De top-down flop

Is het denken over klimaatbeleid in termen van onaantastbare klimaatmodellen en onbetaalbare monsterverdragen op zijn grenzen gestuit? De les van ‘Kopenhagen’, zegt klimaatwetenschapper Hans von Storch in zijn weblog, is dat we niet langer moeten inzetten op ‘mondiaal top-down management’, dat wil zeggen op ingrijpende internationale maatregelen die worden afgedwongen via ondoorzichtige, inefficiënte organisaties als de VN of de Wereldbank.

Medium afterparty medium

Er zijn betere manieren om vervuiling te bestrijden dan de vanuit milieu-oogpunt zinloze emissierechtenhandel van ‘Kyoto’, die op COP15 verruimd had moeten worden. De kans op die verruiming was gelukkig nihil. Grote landen als China, India en Rusland wezen bij voorbaat elke emissie-beperking en elk bindend verdrag af omdat ze hun economieën niet extra willen belasten. Ze beschouwen emissie-‘caps’ als een middel van het Westen om zijn wankele economische superioriteit voor de afzienbare toekomst veilig te stellen. Afrika zou nog veel zwaarder de dupe worden als het zijn economische groei zou koppelen aan alternatieve vormen van energiewinning die nog nauwelijks levensvatbaar zijn. De technologie daarvoor zou in het Westen gekocht moeten worden, met als gevolg dat het continent tegelijk tekent voor zijn eigen onderontwikkeling en betaalt voor de doorstart van westerse technologieën die wellicht geen toekomst hebben. De aansporing van Hillary Clinton aan de Derde Wereld om op zonnecellen en windmolens te vertrouwen ‘zodat jullie onze fouten niet herhalen’ was hilarisch geweest als hij niet zo schandalig was.

De oprichting van een groot VN-klimaatfonds was eveneens uitgesloten. De westerse democratieën hebben gezamenlijk voor zo'n fonds honderd miljard euro toegezegd die ze niet hebben en waarschijnlijk niet van zins zijn vrij te maken. De westerse leiders, Barack Obama voorop, weten dat hun kiezers geen mondiale inkomensoverdracht onder het mom van milieubeleid meer accepteren. Zeker niet als die wordt geëist door ontwikkelingslanden onder aanvoering van de internationaal gezochte president van Soedan, Omar al-Bashir. De grote mond die zijn vriend Robert Mugabe in Kopenhagen opzette, was voor de rest van de wereld afdoende waarschuwing. Zodra VN-organen beschikken over geld of invloed gaat het mis omdat hun democratische legitimiteit minimaal is en malafide lidstaten er met de kassa vandoor gaan. Het _‘Oil for food’-_programma en de verwording van de VN-Mensenrechtencommissie liggen vers in het geheugen. De wanstaltige organisatie van COP15 sprak ook boekdelen. Terecht verklaarde minister Jacqueline Cramers na haar terugkeer dat de VN hebben ‘afgedaan als raamwerk voor klimaatbeleid’.

Gelukkig blijven we niet met lege handen achter. Er ligt zelfs een goed plan. In de tijd dat Barack Obama de presidentsverkiezing leek te gaan winnen, dong niet alleen zijn partijgenoot Hillary Clinton naar het ministerschap van Buitenlandse Zaken. Dat deed ook beroepsdiplomaat Richard Holbrooke. Hij solliciteerde door in een artikel zijn eigen ideeën te ontvouwen, onder meer op milieugebied. Holbrooke stelde terecht dat de Chinezen zeer geïnteresseerd zijn in het aanpakken van hun eigen energie- en milieuproblemen door technologische samenwerking, maar dat ze net zo min als de Amerikanen accepteren dat andere landen hen de wet voorschrijven. ‘De dubbele uitdaging van energieafhankelijkheid en klimaatverandering vergroot de kans op een doorbraak tussen de twee belangrijkste naties die tevens ’s werelds grootste vervuilers zijn. Er is een enorm potentieel voor gezamenlijke projecten en uitwisseling van technologie – maar er is geen officieel Amerikaans-Chinees raamwerk om ze in gang te zetten’, aldus de diplomaat (De Groene Amsterdammer, 31 oktober 2008). Het opzetten van zo'n raamwerk zou een goed begin zijn. Het overleg zou langlopend moeten zijn, gericht op samenwerking en niet bedoeld om elkaar publiekelijk de maat te nemen zoals dat gebeurde op de Kopenhaagse top. Als die samenwerking succesvol wordt, zullen andere landen hopelijk vanzelf toetreden om te voorkomen dat zij economisch en technologisch de boot missen.

De klimaatalarmisten lieten in Kopenhagen hun vertrouwde crescendo’s horen. Volgens ‘nieuw wetenschappelijk onderzoek’ zou de zeespiegel binnen honderd jaar maar liefst negen meter gaan stijgen. Niemand gelooft zulke prognoses nog. In 2007 veroorzaakte een passage over razendsnel smeltende Himalaya-gletsjers in het rapport van het VN-klimaatpanel, het IPCC, een opstand van geologen. Niet alleen had het panel zich een paar honderd jaar verrekend, de Himalaya-gletsjers smelten helemaal niet en enkele groeien zelfs aan. Het staat vast dat het IPCC onvoldoende aan peer review doet, omstreden rekenmodellen hanteert en zijn conclusies soms baseert op natte-vingerwerk. Ook dat is een gevolg van ‘top-down’ denken. Als een kleine groep wetenschappers een bijzondere autoriteit en indirecte zeggenschap over miljardeninvesteringen of zelfs over het ‘lot van de mensheid’ krijgt toebedeeld, dan is dat vragen om problemen. Het staat op gespannen voet met de wetenschapsbeoefening. De klimaatwetenschappers in het IPCC zijn al met zo weinigen; ze maken een vijfde van het panel uit, de rest bestaat uit ambtenaren, technologen, economen en diplomaten. Uit interne e-mails die door een klokkenluider of hacker openbaar zijn gemaakt, blijkt dat sommige IPCC-wetenschappers de weelde van de macht niet kunnen dragen en hun toevlucht nemen tot intimidatie en fraude om de opwarming van de aarde aan te dikken, zelfs als dat ten koste gaat van IPCC-collega’s. Het kan niet lang duren of ook dit raamwerk heeft, althans in zijn huidige vorm, afgedaan.

