#11: Imane Nadif

‘De tijd van een aandeelhouderseconomie is voorbij’

Mounir Samuel praat de komende tijd vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de co-ronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is. In aflevering 11: gemeenteraadslid Imane Nadif.

Toen Imane Nadif hoorde dat de lockdown inging en ze met man en kinderen thuis zou komen te zitten ging ze naar de Makro. Terwijl klanten karren vol wc-papier inlaadden, hamsterde zij schoolspullen. Schriften, pennen, stiften, knutselspullen, printpapier. Binnen een dag had ze op whiteboards dagschema’s gemaakt voor haar beide kinderen. Haar jongste zoontje Din (3) kan nog niet lezen, dus maakte ze magneetjes met afbeeldingen zodat ook hij precies wist wat hij moest doen. Haar dochtertje Isa (9) kreeg wekenlang intensief les van beide ouders. Papa hield zich bezig met vakken als taal en geschiedenis, mama met biologie en rekenen. Nadif is als voormalig stralingsdeskundige de bèta in huis, haar man is antropoloog.

Angst voor leerachterstand bij haar dochtertje heeft ze niet. De psychologische gevolgen ziet ze wel. ‘We moeten ons echt afvragen wat voor impact deze hele situatie op kinderen heeft. Hoe kunnen we hen beter ondersteunen? En hoe kunnen we ouders daar goede tools bij geven? Fijn, die richtlijnen van het RIVM, maar die gaan alleen over ziekte- en verspreidingspreventie.’

Zelf laat Nadif nooit iets aan het toeval over. We kennen elkaar nu ruim twee jaar, maar ik blijf me iedere keer over haar militaire discipline en nietsontziende perfectionisme verbazen. Zo vertelt ze me dat ze aan het begin van ieder schooljaar naar de boekhandel gaat om alle schoolboeken van het jaar aan te schaffen. Zo kan ze altijd paraat staan om extra uitleg en bijles te geven. Met de plotselinge quarantaine van haar dochter komt die gewoonte nu goed van pas.

‘Je bent een echte super mom!’ roep ik uit.

‘Een helikopter-mom’, lacht ze.

Overigens werd ze zelf ook zo opgevoed. Haar ouders haalden ieder jaar alle schoolboeken van hun drie dochters in huis. Het is een van de redenen dat Nadif als Marokkaans-Nederlandse Amsterdammer van haar generatie niet een te laag schooladvies kreeg en rechtstreeks naar het vwo mocht. ‘Mijn ouders waren heel actief, nog steeds. Ze waren altijd aan het pushen. Spraken Nederlands, wat een gigantisch verschil maakt. Ik ben me daar altijd bewust van geweest. Mijn ouders gingen altijd mee naar rapportbesprekingen. Ik herinner me nog dat ik één keer vier fouten had gemaakt met staartdelingen en mijn moeder direct om extra huiswerk vroeg.’

‘Ik begrijp nu waar die druk bij jou vandaan komt’, zeg ik. ‘Niet om perfectionistisch maar om perfect te zijn.’

Nadif lacht, maar gaat wijselijk niet op de uitspraak in.

Terug naar haar eigen kinderen. ‘Wij hebben de mogelijkheden en middelen om onze kinderen te ondersteunen. Isa las op haar tablet, had een telefoon voor Zoom-afspraken met de juf. Wij hadden zelf actief contact met school en zorgden dat ze via Skype ook contact met vriendinnetjes had. We hebben een boekenkast vol kinderboeken.’ Ze vreest voor een groeiende kloof tussen de kinderen in de stad. ‘Voor ons was dit vergeleken met anderen makkelijk te regelen. Maar zoveel gezinnen hebben deze luxepositie niet. De verschillen zullen enorm toenemen, of beter gezegd: die nemen al enorm toe.’

