Roman Krznaric – ‘Hoopgevend dat de discussies over intergenerationele rechtvaardigheid zijn doorgedrongen tot de politiek’ © Joe Hart

Ergens in de woestijn van Texas, vlak bij de Mexicaanse grens, wordt een enorme klok gebouwd binnen in een berg. In het kalksteen is een schacht geboord van 150 meter lang met daarin een constructie van metalen tandwielen, stenen schijven en een titanen klepel. Eromheen loopt een wenteltrap waarvan de treden uit de rots zijn gesneden met een robotzaag. Eens in de zoveel tijd speelt de klok een melodie – telkens weer een andere.

Het is de bedoeling dat dit mechanisme, aangedreven door thermische energie, de komende tienduizend jaar accuraat de tijd bijhoudt. Een eerste prototype werd vlak voor de wisseling van het millennium gepresenteerd. Na middernacht sprong de klok van 31-12-01999 naar 01-01-02000. Die extra nul voor het jaartal wijst alvast vooruit naar de verre toekomst. In het jaar 10.000 na Christus moet deze klok nog bestaan, al is het de vraag of er dan nog mensen zijn om hem te bezoeken.

‘Het doet iets met mensen als je over dit project vertelt’, zegt Roman Krznaric. ‘Het opent een gesprek over verantwoordelijkheid voor de toekomst. Het creëert bewustzijn en verwondering.’

Krznaric is een filosoof die grote ideeën wil laten landen bij een groot publiek, het liefst op een speelse manier. Hij schreef een zelfhulpgids waarin hij te rade gaat bij de geschiedenis (De wonderbox), deed jarenlang onderzoek naar ons inlevingsvermogen (wat resulteerde in het boek Empathie en een rondreizend ‘empathiemuseum’) en is een van de oprichters van The School of Life in Londen.

Begin dit jaar verscheen zijn boek De goede voorouder: Langetermijndenken voor een kortetermijnwereld. Als we de planeet leefbaar willen houden moeten we ons bekommeren om het lot van de toekomstige generaties, betoogt hij daarin. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zeker wanneer dat vervelende offers vraagt van huidige generaties. Om het langetermijndenken te stimuleren is Krznaric betrokken bij allerlei initiatieven over de hele wereld, waaronder de Long Now Foundation, de stichting achter de 10,000-Year Clock. ‘Diepe tijd is moeilijk te bevatten, zo’n kunstproject kan daarbij helpen’, zegt hij.

En een besef van diepe tijd, het leren denken op geologische tijdschalen, is volgens Krznaric nodig om ons te bezinnen op onze verhouding tot de levende planeet, om écht doordrongen te raken van wat het betekent om te leven in het antropoceen. ‘Ik ben net terug van een klimaatconferentie van ted’, vertelt de geboren Australiër vanuit zijn thuiskantoor in Oxford. ‘Daar waren briljante wetenschappers die angstaanjagende statistieken presenteerden en dat is natuurlijk hard nodig, maar wat ik een beetje miste was een taal om die cijfers echt invoelbaar te maken. Ik gebruik vaak de metafoor dat als de leeftijd van de aarde gelijkstaat aan de lengte van mijn arm, een enkele haal met de nagelvijl de hele menselijke geschiedenis kan uitwissen. Het laat zien hoe kort we pas op deze aarde zijn – dat stemt nietig.’

Bestaat er geen risico dat het denken in diepe tijd niet alleen leidt tot reflectie, maar ook tot machteloosheid?

‘Ik had dezelfde vraag toen ik met mijn onderzoek begon. Voelen “diepe tijd”-denkers wel handelingsperspectief? Of hebben ze zoiets van: ach ja, de mensheid was hier een paar honderdduizend jaar, straks zijn we weer verdwenen, wat maken mijn acties dan eigenlijk uit? Ik kwam erachter dat veel mensen die zich bezighouden met diepe tijd – geologen of astronomen – enorm begaan zijn met het beschermen van de enige planeet waarvan ze weten dat die complex leven bevat. Ik weet niet precies hoe dat psychologisch werkt, maar misschien heeft het te maken met dat gevoel van verwondering. Welk recht hebben wij om het resultaat van miljarden jaren evolutie de vernieling in te helpen?

