Wat laten we achter in Uruzgan? (2)

De terugkeer van de gun men

Het gaat er niet om wie leading nation wordt in Uruzgan, maar om welke stam het straks voor het zeggen krijgt. De strijd is losgebarsten door een miljoenenproject en de Nederlanders zijn er niet meer om de boel te sussen.

Medium 1 intrigranten

TARIN KOWT - ‘Welkom vrienden’, zegt Juma Gul Hemat, de politiecommandant van Uruzgan, met een brede grijns op zijn stoppelige gelaat. Hij steekt zijn dikke harige hand uit ter begroeting en maant ons te nemen van de glazen met fruit en de blikjes frisdrank die overvloedig staan uitgestald. De laatste keer dat we hier waren, vijftien maanden geleden, was het hoofdbureau van politie nog een aftandse bende. De binnenplaats lag vol autowrakken en het hoofdgebouw was een tochtige bouwval. Nu zijn de wrakken verdwenen en is het hoofdgebouw grondig opgeknapt.
De Taliban kunnen we aan, zegt Juma Gul. Het grootste probleem voor de veiligheid vormt momenteel de aanleg van de weg van Tarin Kowt naar Chora. 'Mijn agenten komen er niet vaak. De bevolking wilde de veiligheid zelf verzorgen zodat ze wat kon verdienen. Maar er is veel concurrentie tussen de verschillende stammen, ook al zijn ze allemaal officieel in dienst van dat bedrijf. Dat is een groot probleem. Je hebt het gezien, ze blazen elkaar zelfs op met bermbommen.’
Vorige week berichtte De Groene Amsterdammer over de asfaltering van de weg tussen het provinciehoofdstadje Tarin Kowt en het belangrijke district Chora, waar verscheidene handelswegen samenkomen. Het project dat twintig tot 25 miljoen euro gaat kosten, moet het pronkstuk worden van de Nederlandse Uruzgan-missie die eindigt op 1 augustus. Maar de weg voert door gebieden die na vier jaar Nederlandse aanwezigheid nog steeds niet onder controle van de regering zijn. De stammenleiders uit het gebied, van wie verscheidene de Taliban steunen, stemden vorig jaar in met de aanleg van de weg, maar wilden de beveiliging niet in handen geven van het Afghaanse leger en de politie.
Ook de krijgsheer Matiullah Khan, die meer strijders op de been kan brengen dan er politieagenten zijn in Uruzgan, kwam daarvoor niet in aanmerking, aangezien zijn militie in verband wordt gebracht met mensenrechtenschendingen. De Duitse organisatie gtz die met Nederlands ontwikkelingsgeld projecten uitvoert, waaronder de weg naar Chora, wilde in 2008 samenwerken met Matiullah maar werd teruggefloten. Daardoor bleef geen andere mogelijkheid over dan de veiligheid in handen te geven van lokale milities, met alle risico’s van dien. gtz organiseerde een bijeenkomst van zestig stamoudsten. Die vaardigden een comité van veertien leden af, van wie twee inmiddels de dagelijkse leiding over de veiligheidsoperatie op zich hebben genomen. Het zijn Mohammed Daud Khan, de 23-jarige zoon van de per ongeluk door Australische special forces doodgeschoten invloedrijke Barakzai-leider Rosi Khan, en Mohammed Nabi Khan, een belangrijke stamleider van de Tokhi. 'Khan’ betekent 'heerser’ en is geen familienaam maar een titel.
'Mohammed Nabi Khan en ik zijn zó met elkaar’, zegt Mohammed Daud. Hij haakt zijn wijsvingers in elkaar. 'Als broeders.’ Maar het is een monsterverbond dat makkelijk uiteen kan vallen, bijvoorbeeld als de opbrengsten van de weg tegenvallen. Mohammed Dauds machtsbasis ligt in de Choravallei. Met zijn vinger tekent hij in het zand waar zijn Barakzai wonen en waar de Tokhi van zijn 'broeder’ Mohammed Nabi. Slechts de rivier scheidt hun territoria. In juni 2007 schaarde Mohammed Dauds vader Rosi Khan zich met zijn Barakzai-militie aan de kant van Isaf om te vechten tegen de Taliban die een verrassingsaanval hadden ingezet. Daud wijst waar het speerpunt van de aanval vandaan kwam: uit het Tokhi-gebied. 'Taliban’, zegt hij en haalt zijn schouders op. Dat was toen hun keuze, lijkt hij te zeggen. Nu kiezen ze anders, zo gaat dat hier.
'We hebben een contract tot het einde van het jaar’, zegt de woordvoerster van gtz. 'Daarna weten we niet wat er gaat gebeuren.’ Voor het voltooien van de weg is meer tijd nodig. Wat de strijders zullen doen als ze niet meer betaald krijgen voor het bewaken van de weg durft niemand te voorspellen.

