Hartmut Rosa over tijdgebrek

‘De to do-lijstjes groeien overal’

Nederlanders hebben het minder druk dan andere Europeanen, stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau. Toch is socioloog Hartmut Rosa ervan overtuigd dat we een tijdcrisis beleven.

WORDT HET leven almaar drukker? Onbedoeld levert Hartmut Rosa (46) al voor het gesprek begonnen is het eerste bewijs bij die populaire stelling. Zodra we zijn werkkamer in de Friedrich Schiller-universiteit in het Oost-Duitse Jena binnentreden, begint de tijdsocioloog te plannen. ‘Langer dan twee uur zal het interview niet duren, neem ik aan?’ zegt hij.
Nee hoor.
'Prima. Om één uur worden we misschien kort gestoord, maar dan zal ik zeggen dat het nog even duurt.’
Geen probleem.
(nog altijd twijfelend) 'Maar als wij tot half twee met elkaar praten, is dat dus voldoende voor u?’
Jazeker. Anderhalf uur is prima.
'Ach so. Dan nog één ogenblikje alstublieft.’ Rosa staat op, loopt naar zijn secretaresse in de aanpalende kamer en vraagt haar de volgende afspraak naar half twee te verzetten. Zich verontschuldigend voor het oponthoud keert hij terug aan tafel. 'Nu ben ik braaf.’
U stelt dat de westerse mens een tijdcrisis doormaakt. In uw boeken bevestigt u de klacht dat alles sneller gaat. Wat is uw verklaring?
'Tijd is beperkt. Het valt niet te vermenigvuldigen. Daarin verschilt het van vrijwel alle andere zaken in deze wereld. Wat ik als tijdcrisis beschrijf, kan uiteindelijk worden teruggevoerd op het feit dat de moderne maatschappij op toename berust: meer goederen, meer informatie, meer reizen, meer contacten. Maar daarvoor staat nog altijd dezelfde hoeveelheid tijd ter beschikking. Met als gevolg dat we per opgave steeds minder tijd hebben.’
Uit onderzoek naar tijdsbesteding blijkt juist dat Nederlanders, maar ook Duitsers, het relatief rustig hebben. Het Nederlandse SCP concludeerde eerder deze maand nog in een rapport dat ze minder werken en meer vrije tijd hebben dan de meeste andere Europeanen.
'Maar met zulke tijdsbudgetstudies kom je nooit tot de wortel van het probleem. Wat die onderzoeken naar waar we onze tijd aan besteden namelijk niet laten zien, zijn de zogenaamde verdichtingsprocessen. Hoeveel er tíjdens die werkuren gebeurt dus. Want de to do-lijstjes groeien overal.’
Eind negentiende eeuw werd er gewaarschuwd voor 'bicycle face’. Door zich met zulke enorme snelheden tegen de wind in te verplaatsen, zouden fietsers het risico lopen hun gezicht blijvend te misvormen. Bent u niet bang dat u met uw versnellingskritiek iets soortgelijks doet?
'Het klopt dat de versnelling al veel langer gaande is. De hele moderniteit draait om versnelling. Maar er is op dit moment wel degelijk iets bijzonders aan de hand. Het hogere tempo is daar slechts één uiting van. De reden dat tijd voor ons tot een probleem wordt, heeft ook met iets anders te maken. Vandaag de dag schort het aan individuele en collectieve ritmes. Veel mensen eten iedere dag op een ander moment. Ze gaan op wisselende tijdstippen aan het werk en doen dan eens overdag, dan weer ’s avonds boodschappen. Het gevolg is onzekerheid. Die betreft niet alleen de dagelijkse bezigheden, maar ook de wijze waarop ons leven als geheel zich voltrekt. Vroeger werd je geboren, je ging naar school, daarna aan het werk, om vervolgens een huis te kopen. De ontwikkelingen vonden kortom plaats in een voorspelbare volgorde. Dat is voorbij. Tegenwoordig kan op een werkzame fase opnieuw een tijd van scholing volgen. Andere mensen hebben al kinderen voordat ze het ouderlijk huis verlaten.’
