De groeiende dakloosheid in Amerika

De terugkeer van de Hoovervilles

Tijdens de Grote Depressie waren de tentenkampen van verpauperde Amerikanen het symbool bij uitstek van de crisis. ‘Hoovervilles’ werden ze genoemd, naar de president wiens beleid de sociale misère nog erger had gemaakt. Ze zijn er weer.

‘HET IS onaanvaardbaar dat er kinderen en families dakloos worden in een land dat zo rijk is als het onze’, zei president Obama op een persconferentie enkele weken geleden. Sindsdien hebben in Amerika weer vele duizenden gezinnen hun huis verloren. Elke dertien seconden wordt iemand uit zijn huis gezet. In sommige scholen in steden als Cleveland en Detroit is al tien procent van de leerlingen dakloos. In 2008 werden ruim 2,3 miljoen woningen in beslag genomen en het tempo waarin dat gebeurt neemt steeds verder toe. De werkloosheid blijft fors stijgen en minder dan de helft van de werklozen krijgt een uitkering. Steeds meer mensen kunnen de afbetalingen niet meer aan en verliezen hun huis, dat per opbod wordt verpatst aan speculanten. De trend doet de waarde van soortgelijke woningen verder dalen, tot ver onder de som die de eigenaars ervan nog moeten afbetalen. Velen van hen besluiten dat het sop de kool niet meer waard is en stoppen met betalen, wachtend tot ook zij hun huis uit worden gezet.
Obama heeft maatregelen aangekondigd om de marktwaarde van woningen op peil te houden en de hypotheekkosten te verlagen, maar het is nog onduidelijk welke fondsen daarvoor kunnen worden vrijgemaakt. Sommigen vrezen dat dit geld in een bodemloze put zal vallen. Voorlopig legt de regering meer nadruk op het ondersteunen van de banken. Begrijpelijk, want de voortwoekerende vastgoedcrisis brengt met zich mee dat steeds meer hypotheken in hun portefeuille onder de noemer ‘rommel’ vallen, zodat hun verliezen blijven groeien en hun vermogen om te lenen navenant afneemt. Niet dat de vraag naar leningen zo groot is. Bijna overal dalen de inkomsten en stijgt de schuldenlast dus in verhouding. Wie niet failliet gaat, concentreert zich op het verlichten van die last in plaats van te investeren of te consumeren, waardoor de werkloosheid blijft stijgen en de vastgoedcrisis verergert. De spiraal draait voort.
Gevolg van deze economische puzzel is een sociaal drama van groeiende omvang. Van de miljoenen mensen die op straat worden gezet – waaronder veertig procent huurders – vinden de meesten voorlopig een andere oplossing. Maar veel anderen worden dakloos. De vastgoedcrisis treft de armere wijken het hardst. De leegstaande huizen worden geplunderd en vaak gekraakt. De bewoners van de omliggende huizen, vooral zij die hetzelfde meemaakten in de jaren zeventig van de vorige eeuw, trekken weg voordat het nog erger wordt. In de zwaarst geteisterde steden komt de wals van verval weer op gang. In wijken waar de leegstand snel groeit, zijn de huizen onverkoopbaar geworden. De banken willen ze niet. Ze vermijden de kosten van onderhoud en belasting. Vaak is ook onduidelijk wie dan wel de nieuwe eigenaar is. De hypotheken zijn zo vaak doorverkocht, gebundeld en versnipperd in obligaties dat niemand er nog wijs uit wordt. Militante groepen als Take Back the Land zetten mensen die zijn uitgezet dan ook aan om hun eigen huis te kraken. Hetgeen steeds vaker gebeurt.
In steden als Los Angeles en Chicago is kraken al overbodig, omdat daar een moratorium op huisuitzettingen is afgekondigd. Die stap is logisch: de opbrengst van de onteigende huizen weegt niet meer op tegen de kosten voor de opvang van dakloze gezinnen. De banken protesteren niet. Het is ook in hun voordeel dat de huizen bewoond en dus onderhouden blijven.
Toch stonden eind vorig jaar in de VS al meer dan negentien miljoen woningen leeg. Het aantal daklozen werd op 3,5 miljoen geschat. Technisch gezien is er dus geen woningnood. Het aantal daklozen zou van de ene op de andere dag tot nul teruggebracht kunnen worden. Maar dat zou de banken natuurlijk niet helpen.
