World Cinema Amsterdam: Bar Bahar

De tirannie van de traditie

De moderne Palestijnse of Arabische vrouw is een bijdehante, vrijgevochten geest die een meerfrontenoorlog voert tegen haar vele vijanden.

Medium bar bahar 2
Bar Bahar, 2016. Regie Maysaloun Hamoud © World Cinema Festival Amsterdam

Tel Aviv. Twee Palestijnse vrouwen in het Miami van de Middellandse Zee. De goddeloze advocate Layla en de christelijk-lesbische DJ Salma. Trotse gay hub, waar de stadsgemeente de jaarlijkse Pride uit eigen kas betaalt als internationale PR-stunt. De stad waar iedere progressieveling in Israël een toevlucht vindt, waar gefrituurde sushi kan worden gegeten aan sushi-bars midden op straat en waar clubs eerder straight-friendly dan omgekeerd zijn. Door de lucht fladderen papiertjes met betaalnummers en naakte Russische hoertjes. Eritrese schoonmakers vegen loom in de bloedhete middagzon. Op minder dan een uur afstand doet zich de menselijke tragedie in Gaza voor. Maar terwijl verderop de bommen vallen, dansen half ontklede homomannen op Duitse techno onder het treinstation. Ich möchte Apfelkuchen, sehr großen Apfelkuchen, dreunt er door de speakers. Ook dat is Tel Aviv.

Tegen het decor van deze kosmopolitische, mondaine, maar tegelijk ook vijandige stad maakte de Hongaarse regisseur Maysaloun Hamoud, schrijfster en maker van In Between (2016), Junction 48 (2016) en Sense of Morning (2010) Bar Bahar over Layla en Salma die hun weg proberen te vinden tussen traditie en de verwarring van deze tijd. Bar Bahar opent met de traditionele voorbereiding op de huwelijksnacht. Terwijl de kersverse bruid (Rafif) geharst wordt legt haar moeder nog even uit hoe het werkt. ‘In bed doe je wat hij wil. Laat niet merken dat je weet wat je doet.’ Het is het advies dat tot op de dag van vandaag iedere Arabische vrouw van moeders en tantes te horen krijgt. Een seconde later zit dezelfde aanstaande bruid met een vriendin en enkele homoseksuele vrienden in een club, de longen vol te zuigen met sigaretten nu het nog kan terwijl de coke en het Heineken-bier rondgaan. Het is dit contrast tussen binnen- en buitenwereld, dat ene leven voor God, gemeenschap en gemoedsrust en dat andere in de vrije wereld zonder God of gebod, dat voor zoveel biculturele en islamitische jongeren in Noordwest-Europa dagelijkse praktijk is.

De film is wat dat betreft ook voor mij een pijnlijk feest van herkenning. Het leven van Layla en Salma wordt flink opgeschud als de conservatieve islamitische Nour, studente ict aan de Tel Aviv-universiteit, bij hen intrekt. Door haar intrede worden de grenzen van binnen- en buitenwereld diffuus. Knap zijn de shots waarin door de deuropeningen beide kamers tegelijk worden gefilmd: de zeer propere met soera’s gedecoreerde kamer van Nour en de wilde hipsterruimte van de met tattoos en piercings gedecoreerde Salma.

Moeder legt het nog even uit: ‘In bed doe je wat hij wil. Laat niet merken dat je weet wat je doet’

De buitenwereld van de jonge vrouwen kent echter meer lagen dan de botsing tussen het vermeende Oost en West. Zo wordt Layla in het dagelijks leven versierd door Jonathan, een Israëlische collega-advocaat. ‘Habiby, hou toch op, we weten allebei dat het tijdverspilling is.’ Jonathan sputtert nog wat tegen: ‘Kom nou Layla, laat gaan, wie weet breekt morgen de vrede uit…’ ‘En gaan we de straat op om Palestijnse volksdansen te dansen? Jonathan laat gaan, je bent er niet voor gemaakt.’ Het zijn deze kleine dialogen die een schat van inzicht bieden en de pijnlijke realiteit van een verscheurde stad (en vele verscheurde levens) tonen. Layla legt de vinger op de zere plek. Slechts weinigen zijn tegen de gemeenschapsdruk opgewassen. En dan is er naast de persoonlijke ook nog de politieke vrijheidsstrijd. Terwijl de christelijke familie van Salma haar voortdurend in jurkjes hijst en aan een goede man probeert te koppelen, werkt ze zich een slag in de rondte als hulp in een Israëlische keuken waar de geaffecteerde hippe manager voortdurend ingrijpt. ‘Ik herhaal het nog eens! Ik wil geen Arabisch horen. Oké? Het is onaangenaam voor de klanten die gewoon van hun maaltijd willen genieten.’ Met een dikke middelvinger neemt Salma ontslag. Maar de blikken, toespelingen en irritatie volgen haar overal. ‘We zijn niet eng, hoor’, zegt ze tegen een winkelverkoopster die met grote tegenzin de pashokjes wijst.

Nour ondertussen ontpopt zich in alle stilte tot een heimelijke levensgenieter. Haar verloofde probeert haar met man en macht terug te krijgen naar het geboortedorp en wil zelfs een auto voor haar kopen zodat ze heen en weer kan reizen. Wanneer hij een mannenboxer ontdekt in de wc beschuldigt hij haar ervan al net zo’n grote hoer te zijn als de andere twee. Hij schendt Nours maagdelijkheid door haar te verkrachten. Wanneer Layla en Selma thuiskomen van een wilde avond uit realiseren ze zich direct wat er gebeurd is. De liefde waarmee ze Nour onder de douche zetten en verzorgen is prachtig. Hoe verschillend ze ook zijn: er is begrip voor de situatie van de ander, de keuzes en de vele momenten wanneer een vrouw geen vrije keuze heeft.

Ik moet bekennen dat ik enigszins sceptisch aan Bar Bahar begon, dat mij een zoveelste Arabisch vrouwendrama leek. Maar niets is minder waar. In deze film ontpoppen de moderne Palestijnse, of Arabische vrouwen (de meiden lijken sprekend op mijn vriendinnen in Tunis) zich tot bijdehante, vrijgevochten geesten die een meerfrontenoorlog voeren tegen hun vele vijanden: de man, de bezetter, de baas. Maar misschien het meest van al: de tirannie van de traditie.

World Cinema Amsterdam

Van 17 t/m 26 augustus vindt in filmtheater Rialto en in De Balie het zomerfestival World Cinema Amsterdam plaats met films uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. De ruggengraat van het programma wordt gevormd door een competitie waarin negen films strijden om een speciale award. Daarnaast zijn er ook gratis openluchtvoorstellingen in het Vondelpark, het Oosterpark en de binnentuin van café De Tropen. Meer informatie en tickets: worldcinemaamsterdam.nl