Ondertussen mogen de kinderen weer naar school. Maar enkele maanden geen onderwijs en een anderhalvemeterklas hakken er evengoed in. ‘Isa was heel blij om haar klasgenoten weer te zien. School gaat niet alleen over leren, het gaat ook over persoonlijke groei en sociale vaardigheden. Contact met leeftijdsgenootjes is zo belangrijk. We moeten de rol van onderwijs echt niet onderschatten.’

Het liefst zou Nadif leerlingen van verschillende economische en sociale milieus gelijk over Amsterdamse scholen verspreiden, zodat het onderscheid tussen ‘zwakke’ en ‘sterke’ scholen wordt opgeheven. Ook wil ze af van het opgesplitste middelbare onderwijs en is ze voor de invoering van een brede school. ‘Het is zo goed als kinderen van het vmbo samenwerken met het vwo en praktijk en theorie worden samengebracht. Dat is zo nuttig voor de toekomst. Plus: het vergroot de kans op doorstroom.’

Zoals altijd heeft de politica ideeën te over. Maar onderwijs is nu een van de weinige dossiers die niet in haar omvangrijke portefeuille zitten. Nadif is als gemeenteraadslid voor GroenLinks Amsterdam verantwoordelijk voor economische zaken, afval, circulaire economie, kunst en cultuur, vastgoed, monumenten, luchtvaart en gemeentelijke deelnemingen. Het toetreden van Nadif tot de Amsterdamse gemeenteraad in 2018 had alles te maken met het hardnekkige Marokkanendebat in Nederland, de ondervertegenwoordiging van met name vrouwen van kleur in de politiek en haar destijds zesjarige dochtertje. Isa kwam na een schooldag huilend thuis omdat ze in de nasleep van Wilders’ ‘minder, minder’-opmerking op het schoolplein gehoord had dat alle Marokkanen uit Nederland moesten vertrekken. ‘Moeten wij nu ook weg?’ vroeg het meisje, dat overigens een witte vader heeft, bedremmeld. ‘En oma dan?’ Nadif koos ervoor om niet alleen te laten zien dat ze blijft, maar zichtbaar aanwezig te zijn en verschil te maken.

In het gesprek klinkt Nadif voor het eerst enigszins mismoedig. Het gevoel van onmacht sinds de uitbraak van de coronacrisis hakt er hard in. ‘Natuurlijk zijn er mogelijkheden tot kansen, maar tegelijk…’ Ze zucht. ‘Als je niet uit een geprivilegieerd milieu komt is dit echt zwaar. Ik heb de vorige financiële crisis uit 2008 ook meegemaakt en weet hoe moeilijk het toen was om een baan te vinden. En nu zijn er weer mensen die het niet serieus nemen’, zegt ze over bepaalde partijen die niet voorbij partijbelangen en naderende verkiezingskoorts kunnen kijken naar de stad. Ze kijkt gefrustreerd de camera in.

‘Laten we de kwestie even opknippen’, grijp ik haastig in. ‘Allereerst, wat zou je nu vooral willen?’

‘Ik zou willen dat er meer urgentie bestond rondom de mensen die straks een armoedeval maken. Ik begrijp niet dat er niet meer boosheid is rond de positie van de culturele sector, waarom mensen zich niet inzetten voor meer loon voor die broodnodige handen aan het bed in de zorg of dat onverzekerde ondernemers worden afgestraft terwijl wij als samenleving een uurtarief van vijftien euro voor een zzp’er volstrekt normaal vinden’, somt Nadif op. ‘Er wordt heel veel gezegd over eigen verantwoordelijkheid en gezond verstand, maar we weten allemaal dat er bepaalde factoren zijn die mensen niet in staat stellen om goed voor zichzelf te zorgen in zo’n crisis, of om financieel onafhankelijk te zijn.’

Nadif kreeg tientallen belletjes van wanhopige ondernemers en artiesten die het water aan de lippen staat. ‘Ik kan naar ze luisteren, ze op bepaalde regelingen wijzen en proberen hun situatie in mijn werk mee te nemen, maar voor veel van deze mensen is de toekomst nog onzeker. Daar word ik best moedeloos van.’

