FILM

De textuur van liefde

Midnight in Paris

De nieuwe film van Woody Allen zit zo vol verrukkelijke grappen dat het verklappen van één ervan weinig kwaad kan: de gefrustreerde Amerikaanse schrijver Gil (Owen Wilson), met zijn leeghoofdige verloofde op bezoek in Parijs, komt op magische wijze in de jaren twintig van de vorige eeuw terecht waar hij beroemde schrijvers en kunstenaars ontmoet. En cineast Luis Buñuel. Aan wie Gil - zeg maar gerust Woody Allen himself - voorstelt een film te maken waarin de gasten op een feest na afloop maar net niet naar huis kunnen. Waarop Buñuel ogenschijnlijk humorloos reageert met: ‘Ik snap het niet.’

De verwijzing naar het surrealistische meesterwerk The Exterminating Angel, dat Buñuel in het echt in 1962 maakte na het idee dus klaarblijkelijk van een door de tijd reizende Woody Allen te hebben gekregen, is relevant, omdat Midnight in Paris op soortgelijke wijze als in die klassieker afrekent met kleinburgerlijke domheid, intellectuele pretentie en het dogma van het consumentisme gesymboliseerd door leeg massavermaak (de kerk, destijds).
Neemt Buñuel vooral de conformistische reflex van de bourgeoisie op de korrel, Woody Allen verklaart de oorlog aan de vijanden van de verbeelding. Niet voor niets neemt het surrealisme een opvallende plaats in het verhaal in: ook Salvador Dali en Jean Cocteau passeren de revue. Daarbij valt de vormgeving van Midnight in Paris op: voor het eerst in jaren lijkt Allen ook de visuele stijl van zijn film boeiend te vinden. De fotografie door Darius Khondji, die voor het eerst op de voorgrond trad met zijn werk in David Finchers Se7en (1995), is pijnlijk mooi. De textuur van het beeld is diep en romantisch, bijna clair-obscur, waardoor datgene wat volgens Allen echt belangrijk is, kunst en schoonheid, extra wordt benadrukt.

Want dit is eigenlijk de essentie van de film: de speurtocht, sterker, hunkering, van Gil/Allen naar iets van blijvende waarde in een wereld waarin domheid schering en inslag is en mensen te lui zijn geworden om literatuur en kunst te kunnen waarderen en interpreteren.
Om te ontsnappen aan die verschrikkelijke wereld probeert Gil, in het dagelijks leven een scenarist voor snelle Hollywoodfilms, een roman te schrijven. Gek genoeg heeft zijn verloofde precies door wat er aan de hand is. Tegen de arme getourmenteerde schrijver zegt ze: 'Je bent verliefd op je fantasie.’ Dat klopt, en juist dit creatieve proces leidt ertoe dat Gil in een andere wereld belandt wanneer de klok ’s avonds twaalf slaat, de wereld waarin hij samen met Ernest Hemingway kan drinken, zijn manuscript aan Gertrude Stein kan laten zien, en verliefd kan worden op de minnares van Picasso (en van Hemingway).
Geen Woody Allen-film zonder een neurose. En inderdaad: al gauw blijkt dat angst voor de dood de reden is waarom Gil naar diepgang en waarde snakt. Zoals in andere Allen-films is seks ook hier een mogelijk antwoord, een tegengif tegen het onvermijdelijke schaakspel tegen de man met de sikkel. Mooi is dat Allen nu, anders dan in eerdere films waarin het thema seks en de dood óf met satirische afstandelijkheid óf met bergmaneske ernst wordt behandeld, een meer tedere benadering kiest. Volgens Gil moet het ook mogelijk zijn de dood op een afstand te houden door hartstochtelijk lief te hebben.
Wat een prachtige, optimistische film is Midnight in Paris wel niet, gevoelvol geregisseerd door de grote meester en vooral mooi geacteerd door hoofdrolspeler Owen Wilson. Ik betrapte mezelf tijdens het kijken erop dat ik Wilson/Gil in sommige scènes ook visueel verwarde met Woody Allen zelf. Ik bedoel, ik zag hem toch echt in deze film, slenterend door de natte, duistere straatjes in Parijs, niet de huidige Woody Allen, maar Woody Allen als jonge man in zijn grote films Annie Hall (1977) en Manhattan (1979).

Te zien vanaf 14 september