Essay Heldenmoed en heldendom

De tijd van de krijgers

Iedere samenleving hanteert haar eigen criteria voor heldendom. Wat helden in verschillende tijden gemeen hebben is dat ze zich positief hebben onderscheiden in iets wat hun tijdgenoten aansprak. Deel 1 uit de serie Heldenmoed: De Griekse en Romeinse uitblinkers.

HELDEN ZIJN VAN ALLE TIJDEN, maar de criteria voor heldendom zijn door de eeuwen heen zo vaak opnieuw gedefinieerd dat het moeilijk is de prestaties van heroïsche figuren uit verschillende tijden langs een en dezelfde meetlat te leggen. Een grootste held aller tijden bestaat derhalve niet, daarvoor lopen de ‘werkterreinen’ van de diverse helden te zeer uiteen.
Wat al die opvallende personen in verschillende tijden gemeen hebben is dat ze zich positief hebben onderscheiden, dat ze iets opmerkelijks hebben gedaan, iets wat de mensen in hun tijd (en ook daarna) aansprak en hun, de helden, een bijzondere status verleende. De ruime definities van de term ‘held’ zijn overigens niet iets van de laatste eeuwen, iedere samenleving heeft de oorspronkelijke maatstaven in de loop van de tijd bijgesteld. De oude Grieken vormden op deze regel geen uitzondering, zíj hebben juist de basis gelegd voor de verschillende interpretaties van het begrip ‘held’. De ontwikkeling daarvan was een proces van eeuwen, dat heel duidelijk laat zien dat de criteria verschoven en dat er steeds opnieuw helden voorkwamen die jaren, decennia, eeuwen daarvoor zeker niet als zodanig zouden zijn betiteld.
Aanvankelijk was er voor de Grieken maar één heldentype: de krijgsman die uitblinkt in moed en dapperheid, wat niet zo verwonderlijk is in een tijd en cultuur waarin het recht van de sterkste gold. Of we nu kijken naar de tribale samenlevingen in het noorden van Europa of de ‘grote’ beschavingen van de mediterrane wereld: overal werd heldendom gekoppeld aan het slagveld.
De directe associatie van held met krijger is voor het eerst duidelijk verwoord in de achtste eeuw, en wel door Homerus. De dichter schreef zijn Ilias en Odyssee toen de geordende wereld van de Griekse stadstaten nog in de kinderschoenen stond en het verlangen naar persoonlijke eer en glorie opgang maakte, ten koste van het algemeen belang. Het recht van de sterkste prevaleerde, individuele kwaliteiten waren bepalend voor de loop der gebeurtenissen.
De hele Ilias is van die gedachte doortrokken. Achilles, de grootste van alle homerische helden, is het archetype van dat heldendom. Hij mag dan de grootste en sterkste zijn geweest van alle Grieken die optrokken tegen Troje, Agamemnon was de hoogste baas, zoals blijkt als hij Achilles zijn lievelingsslavin heeft ontnomen, een die de laatste nota bene persoonlijk had buitgemaakt. Mokkend trekt de in zijn eer aangetaste Achilles zich terug in zijn tent. Hij neemt pas weer deel aan de strijd als wraak, een centraal begrip in de Ilias, hem daartoe dwingt. De Trojaan Hector heeft zijn geliefde vriend Patroclus gedood, en die daad mag niet ongewroken blijven. Als een onstuitbare furie snelt Achilles door de Trojaanse gelederen, op zoek naar Hector. Van de strijd die daarop volgt staat de uitslag al bij voorbaat vast. Tegen de woede van Achilles heeft Hector geen verweer. De overwinning van de grootste en sterkste der Griekse helden is tevens de triomf van de eigenzinnige eenling die zijn eer heeft gered.