Tegelijkertijd is een besef van diepe tijd niet genoeg om mensen tot actie aan te zetten. Daarom leg ik ook de nadruk op wat ik de “erflatersmentaliteit” noem – hoe wil je herinnerd worden door je nageslacht? Bij de protesten van Extinction Rebellion zag ik grootouders met een foto van hun kleinkinderen om hun nek. Zij worden niet gedreven door diepe tijd, maar door het idee van intergenerationele rechtvaardigheid.’

Krznaric verzet zich tegen de fatalistische gedachte dat onze soort nu eenmaal kortzichtig is en dat we daarom collectief richting de afgrond hollen. In onze hersenen vindt een constant getouwtrek plaats tussen de marshmallow en de eikel. Kiezen we voor het suikershot van het snoepje, oftewel de onmiddellijke bevrediging van vergankelijke behoeftes? Of plannen we vooruit en kiezen we ervoor een eikeltje te planten, zodat er na verloop van tijd een boom uit groeit?

Er zijn voorbeelden te over die bewijzen dat mensen het vermogen hebben de lange termijn te laten prevaleren. We bouwen deltawerken die ons beschermen tegen de dreiging van een stijgende zeespiegel. Architecten ontwerpen kathedralen terwijl ze weten dat ze het eindresultaat nooit met eigen ogen zullen aanschouwen. Er staat zelfs een bunker op Spitsbergen, waar meer dan een miljoen zaden van vele plantensoorten liggen opgeslagen, die dient als een soort Ark van Noach tegen een mogelijke zondvloed. De mens is een planner par excellence, alleen trekt de marshmallow te vaak aan het langste eind. De grote vraag is dan: hoe komt dat?

‘We kunnen leren van inheemse volkeren, waarbij een sterk gevoel van rentmeesterschap heerst’

‘Het makkelijkste antwoord’, zegt Krznaric, ‘is dat we nu smartphones hebben met algoritmes die ons verslaafd houden en onze aandachtsspanne doen verschrompelen. Maar dat is slechts een oppervlakkige verklaring. Als je een stapje terug doet, zie je dat ons economische systeem, met de pathologische deregulering van markten en vluchtig consumentisme, volledig op de korte termijn is gericht. Je kunt nog een stapje terug doen en ons politieke systeem onder de loep nemen. In zekere zin is het kortetermijndenken ingebouwd in onze representatieve democratie doordat volksvertegenwoordigers niet verder durven te kijken dan de volgende verkiezingen. Ik geloof zelfs dat de tirannie van het nu nóg verder teruggaat, tot de uitvinding van de mechanische klok in de veertiende eeuw, waardoor de tijd werd versneld. De geschiedenis van ons marshmallowbrein is zeker een half millennium oud, dat maakt het ook zo lastig om ervan los te komen. Het is geen kwestie van je telefoon wegleggen, al helpt dat natuurlijk wel.’

Hangt het ook samen met de Verlichting, toen het vooruitgangsdenken postvatte?

‘Wel in de zin dat toen een lineair tijdsbegrip ontstond. Dat heeft er zeker toe bijgedragen dat we de verbinding verloren met meer cyclische opvattingen van tijd. Het idee van lineaire vooruitgang, aangejaagd door technologische innovatie en economische groei, moeten we achterlaten op de schroothoop van de geschiedenis. Iedereen die begrijpt hoe complexe systemen werken, snapt dat dit een gevaarlijke illusie is. Misschien heeft het er uiteindelijk ook mee te maken dat westerse samenlevingen de connectie met het land zijn kwijtgeraakt, in tegenstelling tot veel inheemse volkeren. In hun culturen is het intergenerationele denken vaak stevig ingebed, er heerst een sterk gevoel van rentmeesterschap. Daar kunnen we van leren. Ik zal je een voorbeeld geven…’

