De tocht die in mijn boezem stormt

Wie de grote liefde niet vindt kan er altijd nog over lezen. Bijvoorbeeld bij Bilderdijk. In zijn brieven van rond 1800 is de hartstochtelijkste liefdesgeschiedenis van de Nederlandse literatuur na te lezen. Poëzie van een overspelige echtgenoot, een bezeten minnaar. ‘Ik vlieg tot u - ik vlieg!’

VAN GELUKKIGE STELLETJES kan ik erg onpasselijk worden. Vooral als koppels over ‘wij’ spreken kan ik mijn weerzin nauwelijks onderdrukken. 'Wij’ vonden het concert erg mooi, alsof er geen individueel oordeel bestaat. 'Wij’ vinden de Volkskrant de beste krant van Nederland en 'wij’ stemmen op GroenLinks. 'Wij’ hadden een enige vakantie, en dan zie ik die beelden van vrouwen met ongeschoren benen in korte broeken, die aan hun ongewassen mannen kleven en die samen blijmoedig op ecosandalen de ene na de andere heuvel beklimmen, soms nog met een baby op de rug die om de anderhalve minuut de borst krijgt. Maar gelukkig vormt dit soort stellen een minderheid. Ik ken veel meer ontevreden vrouwen die zich gepasseerd voelen door hun man, en ontevreden mannen die zich bekneld voelen door hun vrouw. Ik ken vrouwen die er voor de zekerheid een echtgenoot op nahouden, maar verder in gedachte en daad elk uur overspel plegen. Ik ken mannen die zich dagelijks in het café amuseren met leuke en intelligente vrouwen, en die hun eigen vrouw thuislaten alsof het een meubelstuk is dat je niet versjouwt. Wie in zijn eigen omgeving relaties bestudeert, gaat ernstig twijfelen aan de zin van de samenleving van man en vrouw. Kent iemand een volmaakt huwelijk, waarbij man én vrouw gelijkwaardige partners zijn en evenveel ruimte aan elkaar geven? Ook relaties die tamelijk harmonieus lijken, kunnen zelden een doorlichting op gelijkwaardigheid verdragen. Ik ken een stel dat erg gelukkig is met elkaar, maar de vrouw heeft wel voor hem haar kinderwens moeten opgeven, en ze heeft haar eigen carrière in dienst van hem gesteld. Ik ken een stel dat erg gelukkig is met elkaar, maar de man werkt tien uur per dag, en zij geniet van het vrijblijvend gefröbel in huis en ze zijn een kwartier per dag erg gelukkig met elkaar. Een goed huwelijk heet dat, maar ik ben bang dat veel goede huwelijken voor driekwart gebaseerd zijn op gemakzucht en voor de rest op gebrek aan moed, op hygiënische nonchalance en op verregaande aanpassingsvermogens. En toch geloof ik in de grote liefde. Ik geloof dat er zoiets bestaat als menselijk magnetisme, waardoor twee mensen als kwikdruppels naar elkaar toe gezogen worden en slechts met geweld van elkaar losgetrokken kunnen worden. Ik geloof dat elk mens in zijn hart een imprint gekregen heeft van de oerliefde, zoals die bestaan moet hebben in een paradijs dat niet in de bijbel beschreven staat. Omdat hij daar een sterke voorstelling van heeft, loopt hij zichzelf zijn leven lang achterna om al is het maar een glimp daarvan te verwezenlijken in zijn eigen bestaan. Hoe zou men anders de waanzin moeten verklaren van het gevecht om de relatie? Er is geen menselijk product dat uit meer energie, ellende, verdriet en ondergang samengesteld is dan de relatie. En toch ken ik niemand die vrijwillig nog nooit een aandeel in dit tranenfonds heeft genomen. Maar soms, een zeldzame keer, is er de uitzondering. Heel even, of wat langer, lijkt men overweldigd te worden door de ware liefde, die zo bedwelmend is door die herkenning van het oerparadijs. En voor de eenzamen of teleurgestelden, de moedelozen en de bangeriken onder ons is er de 1 literatuur. Voor mij bijvoorbeeld, arme weduwe, wat zit er