De tijd is rijp

Wat ik al heel lang wil lezen, is Middlemarch van George Eliot, die negentiende-eeuwse dikke roman over ambitie en toewijding in een provincie­stad, door Virginia Woolf intimiderend een van de weinige Engelse romans voor volwassenen genoemd.

Medium middlemarch

Ik heb vage reminiscenties bij dit boek, vanwege de televisiebewerking die ik jaren geleden zag. Een vrouw die maar wil blijven geloven dat haar man een genie is, dat gegeven greep me toen al erg aan. De prachtig uitgegeven relatief nieuwe Nederlandse vertaling, 2003, heb ik al zo lang in huis, en nu ik ook net een nieuwe Engelse editie heb gekocht, weet ik: de tijd is rijp. Zaak wordt het om me dan verder in te houden, ik wil eigenlijk gewoon de tijd nemen om deze bijna duizend bladzijden ongehaast tot me te nemen. Bovendien zit ik met die twee bak­stenen al snel aan m’n taks, qua gewicht dat ik mee mag nemen in het vliegtuig.

Maar toch, voor het geval dat: de nieuwe roman van de Engelse schrijfster Tessa Hadley, die ik sinds haar onrustbarende roman The Master Bedroom op de voet volg. Clever Girl belooft weer precies die ironische menge­ling van kabbelend oppervlak en duistere onderstroom. White Noise van Don DeLillo, van wie ik nog nooit wat heb gelezen, hetgeen ik, ingefluisterd door mijn omgeving, als een steeds groter tekort begin te zien. En dan zijn er nog drie dikke Amerikaanse romans waar ik door het jaar heen maar niet aan toekom. Ik ga kijken of ze alledrie nog in mijn koffer passen, anders wordt het loten: Herzog van Saul Bellow, What Maisy Knew van Henry James en Freedom van Jonathan Franzen. Eerder beleefde ik topvakanties met James’ The Portrait of a Lady en Franzens The Corrections. Dat moet toch weer mogelijk zijn.