Sonia Orwell

De tragiek van de literaire dienstmaagd

Sonia trouwde met George Orwell toen hij in het ziekenhuis lag en speelde de rol van literaire dienstmaagd. Ze zag op tegen autoritaire oudere mannen, en Orwell vond op zijn beurt zachtheid, kracht en vrolijkheid bij haar.

Waarom we George Orwell moeten lezen

Sonia Brownell (voor) op het kantoor van het literaire tijdschrift Horizon © Penguin

Op de schoonmoeder na moet de schrijversweduwe wel ongeveer het meest gehate vrouwtype zijn, een enorme sta-in-de-weg voor iedereen die iets met die schrijver wil. Een biografie schrijven bijvoorbeeld. Een van de biografen van George Orwell, Michael Shelden, toch een keurige Amerikaanse professor in de letteren met een kennelijke staat van dienst – zijn biografie werd ook nog eens genomineerd voor de Pulitzer Prize destijds, in 1991 – schreef zo out of control over Sonia Orwell dat het bijna lachwekkend is.

Misschien moet je hier niet te hard over vallen, gezien ‘de feiten’. Aan de andere kant: een biograaf zou de eerste moeten zijn om levensfeiten van meer kanten te bekijken, en los proberen te komen van eigen en andermans vooroordelen en kleingeestigheid. Al moet ik eerlijk zeggen dat door het eerste portret dat ik las van Sonia Orwell, in Difficult Women (1979) van David Plante, ik me ook afvroeg wat haar claim to fame anders was dan trouwen met een beroemde schrijver drie maanden voor zijn dood en zich voorgoed tooien met zijn naam. Er was nog een ander portret van haar nodig om langzaam zicht te krijgen op een leven dat bekneld raakte door persoonlijke trauma’s, gefnuikte ambitie en ambivalente dienstbaarheid, The Girl from the Fiction Department (2002) door Hilary Spurling.

Mensen verzonnen altijd van alles over Sonia. Zo begint Spurling haar boek, duidelijk geschreven om Sonia te rehabiliteren, nadat Sonia in 1980 op 62-jarige leeftijd aan kanker was overleden en zichzelf niet meer kon verdedigen. Ze was haar leven lang een betoverende verschijning, dat is het eerste wat we moeten weten. Ze was betoverend toen ze jong was, en Orwell ontmoette, maar ook toen ze in de vijftig was en Spurling haar leerde kennen. De mythe van de koude en graaierige Weduwe Orwell is gebaseerd op onwetendheid, een verkeerde inschatting en een troebele blik. De ‘echte’ Sonia is, aldus Spurling, overgenomen door ‘the fiction department’.

Dat laatste is een verwijzing naar de manier waarop George Orwell zijn indruk van Sonia in 1984 verwerkte nadat hij haar bij een etentje had ontmoet begin jaren veertig. Dat etentje was georganiseerd door het invloedrijke literaire tijdschrift Horizon, in de persoon van Cyril Connolly, die Orwell nog kende van zijn schooljaren in Eton. De 23-jarige Sonia, die toen nog Sonia Brownell heette, was door Connolly bij de redactie gehaald. Ze bleek enorm bedreven in het spotten van talenten en het redigeren van stukken, tot gemak en ergernis van respectievelijk haar collega’s en medewerkers.

Na de oorlog ontmoette ze Orwell opnieuw, hij was inmiddels weduwnaar en had een zoontje met wie hij in zijn maag zat, en hij leed aan tbc. Spurling beschrijft hem als een zwarte ridder: lang, bleek, dun, een Sint-Christopher-achtige, met het kind op zijn denkbeeldige rug. Sonia bood aan om te babysitten en werd daarmee een van de talrijke meisjes met wie hij tamelijk wanhopig zijn leven hoopte te delen. Ze ging één keer met hem naar bed, en daar bleef het bij.