anders op dan te lézen over de grote liefde? Bijvoorbeeld bij Bilderdijk. IN ZIJN BRIEVEN is de hartstochtelijkste liefdesgeschiedenis van de Nederlandse literatuur na te lezen, het verhaal van een overspelige echtgenoot, een bezeten minnaar, een door de liefde overweldigd minderjarig meisje en dat alles tijdens een opgejaagde ballingschap. Geen verzonnen liefdesroman kan op tegen de geschiedenis van Willem Bilderdijk, die in 1756 als zoon van een vooraanstaand medicus in Amsterdam geboren werd. De pasgeborene was een schone, welgeschapen jongen, die tot groot vermaak van de omstanders er aanstonds blijk van gaf op doeltreffende wijze babbelende oude wijven de mond te kunnen snoeren. Hij zou namelijk de baker die hem wilde vertonen regelrecht in de mond 2 gepiest hebben. Willem was een vroegrijp wonderkind. Op zijn derde ging hij naar school, waar hij verliefd werd op een negenjarige schone. Aan haar schreef hij zijn eerste liefdesbrieven, waarin hij uitweidde over de zachte hals en ivoren knietjes van de aanbedene. Op zijn vijfde werd hij van school gestuurd omdat mamsel hem niets meer kon leren. Bovendien was zijn invloed op de andere kinderen desastreus, want door zijn overwicht kon hij ze tot alles aanzetten. Kort daarna liep hij een voetwond op die hem aan de rand van het graf bracht. Jarenlang zat hij ziekelijk op bed, met een mismaakte voet op een kussen en las hij de boeken van zijn vader. Pas als student begon hij serieus werk te maken van de liefde. Mooi was hij niet, met zijn zware beharing en zijn slepend been, maar hij had een eigen manier om vrouwen te imponeren. Een academievriend vertelde: 'Van de natuur niet met de macht bedeeld door een eersten indruk te behagen, leî hij zich op ’t behagen bij de vrouwen als een kunst toe, en zij, bij welke hij verstand genoeg vond om verder dan op de schors te zien, vestigden al ras hare aandacht op hem. Eerst deed hij dan zijn verstand bewonderen, daarna gebruikte hij ’t om zijn hart als een engelenhart in een stoffelijk hulsel te vertoonen, deed het begeeren, en dan de bewonderende begeerster, door aan haar in zijn handschrift netgeschreven minnedichten, gelooven, dat zij ’t bezat.’ DE POËZIE VAN BILDERDIJK in deze tijd heeft een hoog wellustigheidsgehalte. Het gaat steeds over 'de tocht die in zijn boezem stormt en bruisende begeerten vormt, en die uit zelfgebrek gerezen is en gelijkt op Epidaurus slang’ - lang voor Freud waren de symbolen al gemeen en wist de lezer wel wat er precies gerezen was. In Den Haag, waar hij na zijn studie een advocatenpraktijk gevestigd had, drong zich een flamboyante schoonheid aan hem op. De twintigjarige Catharina Rebecca Woesthoven had een lange slanke gestalte met blauwe ogen en een zinnelijke mond en een weelderige bos haren. Ofschoon ze uit goedburgerlijke kringen kwam, had ze weinig educatie gekregen. Ze kon de klok niet lezen en zich zonder hulp niet aankleden. Toch wist ze nog wel een rijmend vers te schrijven en dat stuurde ze naar Bilderdijk. Deze was wel fanmail gewend en nam dus pas na enkele dagen de moeite te danken. Meteen beantwoordde Catharina die brief met een klacht. Ze was erg ongelukkig en ze wilde dat Bilderdijk haar redde. En reddersfantasieën zetten Bilderdijk op scherp, dus ontroerd schreef hij terug: 'Ik weigeren uw redder te wezen! Ach! Eerder verging het Heelal dan dat ik uw vertrouwen niet op al zijn prijs schatten zou. Ik vlieg tot u - ik vlieg!’ En Catharina wachtte tot het gebraden kapoentje in haar mond vloog. Ook al vloog hij nog niet letterlijk, ze wist wel hoe hem in beweging te krijgen. Na twee dagen kreeg hij weer een verzoek om hulp, nu bij het dichten. Toen zij ook nog een overheerlijk, met eigen handen versierd taartje bij hem liet bezorgen, was hij in vuur en vlam. Zijn brieven lieten niet meer op zich wachten, hij ondertekende 'hijgend van begeerte en blakende zuchten’. Catharina woonde in huis 3 bij een oom en blijkbaar was ze daar niet tevreden. Dus schreef ze aan Bilderdijk dat ze er mishandeld werd. 'Blijf geen oogenblik langer bij die monsters’, was zijn reactie. Hij wilde haar komen weghalen al zou het hem zijn leven kosten. De mishandeling zal wel opsluiting betekend hebben, want oom en tante voelden zich gedwongen de maagdelijkheid van de uitgekookte schoonheid te beschermen. Dat zou vergeefse moeite zijn. Al snel lezen we in Bilderdijks brieven hoe gul haar boezem zich ontsloten heeft voor hem, en dat is letterlijk bedoeld. Bilderdijks zinnelijke natuur had hem met beide handen doen toegrijpen wat het meisje aanreikte. Hij raakte van de kook: 'Wij beminnen elkaar te bruischend. O, konden we dat vuur matigen, opdat het ons niet verschroeide, maar verwarmde.’ HIER IS GEEN sprake van de grote liefde, maar van de grote passie. Catharina was warmbloedig, haar afhankelijke situatie meer dan beu en ze dacht een grootheid aan de haak te hebben geslagen. Bilderdijk was de preutsere zusters van vrienden gewend, het meisje was mooi en ak hem aan op zijn Don Quichotte-gevoelens. Zonder conventionele remmen stortten ze zich op elkaar, en het was zeker niet alleen Willems initiatief dat hen voortijdig tot huwelijksgeneugten bracht. Uit de brieven blijkt dat ze verrukkelijke nachten bij elkaar doorbrachten. In dezelfde tijd knoopte Bilderdijk ook nog een verhouding aan met een Leidse uitgeversdochter. Misschien besefte hij wel dat Catharina op de lange duur geen goede partij was en zocht hij naar een verhouding van meer geestelijk gewicht. Misschien realiseerde hij zich dat hij een te makkelijke prooi was geweest voor het berekenende wicht, dat behalve haar schoonheid geen enkel geestelijk of feitelijk kapitaal in het huwelijk mee zou nemen. Maar waarschijnlijk was Bilderdijk reeds te verslaafd aan de passionele verhouding met Catharina om er nog afstand van te kunnen doen. Wie eenmaal van de honingpot gesnoept heeft, kan er moeilijk vanaf blijven. Het Leidse meisje kreeg na een aantal maanden in de gaten waarom ze aan het lijntje werd gehouden en verbrak onder dankzegging aan God de verhouding: 'U had mij misschien in de grootste ongelukken gedompeld, doch de goede God heeft hier voor gezorgd en belet dat ik langer Judaskussen ontvang. Moest gij mij daarom die tedere brieven schrijven, om daarna bij anderen uw geluk te zoeken, ’t welk gij denkelijk niet eens zult vinden. - ’t Zal u mogelijk nog wel eens berouwen, maar niet voor dat het te laat zal zijn.’ Al heel snel zou het hem berouwen. Eind juni 1785 trad Bilderdijk hals over kop in het huwelijk met Catharina. Elf weken na de inzegening werd hun dochter Louise geboren. Catharina en Willem waren niet voor elkaar geboren. Willem was driftig, Catharina impulsief, Willem had grootheidsfantasieën en kende de waarde van geld niet, Catharina was koopziek en een uitgaanstype. Het is een wonder dat het huwelijk pas tien jaar later uit elkaar zou vallen. Bilderdijk, die vaak genoeg gezegd had dat hij in staat was een knecht die een stoel scheef neerzette het raam uit te smijten, paste dit beginsel ook in zijn huwelijk toe. Catharina moest eens het huis uit vluchten toen Bilderdijk in woede ontstak omdat er een kachel