Menno Hurenkamp

De traditie moet op de helling

De regering heeft, in al haar demissionaire gemakzucht, ongewild duidelijk gemaakt hoezeer Nederland de draad kwijt is in het buitenland. De positie om de oorlog die de Verenigde Staten tegen Irak voeren politiek te steunen maar militaire hulp uit te sluiten, straalt prettig diplomatiek opportunisme uit. Door politieke bijstand aan de Verenigde Staten te verlenen, geeft premier Balkenende aan dat de oriëntatie op Amerika de belangrijkste pijler van het Nederlandse buitenlandse beleid is. Dondert niet wat jullie doen, wij steunen jullie, laat de minister- president aan Washington weten. Tegelijkertijd wekt hij de suggestie dat Nederland voor vrede is, door geen militairen aan te bieden. Dat stelt het thuisfront en met name de Partij van de Arbeid weer gerust.

Het klinkt allemaal mooi. Maar het is een uitspraak die vooral negatieve gevolgen heeft. Nederland heeft met de verschillende internationale hoven in Den Haag een duidelijk profiel in de mondiale gemeenschap: een land dat zich inspant het internationaal recht te handhaven. Die reputatie heeft Balkenende op het spel gezet door politieke steun uit te spreken voor de Verenigde Staten op een moment dat dit land alle rechts regels aan zijn laars lapt. Tegelijkertijd zet hij de reputatie van Nederland als een serieus bondgenoot van de Verenigde Staten op het spel door te weigeren militaire consequenties aan zijn standpunt te verbinden.

Zijn uitspraak betekent feitelijk dat de Nederlandse politiek denkt dat je de buitenwereld nog altijd tegemoet kunt treden met de drie pijlers van ons diplomatieke denken: de Navo die de Atlantische vrede bewaakt, de Europese Unie die de democratie uitdraagt en de Verenigde Naties die de mensenrechten verbreiden. Door politieke steun aan de VS te geven en tegelijkertijd zelf geen oorlog te willen voeren, hoopt Nederland het evenwicht tussen deze drie in stand te houden.

Wat uit het oog lijkt verloren, is dat de balans tussen Navo, Europese Unie en Verenigde Naties kwijt is. De belangrijkste lidstaat van de Navo, Amerika, heeft sinds de aanslagen van 11 september nog maar weinig boodschap aan het Atlantisch bondgenootschap. De Amerikanen gaan hun eigen gang. De Europese Unie slaagt er steeds minder in iets anders dan een gemeenschappelijke markt te zijn. Gezamenlijke politiek op elk ander dan een economisch front mislukt telkens jammerlijk. En de Verenigde Naties hebben een forse knauw gekregen door de weigering van Frankrijk en de Verenigde Staten naar diplomatieke compromissen te zoeken.

Uit het feit dat ook westerse democra tieën tegenwoordig kiezen om het internationaal recht te negeren moet je conclusies trekken. Wat zijn de gedragsregels die Nederland precies stelt aan de internationale gemeenschap?

Dat geldt ook voor de grote menings verschillen tussen Engeland aan de ene kant en Frankrijk en Duitsland aan de andere kant — kan de Europese Unie wel een rol spelen in de mondiale politiek? Je kunt nu niet meer zeggen dat je voor Amerika, voor Europa én voor mensenrechten bent, wat Nederland vijftig jaar lang deed. Het is een ergerniswekkende traditie geworden. Een nieuwe regering moet dat gebruik op de helling zetten. Een begin ligt in het verschiet door afstand te nemen van de Amerikaanse conflictbenadering en voorop te lopen met voorstellen voor reconstructie van de Verenigde Naties.