Komt er eindelijk vrede in Sri Lanka?

«De Tijgers zijn niet dood. Ze slapen»

Komt er na twintig jaar oorlog eindelijk vrede in Sri Lanka? Vorige week vonden de eerste, succesvolle vredesonderhandelingen plaats tussen de rebellerende Tamil Tijgers en de Srilankaanse regering. «Als het nu fout gaat, voorzie ik een complete slachtpartij.»

Kilinochchi — Opzichter Veeramani legt zijn hand op een zerk. Keer op keer moet hij zijn gasten verbeteren: dit is geen begraafplaats, maar een Huis voor de Slapende Helden. Tamil Tijgers die sterven in de strijd voor de onafhankelijke natie Tamil Eelam, vinden pas eeuwige rust als Tamil Eelam een feit is. «De Tijgers zijn niet dood. Ze slapen», zegt Veeramani.

Dit is de Wanni, het gebied in noord Sri Lanka waar de Tijgers heer en meester zijn. De zengende hitte laat de lucht trillen. Een zacht briesje doet zand en stof tussen de zerken opstuiven. Hier liggen 2211 Tijgers begraven die vielen in de strijd om Tamil Eelam. Het is een luguber aangezicht: de lijken zijn niet diep onder de grond begraven, maar elk ligt onder een hoopje zand. Alsof ze zo kunnen opstaan en weglopen. 580 zerken hebben geen hoopje zand, omdat hun lijk is vermist. Of ze hebben hun cyanidecapsule — verplichte uitrusting voor elke Tijger — gebruikt waardoor hun lichaam nu in regeringshanden is. Enkele zerken zijn iets groter. Die zijn voor de Zwarte Tijgers, de gevreesde zelfmoordcommando’s. De avond voordat zij stierven mochten ze volgens traditie dineren met hun leider, Velupillai Prabhakaran.

Veeramani heeft twee zonen in de strijd om Tamil Eelam verloren die ook in een Huis voor de Slapende Helden liggen. Het ging hem aan het hart dat ze werden begraven. «Hindoes moeten worden gecremeerd, anders vindt de overledene geen rust. Maar onze leider Prabhakaran zegt dat de huizen voor de slapende helden nodig zijn om ons aan de offers voor Tamil Eelam te herinneren. Mijn zonen hebben geen rust, daarom moeten wij blijven strijden voor Tamil Eelam.» Zo krachtig is de cultus rondom leider Prabhakaran. Hij is in staat de religie van de Tamils, het hindoeïsme, naar zijn hand te zetten.

Sri Lanka is opgelucht — en houdt gespannen de adem in. Komt er echt vrede? Sinds een half jaar is een staakt-het-vuren van kracht, het meest succesvolle in bijna twintig jaar oorlog. Toegegeven: er zijn wederzijdse schendingen van het bestand, variërend van aanvallen op Tamil-vissers door de marine tot het ontvoeren van toekomstige kindsoldaten door de Tijgers in het oosten. Maar het uitblijven van represailles en escalatie geeft hoop.

Afgelopen woensdag eindigde in Thailand de eerste ronde van de driedaagse vredesbesprekingen tussen de Tamil Tijgers en de Srilankaanse regering. Een historische kans om het conflict te beëindigen na meer dan 65.000 doden en een veelvoud daarvan aan gewonden. Als klap op de vuurpijl verklaarden de Tijgers wat niemand had durven hopen: de eis voor een onafhankelijke Tamil-staat ligt niet meer op tafel. De Tijgers willen nu «substantiële autonomie» waarbij Tamil Eelam slechts een «last resort» is mocht de vrede geen welvaart en waardigheid voor de Tamils brengen. Om zo snel zulke verregaande concessies te doen, is een briljante zet. Want de bal ligt nu bij de regering en die zal hemel en aarde moeten bewegen om de Singalese meerderheid achter zich te krijgen.

Maar zijn de Tijgers te vertrouwen? Want boven alles zijn zij een hardvochtige, uiterst gedisciplineerde, terroristische vechtmachine. En zeer succesvol. De Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE), zoals de Tijgers voluit heten, hebben een Indiase premier (Rajiv Gandhi) omgebracht, een Srilankaanse president, een presidentskandidaat, oppositieleiders en tientallen andere politici. Sri Lanka’s huidige president, de Singalese Chandrika Kumaratunga, verloor door aanslagen haar echtgenoot, haar oog en bijna haar leven. De Tijgers dulden geen andere Tamil-vertegenwoordigers naast zich. Meer dan veertig Tamil-politici vonden door toedoen van de Tijgers de dood. Bij 165 zelfmoordaanslagen werden meer dan vijftienhonderd soldaten, politici en burgers opgeblazen. Maar het grootste succes van de Tijgers is het feit dat ze van een bankrovend bandietenlegertje zijn uitgegroeid tot een militaire macht die op gelijke voet met de regering praat over autonomie.