uitgegaan was. Toen zij samen met een huisvriend terugkeerde, had Willem de hele inboedel kort en klein geslagen en zat hij timide en verward tussen de troep. Eenmaal had hij haar in haar kraambed in drift bij de muts gegrepen. De baker was tussenbeide gekomen, maar had daarbij klappen opgelopen. Zwangerschappen en kraambedden leken Bilderdijk niet in een goed humeur te brengen, misschien wel door de gedwongen onthouding. In elk geval klaagde Catharina erover dat Willem ondanks verregaande staat van zwangerschap gemeenschap wilde en in woede ontstak als zij daar niet voor voelde. Willem van zijn kant vond dat zij de liefde bedreef zonder hartstocht, op een manier zoals een dienstmeisje het ook zou kunnen, maar niet zoals iemand die het uit echte liefde deed het zou moeten doen. De politieke verwikkelingen bekortten de lijdensweg van het eerste huwelijk. De Oranjegezinde advocaat Willem Bilderdijk kwam in 1795 in moeilijkheden. Stadhouder Willem V 4 was naar Engeland gevlucht en de patriotten namen het bestuur in handen. Er werd een Voorlopig Bewind aangesteld en dit eiste van alle advocaten een eed van trouw en erkenning van de patriottische beginselen. Bilderdijk weigerde dat, en dus kreeg hij het bevel Holland te verlaten. In Den Haag liet hij zijn vrouw met twee kinderen achter. Wat Catharina niet wist, was dat hij ook een fiks aantal onbetaalde rekeningen achterliet, waar zij nu verantwoordelijk voor was. Al een half uur na zijn vertrek werd zij geconfronteerd met het financieel wanbeleid van haar man en moest beledigingen van 5 schuldeisers verdragen. Men kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat de vrouw de verbanning wel een goede oplossing vond voor een huwelijk dat geen inhoud meer had. 'Komt gy weder en u schulden zyn niet afgedaan wat dan?’ schreef ze, 'den ouden boel! en een leven als ’t onze op de oude wys is een hel op de waereld’ en 'hoor man de zaken moeten gered (…) voor de zaken gered zijn wil ik je niet zien want ik walg van ons oude leven meer dan ooit.’ BILDERDIJK REISDE NA ZIJN verbanning naar Groningen, en via Hamburg kwam hij in Londen terecht. Hij leefde van allerlei kleine klussen, zoals lesgeven en vertalen en het tekenen van portretten. Zo gaf hij ook Italiaanse lessen aan de dochters van een Nederlands-Duitse kunstschilder, Hendrik Willem Schweickhardt. Het gerucht ging dat zijn oudste kinderen, een tweeling, eigenlijk onechte producten waren van de stadhouder, prins Willem(V. Om de vrouwelijke helft van de tweeling, Catharina Wilhelmina, gaat zich de liefdesgeschiedenis van de eeuw afspelen. Zij was negentien, Bilderdijk 39 en hij werd razend verliefd op het lieftallige en getalenteerde meisje. In dit geval is er geen sprake van dat de eerste toenadering van haar kant zou komen. Zij zag hem als de leraar, maar Bilderdijk kon het intelligente en gevoelige meisje niet lang alleen als leerling beschouwen. Terwijl zij haar lesjes leerde, gleden zijn ogen over haar vrouwelijke gestalte. Zijn gestel stond hem niet toe zonder vrouw te leven, schreef hij zijn vrienden, en dat betekende gewoon dat hij een geile natuur had. Wat lag er meer voor de hand dan deze aantrekkelijke onschuld te veroveren? Zijn oude Leidse technieken werkten nog steeds. Bovendien is Italiaans een mooie taal en lessen in het Italiaans betekenen bijna vanzelfsprekend dat er over liefde gesproken gaat worden, over Dante en Beatrice, over Laura en Petrarca, en wat is mooier oefenmateriaal dan brieven en welke brieven zijn mooier dan literaire liefdesbrieven? Bilderdijk gaf dus als huiswerk