De toekomst is plastic

U kent de film The Graduate (1967). De jonge Benjamin maakt zich zorgen over zijn toekomst; McGuire, een collega van zijn vader, spreekt hem toe: ‘I want to say one word to you. Just one word. (…) Plastics. (…) There’s a great future in plastics. Think about it. Will you think about it?’

Medium kunst

Wel, daar hebben wij inmiddels over nagedacht en nee, dank u, de toekomst van plastic lijkt ons niet groots. Ooit bedacht als een nuttig multifunctioneel materiaal dat eeuwig mee kon is het nu wel zo’n beetje het symbool van alles wat er mis is met het internationale industriële kapitalisme: wereldwijde uitbuiting, misbruik van kostbare grondstoffen, roekeloze vervuiling en (niet onbelangrijk) de hemeltergende cheapness van de producten.

Het ergste is wel dat spotgoedkope plastic boodschappenzakje, een milieuramp van de eerste orde. De plastic industrie zit ermee – de productie wordt streng gereglementeerd, overheden verbieden het gebruik van gratis tasjes in supermarkten, enzovoort – en toch is die industrie over het algemeen best optimistisch. Dat wordt vooral verklaard door de groeiende rol van plastics in 3D-printing. Net zoals u twintig jaar geleden zélf grafisch ontwerper en dtp’er werd door uw eigen 2D-printertje in huis te halen, zo zult u over niet al te lange tijd een 3D-printer in de kamer hebben staan die, tsja, álles zal kunnen maken. Twee weken geleden printte een hartchirurg in Leiden al een exacte replica van een kinderhartje, alvorens te opereren.

Met Plastic: Promises of a Home-made Future presenteert Het Nieuwe Instituut in Rotterdam een programma over plastic en 3D-printing, samengesteld door een ex-student van Design Academy Eindhoven, Tal Erez. De hoofdmoot is een drukke tentoonstelling in een smalle pijp, eigenlijk vooral een documentaire met veel levendig beeldmateriaal en goede interviews – je zou er een stevige vijftigminutenfilm van kunnen maken.

Erez toont de transformatie, in vlotte streken, van een materiaal dat enthousiast werd begroet (ook in de mode, hu!) maar nu onderdeel is van geheel nieuwe verhoudingen tussen producent en consument. Die nieuwe consument is aan het veranderen van een passieve winkelbezoeker die koopt wat het assortiment hem biedt in een actieve besteller en kiezer, een ‘prosumer’, met meer noten op zijn zang dan alleen maat, smaak en kleur. Het ‘open’ designproces van 3D-printing maakt die verandering mede mogelijk en dat kan grote consequenties hebben voor het warenhuis, dat gebaat is bij een overzichtelijk, niet al te divers magazijn.

Zijn tweede punt is de vraag wie eigenlijk eigenaar is van de productiemiddelen – een klassieke marxistische vraag. De technologie lijkt nog open en democratisch, maar de trend is niet gunstig. De tentoonstelling wijst erop dat de defensie-industrie een belangrijke partij is in de ontwikkelingen, en dat is al zorgelijk; Erez signaleert dat overal in de markt de grote oude, kapitalistische partijen patenten aan het opkopen zijn en dat zij specifieke standaarden proberen te introduceren. Dat geldt voor veel van de software die nodig is om de processen aan te sturen, het geldt ook voor het materiaal zelf, plastic, dat in zo’n printer gebruikt kan worden. Als u wel eens een goedkoop setje Euroshopper-inktcartridges voor uw papierprintertje hebt gekocht, die vervolgens door het ding werden geweigerd, dan weet u al wat dat betekent. Er zijn alternatieven. De tentoonstelling toont ook producten die werden geprint met gemodificeerd aardappelzetmeel, en met ‘plastic’ dat werd ontwikkeld uit mycelium (schimmels).


Plastic: Promises of a Home-made Future t/m 6 april 2015, Het Nieuwe Instituut, Rotterdam. hetnieuweinstituut.nl, talerez.com


Beeld: Het Nieuwe Instituut, Plastic: Promises of a Home-made Future, De Dingen en De Materialen (Het Nieuwe Instituut)