De terugkeer van Utopia

With the relinquishment of utopias, man would lose his will to shape history, and there with his ability to change it. (Karl Mannheim, Ideology and Utopia, 1954)

In Oakland, California, aan de baai van San Francisco, huist de op een na grootste Occupy-groep in de Verenigde Staten. Meermaals werden ze verjaagd van het kampement op Oscar Grand Plaza, maar steeds komt het bonte gezelschap activisten terug om nieuwe acties te organiseren.

Posters van geplande acties hangen ook aan de overkant van de baai, in San Francisco, en de ‘bezetters’ kunnen rekenen op de algemene steun en sympathie van de bevolking, die bekendstaat als de meest progressieve van de VS. Tot twee keer toe slaagde de beweging erin het gigantische havencomplex van Oakland stil te leggen, waarmee de betogers in samenwerking met vakbonden het grootkapitaal een slag wilden toebrengen.

De Occupy-beweging en de mondiale protesten representeren de terugkeer van utopisch denken in het publieke gedachtegoed. Decennialang hadden utopieën een slechte naam, misbruikt als ze waren door de totalitaire regimes van de 21ste eeuw. De verschrikkingen van deze regimes werden gerechtvaardigd door de perverse gedachte van 'het doel rechtvaardigt de middelen’.

Het utopisch gedachtegoed werd in toenemende mate als gevaarlijk beschouwd, wat bijdroeg aan een zekere onverschilligheid ten opzichte van politiek en maatschappij. Deze mentaliteit werd nog versterkt door het idee dat we het 'Einde van de Geschiedenis’ hadden bereikt: perfect was het niet, maar we leefden in de minst erge maatschappij die denkbaar was.

Het einde van de geschiedenis bleek een illusie. Overal ter wereld broeit het: er woedt een wereldwijde economische crisis, het Westen maakt zich zorgen over een toenemende ongelijkheid en een uitholling van de middenklasse en zoekt steeds vaker zijn toevlucht in xenofobie en populisme. Dat dwingt ons tot nadenken over alternatieven.

Utopisch gedachtegoed vervult een essentiële rol voor maatschappelijke ontwikkeling. De term utopie, zoals oorspronkelijk bedacht door Thomas More, refereert zowel aan de 'goede plek’ als aan de 'non-plek’. De 'non-plek’ is belangrijk, de utopie zal nooit bereikt worden: de ideale plek bestaat namelijk niet. Dit besef moet men weerhouden van de neiging om het doel afschuwelijke middelen te laten rechtvaardigen. Utopia vervult de rol van een baken dat sturing geeft en is tegelijkertijd een manier om kritisch na te denken over onze eigen maatschappij. Het denken voorbij de horizon en het schetsen van een ideaal zijn essentieel om een andere wereld te kunnen voorstellen en de huidige niet te accepteren als enig perspectief. Dat geeft ons de mogelijkheid om vorm te geven aan onze toekomst. Utopisch denken is in die zin instrumenteel: mensen denken niet dat ze in een perfecte maatschappij kunnen leven, maar wel dat er een idee van een ideale maatschappij bestaat, waarnaar ze kunnen streven.

We hebben het laatste jaar een comeback van deze vorm van utopisch denken gezien met protesten over de hele wereld, van de Arabische lente tot de indignados in Spanje en de jeugd in Moskou die eindelijk wakker werd uit haar apathie. Op al deze plekken accepteren jonge mensen niet langer het systeem waarin ze leven en geloven ze dat ze hun leven en de maatschappij kunnen verbeteren. De demonstranten van Occupy Wall Street in New York, Oakland en in honderden andere steden binnen en buiten de VS stellen vragen over sociale ongelijkheid en het financieel-economisch systeem. Ze eisen een rechtvaardiger systeem.

Maar waarom zijn al deze bewegingen dan utopisch? Omdat ze zich een alternatieve toekomst voorstellen en geloven in de mogelijkheid ervan. Ze geloven in een toekomst vrij van maatschappelijke structuren die voor de meerderheid van de mensen niet functioneren. In plaats van een pragmatisch stappenplan gericht op een kwestie is er een groot ideaal. Occupy veranderde de conversatie, zeker in de VS, waar de beweging ongelijkheid steviger op de agenda zette en de middenklasse bewuster maakte van de scheve situatie. Occupy wordt in de VS al de grootste sociale-rechtenbeweging genoemd sinds de burgerrechtenbeweging in de jaren zestig. De beweging heeft het politieke discours van zowel de Democraten als de Republikeinen al beïnvloed, inkomensongelijkheid zal als gevolg een prominente rol spelen in de aankomende verkiezingen. Dit blijkt ook uit de State of the Union van Obama waarin hij 'economic fairness’ de bepalende kwestie van onze tijd noemt. In de debatten onder de Republikeinse kandidaten wordt voorloper Romney heel hard aangepakt op zijn carrière bij een _private equity-_firma en zijn lage belastingbijdrage van rond de veertien procent.

De kritiek dat de beweging duidelijke beleidseisen mist, is kortzichtig en mist eigenlijk het punt. Ten eerste bevat Occupy een aantal gemeenschappelijke principes die duidelijke implicaties hebben voor politiek beleid, bijvoorbeeld op het gebied van de bestrijding van ongelijkheid en corruptie.

Belangrijker nog is dat Occupy veel meer biedt dan enkele potentiële beleidsvoorstellen: de beweging heeft mensen bij elkaar gebracht met heel verschillende ideeën en de ruimte geschapen om over alternatieven na te denken. Het gebrek aan een gedetailleerd programma is juist een kracht. De ruimte opent een hele nieuwe reeks van mogelijkheden. Als er genoeg mensen in meegaan, volgen er vanzelf beleidsplannen en implicaties. Het komt echter op iedereen aan om deze ruimte te gebruiken, te geloven in alternatieven en werkelijke verandering tot stand te brengen.


Sophie Bloemen is mede-oprichter van de Danube Foundation