Krznaric verdwijnt even uit beeld en keert terug in een geel-witte kimono. ‘Deze is gemaakt door de Japanse Future Design-beweging en is direct geïnspireerd op het “zevendegeneratiedenken” van inheemse Amerikanen – het idee dat bij je bij iedere beslissing moet bedenken welk effect die heeft op de generaties na jou. In Japan gebruiken ze dit gewaad nu bij burgercomités; wanneer deelnemers het aantrekken verplaatsen ze zich in burgers uit 2060. Het stelt hen in staat beter langetermijnbeleid te maken.’

Burgerraden zijn volgens Krznaric sowieso een goede manier om te breken met het ingebakken kortetermijndenken van de representatieve democratie. Volksvertegenwoordigers die zich druk maken over hun herverkiezing zullen er voor terugdeinzen om de prijzen van vliegtickets te verhogen of vlees extra te belasten. We willen immers blijven barbecueën en voor een paar tientjes naar de zon kunnen vliegen. Krznaric is ervan overtuigd dat gewone burgers uiteindelijk best bereid zijn om op sommige terreinen in te leveren, als dat in het belang is van hun ongeboren nageslacht. In Frankrijk bewees een burgercomité zijn gelijk. Een panel van 150 door het lot aangewezen Fransen kwam tot ingrijpende voorstellen. Ze wilden onder meer de maximale snelheid verlagen, bestrijdingsmiddelen verbieden en het uitbreiden van vliegvelden onmogelijk maken. Alleen kwam daar uiteindelijk weinig van terecht, omdat president Emmanuel Macron het allemaal te ver vond gaan.’

Hoe kunnen we toekomstige generaties daadwerkelijk politieke macht geven? Vaak blijft het bij tandeloze experimenten.

‘Dat klopt, maar ik vind het hoopgevend om te zien hoezeer de discussies over intergenerationele rechtvaardigheid zijn doorgedrongen tot de politiek. Dat had ik tot voor kort niet voor mogelijk gehouden. In Wales is er bijvoorbeeld een commissaris voor toekomstige generaties aangesteld, al vindt zij ook dat ze meer inspraak zou moeten krijgen. Met de Future Generations Committee, waarvan ik lid ben, hebben we een wetsvoorstel ingediend. Dat zal waarschijnlijk geblokkeerd worden door de Conservatieven, maar de campagne is er. Een paar weken geleden kondigde de secretaris-generaal van de Verenigde Naties aan dat er een speciale gezant komt voor toekomstige generaties. Welnu, ik heb geen groot vertrouwen in VN-instituties, ik ken hun verleden, maar het publieke gesprek komt op gang. Er worden rechtszaken gevoerd uit naam van toekomstige generaties, dat is een serieuze ontwikkeling. We kunnen niet verwachten dat we in één klap het hoogtepunt bereiken van de oud-Griekse participatieve democratie, zoiets kost tijd.’

Klimaatdenkers

Zes jaar na het bereiken van het klimaatakkoord van Parijs komt de wereld samen in Glasgow. De hoop is om tot afspraken te komen die de verdere opwarming van de planeet tegengaan. In deze reeks interviewt De Groene schrijvers, filosofen en wetenschappers over de opdrachten die weggelegd zijn voor de mens in de wankelende natuur.

Er wordt tegenwoordig openlijk gefantaseerd over een ‘ecodictatuur’. We zouden een verlicht despoot nodig hebben om de huidige generaties tot offers te dwingen, zodat we de toekomst voor volgende generaties kunnen veiligstellen. ‘Het is opvallend hoeveel mensen het vertrouwen in de democratie kwijtraken’, zegt Krznaric. ‘Dat komt natuurlijk niet alleen door de ecologische crisis, het heeft er ook mee te maken dat jongeren nauwelijks meer betaalbare woonruimte kunnen vinden en dat er zoveel arbeiders zijn met een precaire baan. Dat draagt allemaal bij aan het dalende vertrouwen in traditionele politieke partijen en systemen. Je ziet ook dat radicaal-rechtse politici nu beginnen te praten over milieukwesties. Iemand als Marine Le Pen wil in Frankrijk een ecologische beschaving bouwen en daarvoor moeten de immigranten natuurlijk geweerd worden. In Duitsland werpt de AfD zich op als beschermer van de bossen en de rivieren. Dat soort partijen koppelen de zorg om het milieu met een anti-immigratie agenda. Het voedt het autoritaire verlangen.’

