De Thuispartij

Politieke voorkeuren herken je aan de inrichting van een woonkamer. Nu iedere partij een eigen leefstijl vertegenwoordigt, lijkt de tijd van brede volkspartijen voorbij.

SCHETS IEMANDS KARAKTER en je weet bij welke politieke partij hij zich thuisvoelt. Dat riep ik jaren geleden wel eens voor de grap. Is iemand gezagsgetrouw, dan zul je hem niet zo snel aantreffen bij GroenLinks, eerder bij het CDA. Een eigengereid iemand die zich niet gauw iets door een ander laat zeggen en redelijk zwaar op de hand is, past bij de PVDA. Eigenwijs maar vrolijk? De kans is groot dat het een VVD'er is.
Maar achter de grap schuilt een kern van waarheid. Die overigens ingewikkelder is dan bovenstaand nattevingerschema. Daar wordt serieus onderzoek naar gedaan, en van de uitkomsten maken politieke partijen maar wat graag gebruik. Voor hun marketing.
Ga voor de aardigheid eens naar de website van Motivaction, een ‘onafhankelijk bureau voor onderzoek en strategieontwikkeling’ zoals ze zichzelf noemen. Daar blijft het niet bij drie karakters, het bureau komt tot acht leefstijlen, aangeduid met termen als gemaksgeoriënteerden, opwaarts mobielen, nieuwe conservatieven of postmaterialisten. Benieuwd of iemand zichzelf al ooit zo heeft voorgesteld: 'Hallo, ik ben Guus en opwaarts mobiel!’
Het meest fascinerende is het fotootje van een woonkamer dat bij elk van die leefstijlen staat. Kijk, zegt dat fotootje, als u zo'n interieur ziet, is de kans heel groot dat u met een kosmopoliet - veel moderne kunst op een modern dressoir - van doen heeft, of met een lid van de traditionele burgerij - ouderwetse klok en ouderwets landschapsschilderingetje aan de muur. Herkent u zich al in een van deze twee?
Zelf bleef ik maar kijken naar een deurwand helemaal volgehangen met schoenen, heel veel schoenen: zo leeft dus een postmoderne hedonist. Heel herkenbaar waren de twee identieke vazen met daarin identieke planten op de vensterbank van de moderne burgerij: fiets door een Vinex-wijk en je ziet ze overal. Een tiental jaar geleden zouden het overigens twee eenden zijn geweest, daar op die vensterbank.
Die leefstijlen zeggen ook iets over de politieke voorkeur. Komt u in een woonkamer met twee witte, traditioneel ogende schemerlampen op twee witte, traditioneel ogende kasten met daarnaast een witte, traditioneel ogende bank, dan is de kans groot dat deze nieuwe conservatief stemt op de VVD of het CDA. Volgens de website van Motivaction omarmt de liberaal-conservatieve maatschappelijke bovenlaag technologische ontwikkeling en verzet ze zich tegen sociale en culturele vernieuwing. Ziet u daarentegen heel veel boeken tegen de muur van een woonkamer waarin verder met smaak gekozen tweedehands meubels staan, dan kunt u er wel een tientje om verwedden dat de postmaterialist die hier woont iemand is die opkomt voor het milieu, stelling neemt tegen sociaal onrecht en stemt op GroenLinks.
Maar welk interieur zou nu passen bij de PVV-stemmer uit Den Haag-Zuidwest of Kerkrade? Ik heb geen idee. Er zijn zo veel mensen die mij - soms ietwat besmuikt - vertellen dat iemand uit hun familie of kennissenkring op de PVV heeft gestemd of bijna had gestemd dat ik de indruk heb dat menig interieur bij de PVV past. Of zou de doorsnee PVV-woonkamer er niet bij zitten, bij die fotootjes? Misschien verklaart dat wel waarom de groei van de PVV bij sommigen toch nog als een verrassing kwam. Bij de marketing door politieke partijen over het hoofd gezien.
En andersom, op wie zou mijn straatgenoot stemmen die op zijn vensterbank twee poppetjes heeft staan die daar al jaren de ramen aan het zemen zijn? Ik kan dan wel, over die twee ramen zemende poppetjes heen kijkend, zien hoe zijn huis eruitziet, maar het zegt mij niks over de politieke partij waar hij zich bij thuisvoelt.
Voelen mensen zich eigenlijk nog wel thuis bij een partij? Want dat is nog weer iets heel anders dan stemmen op een partij. Een vriend van mij was vroeger lid van de CPN. Die partij was zijn thuis, voelde als familie: ze staakten samen, aten samen, zongen samen en waarschijnlijk sliepen ze ook samen. Jaren geleden zag ik als verslaggever hoe Maarten van Traa op verkiezingsavonden in een klein zaaltje ouwe getrouwe PVDA-partijgenoten toesprak, mensen die gewoon lid waren zonder een 'positie’ te bekleden; de partij was een deel van hun leven en daar schonk Van Traa aandacht aan.
Maar in de geïndividualiseerde samenleving is een politieke partij niet meer je familie. Families zelf zijn bovendien ook veel kleiner geworden. Misschien verklaart dat wel waarom de brede volkspartij van vroeger niet meer in trek is. In elke grote familie was vroeger wel wat, een dronken oom, een gierige tante, een autogek neefje of een luidruchtig nichtje, maar je was nu eenmaal familie en maakte er het beste van. Dat was vroeger in die brede politieke partijen ook zo.
Tegenwoordig lijken we in de politiek echter vooral op zoek te zijn naar meer van hetzelfde, naar meer van zoals wij zelf ook zijn, naar onszelf. Jong en wild kruipt bij jong en wild, wat ouder en hoogopgeleid bij wat ouder en hoogopgeleid. Opwaarts mobiel heeft niks met traditioneel en burgerlijk. En de kosmopoliet van nu heeft politiek gezien niks met de lokale bakker om de hoek die ’s avonds naar zijn huis met de twee identieke vazen in de Vinex-wijk gaat, slechts de wens dat die lokale bakker elke ochtend vers brood voor hem heeft. Dat dan weer wel.
Is het eigenlijk nog wel mogelijk om mensen met verschillende achtergronden, leeftijden, opleidingen en leefstijlen bij elkaar in één partij te krijgen, zoals vooral PVDA, CDA en VVD blijven proberen? De trend lijkt eerder in de richting van nog meer onderscheid op leefstijl te gaan, met een nog grotere diversiteit aan stijlen en dus aan interieurs. Straks hebben we geen brede volkspartijen meer, maar heeft iedereen zijn eigen Thuispartij.