Idfa 2004 in Amsterdam

De toevallige camera

Over de documentaires Pulled from the Rubble van Margaret Loescher en Compadre van Mikael Wiström, te zien op het Idfa in Amsterdam, van 18 tot 28 november

Iets van de werkelijkheid vastleggen op video of film is de motivering van de documentairemaker. Op het International Documen tary Festival Amsterdam (Idfa) blijkt dat die «motivering» ook iets banaals kan zijn als een camera die toevallig klaarstaat. Neem Pulled from the Rubble (Engeland, 2004). Hierin volgt de van oorsprong Amerikaanse Margaret Loescher de revalidatie van haar vader, Gil Loescher, die zijn benen verloor bij een bomaanslag op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in Bagdad. De aanslag eiste het leven van meer dan twintig mensen, waaronder Sergio Viera de Mello, hoofd van de VN in Irak. Gil Loescher was de enige over levende. In publiciteitsmateriaal voor de film stelt Margaret Loescher dat haar vader tijdens zijn herstel wilde weten hoe zijn redding precies in zijn werk ging. Dit leidde ertoe dat zij haar camera pakte om de film te maken. Bovendien, zegt zij ergens halverwege de film, was het in haar gezin altijd al een gewoonte om alles te filmen. De camera was deel van hun leven.

Pulled from the Rubble doet op een zekere manier denken aan Capturing the Friedmans, Andrew Jarecki’s film over een gezin dat kampt met beschuldigingen van seksuele mishandeling. Beide films handelen over de reactie van een gezin op een traumatische gebeurtenis. En net als in Loeschers documentaire is de camera ook in Jarecki’s film, waar het Idfa vorig jaar mee opende, alom aanwezig in het leven van de gezins leden. Het is alsof de camera een broodrooster is dat op het aanrecht staat, altijd klaar voor gebruik. En het gezin reageert instinctmatig als de lens open gaat. Bij de Friedmans neemt dat de vorm aan van een clownesk feestje om de vijf minuten. Bij de Loeschers is zelfs de stugge vader Gil bereid tot het geven van een eigen show. Als het gezin bij hun huis in Engeland gaat barbecuen en het begint te hagelen, blijft Gil buiten zitten. Onverstoorbaar eet hij een worstje terwijl iemand een paraplu boven zijn hoofd houdt. Een van zijn zoons komt dan naar buiten en zingt het Sinatra-lied Strangers in the Night. Het spel is wrang, want het maskeert de diepe tragedie van de vader als gehandicapte. Zo bezien is de film effectief.

Toch wordt het vrijblijvende karakter van de «toevallige camera» het werk fataal. Pulled from the Rubble heeft weinig bestaansrecht buiten het «familiealbum» (de «familievideotheek»?). Waarom moet de kijker weten hoe Gil Loescher revalideert? De regisseur probeert nog haar werk te plaatsen binnen de context van de oorlog in Irak en de rol die de VN hierin speelt. Maar dan ontspoort het helemaal. Hoe ingrijpend de bomaanslag het leven van de Loeschers ook heeft veranderd, het verbleekt bij het catastrofale leed dat duizenden mannen, vrouwen en kinderen in Irak al jaren ondergaan. Wanneer de kijker dit door heeft, is het onmogelijk om mee te voelen met de personages en stort de film in als een kaartenhuis.

Er komt nóg iemand uit het puin, en dat is Daniel Barrientos, een Peruviaan die sinds zijn kinderjaren aan polio lijdt en die nu een gezin van vier onderhoudt in een krottenwijk ergens buiten Lima. In Compadre (Zweden, 2004) brengt regisseur Mikael Wiström het leven van Daniel en zijn gezin in beeld. Het is een vakkundig gemaakte, progressieve film met als rode draad de vriendschap tussen Mikael en Daniel. Deze relatie is een metafoor voor de verhouding tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. Illustratief hiervoor is een pijnlijke scène waarin Daniel dreigt zijn medewerking aan de film stop te zetten als Mikael weigert hem 2500 dollar te geven. Op de geluidsband is de stem van Mikael hoorbaar, die stelt dat de armoede een constante bedreiging vormt voor hun vriendschap. De kloof tussen Noord en Zuid lijkt onoverbrugbaar.

Zij hebben niettemin een hechte band. Mikael ontmoette Daniel meer dan dertig jaar geleden op een vuilstortplaats buiten Lima. Daar woonde Daniel met zijn vrouw en kind. Om deze historie tot leven te wekken gebruikt de regisseur een prachtig stijlmiddel: oude, digitaal gemanipuleerde foto’s en beelden van Daniel en zijn gezin verschijnen driedimensionaal op de voorgrond, begeleid door muziek. Deze onderbrekingen in de hoofdvertelling geven de film een dichterlijke kwaliteit. Daardoor gaat het werk verder dan het sec registreren van de werkelijkheid. Als kunstenaar ziet Wiström de realiteit onder ogen, maar verwerkt hij deze tegelijkertijd tot een nieuw, meer intens gegeven dat slechts in zijn kunstwerk kan bestaan. Zodoende diept hij een waarheid op: de schoonheid van deze mensen is te vinden in het feit dat zij ergens enorme kracht vandaan weten te halen, ook al wonen zij tussen afval en hebben zij weinig vooruitzichten.

Daniel is zich bewust van zijn kracht. En die wil hij overdragen op zijn kinderen. Daarom neemt hij ze mee op een reis naar zijn geboortedorp, hoog in de bergen van Peru. Huilend laat hij zien waar hij als jongetje sliep: op de grond in een hut van gras. Dit was mijn leven, zegt Daniel, en ik heb geprobeerd er het beste van te maken.

Net als in alle documentaire films pretendeert de camera ook in Compadre het allemaal «toevallig» vast te leggen. Maar het mooie in het geval van deze film is dat Wiström er bewust de brui aan geeft wat betreft objectiviteit. De maker is hier duidelijk zichtbaar, niet als verteller, maar als betrokken personage. Het best blijkt dat uit een scène waarin Daniels oudste dochter aan het woord is. Zij vertelt over haar plannen te emigreren naar Brazilië. Opeens kijkt zij naar links en stelt een vraag: «Wat vind je van m’n plannen?» De camera volgt haar blik. Daar staat een geluidsman met een microfoon. Het is Mikael Wiström, en hij geeft antwoord. Later blijkt dat Mikael peetvader van de jonge vrouw is. Hij ontmoette haar toen zij een baby was en met haar vader Daniel op de vuilnisbelt woonde, waar zij op een nacht bijna werd opgegeten door een of ander loslopend, wild dier.

Zo is Compadre een film met een hart, en geen zelfingenomen portret gemaakt met een apparaat dat als een vlieg op de muur van de moderne wereld kleeft. Het werk is gemaakt met de camera als verlengstuk van de maker, die de vastgelegde beelden bewerkt en bewerkt, net zo lang tot er een diepere waarheid naar boven komt dan datgene wat er, toevallig, aan de oppervlakte zichtbaar is.