van vier bronzen beelden die alle nog de littekens van de oorlog dragen. Voornaamste personage is een vrouw die trots à la New York de vlam der vrijheid hoog houdt. Haar gedrapeerde ge waad speelt in de wind en geeft haar iets Grieks. Jarenlang wist Syrië de terugkeer van het beeld naar Beiroet te voorkomen, maar vorig jaar was het ineens daar. Zoals er nooit redenen werden gegeven voor zijn verbanning naar Kaslik, zo volgde nooit een reden voor zijn geruisloze terugkeer. Inmiddels zullen de de facto-machthebbers van Libanon in Damascus zichzelf vervloeken omdat ze het ooit hebben toegestaan. Immers, sinds de moord op Libanons voormalige minister-president Rafic Hariri hebben zich ongeveer tweehonderd demonstranten in tenten rond het beeld verschanst, en ze hebben gezworen daar te blijven totdat Syrië het land verlaat.

De reeks recente bomaanslagen heeft hun vastberadenheid voorlopig niet aangetast. «Together we stand, divided we fall», is de leuze in het tentenkamp der vrijheid, dat de allure heeft van een kampeerterrein bij een popconcert. Algemeen wordt aangenomen dat Syrië achter de aanslagen zit, enerzijds om het christelijke hart van de oppositie angst aan te jagen en zo de oppositie te breken, anderzijds om te tonen dat Libanon nog altijd niet op eigen benen kan staan. De demonstranten vertegenwoordigen een doorsnede van de Libanese oppositie, die recentelijk een miljoen mensen de straat op kreeg. Behalve Walid Jumblatts jonge socialisten, meestal Druzen, zijn er de soennitische aanhangers van Hariri, de Free Patriotic Movement van ex-generaal Michel Aoun en, meest opvallend, de Libanese Strijdkrachten (LS), met hun typische schuin afgesneden kruizen en witte vlaggen.

De LS werden na het uitbreken van de Libanese burgeroorlog opgericht door Bashir Gemayel, de in 1982 vermoorde ex-president. Hij bracht vier milities onder één noemer om Libanons christelijke gemeenschap beter te beschermen. De LS groeiden uit tot een van Libanons beruchtste milities. Veel van hun leden vertoonden ronduit fascistische trekjes en waren verantwoordelijk voor tal van bloedbaden. Tijdens de oorlog streefden de LS naar een afgescheiden christelijke staat. Na de oorlog werd de militie omgevormd tot politieke partij met op papier als doel: «Een soeverein, vrij en veilig Libanon voor alle burgers in gelijke mate».

Elie en Elie zijn beiden lid van de LS. De één is een jaar of 25, met een Che Guevara-look en een LS-kruis op de borst. De ander is rond de veertig. Hij woont in de Verenigde Staten, maar nam een maand vakantie om de «cederrevolutie» te kunnen meemaken. «De LS waren verreweg de sterkste militie tijdens de oorlog», zegt hij met een vet Amerikaans accent, terwijl de jonge Elie bewonderend toekijkt. «We hadden dertigduizend man en konden iedereen aan.» Hij diende als commando en ging in 1982 verschillende malen op trainingskamp in Israël, tijdens de burgeroorlog de belangrijkste steun en toeverlaat van de LS. Op de vraag of hij in 1982 ook deelnam aan het door de LS en Israël georkestreerde bloedbad in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila glimlacht hij slechts.

Soms mist hij de oorlog: «Er was meer geld toen. Ik kreeg vijftienhonderd dollar in de maand en er was altijd de kans om wat bij te verdienen.» Zoals zoveel oud-strijders en -activisten verliet hij Libanon na de oorlog. Hij werkt momenteel in een fabriek in Michigan.

De jonge Elie week tijdens de oorlog uit naar Cyprus. Hij vertelt wat er volgens hem vandaag de dag op de LS-agenda staat. «Wij willen allereerst de waarheid omtrent Hariri’s dood», zegt hij. «Verder moet Syrië zich terugtrekken, president Lahoud moet aftreden en alle veiligheidsdiensten en geheime diensten moeten worden ontmanteld. Na de verkiezingen willen wij een Libanon onder één president, maar zoals Zwitserland verdeeld over verschillende kantons, zodat wij kunnen leven volgens eigen tradities. Indien dat niet gaat, moeten we alleen verder. En ten slotte willen we Samir Geagea op vrije voeten.»