‘Wat nemen we niet serieus genoeg?’ vraag ik.

‘Nou, als we het hebben over die driehonderd miljoen voor de culturele sector die alleen naar de grote gesubsidieerde kunstinstellingen gaat’, geeft Nadif als voorbeeld. ‘En ik denk aan al die kleine makers, al die kleine ondernemers binnen de kunst- en cultuursector. Ik ben blij met het beleid van wethouder Meliani, maar we weten ook dat er meer steun moet komen uit Den Haag. Wat denken politiek en samenleving nu echt dat er met hen gaat gebeuren straks? En niet alleen met de kunstenaars zelf, maar ook met al die mensen die in de sector werken, van decorbouwers tot technici?’

‘Of denk aan duurzaamheid’, vervolgt Nadif, wijzend naar een ander belangrijk dossier binnen haar werkzaamheden in de gemeenteraad. ‘Amsterdam blijft zich gelukkig committeren aan een duurzame agenda. Daar kwam trouwens best veel kritiek op. Maar landelijk wordt al dat noodzakelijke beleid vooruitgeschoven. Zo kunnen we echt niet doorgaan. We kunnen als land niet terug naar het oude normaal, dat is gewoon geen optie meer.’

Nadif herinnert me aan het politieke debat voordat de coronacrisis uitbrak, dat draaide om onderwerpen als dividendbelasting. ‘We zijn één groot belastingparadijs en het aantal miljonairs blijft maar groeien. Ondertussen neemt de armoede toe, wordt het verschil tussen arm en rijk steeds groter en is het alleen maar moeilijker om uit armoede te komen, ook voor komende generaties.’

Volgens de meest recente cijfers van het CBS hadden huishoudens in Nederland in 2017 gezamenlijk een vermogen van 1.260 miljard euro. De kapitaalongelijkheid in Nederland behoort echter tot een van de grootste ter wereld. De rijkste tien procent van de bevolking heeft 64 procent van het vermogen in handen. De overige 36 procent van al het kapitaal wordt verdeeld onder negentig procent van de overige huishoudens. Een aanzienlijk deel van deze huishoudens heeft bovendien een negatief vermogen. De tien procent huishoudens met de laagste vermogens in Nederland heeft samen meer schulden dan bezittingen. Per saldo staat deze groep 51 miljard euro in de min. De vermogensongelijkheid is het grootst in de grote steden, met op nummer één Rotterdam, op twee Amsterdam en op drie Den Haag. ‘Ik las gisteren nog een tweet met de tekst: “We moeten de rijken niet om hulp vragen”’, zegt Nadif. ‘Hulp? Ze moeten gewoon hun belasting betalen.’

Ook over het gebrek aan sociale mobiliteit heeft Nadif gelijk. Volgens de gerenommeerde econoom Thomas Piketty kent Frankrijk – toch berucht om z’n uitgestrekte banlieu en grote etnische scheidslijnen – meer opwaartse mobiliteit dan in Nederland.

‘Als je rijker bent is het heel eenvoudig om in dit land rijker te worden’, zegt ze. ‘Je wordt daarin zelfs gefaciliteerd. Terwijl dat niet de prioriteit zou moeten hebben. Die groep is immers al rijk genoeg. Maar de mensen die echt in armoede leven krijgen de boodschap dat ze het uit mogen zoeken. Denk bijvoorbeeld aan die discussie over de Wajong-uitkering. Hebben we wel door hoe duur het is om te wonen en leven in Nederland? Dat is echt niet goedkoop.’

Nadif kijkt even voor zich uit. ‘Vandaag ben ik in een heel melancholische stemming en een beetje verdrietig.’

‘Melancholisch? Je wil juist heel graag vooruit maar de rest gaat maar niet mee’, grap ik opbeurend.

Nadif begint te lachen. ‘Ja, zo voelt het.’