Hadden vorige generaties niet veel meer recht tot klagen? Veel van onze vaders en moeders werkten wel zestig, zeventig uur per week.
'De reden dat zulke werkweken vroeger minder stress opleverden, hangt samen met het feit dat er toen voorspelbare ritmes waren. Onder werktijd was de familie als het ware uitgewist. En wanneer je op de voetbalclub rondliep, werkte je niet. Anno 2011 leven we in een 24-uurmaatschappij, waarin je voortdurend de mogelijkheid hebt aan alle onderdelen van je leven tegelijk te werken. Maar het gevolg is ook dat vanuit al die levenssferen - familie, werk, vrienden, politiek engagement - tegelijkertijd dingen van ons verwacht kunnen worden.’
Veel mensen geven de techniek de schuld. Door mobiele telefoons, sms en e-mail zijn we altijd bereikbaar.
'Ja, maar de technologie an sich dwingt ons nergens toe. E-mail bespaart juist tijd. Tien mailtjes schrijven kost een half uur, tien brieven een uur. Daarmee heb ik dus dertig vrije minuten gewonnen…’ (op de achtergrond rinkelt een telefoon) ’… maar zo werkt het helaas niet. Want in plaats van tien e-mails schrijven we er ineens dertig. Of honderd. En daardoor krijgen we te maken met tijdsdruk. Het gaat altijd hetzelfde. We denken dat we de techniek kunnen beheersen. Maar het is omgekeerd, de techniek beheerst ons. Neem een smartphone. Eerst zegt bijna iedereen: “Nee, dat heb ik niet nodig.” Vervolgens ontstaat het idee dat áls ik zo'n ding bezit en ik héb het een keer nodig, ik het alleen voor dat geval kan gebruiken. Je denkt op zo'n moment dat je een smartphone soeverein kunt benutten. Dat is een illusie. Want vervolgens constateren we dat zo'n apparaat een eigen dynamiek heeft. Net als e-mail.’

DAT IS buitengewoon vervelend. Maar is het voldoende om de huidige toename van stress, burn-outs en depressies te verklaren?
'Bij die problemen speelt niet alleen de versnelling een rol. Het gaat bovenal om richting. Tot ver in de twintigste eeuw hebben we de tijd als een soort ontwikkelingsproces ervaren. Een vooruitgangsverhaal. Vandaag de dag is tijd niet langer iets wat in een duidelijke richting beweegt. Het is er gewoon. Nog in 1990, na de val van de Muur, heerste de verwachting dat de wereld democratischer zou worden en het model van de westerse welvaartsstaat zich zou verspreiden. Natuurlijk wisten we dat er elders nog gefolterd werd. Of dat er zoiets als piraterij was. Maar we gingen ervan uit dat dit tot het verleden behoorde. Bij ons, waar zulke praktijken waren afgeschaft, zou nooit meer gemarteld worden. En kijk nu eens! Machtige landen als China en Rusland zullen misschien wel nooit democratiseren. Zelfs bij ons in het Westen functioneert de partijendemocratie niet meer zo goed - denk aan Italië. Is democratie dus iets van de twintigste eeuw, een regeringsvorm die langzaam verdwijnt? Of is het zo'n fenomeen dat nu eens toeneemt, dan weer afneemt? Dat is welhaast een oud-Grieks idee: tijd als cyclus. Hetzelfde geldt voor marteling en piraterij. Behoren die tot het verleden? Of tot de toekomst?
