Opheffer

De toon moet feller!

De toon matigen. Dat hoor ik steeds: ik moet mijn toon matigen. Nu al weken hoor ik dat. Farizeeërs, stiekeme haters, fluwelen politici, kruiperige journalisten, columnistische lulhannesen, ze bijten het me toe: matig je toon!

Alsof ik scheldend en tierend door de media dender! Alsof ik vol racistische en rechtse praat zit! Alsof ik kwaadheid en rancune de vrije loop laat, misbruik maak van de vrijheid van meningsuiting en mijn eigen paranoia bij wijze van rouwverwerking – omdat mijn goede vriend Theo is vermoord – loslaat op de samenleving!

Ik word gek van de mensen die tegen me zeggen: «Er zijn zo veel soorten islam, je kunt eigenlijk niet spreken over dé islam.»

Waar moet ik dan over spreken? Ik vraag het keer op keer, ik krijg maar geen antwoord. Hallo, «andere» islamieten, hoe willen jullie dat ik je noem, vol respect en in een andere, gematigde toon?

Zij – islamieten – spreken over dé islam. Dus wat moet ik dan?

Ik wil best spreken over isliemie, of oeslamie, of islama (ik wil heus niet flauw zijn), als ik maar zou weten wat het betekende of wie zich daaronder verbergen, maar islamieten noemen zich islamieten, en het geloof dat zij omhelzen noemen zij islam.

De discussie over de islam is al weg – twee maanden na de moord op Theo.

De politieke maden kruipen verder, de strontvliegen zijn teruggekeerd op hun eigen mesthoop; ik heb uit beleefdheid mijn hoed afgezet, maar als ik hem op mijn hoofd plaats, blijkt hij volgekakt te zijn met de diarree van onze opinieleiders: «Het gaat de verkeerde kant op.»

Ik ga in debat: «Waarom worden wij allochtonen altijd slecht afgeschilderd in de media?» Godverdomme, denk ik, alsof dat godverdomme mijn schuld is! Dat een schoolhoofd wordt vermoord op klaarlichte dag in zijn eigen school is nieuws! Wie was de moordenaar? Dat er halve verkrachtingen plaatsvinden in het zwembad is nieuws. Wie pleegden die verkrachtingen? Dat je niet met de trein kunt omdat je dan bestolen wordt is nieuws. Wie waren de daders? Dat je homo’s van een toren wil gooien is nieuws. Wie zei dat? Dat je een kunstenaar neerschiet, vervolgens twee messen in zijn lijf steekt nadat je zijn keel hebt doorgesneden is ook nieuws. Wie was de dader?

Moeten we dat dan niet melden? Zijn we erop gefocust? Hebben we andere misdaden dan niet gemeld? Zijn we niet eerlijk in de pers geweest? Zijn we blind geweest voor de problemen? Hebben we niet gezien dat het een klassenstrijd is? Hebben we niet gemeld dat allochtonen het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt? Hebben we geen aandacht besteed aan de disco’s waar allochtonen geweigerd worden?

Tja, waarom worden wij allochtonen altijd slecht afgeschilderd in de media? De Chinezen in Amsterdam? De Italianen en Spanjaarden en Grieken die ook in de eerste golf van gastarbeiders naar Nederland kwamen? Nee, over hen lees je weinig. Hoe komt dat? Komt dat omdat wij bewust de islamieten slecht in het nieuws willen brengen? Wie gelooft dat?

Ik wil mijn toon matigen, heb ik gezegd, en ik zeg het weer. Maar ik wens elke vorm van godsdienst te kunnen bestrijden, omdat ik geloof dat religie ons de verantwoordelijkheid ontneemt voor onze eigen daden. Immers, God of Allah wilde het zo. Ik wil dat in de hardst mogelijke bewoordingen doen, omdat wij, de humanisten, in de hardst mogelijke bewoordingen worden bestreden in hun heilige boeken.

Destijds ben ik uit roeping les gaan geven aan anderstaligen. Het was 25 jaar geleden. Ik heb toen al gezegd, en in De Groene menigmaal geschreven: luister, er komt een «lost generation» aan. Ik dacht dat het de generatie was van meisjes en jongens die toen twaalf, dertien waren en geen Nederlands spraken. Ik wist van mijn studie Nederlands dat Nederlands nooit hun moedertaal zou worden. Ik wist dat zij buitengesloten zouden worden. Niemand luisterde. Uit roeping was ik acht jaar bij het lhno en mhno, wat nu het vmbo is, en ik zag het fout gaan, maar niemand wilde me horen. Ik werd overal uitgelachen – lees het maar na.

Ik heb mij trouwens vergist. Niet alleen was die generatie allochtonen een «lost generation», de generatie die daarna kwam, met zijn dubbele identiteit, was het nog méér. En wat werkte als een kwaad, als een kanker, was dat geloof! Want geloof werkt in zulke gevallen altijd als een kankergezwel. (Matig je toon, je kunt het toch ook anders zeggen? Nee! Nee! Nee!)

Niemand wilde luisteren? Toch wel. Een groepje vrienden wilde luisteren… Waaronder Theo.

We wilden er wat aan doen. Voor de allochtonen! Theo maakte Najib en Julia. Dat was niet genoeg. We wilden nog wat doen. We maakten Cool. Dat was niet genoeg, dus we hadden nog meer plannen.

Welke schurk, die zogenaamd zijn toon had gematigd, heeft zoiets ook gedaan? Welke gore kloot, die zei dat de moord op Theo ook wel een beetje zijn eigen schuld is, verrichtte hetzelfde «zendingswerk», om een woord te gebruiken waarmee Theo en ik ons eigen werk bespotten.

Helaas, helaas heb ik de persoonlijkheid niet van Theo, en dus ook niet zijn taalgebruik, zijn felheid en hardheid – ik betreur dat.

De toon moet niet gematigd worden! Hij moet feller! Het debat moet keihard worden. De begrippen hebben andere definities nodig. De oude generalisaties (tolerantie, multiculturele samenleving, lafheid, toon, vrijheid, vrijheid van meningsuiting, et cetera, et cetera) hebben zichzelf opgeblazen en dienen opnieuw geformuleerd.

Ik voel me ongelooflijk verraden – en ik ben ook verraden. De stilte die weer klinkt, is de stilte van de valse rust, de stilte als de tsunami zich terugtrekt voordat hij als vloedgolf alles overspoelt, de stilte van het verraad.

Men wil Theo’s dood zinloos maken. Dat zal ik voorkomen.