Terrorisme-expert Rohan Gunaratne — bekend om zijn al-Qaeda-onderzoek — omschreef de Tijgers als «technologisch gezien de meest geavanceerde terroristische organisatie ter wereld». Zo zijn de Tijgers uitvinder van de zelfmoordbroek en -jas, populair bij Palestijnse terroristen. Onder terrorisme-experts bestaat nauwelijks twijfel dat de Tijgers deze techniek verkocht hebben aan organisaties als de PLO. Er zijn aanwijzingen dat de LTTE kennis en techniek verkochten aan de Tsjetsjeense rebellen, de Colombiaanse Farc en al-Qaeda. De aanslag op de USS Cole, toegeschreven aan al-Qaeda, geschiedde volgens het beproefde procédé waar de Tijgers al jaren patent op hebben. Sterker nog, drie dagen voor de aanslag op de Cole lukte de Tijgers in Sri Lanka wel wat al-Qaeda in Jemen niet lukte: het tot zinken brengen van een zwaar bewaakt marineschip.

Voor hun onderdanen zijn de Tijgers ook niet altijd even zachtzinnig. Dissidente meningen zijn al lang geleden uitgestorven in LTTE-gebieden. En ook voor grootschalige etnische verdrijvingen draaien de Tijgers hun hand niet om: in 1990 werden 120.000 moslims gedwongen om LTTE-gebied te verlaten.

Zijn de Tijgers in staat om vrede en democratie te brengen? «Uiteraard», lacht S. Puleedevan, kopstuk van de politieke tak van de LTTE en coördinator voor het vredesproces. De Tijgers zijn gek op bezoekers uit het buitenland. Alles wat hun enige erkenning geeft, wordt met open armen ontvangen. Puleedevan laat de grote vergaderzaal in LTTE-hoofdstad Kilinochchi zien. Hij drukt op een knopje, waardoor even later een meer dan levensgrote foto van Prabhakaran verschijnt, met twee flikkerende tl-lampen achter zich. «Geen schilderijen meer», lacht Puleedevan, «we gaan met onze tijd mee». Behalve dat Prabhakaran op deze foto nog een uniform draagt terwijl hij zich tegenwoordig in vredelievend Mao-pak vertoont.

Democratie en mensenrechten zijn niet het probleem, zegt Puleedevan. Kindsoldaten, afpersingen, het behoort allemaal tot het verleden. «Wij hebben altijd gevochten voor welvaart en waardigheid voor de Tamils. Als dat betekent dat we ons anders moeten opstellen om dat te bereiken, zijn we bereid dat te doen.» Puleedevan vergeet te zeggen dat de Tijgers ook voor onafhankelijkheid vochten. «Prabhakaran heeft gezegd: ‹De juiste condities om onze gewapende strijd voor onafhankelijkheid op te geven, hebben zich nog niet voorgedaan.› Het zal van de vredesbesprekingen afhangen of die condities zich voordoen.» Over welke condities heeft hij het? Puleedevan glimlacht en herhaalt de wijze woorden van de Grote Leider. Vele analisten en diplomaten zien de Tijgers en democratie als een contradictio in terminis. Een diplomaat: «Ons grote probleem is dat we niet weten of de Tijgers in staat zijn een dictatoriale, terroristische organisatie te veranderen in een democratische. Wie ontwikkelingswerk wil doen in de Wanni — een vreselijk achtergesteld gebied — kan niet om de Tijgers heen. Hoe kunnen we hen richting democratie en goed bestuur bewegen? Moeten we de Tijgers überhaupt een kans geven?»