‘Het is melancholie over een toekomst die had kunnen zijn.’

Nadif vervolgt: ‘O, we kunnen zoveel met elkaar, we zouden zoveel mooie dingen kunnen opzetten en doen. Waarom praten we over terug naar normaal? Dat oude normaal was niet goed of gezond voor ons. Daarbij is het geld er ook niet meer. We stormen af op tientallen miljoenen euro aan jaarlijkse bezuinigen, alleen al in de stad Amsterdam.’

Ze maakt zich niet alleen zorgen over personen met een lage sociale of economische status. Wat te denken van de jonge generaties? ‘Waarom geeft iedereen zo af op millennials?’ wil ze weten. ‘Dit is al de tweede crisis die we meemaken. Vaak is er geen spaargeld. De huren zijn torenhoog. Volgens sommigen nemen we geen verantwoordelijkheid en zijn we alleen maar bezig met Rutger Bregman-boekjes lezen. Are you kidding me? Mensen hebben zoveel stress, zoveel last van depressie, steeds sneller een burn-out.’

‘Steeds jonger ook’, vul ik aan. ‘Een quarterlife crisis is echt een ding. Ik heb geen vriend of vriendin die er niet doorheen is gegaan.’

‘En stel je voor dat je dan ook nog eens kinderen hebt of die zou willen’, maakt Nadif het punt af. ‘Zonder toegang tot een huur- of koopwoning, baanzekerheid of sociaal vangnet. De politiek gaat dwars over de hoofden van al deze thema’s en groepen heen.’

Nadif vindt dat men elkaar juist nu moet opvangen en ondersteunen, en dat we als samenleving een grote stap vooruit kunnen zetten. ‘Ondanks de coronacrisis heeft Amsterdam recent een agenda circulaire economie gepresenteerd. Daar was veel positieve bijval voor, maar ook kritiek met de strekking: “nu niet”. Nu niet? We kunnen niet thuis gaan zitten en wachten tot het virus voorbij is. We moeten nu nadenken en de gesprekken voeren over een nieuw normaal. We zouden hier veel serieuzer mee om moeten gaan.’

Of de gemeenteraad deze kwesties in ieder geval wel serieus neemt? ‘Ik zie wel dat het college keihard werkt aan oplossingen’, zegt Nadif. ‘Als je zelf niet geconfronteerd wordt met de problemen, kan er een blinde vlek ontstaan. Kijk maar naar de huidige situatie van ongedocumenteerden die door het wegvallen van zwart geld geen inkomsten meer hebben. Dit moeten we zien te voorkomen. Voor de politiek is het belangrijk dat er goed voor alle mensen wordt gezorgd. Dat is je verantwoordelijkheid en taak als volksvertegenwoordiger.’

In een ideale wereld zou Nadifs nieuwe normaal inzetten op een volledig circulaire stad, waar alle grondstoffen worden hergebruikt en geen vervuiling of verkwisting optreedt. De lokale ondernemers en maakindustrie zouden in werk en inkomen worden ondersteund en vrijgelaten. Er zou veel meer kunst en cultuur op straat moeten komen. ‘Ik vind dat we dat veel te weinig hebben in de openbare ruimte in Amsterdam.’ Alle kinderen in de stad zouden dezelfde extra curriculaire vakken moeten krijgen, waaronder groenonderwijs. De wachtlijsten in de zorg zouden flink moeten worden verkort, al zullen die naar Nadifs verwachting in de overbelaste zorg alleen maar verder oplopen.

Of ze zich zorgen maakt over de komende jaren. ‘Ja, ik maak me vooral zorgen over de mensen die de minste middelen hebben en de minste kansen krijgen. Al die grote partijen die nu hun handje ophouden interesseren me echt niets. Het enige waar ik om geef is baanbehoud.’ Ze slaapt er slecht van.