Hoewel de maatschappij veranderde en gemeenschappelijke belangen een steeds grotere rol gingen spelen, bleef de waardering voor Homerus’ helden bestaan. Dat kon ook moeilijk anders, want iedereen die diens interpretatie van heldendom ter discussie had willen stellen zou golven van kritiek over zich heen hebben gekregen. Homerus’ epen waren niet zomaar gedichten, ze waren een soort bijbel geworden, vooral voor aristocraten. Zij imiteerden de homerische gedragscodes en deelden de waarden van de door Homerus verbeelde samenleving. Zijn helden waren voor hen een bron van inspiratie, ook al wisten ze heel goed dat zij zich in hun geordende samenleving niet konden gedragen als een gereïncarneerde Achilles of Odysseus.

DE NIEUWE, gereguleerde maatschappij vroeg om een ander heldentype, een die zijn verdiensten in dienst stelde van de staat. De Spartaanse koning Leonidas, die in 480 voor Christus de Pas van Thermopylae tegen de Perzen verdedigde en samen met driehonderd medestrijders zijn leven gaf voor de ‘Griekse zaak’, werd in alle steden van Griekenland als een held vereerd. Hij werd een cultfiguur, een voorbeeld dat anderen eraan herinnerde altijd de wetten van hun stadstaat te eerbiedigen en de morele waarden van die staat niet te schande te maken. Hoewel hij de opmars van de Perzen niet heeft kunnen stuiten, is zijn roem opmerkelijk genoeg in later tijden luider bezongen dan die van andere strijders die wél hebben gezegevierd.
In de zestiende eeuw beweerde Michel de Montaigne in zijn verhandeling Over de kannibalen zelfs dat de schitterende overwinningen van de Grieken bij Salamis, Plataea, Mycale en op Sicilië verbleekten bij de heldhaftige strijd van de soldaten bij Thermopylae. Montaigne’s woorden hebben lang nageklonken, want tot in de moderne tijd hebben velen Leonidas’ laatste gevecht geïdealiseerd. In het begin van de negentiende eeuw, toen Griekenland zuchtte onder het juk van de Turken en in Europa velen hoopten op een herleving van de oude Griekse idealen, brachten Lord Byron en zijn geestverwanten de heldhaftige strijd van Leonidas en zijn Spartanen in herinnering om Europa ervan te overtuigen dat de normen en waarden van de Griekse beschaving grote actualiteitswaarde hadden. Leonidas kwam in een geromantiseerde versie opnieuw tot leven.
Het verhaal van de legendarische Spartaanse aanvoerder is de laatste honderd jaar voor uiteenlopende doeleinden gebruikt. Waar Montaigne in de zestiende eeuw vanuit zijn theoretische bespiegelingen en Byron in het begin van de negentiende eeuw vanuit idealistische bevlogenheid de verslagen held ten tonele voerden, stelden anderen om politieke redenen Leonidas en de andere helden van Thermopylae aan hun aanhangers ten voorbeeld, in de hoop dat zij zich door hun heroïsche daden zouden laten inspireren. Zo ook Hitler, die in het begin van 1943, toen de slag om Stalingrad in volle gang was, Leonidas en zijn driehonderd getrouwen vergeleek met de soldaten van het Duitse Zesde Leger. Hij kwam er echter al snel achter dat die vergelijking mank ging. De generaal van dienst gaf zich over aan het sovjetleger, tot grote ergernis van Hitler, die vervolgens herhaaldelijk liet weten dat de Duitsers behoefte hadden aan leiders als Leonidas, niet aan karakterloze slappelingen.
Hitler is niet de laatste geweest die zich lovend over Leonidas heeft uitgelaten. Gebruik en misbruik van Leonidas voor de meest uiteenlopende filosofieën en politieke stromingen zijn na hem schering en inslag geweest. En het einde is nog niet in zicht, want Leonidas zal mensen blijven intrigeren, zolang een heldendood voor het vaderland tot de verbeelding blijft spreken.