Het is wellicht niet toevallig dat de nieuwe tentenkampen niet in of bij de grootste steden liggen. Hoe gebrekkig volgens sommigen ook, een stad als New York heeft een uitgebreid netwerk voor de opvang van daklozen. In veel kleinere steden is er niets, behalve kerken en andere filantropische instellingen. Het is aan hen te danken dat de ellende die de crisis met zich meebrengt niet al veel zichtbaarder is. Maar ook zij komen in nood. Hun inkomsten dalen, vooral omdat bedrijven veel minder schenken, en de vraag naar hulp overstelpt hen. Volgens een onderzoek dat de non-profitorganisatie Finance Fund eind maart verrichtte, heeft bijna een derde van de liefdadigheidsinstellingen te weinig cash voorhanden om nog langer dan een maand in werking te blijven. Een ander derde deel heeft nog slechts genoeg voor drie maanden.
De nieuwe Hoovervilles verrezen het laatste anderhalf jaar vooral aan de rand van middelgrote steden waar de werkloosheid scherp is gestegen. Voorlopig gaat het nog maar om een dozijn steden, de meeste in het zuiden: Nashville in Tennessee, Saint Petersburg in Florida, Fresno en Sacramento in Californië. Wellicht heeft het milde klimaat ermee te maken. Vooral het kamp in Sacramento, dat The Wastelands wordt genoemd, kreeg veel mediabelangstelling, misschien omdat Sacramento de hoofdstad is van Californië. Nadat de Oprah Winfrey Show er aandacht aan besteedde streken er binnen- en buitenlandse tv-ploegen neer om allemaal min of meer dezelfde pittoreske ellende te filmen.
Mijn vriend Gifford woont niet ver van Sacramento en ging er een kijkje nemen. Hij vertelde me wat hij had gezien. Het kamp ligt op een braak terrein naast een spoorweg, voorbij een buitenwijk waar voor bijna elk huis een bordje ‘Te koop’ of ‘Te huur’ staat. Het gebied is omringd door roestende fabrieken en elektriciteitstorens. Gifford zag hoe er een karavaan van dure zwarte wagens aan kwam kruipen. Op de spoorwegdijk vatten politieagenten post. Een tiental mensen stapte uit de auto’s. Ze leken gekleed voor een cocktailparty. Gifford vond het een surrealistisch beeld. Het contrast met hun omgeving – gehavende mensen en gehavende tenten, vaak niet meer dan een plastic zeil over enkele palen, overal lege blikjes en ander vuil – kon nauwelijks groter. Toch stroomden de bewoners uit hun tenten om de bezoekers te begroeten: het waren niemand minder dan gouverneur Arnold Schwarzenegger, burgemeester Kevin Johnson (ex-basketbalster) en hun entourage van medewerkers en bodyguards.
Arnie’s star power miste zijn effect niet. Veel kampbewoners kwamen hem een hand geven. Een vrouw vroeg hem of hij wat geld kon missen. Schwarzenegger nam zijn portefeuille, grabbelde er enkele briefjes uit en gaf die haar. ‘Dit is alles wat ik bij me heb’, zei hij preventief tegen de anderen. Een jongeman vroeg hem om te beloven het kamp niet te laten ontruimen en om toiletten en waterleiding te installeren. De burgemeester en gouverneur knikten, maar beloofden niets.
Gifford sprak Schwarzenegger aan: ‘U bent van Hollywood, dan kent u vast de klassieke John Ford-film Grapes of Wrath, gebaseerd op John Steinbecks boek. Die gaat over een daklozenkamp zoals dit tijdens de depressiejaren. Maar in dat kamp zorgde de overheid voor stromend water, elektriciteit, brandhout, medische zorgen. Waarom nu niet?’
Arnie had kunnen antwoorden dat kampen als Weedpatch Camp in de film de uitzondering waren en dat er toen meer kampen waren en dat die nog havelozer waren dan deze Wastelands. In plaats daarvan schudde hij Gifford de hand en vroeg zijn naam. ‘Waarom vaardigt u geen moratorium uit op huisuitzettingen in Californië?’ drong Gifford aan, ‘waarom laat u de daklozen niet in de leegstaande huizen wonen?’