het schrijven van brieven op en die werden gaandeweg steeds petrarkistischer. Wilhelmina verzette zich tegen een relatie, die haar maatschappelijke ondergang zou betekenen, maar tegen Bilderdijks gepassioneerde liefdesbrieven en aandringende woorden was zij niet bestand. Bilderdijk worstelde intussen met zijn huwelijkstrouw. Hij deed pogingen om zijn vrouw met de twee kinderen naar Engeland te krijgen, in de hoop dat zijn buitenechtelijke verlangens dan een zachte dood zouden sterven. Maar Catharina voelde weinig voor een hereniging met de man die zij vooral als opvliegend en onverantwoordelijk kende. Tegelijkertijd bombardeerde Bilderdijk het jonge meisje onophoudelijk met liefdesbetuigingen. Haar eer en geweten zeiden dat deze verhouding onmogelijk was, maar de bewonderde leermeester overtuigde haar ervan dat hun liefde niet zondig was. Toen de ouders ontdekten wat er aan de hand was, verboden ze de omgang met de hitsige leraar. Bilderdijk voelde zich vernederd en wanhopig en zijn brieven getuigen van een excessieve melancholie. Via een neef hield hij contact met Wilhelmina en hij bleef beweren dat hun liefde boven de wereldse moraal stond. De zielsverwantschap moest door God gewild zijn en de beproevingen werden hen speciaal opgelegd om te kunnen zien of dit paar deze hogere liefde waard was. Zo maakte hij het meisje murw en ten slotte deed ze mee aan een list. Bilderdijks neef, die als postillon d'amour diende voor heimelijke brieven, trouwde, mogelijk op Bilderdijks aandringen, met de jongere zuster van Wilhelmina. Dit paar zou zich in Duitsland vestigen en Wilhelmina ging mee met de jonggehuwden om haar zuster bij te staan. Om haar ouders te misleiden vertrok Bilderdijk al eerder met onbekende bestemming uit Engeland. Natuurlijk ging hij naar Duitsland om daar op haar te wachten en dan de hemelse verrukkingen van de liefde te genieten. Gelukkige wittebroodsweken zaten er voor het geheime bruidspaar niet in. Bilderdijk begaf zich naar Brunswijk, waar hij opnieuw met lessen en kleine opdrachten een karig inkomen verwierf. In grote onrust wachtte hij op berichten van zijn 6 geliefde. Toen zij enige weken later met haar zwager en zus in Bremen arriveerde, wist zij op haar beurt niet waar ze hem kon terugvinden en stuurde brieven naar Minden, Brunswijk en Hannover. In Hannover werd het paar verenigd. Maar slechts voor korte tijd. Trouwen kon Bilderdijk niet omdat er nog geen scheiding geregeld was, en openlijk samenwonen t Wilhelmina was in die tijd maatschappelijk onmogelijk. Dit gold des te sterker omdat hij opdrachten van de Hertog van Brunswijk en van prins Willem(V ontving, zodat hij vaak aan het hof zijn opwachting moest maken. Hij zou die positie verspelen door een concubinaat. Toen zij zwanger raakte, moest ze weg uit Brunswijk. Ver van hem verwijderd werd in 1798 in Berlijn het eerste kind geboren. In een prachtige brief doet ze verslag van de zware bevalling en van hoe ze hem liefheeft: 'Oh my bestbeloved! Dearer than ever only and eternally dear to my unchangeable heart! If ever I found our separation terrible it is since I have been used to your presence. Oh, why, why must I have a heart so unexemplary ardent in its attachment?’ Het was een smartelijke tijd voor de jonge vrouw. Meestal was ze gescheiden van Bilderdijk, en eerloos, ongehuwd baarde ze kinderen. Bilderdijk komt naar voren uit de brieven als egoïstisch. Voortdurend stelde hij bezoek aan haar uit, zodat zij alleen was in zwangerschappen en naderende bevallingen, alsof hij het er om deed pas ná een bevalling weer langs te komen. Hij zag op tegen de zware reizen en was bang voor slapeloze nachten in herbergen waar hij meende door duivels gekweld te worden: 'Zichtbaar heersen er duivelen, die lucht water en mensenzinnen beroeren in deze eeuw van vervloeking, en die hen weerstaat, op die oefenen zij alle helse foltermiddelen die zijn ziel en zijn lichaam kunnen aandoen. Lijden moet men, lijden boven menselijke macht, of God loochenen tegen zijn beter weten. Lijden boven al wat ooit in geest of lichaam geleden is, of hun medestander in gruwelen wezen. O hoe hard, hoe oneindig hard valt mij het leven, hoe verzwaart mijn jammer met iedere dag, met ieder ogenblik voor mij!’ Met dit soort brieven verzwaarde hij het lot van Wilhelmina, die hij bovendien ook nog eens een tweeling voorspelde en hij berekende een van haar zwangerschappen verkeerd zodat 7 zij ten slotte meer dan een jaar zwanger leek. Háár brieven zijn een toonbeeld van geduld en toewijding. Pas in 1802, toen de echtscheiding met Catharina Rebecca uitgesproken was, kwam Bilderdijk openlijk met zijn tweede vrouw voor de dag. Zij had inmiddels al drie kinderen gekregen, van wie er een gestorven was. Na de val van de Bataafse Republiek en de aanstelling van Lodewijk Napoleon in 1806 keerde Bilderdijk met haar terug naar Nederland. 'Vrouwe K.W. Bilderdijk’, die als meisje in Engeland al gedichten en toneelstukken schreef, begon onder zijn invloed ook in het Nederlands te schrijven, en verwierf naam als dichteres. Aan de oprechtheid van Bilderdijks liefde voor Wilhelmina is geen twijfel mogelijk. Tot op de dag van haar dood waren ze verknocht aan elkaar. Haar leven werd echter getekend door vele zwangerschappen, het overlijden van jonge kinderen en armoede. Zij stierf in 1830 afgetobd in Haarlem, 54 jaar oud. Van hun acht kinderen leefde toen alleen nog maar de jongste zoon, Lodewijk Willem. Bilderdijk zou haar nog een jaar overleven. Met haar dood verloor hij alle levenslust. Zijn geest was uitgeblust, hij was vergeetachtig en somber geworden, en verlangde naar de dood, die op 18 december 1831 voor hem als een verlossing kwam. MIJN DOCHTERTJE zal een jaar of vier geweest zijn toen ze een keer midden in de nacht angstig schreeuwend wakker werd. Ze vertelde dat ze bij het rolgordijn een vreselijke man had zien staan met een bloedvlek op zijn wang, die dreigend op haar af was gekomen. Toen ik navroeg wie die vreselijke man dan wel was en of ze hem verder kon beschrijven, zei ze dat het de man was van de prent op mijn studeerkamer. Ik was in die tijd juist bezig met een artikel over Bilderdijk en op mijn kamer had ik om de stemming te bepalen de bekende gravure van Bilderdijk op middelbare leeftijd door Van Bree opgehangen. Die man bedoelde ze. Blijkbaar hadden de grijnzende kop van Bilderdijk en de vreemde lange bakkebaarden haar overdag zo geïmponeerd dat ze er ’s nachts nachtmerries van kreeg en de bakkebaarden voor bloedvlekken aanzag. Ik heb vaak genoeg beseft dat Bilderdijk een nachtmerrie is voor literair-historici: hoe krijgt men dit oeuvre bedwongen, hoe krijgt de biograaf ooit vat op dit gigantische brein, dat, hoe vaak ook beneveld door opium of andere drogerende middelen, toch altijd duizendmaal briljanter was dan dat van de gemiddelde levensbeschrijver? Hij is verguisd, verbannen, achtervolgd, vernederd, heeft in zijn ouderdom moeten leuren met gedichten en werd miskend. Maar het was niet alleen kommer en kwel in zijn leven. Hij heeft meegemaakt wat maar weinigen ooit gegeven is: de grote liefde ontmoeten, de grote liefde winnen, de grote liefde behouden.