Samir Geagea nam na de moord op Gemayel in 1982 de leiding van de LS op zich en regeerde met ferme hand. Hij staat alom bekend als «dokter Geagea», hoewel hij zijn studie medicijnen nooit afmaakte. In 1994 werd hij als enige van alle Libanese krijgsheren tot levenslang veroordeeld. Sindsdien slijt hij zijn dagen in eenzame opsluiting drie verdiepingen onder het ministerie van Defensie. Naar verluidt schreef hij in de gevangenis een proefschrift over het christendom. De manier waarop Geagea werd veroordeeld spreekt boek delen over de macht van de Syrische geheime dienst en laat zien hoezeer de Libanese uitvoerende en juridische macht in dienst staan van Damascus. Geagea tekende in 1989 het Taif Akkoord, dat officieel een einde maakte aan de burgeroorlog, vertrouwend op westerse steun en Syrische goede wil. Al snel realiseerde Geagea zich dat hij zich had vergist en hij groeide uit tot de lastigste opponent van de nieuwe status-quo. Vervolgens ontplofte op 27 februari 1994 een bom in een kerk in Jounieh, gelegen tussen Beiroet en Kaslik, waarbij negen mensen om het leven kwamen en tientallen gewonden vielen. De Libanese regering had geen enkele twijfel over de daders en arresteerde binnen een paar dagen tal van «Israëlische agenten», oftewel LS-leden. Gedwongen bekentenissen volgden en een maand later hief het kabinet Geagea’s immuniteit op. Dat kon wettelijk slechts indien er naoorlogse misdaden in het spel waren.

Het was duidelijk wat Geagea te wachten stond, maar nadat hij eerder twee ministersposten had geweigerd, weigerde hij nu een aanbod het land te verlaten. Op 21 april werd hij ge arresteerd voor de aanslag op de kerk. Wegens gebrek aan bewijs werd hij niet veroordeeld voor de nooit opgehelderde aanslag, maar voor oorlogsmisdaden waarvoor hij eerder, zoals alle Libanezen, amnestie had gekregen. Na Geagea’s veroordeling vluchtten honderden LS-aanhangers naar het buitenland. Zij die bleven stonden bloot aan systematische intimidatie, werden gearresteerd of verdwenen. Zo werd in 2001 Geagea’s politiek adviseur Toufic Hindi tot drie jaar veroordeeld wegens «het onderhouden van contacten met Israël». In 2002 werd het tv-station MTV van de ene op de andere dag gesloten na enkele kritische talk shows. Geschat wordt dat sinds het einde van de burgeroorlog ongeveer duizend aanhangers van Geagea, en ook Aoun, zonder enige vorm van proces in Syrische gevangenissen zijn opgesloten.

LS-activist Ramzi Irani was minder gelukkig. «Ramzi werd op 7 mei 2002 ontvoerd», zegt zijn 36-jarige vrouw Jocelyn. «Het was de verjaardag van ons dochtertje. Twee weken later werd hij gevonden. Hij was toen al enige dagen dood.» Ze drinkt haar koffie op het Sassine Plein in Oost-Beiroet tegenover een enorme afbeelding van Bashir Gemayel. Ze wordt vergezeld door een vriend, genaamd Maroun.

Ramzi werkte als ingenieur voor een Franse oliemaatschappij en was binnen de LS verantwoordelijk voor het coördineren van studen ten activiteiten. Hij maakte slechts deel uit van het middenkader, maar was zeer actief en populair onder de jeugd. «Wij waren gewend aan ondervragingen en intimidatie», zegt Jocelyn, «maar in de maand voorafgaande aan zijn dood werd het erger. Elke week kwam er een agent in burger naar de conciërge en stelde allerlei vragen, niet alleen over Ramzi maar ook over mij en de kinderen. Ik denk dat ze hem als voorbeeld wilden stellen.»

Ramzi had besloten een maandelijkse sit-in te organiseren ter vrijlating van Geagea. De eerste vond plaats op 21 maart voor de kathedraal van Harissa en trok vijfduizend mensen. De tweede zou georganiseerd worden in de stad Zahle in de Bekaa Vallei, maar de mensen daar verklaarden hem voor gek. Ramzi werd uiteindelijk teruggevonden op 21 mei in de kofferbak van zijn eigen auto. Hij was gemarteld. Volgens Jocelyns vriend Maroun waren Ramzi’s verdwijning en dood georkestreerd om de bevolking maximale angst aan te jagen. «In eerste instantie was er massale media- aandacht, zodat iedereen wist wat er speelde», zei hij, «maar zodra zijn lichaam gevonden was, bleef het doodstil. Niemand waagde nog te vragen naar de resultaten van het politieonderzoek. Het toont de macht en werkwijze van Syrië’s veiligheidsdiensten die de Libanese staat tot op het hoogste niveau naar hun hand hebben gezet. Vandaar dat wij niet alleen roepen om het vertrek van het Syrische leger. Ook Lahoud en de hoofden van alle Libanese veiligheidsdiensten moeten weg.»

Maroun heeft geen angst, zegt hij. «Elke vrijheid heeft haar prijs en wij zijn na vijftien jaar onderdrukking meer dan bereid die te betalen.»