Schwarzenegger zei dat er verschillende opties overwogen werden. Welke dat waren, kwam Gifford niet te weten. Een vrouw riep: ‘I saw all your movies, I saw all your movies!’ Arnie gaf haar opgelucht een hand, babbelde wat en begaf zich naar zijn wagen. ‘I’ll be back!’ riep de vrouw hem na. Gebruikte ze die bekende zin uit een van zijn films om te vragen: laat ons niet in de steek? Schwarzenegger draaide zich om en grijnsde. ‘Hasta la vista, baby!’ riep hij en hij stapte in zijn limousine. Is dat het beste wat je hun kunt geven? dacht Gifford: een afscheidswoordje van de Terminator?
Toen de politici vertrokken waren, gaf een bewoner Gifford een rondleiding. Qua voorzieningen kon de man slechts drie primitieve toiletten tonen die de bewoners zelf hadden aangelegd. Gifford schatte het aantal inwoners van The Wastelands op ruim driehonderd. Hij zag grote verschillen. Sommige woningen waren niet meer dan een over een draad gespannen zeil. Maar er waren ook nieuw ogende, ruime tenten. Sommige mensen hadden hun tenten bij elkaar gezet en een afsluiting gebouwd, met een versierde ingang en een brievenbus ervoor.
Tijdens zijn wandeling werd Gifford door verscheidene jonge mensen aangeklampt. Ze vertelden hem over het leven in het kamp. ‘We praten met jou omdat je geen journalist bent’, zei een van hen. ‘Van dat soort hebben we de buik vol. Ze komen ons fotograferen en filmen alsof het hier een dierentuin is. Een fotograaf heeft al op zijn muil gekregen.’
‘Er zijn hier twee soorten bewoners’, vertelde Bob, een bouwvakker. ‘De eerste zijn de chronisch daklozen die er al waren voor ons. Die zijn dakloos omdat ze dat willen of omdat ze junk zijn of mentaal ziek en niet opgevangen worden. De tweede soort zijn mensen zoals ik voor wie dit nieuw is. Mensen die nog niet zo lang geleden werk hadden en hier zo gauw mogelijk weg willen.’
Volgens Bob zijn de meeste nieuwe bewoners net als hij bouwvakker. De bouwsector, die tot 2007 in Californië een boom kende, is vrijwel stilgevallen. ‘Ironisch’, merkte Gifford op, ‘dat jullie die zoveel huizen voor anderen hebben gebouwd nu zelf dakloos zijn.’
Later vroeg Gifford zich af waar de media waren tijdens Schwarzeneggers bezoek. Normaal gesproken wordt de gouverneur bij uitjes omzwermd door camera’s. Deze keer wilde hij blijkbaar geen pottenkijkers. Gifford vermoedde dat Schwarzenegger kwam testen wat de reactie zou zijn als het kamp wordt gesloten. En inderdaad. Enkele dagen later kondigde burgemeester Johnson aan dat het kamp voor eind april ontruimd wordt. De bewoners moeten verhuizen naar een terrein dat gebruikt wordt voor de jaarmarkt. Daar zullen ze onderdak krijgen, gezondheidszorg en bewaking. Er zullen tweehonderd bedden beschikbaar zijn. Maar eind juni moeten ze er weer weg. Waar naartoe, dat weet de burgemeester ook niet. Verdere plannen zijn er niet.
De bewoners van The Wastelands voelen niets voor de evacuatie. ‘Ik heb gehoord dat ze je daar ’s nachts opsluiten als in een gevangenis’, zei een van hen tegen National Public Radio. ‘Ik weiger ernaartoe te gaan en ik ken niemand die wél gaat.’ Maar of de bewoners zich tegen de ontruiming zullen verzetten, valt nog te bezien.
Gifford beëindigde zijn verslag met een citaat uit Grapes of Wrath, waarin de (ook door Bruce Springsteen bezongen) rebel Tom Joad zegt: ‘I’ll be around in the dark. I’ll be ever’where. Wherever there’s a fight so hungry people can eat, I’ll be there. Wherever there’s a cop beatin’ up a guy, I’ll be there. I’ll be in the way guys yell when they’re mad… An’ when our folks eat the stuff they raise an’ live in the houses they build – why I’ll be there.’
