Hoofdcommentaar: Schröder

De trage wurgdood van Schröder

Magere Hein staat op de stoep van het Kanzleramt in Berlijn. Luidruchtig rammelt hij aan de deur van het machtscentrum van Duitsland. Voor Gerhard Schröder is dat een vertrouwd beeld. Als jonge oppositioneel stond hij een kwart eeuw geleden na een avondje in de kroeg ook aan de hekken van het Kanzleramt te rukken, roepend dat hij «naar binnen wilde».

Wie Schröder de politieke genadeklap zal toedienen en wanneer, is onduidelijk. Maar er hangt vlakbij de Spree dwars door Berlijn een geur van dood en verderf die sinds zondag nog meer is gaan stinken dan in de maanden daarvoor. Na de tussentijdse verkiezingen in de deelstaten Hessen en Nedersaksen is er geen ontkomen meer aan: de coalitie van Schröder is gecastreerd. In de Bondsdag hebben SPD en Grünen natuurlijk nog een krap overwicht. Maar elk wetsvoorstel dat ze daar doorheen weten te slepen, kan stranden in de Bondsraad, een soort senaat waarin dertien deelstaten en drie stadstaten zijn vertegenwoordigd.

Tot zondag hadden CDU en CSU daar met 35 zetels een meerderheid van één stem. Die verhouding leidde een jaar geleden tot een treurige vertoning met de nieuwe immigratiewet, die alleen door een stemtrucje van de SPD door de Bondsraad kon worden geloodst, maar later bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe alsnog sneefde. Nu hoeft de CDU zich niet meer te verlagen tot na-pleiten bij de hoogste rechters. Door de absolute meerderheid in Hessen te behalen en Schröders eigen bakermat Nedersaksen op de SPD te veroveren, hebben de christen-democraten een comfortabele meerderheid van 41 stemmen. Zelfs als er zieken zijn, kan de oppositie de Bondsregering vanuit de leunstoel torpederen.

Maandag is Schröder daarom, na een nachtje slapen over deze «bitterste nederlaag» in de geschiedenis van zijn partij, toch maar naar buiten getreden. Vanaf heden neemt de kanselier de «centrale verantwoordelijkheid», zei hij eerst dapper — om er meteen aan toe te voegen dat hij zijn wetgevende arbeid voortaan zal afstemmen op CDU en CSU en dat hij hoopt op de bereidheid van de oppositie om samen te werken.

Kort gezegd: Schröder zoekt naar een virtuele «grote coalitie». Daar lijkt reden voor. Standort Deutschland is in zak en as. De economische groei staat nagenoeg stil en er zijn nog geen tekenen dat het in 2003 beter zal gaan met de ooit zo glorieuze industrie. Het aantal werklozen is de afgelopen maand met zeventigduizend gegroeid tot 4,2 miljoen, ruim tien procent van de beroepsbevolking. Omdat de verzorgingsstaat in Duitsland tot achter de komma is geregeld — variërend van ontslagrecht tot sanatoria — kan deze trend niet met een druk op de knop worden gekeerd. Er moet iets gebeuren. Maar wat? Schröder heeft zijn kaarten gezet op belastingverhogingen en een paar hervormingen in slakkengang. Tot nu toe heeft de bondskanselier het niet aangedurfd verder te gaan. Hij zit namelijk klem. De werkgevers eisen maatregelen die hun loonkosten ontlasten en de arbeidsmarkt flexibiliseren. Ze worden daarbij toegejuicht door de oppositie die maandag al heeft laten weten dat ze alleen coöperatief zal zijn als de regering die kant op gaat. De werknemers daarentegen verlangen het omgekeerde en willen het geld halen waar het volgens hen te vinden is: bij de ondernemers. Hun macht in de SPD is nog altijd immens. Schröder mag de afgelopen jaren op de buis dan wel het imago hebben opgepoetst van de vernieuwende sociaal-democraat die het «nieuwe midden» wil opzoeken, voor zijn eigen partij had hij aanzienlijk minder belangstelling. Oude knarren maken er onder de kaders nog altijd de dienst uit. De schaarse jongelingen die Schröder in zijn kielzog had meegenomen, zijn bijna allemaal ver weg geparkeerd. En of het allemaal nog niet erg genoeg is, beginnen de concurrenten van Schröder zich weer te roeren. Minister Otto Schilly van Binnenlandse Zaken maakt er geen geheim van dat hij zijn eigen agenda heeft. Superminister Wolfgang Clement van economie en arbeid loert op kansen om de kanselier te passeren. En in het Saarland heeft ook gemankeerd partijchef Oskar Lafontaine zijn neus weer buiten de deur gestoken. «Wie het teken van onbetrouwbaarheid en ongeloofwaardigheid op zijn voorhoofd heeft, wordt weggestemd.» Kameraden onder elkaar; het was en is bij de SPD nog steeds geen aangenaam gezelschap.

Tot overmaat van ramp is Schröder ook buiten Duitsland een eenzaam man. Vorig najaar heeft hij de verkiezingen met de hakken over de sloot gewonnen dankzij een riskant gambiet: hij sprak zich uit tegen de oorlog om Irak. Dat was een sluwe manoeuvre waarmee hij de thermometer diep in het volksgevoel stak. Zelfs uitdager Stoiber paste zich aan en koos een positie waarvoor Wouter Bos in Nederland nog niet zou hebben durven tekenen. Maar het feest is nu echt voorbij voor de «gaullist» Schröder, zoals Der Spiegel hem typeert. Vier dagen voor de deelstaatverkiezingen sprak minister Fischer van Buitenlandse Zaken in Hannover een zaal met tweeduizend enthousiaste Groenen toe. «We zullen er alles aan doen om een hoogst riskante militaire actie te verhinderen», tekende Der Spiegel op uit de mond van deze «analytische Atlanticus». Het applaus was nog niet verstomd of Fischer kreeg van zijn woordvoerder te horen dat acht Europese landen een brief hadden geschreven waarin ze hun liefde voor de VS etaleerden. Einde oefening voor Fischer die zo graag de sprong zou willen maken naar een federaal Europa waarin ook het Oosten zich thuis voelt. Het wachten is nu alleen nog op de subtiele dolkstoot van de enige echte gaullist op de as Berlijn-Parijs: president Chirac van Frankrijk. Als die eieren voor zijn geld kiest, weet Schröder zich pas echt gemarginaliseerd.

Ooit was half Europa bang voor een Alleingang van Duitsland. Zo’n eigen koers los van het westerse bondgenootschap zou explosief kunnen zijn voor de verhoudingen op het Europese continent. Die angst blijkt nu onterecht. De Alleingang heeft meer weg van een implosie. Dat is overigens ook niet iets om vrolijk van te worden.