De facto regeert de LTTE al jaren in de Wanni en in enkele gebieden aan de oostkust, waar het tot voor kort onmogelijk was om vrij te reizen. Verkeerspolitie met emblemen van de Tijgers voeren snelheidscontroles uit en delen bonnen uit, zelfs aan bussen van de Tamil Eelam Transportation Company. Op afgelegen zandweggetjes en in dorpjes lopen de Tijgers rond in uniform. In Kilinochchi, de gehavende «hoofdstad», staan filialen van de Tamil Eelam Bank. In de Tamil Eelam Court of Justice wordt recht gesproken door rechters die door de LTTE worden betaald. Om hun staat te onderhouden, innen de LTTE belastingen bij hun onderdanen en heffen ze accijns op goederen die door hun gebied worden vervoerd. Dat is broodnodig, want de Wanni is een arm, gehavend gebied waar het lijkt of de tijd vijftig jaar heeft stilgestaan. Er is geen elektra, geen riolering, geen stromend water, geen telefoon. Auto’s zijn zeldzaam en er is nauwelijks werk. De littekens van de oorlog — kapotgeschoten gebouwen, mijnenvelden, invaliden — zijn overal zichtbaar.

Iqbal Athas denkt dat de Tijgers inzetten op vrede. «De Tijgers staan militair gezien ijzersterk. Elke dag dat de wapenstilstand langer duurt, levert hun militaire winst op.» De defensie-expert (onder andere voor Jane’s Defence Weekly) toont zijn bezoekers graag dat hij de militaire situatie op Sri Lanka door en door kent: op zijn bureau staan — met de voorkant naar de bezoeker gedraaid — foto’s van Athas met hoge legerofficieren en Tijger-leiders en in de hal hangen kiekjes van Athas die breed lachend uit een helikopter of speedboat stapt. Athas heeft veel kennis en kennelijk goede connecties: een politieagent bewaakt zijn huis in Colombo.

Hij pakt een kaart van Sri Lanka en wijst op het oosten: «Hier zal het om gaan. Het noorden, waar de Tijgers nu de macht hebben, is economisch gezien oninteressant. Veel Singalezen zullen zeggen: laat ze de Wanni in godsnaam houden, dan kunnen alle Tamils daar gaan wonen. Maar het oosten is strategisch zeer belangrijk: daar liggen de grote havens. Tot voor kort hadden de Tijgers in het oosten geen sterke positie. De Special Task Force van het leger heeft dat wel en heeft overal zijn beruchte controleposten, maar door de wapenstilstand kan iedereen vrij reizen. Hoe langer die duurt, hoe meer Tijgers infiltreren. Ook in Colombo zitten zelfmoordcommando’s. Het getal dat bij inlichtingendiensten de ronde doet is tweehonderd — stel je het armageddon voor als die in actie komen.»

De Tijgers houden onder de onderhandelingstafel een geladen pistool op de regering gericht. Maar voorlopig blijven ze poeslief, voorspelt Athas, want vrede levert hun veel voordeel op. «Maar vergis je niet: als ze uiteindelijk niet krijgen wat ze willen, vallen ze terug op hun sterkste kwaliteiten: terrorisme en guerrilla.»

De vredesbesprekingen waren onafwendbaar. De twintig miljoen Srilankanen hebben schoon genoeg van het conflict en beide partijen zijn moegestreden. De regering is bankroet, niet in de laatste plaats door toedoen van de Tijgers. Vorig jaar juni vielen dertien Tijgers het vliegveld van Colombo aan en bliezen zeven militaire vliegtuigen en de halve commerciële luchtvloot van Sri Lanka op. Schade: 350 miljoen dollar. Bovenal bleven de toeristen weg, schoten im- en exportverzekeringen omhoog en kelderden buitenlandse investeringen. Het was het laatste duwtje dat de wankelende Srilankaanse economie nodig had om in een vrije val te raken.

Ook de Tijgers hebben ernstige averij opgelopen. De LTTE is grotendeels afhankelijk van Tamils in de diaspora en sinds 11 september 2001 hebben de Tijgers steeds meer moeite internationaal te opereren. Vooral financieel is de schade groot: volgens The Economist zijn rekeningen bevroren ter waarde van vier miljard dollar. Een bedrag dat groot genoeg is om braaf deel te nemen aan vredesonderhandelingen in de hoop niet meer op de lijst van terroristische organisaties te staan, zodat het geld weer beschikbaar komt. Twee weken geleden heeft de Srilankaanse regering dan ook die eis van de Tijgers ingewilligd en de ban op de LTTE opgeheven.

