Londen – De kont van de Londense City bevindt zich naast spoorwegstation Cannon Street aan de noordoever van de Theems. Daar wordt het afval van de banken en de verzekeraars, van de bijbehorende pubs en restaurants, in containers op een schuit geladen die vervolgens stroomafwaarts richting een verbrandingsoven vaart. Walbrook Wharf, zo heet de enige nog werkzame werf in de binnenstad. Het is een aandenken aan het verleden toen Londen, als hoofdstad van het Britse wereldrijk, de grootste haven van de wereld had, een positie die het al lang geleden heeft verloren aan Rotterdam en steden in het Verre Oosten. The Port of London is nu slechts de grootste haven van het Verenigd Koninkrijk, een positie die het enkele jaren geleden heeft heroverd op Immingham, een relatief onbekende haven aan de Humber.

Maar Global Britain heeft een haven van wereldformaat nodig, wat misschien de gedachte was achter de uitnodiging die ik onlangs van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken kreeg voor London: Port City, een tentoonstelling over de 221-jarige geschiedenis van de Londense haven. De locatie was treffend: The Museum of the Docklands, in de schaduw van het grootkapitaal van Canary Wharf. Een fascinerende expositie, compleet met de geuren van nat hout en menselijk zweet, van tabak en kruidnagels. Ster van de geschiedenis is Mary Smith, de vrouw die elke dag havenarbeiders moest wakker maken. Deze knocker upper deed dat door met erwten op de slaapruimten te schieten. Boeman daarentegen is de suiker- en slavenhandelaar Robert Milligan, die ruim een jaar terug voor de museumingang van zijn sokkel werd getrokken.

Speciale aandacht is er voor Engelse woorden die in de haven zijn ontstaan, zoals posh (‘chique’). Dat zou een afkorting zijn van Port Out, Starboard Home. Deze woorden stonden op kaartjes van passagiers die de beste hutten hadden, die in de zon. Tevens weet ik nu dat aloof, ‘verwaand zijn’ of ‘boven iemand staan’, van het Nederlandse ‘loef’ is afgeleid, namelijk de bovenwind van een ander schip krijgen, oftewel de loef afsteken. Wat ik vooral leer is dat de haven snel groeit, mede door investeringen uit China. Havenfunctionaris Alistair Gale vertelt me dat havenactiviteiten middels kleine werven ook zullen terugkomen in de binnenstad, om vervuilend goederentransport over de weg terug te dringen. ‘De Theems heeft de toekomst.’