Krznaric vervolgt: ‘We moeten het argument van een ecodictatuur serieus nemen. Dat heb ik ook geprobeerd in mijn boek. Ik hoorde zelfs mijn eigen vader, normaal gesproken een keurige democraat, een terloopse opmerking maken dat we dit alleen kunnen oplossen met leiders die met de harde hand durven te regeren. Toen dacht ik: oké, laten we naar het bewijs kijken. Is een autoritair regime beter in staat om zorg te dragen voor toekomstige generaties dan een democratie? Ik ben opgeleid als politicoloog, dus ik probeerde zo objectief en afstandelijk mogelijk data te verzamelen om die vraag te beantwoorden. Wat blijkt? Er zijn uitzonderingen – Singapore, misschien China in sommige opzichten – maar over het algemeen scoren democratieën beter dan dictaturen op de Intergenerationele Solidariteitsindex. Het lijkt me dus nogal riskant om erop te gokken dat een verlicht despoot redding zal brengen. Dat betekent niet dat we geen stevig leiderschap nodig hebben. Integendeel. Democratisch verkozen leiders kunnen heel doortastend optreden – kijk naar Franklin D. Roosevelt en zijn New Deal-programma. Dat is waar we nu behoefte aan hebben.’

Klimaatverandering is een mondiaal probleem. Dat vergt niet alleen solidariteit met toekomstige generaties, maar ook met mensen aan de andere kant van de aardbol – en hun kleinkinderen. Zijn we daar wel toe in staat?

‘Zouden we bij internationale toppen kinderen geen plek aan de tafel moeten geven?’

‘Historisch is het zo dat we beter zijn in langetermijnplanning binnen overzichtelijke gemeenschappen. Ons gevoel van gemeenschap is meestal sterker op kleine schaal. Maar zo’n gevoel kan ook gecreëerd worden. Denk aan Frankrijk in de negentiende eeuw. Ten tijde van de Franse Revolutie sprak slechts tien procent van de bevolking Frans, mensen hadden helemaal geen nationalistische gevoelens. Het idee van Frans-zijn moest worden uitgevonden. Met volksliederen, kunst en onderwijs smeedde de politieke elite een eenheid tussen miljoenen mensen, een eenheid die zelfs zo sterk is dat mensen bereid zijn om ervoor ten oorlog te trekken.’

Kan zoiets ook op planetaire schaal?

‘Dat denk ik eerlijk gezegd niet.’

Is dat nodig?

‘Nee, volgens mij niet. Natuurlijk, idealiter zouden we een wereldparlement in het leven roepen en voelt iedere aardbewoner zich onderdeel van een mondiale gemeenschap, zodat we allemaal samenwerken om de planeet te redden. Maar dat zie ik niet gebeuren. We zullen het moeten hebben van een rommelige combinatie van gemeenschapsgevoelens op verschillende niveaus. We hebben landen nodig die vooroplopen. We hebben een netwerk van steden nodig die kennis en ervaringen uitwisselen. Misschien dat de Verenigde Naties kunnen zorgen voor mondiale coördinatie. We hebben al die verschillende niveaus nodig.’

