De tijd vangen

WAT KAN IK me volgend jaar nog herinneren van mijn vakantieliefde? Een eerste aanraking waarschijnlijk, die paar extra lachlijntjes, misschien nog de specifieke druk van haar tong. Maar wat staat me over dertig jaar nog bij van de hele romance? Dan moet mijn herinnering tot leven gewekt worden door de vakantiefoto’s, die de aard en omvang van de herinnering bepalen. Ik zal dat externe geheugen nodig hebben om de mooie momenten aan de vergetelheid te onfutselen.

Videokunstenares Fiona Tan, ook behept met een voornamelijk visueel geheugen, bouwde dit gegeven uit tot een korte videofilm die de werking van het geheugen en het vervliegen van de tijd tot onderwerp heeft. Zoals vanaf begin vorige eeuw de wereld is volgezet met gedenktekens in een wanhopige poging het meedogenloze verstrijken van de tijd een halt toe te roepen, zo probeert Tan de onherroepelijk teloorgaande tijd levend te houden door hem in te delen en te systematiseren. Beelden herhalen zich als in een rituele dans en krijgen een bezwerende werking. Beelden slaan ezelsbruggen naar andere beelden, om zich te associëren met evenbeelden en tegenbeelden, in de hoop ooit associatieve herinneringen los te maken.
Centraal in de symmetrisch opgebouwde film staan de portretten die Tans minnaar gedurende de vakantie bij elk ontwaken van haar filmde. Daaromheen drapeert ze duikende heren in vooroorlogs badkostuum, voorbijsnellende bomen, een zojuist van haar eieren verloste zeeschildpad op de terugweg naar haar habitat en zich wellustig traag openende en sluitende papavers.
Behalve naar slapen, ontwaken en erotiek verwijzen de papaverbloemen ook naar de titel van de film, Linnaeus’ Flower Clock. De achttiende-eeuwse Zweedse botanicus Linnaeus was niet alleen bezeten van het idee de gehele natuur onder te brengen in een sluitend opbergsysteem, hij was er eveneens van overtuigd dat de natuur zo punctueel was als een kwartshorloge met een millenniumprobleem. Dus stelde hij van de bloemen de openings- en sluitingstijden vast, zodat de mens kon afzien van mechanisch gecontriveerde stiptheid. Volgens de ijzeren wetten van de natuur openen en sluiten de bloemen zich immers altijd op exact hetzelfde tijdstip, zodat een ‘bloemenklok’ zowel orde brengt in het chaotische bestaan van de mens als de onderliggende orde blootlegt in de ogenschijnlijk wanordelijke natuur.
Linnaeus’ Flower Clock begint en eindigt met een chronologische opsomming van bloemen die op het hele uur openen of sluiten, zodat Tans herinneringen een rigide structuur krijgen die de tijd voor teloorgang moet behoeden. 'Ik herinner me de eerste keer dat je me bloemen gaf; nu geef ik jou deze bloemen, om te houden.’ De droge, maar sensuele papavers tegen een neutrale achtergrond doen denken aan de zakelijke foto’s die Karl Blossfeldt in de jaren dertig maakte van grillige plantvormen. De associatieve montage, de herhaling van simpele, korte bewegingen en het gebruik van droge documentaire beelden om leven en passie uit te drukken, vinden we terug in de surrealistische films van Man Ray. Maar het gebruik van metaforische beelden uit de natuur is evenzeer geïnspireerd op Tans moeder, een Schotse biologe.
FIONA TAN werd in Indonesië geboren, groeide op in Australië en genoot haar kunstenaarsopleiding in Duitsland en Nederland. In de tien jaar dat ze nu in dit land woont, maakte ze zeer uiteenlopende video’s en video-installaties. Uiteenlopend van vorm dan, want de fascinatie voor het verglijden van de tijd en de (on-)mogelijkheid die vast te houden glanst van de meeste werken af.
De installatie Witness is een zaalvullend uurwerk waarvan de gewichten monitoren zijn die eens per dag worden gehesen. Elk beeldscherm vertegenwoordigt een tijdseenheid: een dag, een uur, een minuut, een seconde en 1/25 seconde (de beeldeenheid van televisie). De films verbeelden de tijdseenheden. Het geheel is een metafoor voor de vergankelijkheid, als een gevleugelde zandloper, maar met mechanische precisie en meer dan metafysische zwaarte.