De verwikkelingen rond de weg van Tarin Kowt naar Chora doen denken aan de praktijken van maffiaclans. Monsterverbonden, afrekeningen, strijd om leiderschap binnen en buiten de stammen en een gewelddadige dans rond 'de koek’. Die wordt niet alleen gevormd door papavervelden, opiumvoorraden en smokkelroutes, maar ook door de projecten die worden gefinancierd met geld uit Kaboel en Den Haag, Canberra en Washington. Spin in het web is ex-gouverneur Jan Mohammed Khan (jmk) die in 2006 op last van de Nederlanders het veld moest ruimen omdat hij met zijn wrede beleid hele stammen in de armen van de Taliban dreef. jmk is wegens zijn connecties en familiebanden nog altijd de machtigste man van Uruzgan.
Volgens Mohammed Daud kan in Uruzgan geen enkel groot infrastructureel project worden uitgevoerd zonder dat de aannemer smeergeld betaalt aan jmk. Daud Khan zelf is ondanks zijn 23 jaar ook geen lieverdje. Volgens de onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie aihrc misbruikt hij zijn functie als districtschef van Chora om zijn kas te spekken.
De provinciale politiebaas Juma Gul is een van Jan Mohammed Khans belangrijkste stromannen. In oktober 2007 waren de Nederlanders nog blij met de aanstelling van Juma Gul als politiecommandant. Zijn kandidatuur werd gezien als een lot uit de loterij en doorbrak een maandenlange impasse omdat geen kandidaat gevonden kon worden die voldeed aan de integriteitseisen. Inmiddels heeft zijn corruptie legendarische vormen aangenomen. Hij leidt ons rond in de gastenvleugel van zijn politiehoofdkwartier. De gangen en kamers zijn bekleed met kostbare tapijten en voorzien van koelkasten en tv-toestellen. De hele operatie heeft 62.000 dollar gekost, vertelt hij. 'En het ministerie betaalt er niet aan mee.’
Een inlichtingenbron op Kamp Holland legt uit hoe Juma Gul de verbouwing, zijn vijf vrouwen en zijn verschillende huizen bekostigt: hij steelt niet van de man in de straat, maar van zijn agenten. En die pikken het omdat ze nergens anders een baan zullen vinden. Hij betaalt ze maandelijks zo'n dertig dollar te weinig, wat hem minstens tachtigduizend dollar oplevert. Bovendien pikt hij het nabestaandenpensioen in als een van zijn mannen sneuvelt. Vorig jaar werden 55 agenten gedood.