IN DE ILIAS noemt Homerus enkele malen de Trojaan Aeneas als een van de grote helden die met hun dapperheid de strijd om Troje kleur hebben gegeven. Zijn grote faam dankt Aeneas echter aan zijn daden ná de val van zijn vaderstad. De Romeinse dichter Vergilius heeft die in zijn heldendicht Aeneis zodanig beschreven dat Aeneas kon uitgroeien tot een rolmodel voor de Romeinen, en wel omdat hij zijn eigen verlangens ondergeschikt had gemaakt aan het algemeen belang. Dat is niet los te zien van de tijd waarin de Aeneis is geschreven. Homerus schreef zijn Ilias en Odyssee toen de geordende wereld van de Griekse stadstaten nog moest ontstaan, toen het recht van de sterkste nog gold en individuele kwaliteiten bepalend waren voor de loop der gebeurtenissen.
Vergilius deed zijn heldendicht het licht zien tijdens de regeerperiode van keizer Augustus (27 voor Christus-14 na Christus). De burgeroorlogen waren nog maar net verleden tijd, en orde en rust waren in het Romeinse Rijk teruggekeerd. Zelfs wanneer hij dat had gewild, had Vergilius niet een Aeneas met de karaktertrekken van Achilles kúnnen neerzetten. Diens ongecontroleerde woestheid, eigenzinnigheid en ontembare kracht, eigenschappen die hem tot de absolute held van de Ilias maken, zouden in het nieuwe Rome van Augustus niet zijn geaccepteerd. De nieuwe, gereguleerde maatschappij vroeg om een andere held: een toonbeeld van de deugden die de oude Romeinse bevelhebbers en soldaten in dienst van de staat hadden getoond. Zo werd Aeneas een ‘geconstrueerde’ held, met eigenschappen die de Romeinen in de voorgaande eeuwen als typisch Romeins waren gaan betitelen. Zijn belangrijkste deugd werd pietas, eerbied voor de goden, gehoorzaamheid aan hun opdrachten, en ook zijn vasthoudendheid en gematigdheid pasten in het beeld dat de Romeinen als ideaal waren gaan beschouwen. Aeneas werd zo een man aan wie de Romeinen zich konden spiegelen. Omdat hij zich in de strijd om de heerschappij in Italië zeer dapper betoonde en er hoogstpersoonlijk voor zorgde dat zijn belangrijkste tegenstanders werden uitgeschakeld, kon hij uitgroeien tot de ideale stamvader van de Romeinen.
Deze Aeneas sloot aan bij de Romeinse geschiedenis van de voorgaande eeuwen. De Romeinen waren er altijd prat op gegaan dat ze hun rijk hadden opgebouwd met steun van de goden. Zij hadden hun dan ook altijd de eer bewezen die hun toekwam, en de goden hadden hen daarvoor beloond met de heerschappij in de mediterrane wereld. Vergilius modelleerde hun stamvader met terugwerkende kracht naar het geïdealiseerde beeld dat de Romeinen van zichzelf hadden gevormd.
Ten tijde van de opkomst van dit typisch Romeinse heldendom van Aeneas vervaagde de homerische oerheld, zoals duidelijk blijkt wanneer Vergilius’ Aeneas net als de homerische Achilles moet kiezen tussen persoonlijke en collectieve belangen. Ook nu gaat het om een vrouw. In Carthago wordt Aeneas verliefd op Dido, de koningin van Carthago. De twee delen het bed, en het ziet ernaar uit dat Aeneas zijn opdracht zal vergeten en zich definitief aan de zijde van Dido zal scharen. Maar de goden hebben anders beschikt: zij hebben besloten dat Aeneas naar Italië moet reizen om daar een nieuw rijk te stichten. Op die missie is er geen plaats voor Dido. Aeneas gehoorzaamt aan de wil van de goden en vertrekt. Als Dido zijn vloot de haven uit ziet varen stort zij zich in haar zwaard.
