De toespraken van Barack Obama

‘Wij maken hier vanavond duidelijk in wat een geweldig land wij leven, en dat is niet vanwege de hoogte van onze wolkenkrabbers, de macht van ons leger of de omvang van onze economie.’ Zo sprak Obama in 2004 de Democratische Conventie toe.

‘Onze trots is gebaseerd op een heel eenvoudige gedachte, meer dan tweehonderd jaar geleden bondig verwoord in de verklaring: wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, en dat zich daaronder bevinden: het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk.’

In deze weken, nu Trump zijn verhuizing naar het Witte Huis voorbereidt, vroegen verslaggevers en commentatoren zich af: welke erfenis laat Obama ons na? Opsommingen van niet waargemaakte beloftes, teleurstellingen, soms zelfs gevolgd door de hoop dat Trump verbetering zal brengen.

Obama heeft nooit een utopie beloofd. Hij had het over niet meer dan ‘een volmaaktere eenheid’. In 2012 zei hij na een verkiezingsoverwinning: ‘Vanavond, ruim tweehonderd jaar nadat een voormalige kolonie zelfbeschikkingsrecht heeft verworven, is onze taak om onze eenheid te vervolmaken weer een stap verder gekomen.’ Hij was niet de president van de sprong voorwaarts maar van de kleine stappen.

Eén belofte heeft hij nooit uitgesproken, maar wel waargemaakt: dat er een reeks toespraken zou komen die hun weerga niet kennen. Ze zullen nog lang worden bekeken op YouTube en ze worden opgenomen in bloemlezingen van toespraken die de wereld veranderden. En nu hij zijn afscheidsrede heeft gehouden, mogen we erop vertrouwen dat dat niet zijn laatste toespraak was.

Heel lang geleden las ik Kanarie-boekje 17, een uitgave van Maandblad Succes uit de jaren vijftig: Het woord voeren. ‘Spreek niet met gebalde vuisten en klappen op de tafel, gelijk een lanterfanter in een kroeg.’ Het was mijn eerste boek in een nog altijd groeiende verzameling publicaties met aanwijzingen hoe je in het openbaar moet spreken. Een hoogtepunt was de verschijning in 2001 van Quintilianus’ De opleiding tot redenaar, compleet vertaald door Piet Gerbrandy.

En nu verscheen er een boek waarvan ik denk dat het mijn favoriet van 2017 zal zijn: De beste toespraken van Barack Obama, gekozen door Lars Duursma, die er ook een voor- en een nawoord bij schreef. Duursma heeft twee keer campagne gevoerd voor Obama en is zelf voormalig wereldkampioen debatteren. Zijn boek bevat 23 toespraken van Barack Obama en twee van Michelle Obama, en verder een hoop goede raad aan iedereen die het podium op moet voor een praatje of een lezing.

Duursma heeft het over het belang van een heldere boodschap en het gebruik van woorden die beelden oproepen. Hij legt uit hoe je een toespraak kunt laten swingen. Hij geeft zelfs tips, omdat de meeste sprekers niet beschikken over een teleprompter, hoe je je spreektekst het best op papier zet: gebruik een groot lettertype, regelafstand anderhalf, een schreefloze letter.

Terecht wijst hij erop dat je Obama’s toespraken niet één op één moet verwerken in je eigen speech. Een goede toespraak kan niet geloofwaardig worden uitgesproken door iemand anders. Maar er is op dit moment weinig waar een spreker zo veel van kan leren als van het optreden van Obama. Hij werd geholpen door de beste tekstschrijvers van Amerika. Ze bereikten hun grote hoogtes doordat hij zelf zo goed schrijft. Voor hen gold wat Jeff Schesol zei, die toespraken schreef voor Bill Clinton: ‘Je hebt geluk als je voor iemand schrijft die je niet echt nodig heeft.’

Aan de adviezen van Duursma voeg ik graag iets toe. Ik ken mensen die niet van toespraken houden. Als de toespraak slaapverwekkend is, verslapt hun aandacht. Duursma geeft er in zijn nawoord een prachtig voorbeeld van: ‘Belangrijke herstelmaatregelen om herhaling van dit soort gebeurtenissen voortaan te voorkomen, zijn inmiddels in werking gesteld. Als nieuwe bestuursvoorzitter zie ik het daadkrachtig leiden van de verdere invoering daarvan als een van mijn belangrijkste taken.’

Mijn raad: blijf kijken en luisteren, want een toespraak kan niet zo slaapverwekkend zijn of je kunt ervan leren. Namelijk hoe je het niet moet doen. Welke beelden zijn fout, welke zinnen lopen niet, welke gebaren zijn belachelijk, welke stemverheffing is misplaatst? Sinds ik mezelf heb geoefend om juist bij slechte toespraken goed op te letten en me dit soort vragen te stellen, krijg ik van de saaiste toespraak nog energie.

Dit weekeinde sprak een Nederlandse politicus tot zijn partijgenoten: ‘Moreel leiderschap is een handschoen die deze premier nooit heeft willen oppakken.’ Een andere politicus op een ander congres: ‘De premier stampt als een olifant de zekerheid van de mensen plat.’ En weer een ander, op zijn congres: ‘Wij kunnen de partij zijn van de hoop. Weg met de angst. Op naar de hoop.’ Kijk, ook daar kun je wat van leren.

En nu gaan we inhuldigingstoespraak van een grote Twitteraar bestuderen.