Iets soortgelijks zie je in ons persoonlijke leven. Gedurende de hele twintigste eeuw hebben ouders de verwachting gekoesterd dat hun kinderen het beter zullen hebben. Niet alleen economisch, maar ook politiek en cultureel. Dat verwachtingspatroon is omgeslagen. Mensen maken zich zorgen dat het hun kinderen slechter zal vergaan. Ze vertellen ook niet meer over hun eigen leven als een proces van vooruitgang. Het is eerder een verhaal geworden van toen eens dit, daarna dat. Dat leven is weliswaar voortdurend in verandering, maar er zit geen ontwikkeling in. Mensen verliezen hierdoor het gevoel dat hun leven in een bepaalde richting evolueert. Sterker nog: ze moeten elk jaar sneller lopen om op dezelfde plek te blijven. En ja, dat kan tot depressie of burn-out leiden. Tijd verandert zich dan in een taaie massa, zoals betroffenen het wel eens beschrijven. Burn-out ontstaat niet als je te veel te doen hebt. Dat is echt een misvatting. Neem het voorbeeld van de Duitse vrouwen na 1945. Die hadden bijna alleen nog maar hun handen - en vaak een stel kinderen. Hun mannen waren grotendeels weg; dood of in krijgsgevangenschap. Dus viel de vrouwen de taak toe om het puin van de oorlog op te ruimen. Dat was pas stress! En ongetwijfeld zullen zij vaak zeer vermoeid zijn geweest. Maar burn-out? Nee, daar hadden ze geen last van. Want ze deden het ergens voor. Het probleem tegenwoordig is dat mensen het gevoel hebben dat ze ieder jaar harder moeten werken, zonder dat ze ergens aankomen. Politici worden niet moe te verkondigden dat we er alles aan moeten doen om de economie te laten groeien. Maar niet omdat het ons aan huizen ontbreekt. We moeten groeien, om te voorkomen dat we afglijden.’
Dat fenomeen is omschreven als 'razende stilstand’. We versnellen als bezetenen, zonder werkelijk vooruit te komen. U schijnt dat fenomeen zelfs in de popmuziek te zien.
(lachend) 'Denk maar aan hoe heavy metal zich heeft ontwikkeld. Bands als Deep Purple of Uriah Heep maakten eigenlijk behoorlijk trage muziek. Iron Maiden zorgde al voor een duidelijke tempoversnelling. Daarna volgden nog eens subgenres als speed- en trashmetal. Maar toen verloor die hele muziekstroming aan populariteit. Want nog sneller had geen zin. Bij techno zag je in de jaren negentig ook zoiets. Het was een wedloop om de meeste beats per minuut. Op een bepaald moment werd dat gewoon saai, want je kon te midden van alle versnelling nauwelijks meer een ritme waarnemen.’

HOE BENT u eigenlijk gekomen op dit onderwerp, versnelling?
'Er is een persoonlijke en een theoretische aanleiding. Die eerste is dat ik uit een klein, hooggelegen dorp in het zuiden van het Zwarte Woud kom. Toen ik daarna voor mijn studie een jaar in Londen woonde, en later ook in Berlijn en New York, viel me natuurlijk op hoeveel langzamer het landelijke leven was. In een dorp kijk je alle mensen die je tegenkomt aan. De mensen die je kent, worden gegroet. Vreemden soms ook, of ze worden in elk geval nog als vreemden waargenomen. Als je zulk gedrag naar de stad kopieert, ga je direct ten onder. Daar moet je leren mensen te negeren. Je ziet honderden mensen, maar je groet ze niet. Je ziet ze zelfs amper.’
En die andere aanleiding?
'Ik heb me vroeger veel met de Canadese filosoof Charles Taylor beziggehouden. Van hem leerde ik dat mensen zich laten leiden door sterke waarden. De wijze waarop we leven, aldus Taylor, wordt bepaald door onze morele landkaart. Maar nadat ik mijn eerste boek hierover had geschreven, wilde ik wel eens weten hoe mensen daadwerkelijk hun leven leiden. Toen ontdekte ik dat hetgeen Taylor zegt helemaal niet klopt. Wat nou sterke waarden? Het zijn eerder tijdsdruk, deadlines en andere verplichtingen die ons leven sturen. Vanuit dat besef ben ik me met tijd gaan bezighouden. Om te kijken welke demonen ons drijven.’