Behalve dat ze jong en mooi was – betoverend zelfs – hing er iets tragisch om Sonia heen, alsof ze een slepend geheim met zich mee droeg. Iets waar vooral oudere mannen een zwak voor hebben, zoals Spurling noteert, en wat ook wel blijkt uit al die types die om haar heen cirkelden, van Picasso tot Merleau-Ponty, van Lucian Freud tot Francis Bacon. Een paar gebeurtenissen in haar jeugd zouden Sonia voorgoed hebben getekend. Allereerst het feit dat haar vader stierf toen zij nog een baby was. Viel hij of sprong hij? Hij was een Engelse gelukszoeker die in Calcutta fortuin hoopte te maken en trouwde met een Engels-Indiase schone uit een sterk katholieke familie. Sonia werd in 1918 geboren als tweede, ze had een vier jaar oudere zus. Hun moeder hertrouwde binnen het jaar met de baas van haar overleden man, en kreeg al snel nog een baby. Sonia was dol op haar broertje met wie ze altijd grote verwantschap bleef voelen, in die mate dat ze zich afvroeg of ze niet dezelfde vader hadden. Toen ze net zes was werd ze naar kostschool gestuurd bij de nonnen op het Engelse platteland, een helse ervaring en een dito oord, waarmee ze in een van de weinige stukken die ze zelf schreef hartstochtelijk afrekende.

Sonia Orwell had een wild dier aan de lijn dat ze ieder moment kon loslaten

Volgens Spurling zou Orwell zich voor de plotontwikkeling in 1984 hebben laten inspireren door de manier waarop Sonia korte metten maakte met de katholieke indoctrinatie in haar jeugdjaren, waaraan ze voorgoed een hang naar het absolute overhield. Het personage Julia dat zo’n troostend effect heeft op zijn hoofdpersoon is op haar geïnspireerd. Julia is ‘the girl from the fiction department’ op wie Winston verliefd wordt, een jong en naïef meisje dat nog gelooft in de kracht van het individu en denkt dat er zoiets als ‘geluk’ mogelijk is.

Sonia was gevoelig voor het feit dat Orwell meer geïnteresseerd was in ideeën dan in mensen; hij dacht écht dat mensen werden gedreven door ideeën. Het maakte van hem in haar ogen een hulpeloze man, die telkens als een gewond dier achterbleef als vrouwen hem verlieten. Waar Orwells biograaf een berekenende harpij aan het werk ziet, die haar kans op fortuin schoon ziet als een bekend en weldra gefortuneerd schrijver amper nog in staat is van zijn ziekbed op te staan en die ze nog net een briljanten ring kan aftroggelen, vermoedt Spurling een toxische wederzijdse aantrekkingskracht. Sonia zag op tegen autoritaire oudere mannen, en Orwell vond bij haar zachtheid, kracht, vrolijkheid. Aan Spurling zou Sonia hebben toevertrouwd dat Orwell haar had gezegd dat hij beter zou worden als ze met hem zou trouwen. ‘Dus had ik geen keuze.’

Ze trouwden toen hij in het ziekenhuis lag, Sonia zat op de rand van zijn bed. Dit was het gedroomde scenario: hij zou rusten en in zijn pyjama schrijven, terwijl zij zijn correspondentie zou afhandelen, zijn zaken zou organiseren, zijn vrienden bezighouden en hem verwennen met lekkere dingetjes om te eten en te drinken. ‘The role of literary handmaid’, schrijft Spurling, ‘was one she felt herself born to play.’ Hoe het in werkelijkheid uitpakte was dat hij haar opzadelde met de zorg voor zijn nalatenschap, een taak die drie maanden later al van kracht was en die zij zeer serieus nam. Toen Orwell een biografie van Joseph Conrad aan het lezen was, geschreven door diens weduwe, schijnt hij het boek woedend in een hoek te hebben gegooid en Sonia te hebben laten zweren hem dit nooit aan te doen. Sowieso mocht er nooit een biografie komen.