Deh Rawod ligt op twee uur rijden van Tarin Kowt. Het gedeelte van de bazaar rond het politiebureau is afgezet met betonblokken en prikkeldraad. Tussen juli 2007 en januari 2010 vonden hier maar liefst vier geslaagde zelfmoordacties plaats en werd één zelfmoordterrorist opgepakt. In de muren bij de poort zijn nog de sporen te zien van een explosie. De helft van deze aanslagen was niet het werk van de Taliban, maar van strijdende facties binnen de Nurzai-stam, uiteengespeeld door oud-gouverneur Jan Mohammed Khan. In september 2007 kregen de Taliban grote delen van het district in handen door een van de Nurzai-facties in hun kamp te trekken.
Politiecommandant Omar Khan, een ijzervreter die met zijn mannen jarenlang vocht aan de zijde van Amerikaanse commando’s, werd eind 2008 benoemd op aandrang van de Amerikanen. De Nederlanders hadden bedenkingen. De talrijke Babozai en Hotak in Deh Rawod (de stam van Taliban-leider moellah Omar) hoefden niet op zijn clementie te rekenen.
We worden ontvangen door zijn plaatsvervanger Amanullah. 'Het is voor ons geen probleem als de Nederlanders vertrekken’, zegt hij. 'Ze helpen ons met trainingen, maar eigenlijk hebben we die niet nodig. We hebben genoeg ervaring opgedaan bij de Amerikanen.’ In de kleine kamer liggen tassen vol wapens. Aan de muur hangt een kalasjnikov, in de hoek staat een antitankwapen. Op de grond liggen twee pads voor op een uniformmouw. 'Airborne’ staat op de ene, 'special forces’ op de andere.
Het is er niet veiliger op geworden in Deh Rawod. De nabijgelegen medische kliniek, mede gefinancierd door Healthnet tpo, krijgt nog steeds regelmatig slachtoffers binnen met schot- en explosiewonden, vertelt de jonge dokter Zadiq Zameer (28). De spanning is te snijden. Elk moment kan er weer een zelfmoordaanslag plaatsvinden. 'De Taliban zijn overal’, zegt hij bijna fluisterend. 'Mijn familie heeft me gesmeekt om terug te komen naar Kaboel.’
'Omar Khan is een van de gun men die het leven in Uruzgan zwaar maken’, zegt hadji Abdul Ahad Bahawi, hoofd van de afdeling monitoring en onderzoek van de onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie aihrc. 'Hij laat tegenstanders uit de weg ruimen en geeft dan de Taliban de schuld.’ Ook politiecommandant Juma Gul is een gun man. 'Hij werkt voor Jan Mohammed Khan en laat mensen in elkaar slaan en arresteren als ze te kritisch worden.’ En hoe staat het met Jan Mohammed Khan? 'We mogen hem wel’, zegt de mensenrechtenonderzoeker, 'we zouden er geen bezwaar tegen hebben als hij weer gouverneur zou worden.’ Over jmk’s neefje Matiullah is hij ronduit enthousiast: 'Zijn strijders zijn eerlijk, ze stelen niet. De mensen zijn heel positief over hem. We krijgen nooit klachten. Als hij er niet was zouden de Taliban nu op de bazaar staan.’
Matiullah woont op een paar honderd meter afstand van Kamp Holland. Binnen de muren van zijn compound is een luxe villa in aanbouw. In de ontvangstkamer hangt een grote foto waarop hij poseert met een groep Amerikaanse commando’s. 'Ik weet niet waarom de Nederlanders niet met mij samenwerken. De Amerikanen en de Australiërs vertrouwen me. Als we op een missie gaan stellen ze geen vragen, maar volgen ze me. Ik vertel hun wat te doen en dat doen ze dan’, zegt hij.
Het zijn deze missies, die vaak ’s nachts worden uitgevoerd, die de Nederlanders al lang geleden uit het repertoire geschrapt hebben omdat ze veel kwaad bloed zetten bij de bevolking. En wie de bevolking tegen zich heeft kan de oorlog in Afghanistan onmogelijk winnen. Niet zelden worden de verkeerde compounds omsingeld en de verkeerde mensen doodgeschoten. Australische special forces hebben in Uruzgan bij verschillende gelegenheden kinderen gedood in hun jacht op Taliban-kopstukken. Eén keer zelfs vijf tegelijk, onder wie een baby.
jmk mag dan achter de schermen aan de touwtjes trekken, Matiullah Khans macht is gewoon voor iedereen zichtbaar. Zijn militie is groter dan het aantal internationale gevechtstroepen in de provincie en hij verdient goud geld met het beveiligen van twee konvooien per maand over de gevaarlijke weg van Tarin Kowt naar Kandahar. Ook voorraden en brandstof voor de Nederlandse, Australische en Amerikaanse troepen in de provincie worden zo vervoerd. Per vrachtwagen wordt ongeveer zeventienhonderd dollar betaald. Nederlandse militairen handelen niet rechtstreeks met Matiullah, maar doen dat via een sub contractor, zegt gouverneur Assadullah Hamdam. 'Jullie zeggen wel dat je niets met Matiullah te maken wilt hebben, maar intussen houden jullie hem wel in het zadel door deel te nemen aan zijn konvooien.’
Matiullah beheerst de belangrijke wegen naar Kandahar en Deh Rawod en beveiligt nu ook de aanleg door de Amerikanen van een weg van Chora naar Gizab. Zijn ster is rijzende. Binnenkort zullen zijn mannen Highway One, de route van Kaboel naar Kandahar, gaan beveiligen. 'Iedereen wil geld verdienen aan de weg naar Chora. Laat Daud Khan en Mohammed Nabi zich maar bezighouden met die kruimel, dan doe ik het grote werk’, zegt hij smalend.