De reizende expositie Kunst met een stekker vorig jaar had de bedoeling het kunstuitleenpubliek kennis te laten nemen van video-, computer- en interactieve kunst. Tan toonde er Portrait of the Artist as a Young Woman, een uitgekleed beeldschermpje, ondersteboven op een spiegelende schaal. Het beeld van de vrouw in close-up is pas in de schaal goed te zien. De spiegeling refereert aan de duplicatie van beelden door de elektronische media: we slaan vooral gereproduceerde beelden op in ons geheugen. De identiteit van de kunstenaar als jonge vrouw lijkt voor altijd bevroren; we ontrukken een moment aan de tijd, maar houden een gemanipuleerd beeld in handen.
De vergankelijkheid en de mogelijkheid of onmogelijkheid die tegen te houden door mechanisch vastleggen, is het thema van Tans bekendste werk, Atlas of the Interior. Op twee beeldschermen wordt langzaam het lichaam van de vermoorde moordenaar Joseph Jernigan gereconstrueerd, plakjesgewijs van top tot teen. De identiteit van de moordenaar is teruggebracht (of uitgebreid) tot een honderdtal dwarsdoorsneden van zijn lichaam, met bespiegelend commentaar van de maakster.
MET DE TIJD verstrijkt ook de identiteit, zoals Tan met haar achtergrond van drie continenten, verschillende talen en gemengde afkomst als geen ander weet. Voor de VPRO maakte ze vorig jaar Moge u in interessante tijden leven, een documentaire waarin ze op zoek ging naar de familie van haar Chinese vader. 'Cultuur is altijd tegelijkertijd een paleis en een gevangenis. De vreemdeling, ik, moet zich altijd afvragen: ga ik erin op of blijf ik erbuiten?’
Net als film is video een kunstvorm die zich in tijd en ruimte afspeelt, hoewel de ruimtelijkheid denkbeeldig is. Een video-installatie compenseert dat gebrek: het wordt een sculptuur, een film die fysieke ruimte inneemt. Behalve met de video Linnaeus’ Flower Clock is Tan op het World Wide Video Festival komende week present met een installatie genaamd Roll, die bestaat uit twee videoloops en een geluidsband. Volgens de aanwijzingen van de kunstenares moet de ene loop minstens vier meter breed worden geprojecteerd, zodat het publiek erin wordt opgezogen. Het krijgt dan Tan zelf te zien, die om haar as van een duin afrolt, steeds weer opnieuw, vanuit verschillende camerastandpunten, met verschillende snelheden en met ruisend geluid. De tweede loop is van haar bewegingloze rechterhand in het zand. De geluidsband is elders in het gebouw met een koptelefoon te beluisteren. Een viool, gevolgd door lachen, een ratelende projector, klappend publiek, gruizend glas en meer omgevingsgeluiden, moet de herinnering aan de beelden tekenen en kleuren, vormen en vervormen, als 'een herinnering die continu wordt vergeten’.
Voor Tan is Roll door het intensieve werk eraan een metafoor geworden voor haar werk en leven: een klein lichaam dat zich keer op keer van een verraderlijke heuvel werpt, oneindig vaak terugkerend. 'Een dramatisch moment steeds opnieuw af te spelen ontdoet het van zijn kracht, maar tegelijkertijd, door de ondraaglijke herhaling, wordt de vallende figuur kwetsbaarder en breekbaarder.’
Roll is ook een reflectie op de manier waarop we onszelf 'in de tijd’ zien, gevangen in het raderwerk van de zich ontvouwende en nooit herhalende tijd. Mechanisch en elektronisch kunnen we de illusie scheppen de tijd te verslaan, door momenten te vangen, stil te zetten, om te keren en te herhalen. 'Het leven is een verhaal dat wordt verteld; als een kind dat steeds hetzelfde verhaal wil horen, herhaal ik mijn favoriete scènes in mijn hoofd.’ Maar de foto’s, films en video’s waar we ons van bedienen, blijken uiteindelijk net zo'n illusoire manier om de tijd te vangen als de bloemenklok.