De zo tragisch verlopen liefdesaffaire met Dido leende zich uitstekend om Aeneas’ plichtsgetrouwheid aan de goden uit te leggen aan de Romeinen, te meer daar het ging om zijn liefde voor een voorouder van het zo gehate volk van de Carthagers. In Rome herinnerde men zich de Carthagers als aartsvijanden. In het begin van de Tweede Punische Oorlog (218-201 voor Christus) hadden ze de stad aan de rand van de afgrond gebracht, maar uiteindelijk waren ze toch verslagen. Zij waren trouweloos en leugenachtig, en een verbond tussen een vertegenwoordiger van het nieuwe Troje en een representante van Carthago was ondenkbaar. Vergilius realiseerde zich dat als geen ander, en hij gebruikte de historische vijandschap tussen de twee steden om de tragische liefde tussen Aeneas en Dido in een bredere context te plaatsen. Hij bedacht dat zijn hoofdpersoon de Romeinen de weg naar de toekomst moest wijzen door op het moeilijkste moment van zijn leven niet te kiezen voor de vrouw van wie hij hield maar de opdracht uit te voeren die de goden hem hadden gegeven. Die keuze maakte hem voor de Romeinen tot een held, omdat hij met zijn optreden de basis legde voor hun imperium.
Vergilius’ Aeneas is de meest spraakmakende held van de Romeinen; zijn geschiedenis speelt zich af in het mythologische verleden van Rome. Maar ook in de meer tastbare geschiedenis van de stad verwoordden de Romeinen hun bewondering voor alom bejubelde personen in opvallende mythen en verhalen, bedoeld om het karakter van de hoofdpersoon extra glans te geven en toehoorders en lezers te inspireren en ertoe aan te zetten in hun voetsporen te treden.
Het succesverhaal van de Romeinse opgang naar wereldheerschappij is bezaaid met anekdotes over en kleine geschiedenissen van dappere mannen die hun leven offerden voor de staat of met schitterende overwinningen voor zichzelf en hun vaderland grote faam verwierven. Illustratief voor die daadkracht is Publius Decius Mus. In een veldslag die voor de Romeinen slecht dreigde af te lopen koos hij vrijwillig de dood. Vanwege die daad is hij door latere generaties aan het grote publiek voorgehouden als toonbeeld van uitmuntend gedrag in dienst van de staat.

DE POLITIEKE en sociale ontwikkelingen in de Griekse wereld na Homerus hebben hun weerslag gehad op de interpretaties van ‘held’ en ‘heldendom’. Nieuwe normen en waarden werden maatgevend. Een heldenstatus kende men geleidelijk óók toe op grond van uiteenlopende verdiensten voor de samenleving. Het aanzien van de onderscheiden personen was weliswaar anders dan dat van krijgshelden, maar deed er vaak niet voor onder.
De concurrentie die de militaire held ondervond van andersoortige helden was in de vijfde eeuw voor Christus al goed te zien. Korte tijd nadat Leonidas met zijn heldhaftige dood onsterfelijke roem had verworven, verdienden anderen een heldenstatus op heel andere gronden. De staatsman Pericles, bijvoorbeeld, werd door de Atheners op handen gedragen vanwege zijn vele verdiensten voor de stad. Hij kon uitgroeien tot een ‘held van de democratie’. Zijn medeburger Socrates werd daarentegen juist bekend als criticus van de macht van het volk. Dat hij zijn opstelling uiteindelijk met de dood moest bekopen, leverde hem een minstens zo grote naamsbekendheid op. Voor velen was ook hij een held, zij het om heel andere redenen.
Politici, en dan vooral degenen onder hen die met sociale maatregelen de grote tegenstellingen in de Romeinse maatschappij probeerden te verkleinen, moesten afwachten hoe hun medeburgers op hun hervormingen zouden reageren. Zouden ze hen als helden bejubelen of riepen hun goedbedoelde daden zo veel verzet op dat verguizing hun deel zou zijn? De Athener Solon werd in het begin van de zesde eeuw voor Christus geprezen omdat hij de tegenstellingen tussen elite en volk verkleinde; de broers Tiberius en Gaius Gracchus ondervonden in het Rome van de late tweede eeuw voor Christus dat hun sociale politiek niet op ieders waardering kon rekenen. Hoewel hun landbouwpolitiek gematigd was – ze hadden voor hun landverdelingen hun oog laten vallen op het door de leden van de bestuurlijke elite in bezit genomen staatsland – werden ze door veel senatoren afgeschilderd als oproerkraaiers die de eenheid van de staat in gevaar brachten.