Gaat de wereld wellicht een periode van afkoeling tegemoet, zoals sommige metingen lijken aan te geven? Dat gegeven zou de prioriteiten van het klimaatbeleid wel eens drastisch kunnen wijzigen. Aan Henrik Svensmark kunnen we het eventjes niet vragen. De Deense natuurkundige kreeg in een live tv-uitzending een hartaanval. Gelukkig is hij aan de beterende hand. Een groep kernfysici en sterrenkundigen rond Svensmark heeft een theorie over de opwarming van de aarde die haaks staat op de veronderstelde consensus in het IPCC, die de opwarming wijt aan de menselijke uitstoot van broeikasgassen. Svensmark en de zijnen denken dat fluctuaties in het magnetische veld van de zon in hoofdzaak verantwoordelijk zijn. De magnetische activiteit (niet te verwarren met het licht) van de zon beïnvloedt namelijk de hoeveelheid kosmische straling die de aarde ontvangt van geëxplodeerde sterren. Als de zon een krachtig veld heeft, wordt een deel van die straling verstrooid zodat zij de aarde niet bereikt. Verzwakt het zonnemagnetisme, dan krijgt de aarde meer straling. Dit mechanisme is van belang voor het klimaat omdat kosmische straling de atmosfeer ioniseert met als gevolg dat er nieuwe atmosferische microdeeltjes – zogenaamde aerosolen – ontstaan.

Die aerosolen fungeren als condensatiekernen voor wolken. En wolken zijn op hun beurt de voornaamste bestanddelen van de atmosferische broeikas. Het is met name de lage bewolking die verhindert dat de aarde warmte afgeeft aan het heelal en zodoende het leven op aarde mogelijk maakt. Volgens Svensmark bepaalt de magnetische activiteit van de zon dus indirect het temperatuurverloop op aarde: hogere activiteit leidt tot minder straling, minder lage bewolking en hogere temperatuur, lagere activiteit tot het omgekeerde. Welnu, de zon was in de tweede helft van de twintigste eeuw buitengewoon actief terwijl het de laatste jaren praktisch ‘stil’ is geworden op het zonneoppervlak. Het recente temperatuurverloop is daarmee volgens Svensmark grotendeels verklaard, al blijft er ruimte voor aanvullende verklaringen in de CO2-sfeer.

VN-klimatologen menen dat ze de theorie op statistische gronden hebben weerlegd. Svensmark en aanhangers menen dat de klimatologen hun theorie niet begrijpen. Experimenten in het Deense Nationale Ruimtecentrum hebben bewezen dat er een solide natuurkundige basis voor is. Het leverde Svensmark onder meer de steun op van de Amerikaan Eugene Parker (ontdekker van de zonnewind) en de Nederlandse sterrenkundige (en bestrijder van bijgeloof en paranormale claims) Cornelis de Jager. Inmiddels heeft het Cern-instituut bij Genève geld en capaciteit vrijgemaakt voor een vervolgonderzoek met de titel CLOUD. In de loop van 2010 zal een internationale onderzoeksgroep de vorming van aerosolen in een wolkenkamer bestuderen, waarbij een deeltjesversneller de kosmische straling nabootst. Een presentatie van onderzoeksleider Jasper Kirkby staat op deserver vanCern. CLOUD is geen rekenmodel maar harde fysica: aannames worden onder maximaal gecontroleerde omstandigheden getest. Kirkby waagt zich niet aan voorspellingen, maar het is duidelijk dat het project een doorbraak voor de aardwetenschappen kan betekenen.

De tijd is voorbij dat IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri (een manager uit de olieindustrie, geen wetenschapper) gerenommeerde fysici ongestraft voor ‘platte-aarde-aanhangers’ kon uitmaken. Zijn positie wordt met de week onhoudbaarder en dat geldt ook voor de positie van enkele andere prominente IPCC'ers. Maar het is ondenkbaar dat het corpus van wetenschappelijk onderzoek dat het IPCC heeft opgebouwd op de schroothoop terecht zal komen, zoals uitgesproken ‘opwarmingssceptici’ eisen. Het zogenaamde klimaatrealisme is nog erger gepolitiseerd dan het IPCC en heeft nog minder met wetenschap te maken. Het VN-panel heeft baanbrekend werk verricht op tal van gebieden, waaronder wiskundige modellering, proxy-onderzoek (onderzoek naar boomringen, ijskernen en koralen waaruit het temperatuurverloop in vroeger eeuwen kan worden afgeleid) en de evaluatie en standaardisering van meetschalen. Dankzij al dit werk is het klimatologisch onderzoek naar een veel hoger plan getild. Een soortgelijke dynamische, mondiale aanpak van het sociaal-geografisch en demografisch onderzoek naar urbanisatie en overbevolking zou geen kwaad kunnen, mits de inmiddels bekende valkuilen worden vermeden. Ook op die terreinen, die nauw verknoopt zijn met de toestand van ons klimaat en milieu, valt namelijk een wereld te winnen.