In tijden als deze moeten we allemaal Tom Joads worden, vindt Gifford.

INTUSSEN KOMT OP verschillende plaatsen in het land een kraakbeweging op gang. Volgens Michael Stoops, directeur van de National Coalition for the Homeless, helpen al ruim tien organisaties daklozen bij het in gebruik nemen van leegstaande huizen. Daarnaast zijn ook veel losse groepen aan het werk: daklozen die samen hun lot in eigen hand nemen, zoals in Cleveland waar een op de dertien huizen leegstaat en elke week driehonderd gezinnen uit hun huis worden gezet. ‘Het gebeurt steeds vaker dat de daklozen zelf als vastgoedmakelaar optreden’, zegt Brian Davis, directeur van de Northeast Ohio Coalition for the Homeless. ‘Ze vinden geschikte huizen voor gezinnen en helpen hen verhuizen. Wanhoop maakt de mensen creatief.’
De trend lijkt hem onvermijdelijk. De opvangcentra voor daklozen kunnen de vraag niet meer aan. In een gemiddelde nacht telt de stad zo’n vierduizend daklozen en er staan inmiddels vijftienduizend huizen leeg. ‘Sommige daklozen zien de vastgoedcrisis als een gelegenheid om eindelijk een eigen woning te hebben, met de privacy die ze in opvangcentra niet vinden’, zegt Davis. Veel nieuwe daklozen zijn vaklui die door de crisis werkloos werden. Sommigen gebruiken hun vakkennis om leegstaande huizen op te knappen zodat dakloze gezinnen erin kunnen trekken.
De groepen die het kraken bevorderen zijn meestal niet politiek gekleurd. Ze hebben hun wortels vooral in de sociale hulpverlening. Sommige, zoals de Poor People’s Economic Human Rights Campaign in Minnesota, Women in Transition in Kentucky en de Kensington Welfare Rights Union in Philadelphia, bestaan al lang, maar leggen zich pas sinds kort toe op de woningnood. Sommige groepen negeren de autoriteiten. Andere, zoals de Metro Task Force for the Homeless in Atlanta, vragen de banken om zelf leegstaande woningen af te staan. Sommige werken in het geheim. Andere, zoals Take Back the Land in Miami, schuwen de publiciteit niet.
Wat al die groepen gemeen hebben is dat ze de mensen die ze helpen zorgvuldig selecteren op basis van hun noden, hun aanpassingsvermogen (psychisch gestoorden en drugsverslaafden worden geweerd), hun bereidheid om ‘zweet te investeren’ in de gekraakte woning en om de rekeningen voor water, gas en elektriciteit stipt te betalen. Volgens Max Rameau van Take Back the Land moet het kraken snel gebeuren. Huizen die leeg komen te staan worden vaak zo snel geplunderd (zelfs de waterleidingen worden uitgebroken) en uitgewoond door junkies dat ze al gauw het kraken niet meer waard zijn. Alleen de meest marginalen zoeken er dan nog onderdak. In die huizen zonder gas of elektriciteit is brandgevaar een groot probleem. Afgelopen winter kwamen enkele daklozen om toen het vuurtje dat ze stookten om zich te verwarmen een uitslaande brand werd.
In veel steden jaagt de politie de daklozen de gekraakte huizen uit. Soms worden er krakers gearresteerd. Maar tegen de georganiseerde krakers wordt voorlopig niet opgetreden. ‘Waarom zouden we?’ zegt John Timoney, de politiechef van Miami: ‘Dat zou toch geen enkel nut hebben?’ De meeste omwonenden van de leegstaande huizen denken er net zo over. ‘Dat is voor mij het grootste verschil met de jaren tachtig’, zegt Cheri Honkala, woordvoerster van de Poor People’s Economic Human Rights Campaign en dertig jaar geleden zelf een kraakster: ‘Toen waren de buren vaak tegen. “Jullie overtreden de wet”, protesteerden ze. Nu zijn ze opgelucht als ze ons zien komen. Ze brengen matrassen en eten om het krakersgezin te verwelkomen.’