Die demonen drijven niet alleen individuele mensen. Volgens u heeft de versnelling ook consequenties op organisatorisch niveau. Bijvoorbeeld voor de democratie.
'Goede besluitvorming kost tijd. Natuurlijk kan een dictator sneller handelen. Maar een democratie vereist nu eenmaal dat er standpunten geformuleerd en argumenten uitgewisseld worden, om vervolgens een consensus te vinden die met rechtsstatelijke middelen moet worden omgezet. Zoals gezegd, dat kost tijd. Steeds meer tijd bovendien, want het is in onze complexe samenleving almaar moeilijker een besluit in al zijn consequenties door te denken. Dat verklaart meteen het succes van populistische powerpolitici die wél beloven door te pakken.’
Is er niet al lang een kortademige mediademocratie ontstaan, waarin alles draait om vlotte quotes en snelle soundbites?
'Misschien. De politiek is reactief geworden. Ze reageert op crises, of die nu het milieu of de economie betreffen. De langzamere parlementen spelen daarbij steeds minder een rol. Kijk maar naar de euro. Over het financiële reddingsscherm voor de schuldenlanden hebben de nationale volksvertegenwoordigers nauwelijks kunnen meepraten.’
Waarom stoppen we dan niet gewoon met versnellen?
'Omdat dat te nauw verweven is met onze moderne maatschappij. Het klopt, de beloften van de versnelling - beweeglijkheid, vrijheid, geluk - zijn verbleekt. Maar onze samenleving draait nu eenmaal om competitie. En dat leidt tot dynamisering. De concurrentie slaapt immers nooit, zoals dat heet. Dus moet ik mijzelf meer inspannen, om er niet op achteruit te gaan.’ (Rosa wordt onderbroken door de bekende, gebroken tweeklank van een binnenkomend mailtje) 'Behalve statusverlies is er nog een andere reden dat we niet uit het hamsterrad stappen. Het heeft volgens mij ook met angst voor de dood te maken. Ons leven is immers eindig. En of we nou gelovig zijn of niet, we dealen daarmee door onze hoop en energie niet op gene zijde te richten, maar op het leven voor de dood. Door twee keer zo snel te leven, hoop ik als het ware twee porties leven te krijgen. Handel je oneindig snel, dan zou je zelfs zoiets als het eeuwige leven moeten hebben.’
Maar zo werkt het natuurlijk niet…
'Nee, integendeel. We hebben een ander idee nodig van wat een geslaagd leven inhoudt. Een dat niet gebaseerd is op groei en toename, zoals nu het geval is. Het modernistische project heeft namelijk alles te maken met zelfbestemming. Dat het niet koning, kerk of de grillen van de natuur zijn die bepalen hoe we moeten leven. Vandaag de dag erodeert onze zelfbestemming onder invloed van de versnelling. Dus moeten we een beslissing nemen. Of we laten deze dynamiek haar gang gaan, of we houden vast aan het idee van autonomie en proberen de versnelling onder controle te krijgen.’
Ziet u oplossingen voor ons chronisch onbehagen?
'Een vrij praktische stap zou toch het idee van een basisinkomen zijn. Ik weet dat daar allerlei bezwaren aan kleven. Maar als het inderdaad zo is dat concurrentie en angst voor statusverlies de drijvende krachten zijn achter de versnelling, dan zou net wat extra existentiële zekerheid kunnen helpen. Ik geloof niet dat de economie door zo'n maatregel van het ene op het andere moment zou instorten. Maar het zou wel een klein beetje angst uit het spel halen. Dat vertwijfelde, panische wegrennen van de afgrond kan dan wellicht ophouden.’