Film

De toekomst is voorbij

Film Children of Men

De huidige tijd lijkt geknipt voor de dystopische satire: een klimaat waarin oorlog constant woedt, de mens wordt belaagd door virussen met pandemische potentie, politici dubieus leiderschap tonen, minderheden worden onderdrukt, nationale grenzen verbrokkelen en politieke en economische vluchtelingen zich over de hele wereld verspreiden. Het angstwekkende is dat al deze werkelijke gebeurtenissen de achtergrond vormen van de nieuwe sciencefictionfilm Children of Men van Alfonso Cuarón, naar de gelijknamige roman uit 1992 van de Engelse auteur P.D. James. Zelfs het kerngegeven van James’ verhaal, dat Europese vrouwen steeds minder kinderen krijgen, is een hedendaags feit.

Het is 2027. De mens is definitief geëvolueerd tot een onvruchtbaar wezen. Hoe dat is gekomen, blijft onbekend. Wereldwijd woeden oorlogen en leiden epidemieën en armoede tot de dood. In Groot-Brittannië, het laatste land waar een zweem van stabiliteit bestaat, reageren de inwoners geschokt wanneer de jongste mens op aarde, het laatste ‘kind’ dus, sterft. Voor hen is het alsof de toekomst nu echt voorbij is, alsof er geen reden meer is om te leven.

Deze wereld is zo grauw dat de regering gratis zelfmoordmedicijnen beschikbaar stelt. Wie daar vooralsnog geen gebruik van maakt, is Theo Faron (Clive Owen), die alleen hoop put uit zijn vriendschap met de malle bohémien Jasper Palmer-Smith (Michael Caine). Wanneer een oude liefde van Theo, Julian Taylor (Julianne Moore), verschijnt, verandert alles. Julian blijkt een verzetsheldin te zijn. Ook komen we iets te weten over hun relatie: lang geleden stierf hun baby ten gevolge van een griepepidemie.

In grijze beelden, nerveus gefotografeerd met draagbare camera’s, ontvouwt zich een verhaal waarin ‘terroristen’ in opstand komen tegen de onderdrukking van de politiestaat. Theo raakt tegen wil en dank betrokken bij de strijd. Dan moet hij vluchten, maar leger en politie zijn overal op straat, vooral om hokken te bewaken waarin illegale immigranten zijn opgesloten. De camera talmt betekenisvol op de uitgemergelde gezichten, op de angstige ogen die vragen om eten en drinken, dat nooit komt. Uiteindelijk belandt Theo in een concentratiekamp, een stadje waar het recht van de sterkste geldt.

Dit is een van de vele punten waarop regisseur Cuarón afwijkt van James’ roman om zijn film politieke en maatschappelijke urgentie te geven. En daarin slaagt hij volmaakt. Children of Men past niet alleen in de rijke Britse literaire traditie van Jonathan Swift en H.G. Wells tot George Orwell en John Wyndham, ook heeft het werk een modern gezicht, doordat het deel uitmaakt van het sciencefiction-subgenre waarin maatschappelijk verval en de politieke allegorie een centrale plaats innemen – zoals de films van Terry Gilliam of het recente, uitstekende V for Vendetta (2005) van James McTeigue. Children of Men is net als deze werken een voorbeeld van populaire cinema die, in de stijl van literaire fictie, geëngageerd is en reflectie biedt. Met de actualiteit in je achterhoofd is Cuaróns film pijnlijk om te zien, zo accuraat weerspiegelt hij de werkelijkheid.

Uiteindelijk is Children of Men een bezinning over tijd en verlies. De film is een toekomstverhaal én een melancholiek commentaar op het hier en nu, waarin de moderne mens geen verleden meer heeft – want er blijft niemand over om de geschiedenisboeken te lezen – en ook geen toekomst, want er zullen geen mensen meer zijn om geschiedenis te maken.

Te zien vanaf 26 oktober