«Kill the Tigers», zegt de boeddhistische monnik zachtjes. In de hindoeïstische tempel Koneswaram Kovil is het een drukte van belang. Hindoeïstische Tamils uit alle uithoeken van Sri Lanka — en uit Groot-Brittannië, Canada en Australië — maken gebruik van de herwonnen vrijheid om vrij te reizen. Ze bidden in de tempels waar ze voor de oorlog ook kwamen. De monnik komt uit de zuidelijke stad Galle en ook hij is op pelgrimage. Als boeddhist te bidden in een hindoeïstische tempel is voor hem geen enkel probleem. «Goede hindoes bidden tot dezelfde goden als boeddhisten», zegt hij glimlachend. «Alleen Hindoes die de Tijgers steunen moeten dood.»

De zon is net op, de eerste gebeden hebben de goden bereikt. Koneswaram Kovil ligt hoog op een rots aan de baai van Trincomalee, de strategisch belangrijke havenstad in het oosten. Beneden klinkt het ruisen van de zee en een koel zeewindje waait langs onze gezichten. Het uitzicht is magnifiek. Zo sereen als deze vroege ochtend is, zo haatdragend zijn de woorden van de monnik. «Ik ben tegen de vrede. Wie vrede aan de Tijgers biedt, verkwanselt het boeddhisme. De Tijgers zijn stromannen van de hindoes uit India. Ze willen het boeddhisme van Sri Lanka verdrijven, zoals ze dat al eeuwen proberen. Wij monniken hebben de taak het boeddhisme te beschermen, zeker op Sri Lanka met al z’n heilige bedevaartsoorden. Wij kunnen niet anders dan tegen de vrede zijn.»

Hoewel niet elke monnik voor oorlog kiest, is het boeddhisme een belangrijke katalysator van Singalees extreem nationalisme. De vader van de huidige president Kumaratunga, ex-regeringschef Bandaranaike, werd in 1959 door een monnik vermoord omdat hij concessies wilde doen aan de Tamils. Onlangs waarschuwden prominente boeddhistische monniken in een brief aan de regering voor de uitverkoop van het boeddhisme. Met name arme boeren en arbeiders uit de lagere klassen zijn vatbaar voor nationalistisch-boeddhistische gevoelens. Want hoewel de boeddhistische Singalezen een meerderheid vormen (driekwart van de bevolking), voelen ze zich een minderheid. Dat komt doordat enkele zeemijlen westwaarts zo’n zestig miljoen hindoeïstische Tamils in de Indiase staat Tamil Nadu wonen die uit zouden zijn op de verdrijving van het boeddhisme. Decennia marginalisering zijn het gevolg: Tamils moesten aan hogere toelatingseisen voldoen om tot een universiteit te worden toegelaten en het Singalees werd de enige officiële taal. «Singalezen gedragen zich als de joden van Zuidoost-Azië», zegt een diplomaat.

Een ander probleem zijn de moslims in het oosten, zegt Jehan Perera van de National Peace Council. «Zij herinneren zich nog al te goed hoe de Tamils hen uit de Wanni en van het schiereiland Jaffna verjoegen om de etnische aanspraak van de Tamils op die gebieden te vergroten. Als de strijd in het oosten losbarst, wie zal hen dan beschermen tegen de Tamils? Of zullen ze zelf de wapens oppakken?»

Hakim Maharoof weet waar Perera over spreekt. Hij is moslim en woont in een dorpje vlak bij Trincomalee aan de oostkust. Hij wijst op de heuvels rondom zijn dorp. «Daar zitten de Tijgers», zegt hij, «met hun mortieren.» Er zijn al rellen geweest tussen moslimjongeren — een groepering noemt zich Osama — en Tamils. «De politie greep niet in, want dat zou een schending van het staakt-het-vuren zijn.» De rellen verspreidden zich langs de kust en eisten elf doden en vijftig gewonden.

Ook pater Jayankuma is bang. Hij woont in Jaffna, de culturele hoofdstad van de Tamils in het uiterste noorden van Sri Lanka, nu in handen van regeringssoldaten. Van 1995 tot enkele maanden terug heerste een nachtklok in Jaffna en om hemelsbreed twee kilometer af te leggen moesten Tamils vijf tot tien checkpoints passeren. Dat kon uren in beslag nemen. Regelmatig werden jonge Tamils voor het laatst gezien bij een checkpoint. De spanning tussen het leger en de bevolking was te snijden.

De laatste maanden is de situatie sterk verbeterd, maar toch is pater Jayankuma er niet gerust op: «De mensen zijn het zo zat. Ze worden verscheurd tussen hoop en angst. Als het nu fout gaat, voorzie ik een complete slachtpartij. Dit is de laatste kans op vrede.»

Om veiligheidsredenen zijn enkele namen gefingeerd.