De tijdbom onder rusland

Als de Russische presidentsverkiezingen iets duidelijk hebben gemaakt, dan is het wel dat geen van de beide kandidaten over een voldoende sterke achterban beschikte om gekozen te worden. Wilden ze een kans maken, dan moesten ze de tweedeling van de Russische samenleving overstijgen. Het hoofdstedelijke kamp van westers georienteerden noch het provinciale kamp van nationalistische Russen was op zichzelf omvangrijk genoeg om het hoogste ambt te verwerven.

Jeltsin was de eerste die dit onderkende. Al enige tijd geleden hing hij zijn imago van hervormingsgezind democraat aan de wilgen en zocht hij aansluiting bij een zo breed mogelijk publiek. In zijn verkiezingscampagne richtte hij zich nadrukkelijk op beide kampen. Toen deze tactiek in de eerste ronde niet tot onmiddellijke winst bleek te leiden, deed hij zijn meesterzet: hij lijfde de klassieke hard-liner Aleksandr Lebed in.
Zjoeganov kwam pas later tot inzicht. Na zijn tweede plaats in de eerste ronde lanceerde hij plots voorstellen tot een nationale coalitie en toonde hij zich bereid tot compromissen. Het bleek te laat.
Jeltsin zal ook na zijn herverkiezing pogen zijn positie boven de twee kampen te handhaven, al is het maar om zoveel mogelijk speelruimte voor zichzelf te behouden. Hij zal nu eens voorstellen van Lebed overnemen, dan weer van Tsjernomyrdin of het IMF. Dat laveren blijft een moeilijke klus: Jeltsin kan het zich niet permitteren een van de twee Russische kampen definitief van zich te vervreemden.
Ofschoon in Jeltsin een compromisfiguur is gevonden die de maatschappelijke tweedeling overstijgt, blijven de kampen wantrouwend tegenover elkaar staan. Ze hebben geen gemeenschappelijke spelregels voor het bedrijven van politiek en respecteren elkaar niet. Terwijl de westers georienteerden door de provincie worden gezien als dragers van het Kwaad, als vijandige elementen die almaar rijker en vetter worden, bezien de aanhangers van de markt de provincie als een bastion van conservatieve, reactionaire krachten, waar eeuwige geestelijke slavernij heerst. Dit dualisme is een tijdbom die door de verkiezingswinst van Jeltsin net niet tot ontploffing is gekomen. Maar het feit dat slechts een persoon de explosie kan verhoeden, is weinig geruststellend. Des te meer omdat de man zwaar tobt met zijn gezondheid en de fysieke belasting van het presidentschap waarschijnlijk niet erg lang zal aankunnen.
Om tot werkelijke stabiliteit te kunnen geraken, zijn structurele veranderingen in de politieke verhoudingen nodig. De twee kampen moeten inzien dat zij niet zonder de ander kunnen. In plaats van zuiveringen en uitsluitingen dient er ruimte te komen voor concessies. Alleen langs die weg kan er een politiek midden ontstaan dat groei en evenwicht kan waarborgen.
Hoopgevend is in ieder geval dat Zjoeganov zijn verlies zo snel erkende en onmiddellijk beloofde vreedzame oppositie te zullen voeren. Ook zijn voornemen zich te ontdoen van de radicaalste communisten uit zijn omgeving, moet worden toegejuicht. Maar daarmee is het ontstekingsmechanisme van de Russische tijdbom nog lang niet verwijderd.