Als Nadif ergens voor gaat, bijt ze zich helemaal in het dossier vast. Zo haalde ze in mei 2019 het nieuws omdat ze als gemeenteraadslid onderzocht of de Gemeente Amsterdam – als groot-aandeelhouder van Schiphol – een rechtszaak tegen de verdere uitbreiding van het vliegveld kon aanspannen. Het raadslid ging daarmee dwars tegen Den Haag in. Haar vechtlust werd haar door het kabinet niet echt in dank afgenomen. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe luchtvaartnota die meer duidelijkheid moet geven. Ik ben dan ook benieuwd wat Nadifs reactie was toen KLM als eerste grote multinational door de staat werd ‘gered’?

‘Sprong je uit je vel?’

Ze begint keihard te lachen, zij het als een boer in kiespijn. ‘Wat denk je? Ik begrijp dat we KLM ondersteunen om banen te redden. Daar ben ik voor. Maar in de eerste week dat de crisis uitbrak zijn er tweeduizend mensen ontslagen zonder sociaal plan, dus die mochten allemaal direct de bijstand in. Om vervolgens het lef te hebben de regels zo aan te passen om toch bonussen aan de top te kunnen spenderen en dan te vragen om twee tot vier miljard steun. Kijk, de kunst- en cultuursector kreeg een hele duidelijke brief. Dit is het bedrag. Dit zijn de regels. Hier moet je aan voldoen. Gemeenten moeten bijdragen. Steun is er alleen voor instellingen. Het hoe en wat van het steunfonds is helemaal uitgestippeld. Maar bij KLM wordt steun toegezegd zonder dat de precieze eisen en voorwaarden bekend zijn, die worden later “vastgesteld". Een verschil van twee miljard is gigantisch en het verhaal over duurzaamheid is veel te vaag.’

Even leek het erop dat het kabinet wél wilde aansturen op minder vluchten via Schiphol. Maar dat plan is alweer van de baan. De luchthaven mag tot grote ergernis van de gemeente Amsterdam gewoon blijven groeien. Toen op 20 mei de Rekenkamer ook nog bekendmaakte dat de staat onrechtmatig aandelen had gekocht in Air France-KLM was het niet moeilijk raden waarom. ‘Onbegrijpelijk’, vindt Nadif de hele gang van zaken. ‘It is bad’, vervolgt ze. Daar dacht de topman van Air France-KLM Ben Smith heel anders over. Hij kreeg op 26 mei doodleuk een bonus van ruim 768.000 euro over 2019.

‘Wat zou een stad als Amsterdam met twee miljard euro kunnen?’ vraag ik me hardop af.

‘Met dat geld zou het kabinet de kunst- en cultuursector kunnen redden. Het zou heel goed aan het onderwijs en de zorg kunnen worden gespendeerd, die al jarenlang roepen om niet eens één miljard. Dat geld is er niet voor de zorg, maar wel voor KLM. Bij KLM hebben we het over dertigduizend banen, bij de kunst- en cultuursector hebben we het er over 133.00, en daar is de steun beduidend lager. Daarbij zal KLM sowieso opnieuw moeten kijken naar de bedrijfsvoering en zichzelf moeten afvragen wat voor vliegtuigmaatschappij ze willen zijn, welke afstanden ze willen vliegen. Ze moeten een duurzaam, toekomstbestendig plan hebben en dat hebben ze niet. Het gaat alleen maar om groei-groei-groei en meer vluchten. Dat is niet hoe de toekomst eruit zal zien. Dat is niet waar wij als overheid en samenleving in moeten investeren. Wie profiteren van deze steun? Is dat het personeel waarvan er al tweeduizend zijn ontslagen zonder sociaal plan? De tijd van een aandeelhouderseconomie is voorbij. Al die vitale beroepen die onze samenleving dragen en redden, dat is waar het geld heen zou moeten gaan.’


Deze serie is onderdeel van het boek Noodzakelijke gesprekken: Reflecties op een nieuwe wereld (september 2020, Uitgeverij Jurgen Maas).