Nog vóór de onvermijdelijke vraag of we überhaupt nog mogen geloven in een goede afloop, begint Krznaric uit zichzelf over de wanhoop die hem af en toe kan overvallen. Hij praat er veel over met zijn partner, de econoom Kate Raworth, bekend van de bestseller Doughnut Economics, waarin ze pleit voor een nieuw economisch verhaal dat uitgaat van de draagkracht van de aarde en dat niet het bruto binnenlands product maar menselijk welzijn centraal stelt. Beiden dromen hardop van een betere wereld en miljoenen lezers dromen gretig met hen mee, maar tegelijkertijd blijft de mondiale CO2-uitstoot stijgen en wordt de ‘oude economie’ na de lockdowns doodleuk weer opgestart. Verkopen ze geen sprookjes? Zal het marshmallowbrein niet gewoon de boventoon blijven voeren? Is de donut niet kansloos tegen de kapitalistische groeizucht?

‘Ik ben niet optimistisch’, zegt Krznaric. ‘Alle signalen wijzen de verkeerde kant op. We zijn hard op weg een aantal klimatologische kantelpunten te passeren. We zouden niet de eerste beschaving zijn die zichzelf te gronde richt, maar het is wel de eerste keer dat dit op mondiale schaal dreigt te gebeuren. De mensheid is er verrassend goed in om zichzelf opnieuw uit te vinden, dat weten we uit het verleden, de vraag is alleen of dat snel genoeg kan. Dat weet ik echt niet. Het ene moment trekken Kate en ik ons de haren uit het hoofd van moedeloosheid, het andere zijn we ontzettend hoopvol.

Het is moeilijk te zien welke veranderingen er plaatsvinden als je er middenin zit’, vervolgt Krznaric. ‘Adam Smith had aanvankelijk ook niet door dat de industriële revolutie aan de gang was. Ik hoop dat we ons in een soortgelijk moment bevinden. Kijk naar wat voor nieuwe ideeën er rondzingen; of het nu gaat om de donut, de circulaire economie of de degrowth-beweging, er lijkt wel degelijk wat te verschuiven. Soms kan maatschappelijke verandering ineens veel sneller gaan dan mensen zich kunnen inbeelden.’

Van de klimaattop in Glasgow heeft Krznaric geen al te hoge verwachtingen. ‘Meestal eindigen zulke conferenties met een schrijnend gebrek aan ambitie. Ik ken mensen die betrokken waren bij de totstandkoming van het Parijs-akkoord en voor hen was het echt een historische doorbraak, maar als ik kijk naar de beloftes van landen, dan zie ik dat we daarmee afkoersen op 2,7 graad opwarming aan het eind van de eeuw. In dat opzicht is het gewoon een gigantische mislukking.’

Kunnen we zulke internationale conferenties anders inrichten zodat er meer aandacht komt voor toekomstige generaties?

‘Hm, daar moet ik even over nadenken.’ Krznaric sluit zijn ogen, zit even in stilte achter zijn webcam en zegt dan: ‘In de jaren negentig deed ik mijn promotieonderzoek naar de vredesonderhandelingen in Guatemala, tussen het leger en de overheid aan de ene kant en de guerilla’s en sociale bewegingen aan de andere. Keer op keer liepen die vast. Totdat er een VN-moderator kwam die de zitplaatsen herschikte – letterlijk wie waar zat. In plaats van de twee kampen tegenover elkaar te plaatsen, zette hij om en om iemand van het leger en iemand van de guerilla’s. Blijkbaar was dat een van de factoren die de dynamiek van gesprekken veranderde. Dat bevat een symbolische les dat we creatiever kunnen omspringen met de manier waarop we zulke internationale toppen vormgeven. Zouden we kinderen geen plek aan de tafel moeten geven? Of kunnen we deelnemers vooraf workshops geven met oefeningen om hen te trainen in langetermijndenken? Het klinkt misschien raar, maar ik denk dat zulke ingrepen kunnen werken.’


Lezing

Op woensdag 17 november houdt Roman Krznaric een lezing in de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Hij is de hoofdspreker bij Shift Talks, een meerdaags evenement over de grote maatschappelijke thema’s van deze tijd. Dit jaar staat het programma in het teken van het langetermijndenken. Info en tickets via shifttalks.nl