Eveneens op de rand van het heldendom, althans in zijn eigen tijd, bevond zich de slavenleider Spartacus. In 73 voor Christus ontsnapte hij met tachtig anderen uit een gladiatorenschool in Capua. Hij verwierf in korte tijd een enorme aanhang van gevluchte slaven, en al snel stond hij aan het hoofd van een leger van honderdduizend man. Zij verwoestten de landerijen van de Romeinse senatoren en ontwrichtten de economie. Het kostte de Romeinen de grootste moeite om het slavenleger te verslaan. Spartacus en vele van zijn medestanders vonden de dood, de gevangen slaven werden gekruisigd langs de Via Appia, als een afschrikwekkend voorbeeld aan anderen om niet tot dezelfde soort acties over te gaan. Veel goede woorden hebben latere Romeinse schrijvers niet voor de slavenleider over. De meeste vonden dat Spartacus tornde aan de grondslagen van de Romeinse samenleving, waarin slavenarbeid een economisch belangrijke rol speelde. Wellicht had hij in een andere samenleving dan de Romeinse onmiddellijk een heldenstatus verworven, maar in Rome werd hij beschouwd als een minderwaardige slaaf die het had gewaagd de traditionele indeling van de maatschappij omver te werpen.
Oprechte bewondering is Spartacus pas vele eeuwen later ten deel gevallen. De verhalen over zijn rol in de woelige geschiedenis van de late Romeinse republiek werden vanaf de achttiende eeuw kritisch gelezen, en de vooringenomenheid van sommige auteurs werd aan de kaak gesteld. Spartacus werd nu op grond van moderne criteria beoordeeld en betiteld als een van de eerste voorvechters van de mensenrechten. Hij kwam op een voetstuk te staan, werd een voorbeeld voor mensen die zich niet bij ongelijkheid en onrechtvaardigheid wilden neerleggen. Enkelen hebben zelfs onder het pseudoniem ‘Spartacus’ politieke manifesten geschreven.
De herwaardering van de slavenleider kwam pas in de negentiende eeuw écht op gang. Karl Marx noemde hem der famoseste Kerl, de kampioen van het antieke proletariaat, de enige die had gewaagd het op onderdrukking gebaseerde Romeinse productiesysteem te bestrijden. Hij en zijn volgelingen prezen Spartacus bovendien omdat hij de Romeinen niet tegemoet was getreden als een autoritaire aanvoerder, maar als een democratische leider die openstond voor de ideeën van zijn aanhangers. Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht noemden in 1915 hun communistische strijdgroepen naar Spartacus en hielden zo zijn naam levend.
De bewondering voor Spartacus is in de loop der jaren tot ver buiten marxistische kringen doorgedrongen. Hij is een begrip geworden, zijn naam is synoniem met gelijkheid en rechtvaardigheid. De oude Romeinse schrijvers zouden zich omdraaien in hun graf als zij zouden lezen hoe Spartacus heden ten dage telkens opnieuw wordt geportretteerd als een van de eersten die zich met kracht, en tijdelijk met succes, hebben verzet tegen onderdrukking en uitbuiting. Spartacus is zodoende een uitstekend voorbeeld voor de stelling dat iedere samenleving haar eigen criteria voor heldendom hanteert.

Bovenstaande lezing sprak Fik Meijer uit in de lezingenreeks Heldenmoed. De volgende sprekers zijn Jan van Hooff (Heldhaftige dieren) op zondag 6 september en Maarten Doorman (The Byronic Hero) op zondag 20 september, beide om 11.00 uur in Paradiso te Amsterdam