Het verhaal van Sonia Orwell lijkt voor een deel op dat van een van onze eigen bekendste schrijversweduwen, Mieke Vestdijk, die na de dood van haar veertig jaar oudere man als een leeuwin voor zijn werk ging liggen en ieder verzoek voor biografisch onderzoek in eerste instantie afwees. Toen ik haar jaren geleden opzocht – ze is al weer een tijdje overleden – werd ik getroffen door een ingelijste foto die Vestdijk naar haar zeggen altijd naast zijn bed had staan. Het was een foto van de vijftienjarige Mieke in padvinderstenue, met opgestroopte mouwen. ‘Ik begrijp zijn fascinatie wel’, zei Mieke zonder enige bijklank in haar stem. ‘Dit is een kind dat nog open is, niet vertroebeld. Dat nog geen ideeën heeft.’ Ze zag zichzelf in essentie ook als een padvindster. ‘Iemand die zich inzet voor anderen en dan volhoudt.’

Dat was Sonia Orwell nu ook weer niet geheel en al, al is het opvallend hoezeer ze door haar omgeving wordt geroemd om haar attentheid, zorgzaamheid en haar talent om feesten en partijen te geven. Ze pendelde heen en weer tussen Londen en Parijs, en wist haar Franse contacten te interesseren voor het werk van W.H. Auden, Mary McCarthy, Saul Bellow, ze zorgde ervoor dat hun werk in vertaling uitkwam. De Fransen vonden haar leuk vanwege haar ‘sceptical socialism’, of wat een ander haar ‘sauciness’ noemde. Marguerite Duras was een van haar beste vriendinnen en portretteerde haar in een roman. Ze had een grenzeloos geduld met de ontheemde en dranklustige Jean Rhys, in wier levensloop ze veel herkende, in ieder geval de schok om vanuit de koloniën in het grauwe Engeland te worden neergeplant. En niet te vergeten: dankzij de manier waarop zij de essays van Orwell zorgvuldig bijeenbracht, kreeg zijn journalistieke werk de kans verheven te worden tot literatuur.

Wat haar dan toch iemand maakte van wie je altijd het angstige idee had dat ze een wild dier aan de lijn had dat ze ieder moment kon loslaten, zoals een vriend van haar het formuleerde? Spurling heeft het over demonen die ze niet kon beheersen, waardoor angst, wantrouwen en vijandigheid dicht aan het oppervlak lagen. Demonen die ze er moeilijker onder hield naarmate ze meer dronk. Na haar scheiding van Michael Pitt-Rivers, een bekende homo met wie ze samen met Vita Sackville-West een trip down Memory Lane maakte naar India, hield ze salon in haar huis in Kensington, Londen. Hier maakte ook de toen 25-jarige David Plante zijn opwachting, die in Difficult Women bekende verliefd te zijn op haar ‘ingewikkeldheid’, zij het op veilige afstand. Hij vermoedde dat Sonia zelf ooit dacht schrijver te worden, en dat het feit dat ze dat niet was geworden haar van een stralende verschijning had veranderd in een donkere, boze vrouw. ‘I’ve fucked up my life’, zei ze tegen hem. ‘I’m angry because I’ve fucked up my life.’

Jenny Diski karakteriseerde Sonia Orwell in een bespreking in de London Review of Books van het boek van Hilary Spurling als een goede redacteur, met een fijne neus voor talent. Iemand wier belang niet schuilt in wat ze zelf heeft gemaakt, maar in het zicht dat ze ons biedt op leven en werk van anderen. Een literaire dienstmaagd, of een padvindster, zou daar tevreden mee zijn. Maar, zoals Diski suggereert, misschien was ze wel niet echt zo dienstbaar. Als je zozeer in staat bent om kunstenaars te bewonderen, misschien wil je er dan toch ook zelf een worden. En was het een bron van verdriet dat naarmate haar leven verliep ze uiteindelijk toch alleen bezig was het werk van een ander verder te helpen.