Overal helikopters, overal militairen, speciale bewakers en politieagenten. De president is in Tarin Kowt. In de Centrale Moskee spreekt hij de bevolking toe en in de gouverneurscompound wordt hij toegejuicht door overheidspersoneel, werknemers van ngo’s en elke Uruzgani die er ook maar een beetje toe doet.
Maar waar is gouverneur Assadullah Hamdam? Hij staat niet met de president op het podium, noch is hij te vinden in het publiek. De gouverneur zit zich te verbijten in zijn huis in Kaboel. Hij is ontslagen. Veel zegt Karzai er niet over. Hij belooft snel een nieuwe gouverneur te benoemen, 'een eerlijk en capabel persoon, afkomstig uit jullie eigen provincie’. De laatste Uruzgaanse gouverneur was Jan Mohammed Khan.
Ook Hamdam werd slachtoffer van de weg. Zabihullah Mobarez, regionaal manager van bouwbedrijf ubcc, vertelt ons dat hij erbij was toen de gouverneur om steekpenningen vroeg. Een half miljoen dollar om de veiligheid rond de weg te mogen regelen met hulp van de stammen. 'We hebben president Karzai laten weten wat er gaande was. Iedereen wist dat dit speelde, ook gtz.’ Met de Nederlanders op het punt van vertrekken en de gouverneurspost vacant, staat nu niets de terugkeer in de weg van Jan Mohammed Khan, of een van zijn protégés. De namen van Matiullah Khan en Juma Gul Hemat circuleren.
Het ontslag van Hamdam maakt de stammen die eerder door jmk werden onderdrukt nerveus. Wat staat er te gebeuren nu de Nederlanders in augustus vertrekken? Welk land neemt het over, wie wordt de nieuwe gouverneur? Zal het Nederlandse liever-praten-dan-vechten-adagium worden behouden of spannen de Popolzai - een machtige stam in de regio - de nieuwe militaire machthebbers voor hun karretje en ontstaat opnieuw een stammenoorlog, vermomd als terroristenjacht?
In de compound van Mohammed Daud Khan, in Sarshakhli, ten noorden van Tarin Kot waar de Barakzai heersen, komen zo'n tweehonderd ongeruste stamoudsten samen. Het is een bijbels tafereel. Tientallen oude, wijze mannen met imposante tulbanden en hagelwitte baarden bespreken op murmeltoon de situatie. In een aparte kamer wordt gewerkt aan een gezamenlijke verklaring waarin de Nederlanders wordt gevraagd langer te blijven.
Australië en de Verenigde Staten krijgen er stevig van langs. De ene na de andere stamleider die het woord neemt roemt de geduldige Nederlandse manier van optreden en hekelt het geweld van de Australiërs en de Amerikanen. Dan staat de Australische vertegenwoordiger op. 'Ik spreek ook namens mijn Amerikaanse broeder’, zegt hij. 'We hebben in het verleden te vaak gehandeld zonder kennis van de situatie. Er waren tijden dat we in duisternis verkeerden. Ik weet wat er met Rosi Khan is gebeurd en dat het onze fout was. We zullen daar eeuwig spijt van hebben. We hebben van de Nederlanders geleerd dat het heel belangrijk is dat er vrede is tussen de stammen, omdat de Taliban dan geen kans hebben. We roepen jullie op om samen te werken.’
'Met Matiullah kan dat niet’, zegt een broer van Tokhi-leider Mohammed Nabi Khan. 'We zijn niet vergeten dat hij de lichamen van onze gedode zonen na elke operatie uitstalde bij de rotonde.’
Kom bij Jan Mohammed Khan niet aan met het verhaal dat de stammen vrede willen en dat de steun voor de Taliban is afgenomen. 'Tokhi en Hotak geen Taliban meer? Dat is een leugen.’ Hij toont een identiteitsbewijs van het Internationale Rode Kruis dat hij kreeg na jaren eenzame opsluiting in de Taliban-gevangenis. 'Ik draag het altijd bij me.’
jmk dankt zijn macht vooral aan zijn innige vriendschap met president Karzai. Zij zijn niet alleen stamgenoten en familievrienden, Jan Mohammed redde Karzai bovendien het leven waardoor deze voor altijd bij hem in het krijt staat. Hij vertelt tamelijk onderkoeld hoe hij vier Barakzai die zijn auto onder vuur namen met Karzai daarin, doodschoot. Zijn chauffeur kreeg twee kogels in het hoofd. Zelfs als Karzai zeker zou weten dat jmk de provincie in het verderf zou storten, dan nóg zou hij hem steunen, meent de broer van Mohammed Nabi Khan. Tijdens een audiëntie bij de president vroeg hij eens: 'Meneer de president, waar gaat het u om, om de hele provincie of om één man.’ 'Om één man’, had Karzai geantwoord.
En zo toont de aanleg van een weg die het schitterende sluitstuk had moeten worden van de Nederlandse inspanningen in Uruzgan juist de betrekkelijkheid van het gematigde 'Hollandse tijdperk’ in de provincie. De corruptie en de maffiapraktijken rond het miljoenenproject en de stammenstrijd die erdoor is opgelaaid, hebben de rust ondermijnd. En straks zijn de Nederlanders er niet meer om de boel te sussen.
Veel zal afhangen van de nieuwe gouverneur. Zal hij handelen in dienst van zichzelf of in het belang van de provincie? Als tussenpaus is Khudai Rahim Popal benoemd, een oom van jmk.
En Jan Mohammed zelf, is hij beschikbaar? 'Het is duidelijk dat Uruzgan een sterke leider nodig heeft’, zegt hij peinzend. 'Ik heb macht, dat valt niet te ontkennen. Als God het wil, word ik weer gouverneur.’ En hij lacht zijn bulderende lach.