Ook in zijn eerdere romans speelde Herman Koch een spel met verwachtingen © Andreas Terlaak / Lumen

In het eerste hoofdstuk wekt Koch veel verwachtingen. We bevinden ons in de gekwelde denkwereld van de bekende filmregisseur Stanley Forbes (een beetje Paul Verhoeven, een beetje Pieter Verhoeff), maker van de film Terug naar huis, ‘die vorige week maandag met veel succes in de grote zaal van Tuschinski in première is gegaan’. Grote ster in die film is de bloedmooie actrice Sophia Hermans, ze is achttien, dochter van de bekende schrijver Karl Hermans met wie Forbes is bevriend. Die Forbes is in dit eerste hoofdstuk vooral bezig smoesjes te verzinnen om zich aan een oudejaarsviering met vrienden te onttrekken. Hij wil niet, heeft geen zin, maar ‘wie op oudejaarsdag etentjes afbelt moet met een extra goed excuus komen’. Dan krijgt hij een appje van schrijver Hermans: of hij weet waar zijn dochter Sophia is, ze is vannacht niet thuisgekomen.

Is deze roman een zoektocht naar de verdwenen, wie weet zelfs vermoorde Sophia? Zo’n lezer ben ik wel, maar Koch laat je tot aan pagina 19 in het duister tasten, pas dan komt de aap uit de mouw. ‘Ik ben net aan een nieuw bericht aan Karl begonnen (Ha Karl, ik zou me geen zorgen maken, Sophia is…) als ik voetstappen hoor op de trap: blote voeten die naar beneden komen. Het volgend ogenblik staat ze in de kamer. “Hoi”, zegt ze zachtjes.’

Verwachtingen wekken, ze inlossen, maar dan weer andere verwachtingen wekken, zo opereert Koch. Want als lezer weet je nu zeker dat die klagende Forbes gewoon een oude viespeuk is die Sophia heeft verleid en dat we dus een variant op een #MeToo-geschiedenis voor de kiezen krijgen. Ook weer mis, het gaat allemaal anders, niet helemaal anders, maar toch anders.

Aantrekkelijk: spelen met verwachtingen, in eerdere romans, zie Het diner, 2009, Zomerhuis met zwembad, 2011, deed Koch het ook. Steeds zet hij op het eerste gezicht ‘normale’ verwikkelingen onder druk waardoor je als lezer langzamerhand niet helemaal meer weet waar je aan toe bent.

De hele filmwereld staat in deze roman op scherp

Deze nieuwe roman is opgezet als een terugblik. Toen Forbes Sophia op haar zestiende zag, was hij verkocht. Met haar moest hij aan de slag, haar prille schoonheid, haar lach, haar onschuld… dit was het helemaal. Wel aarzelde hij over zijn gevoelens voor haar: was hij een oude vieze man, of toch een vaderlijke regisseur die haar aan een schitterende filmcarrière kon helpen? Forbes kijkt dus terug op de verwikkelingen rond de productie van de succesvolle film Terug naar huis. Hij reflecteert op film maken in het algemeen, op de problemen bij deze specifieke film, op acteurs en actrices, op zijn eigen hang-ups en rancunes, kortom, langzamerhand krijgen we een beeld van het leven en de opvattingen van Forbes.

Ook over zijn dubbelzinnige relatie met de Nederlandse acteur Michael Bender (een beetje Pierre Bokma, een beetje Frank Lammers), die hij zowel haat als waardeert. Veel soeps is het allemaal niet wat hij aan overwegingen over de filmindustrie te berde brengt. Van Nederlandse acteurs/actrices heeft hij geen hoge pet op, keer op keer komt hij er in de roman op terug. Koch geeft zijn held volop de ruimte om de aanstellerige en vaak inderdaad overdreven tekstbehandeling en het rolbegrip van Nederlandse filmspelers door de mangel te halen. De hele filmwereld staat in deze roman op scherp. Ook maakt Koch van de gelegenheid gebruik om gehakt te maken van dat vermaledijde toerisme, Forbes heeft er last van als hij ter plekke scènes wil draaien. Ik geloofde dit alles langzamerhand wel, zette bij toerismescènes ‘Ilja Pfeijffer’ in de kantlijn, satire dreigde de roman in slaap te wiegen. Wat konden mij die acteurs, actrices en dat toerisme schelen, ik wilde die Forbes voor me zien, die kankeraar, die betweter, en dan vooral zijn daarmee samenhangende tragiek, die Koch ook, maar minder opvallend, door de roman weefde.

Forbes wil verdwijnen, op verschillende plaatsen komt deze metaforiek naar voren. In de mozaïekfilm die hij met en over Sophia draait is dit uitvoerig uitgewerkt, Koch laat het zien. ‘In Terug naar huis gaat het anders. Sophia heeft schoon genoeg van haar leeftijdgenoten die allemaal bezig zijn zichzelf te ontdekken. “Ik wil mezelf eigenlijk niet ontdekken”, zegt ze. “Ik wil mezelf juist vergeten.”’

Het is duidelijk dat Forbes zichzelf in Sophia projecteert (en Koch in Forbes). Hij is het, die niet meer wil, niet meer kan, deze film is zijn zwanenzang, hij gelooft nergens meer in, ja, misschien nog in de schoonheid en onschuld van Sophia, maar ook daar komt langzamerhand de klad in. Koch heeft er altijd moeite mee gehad om zijn rotsvaste geloof in schoonheid en onschuld, dat zijn werk altijd doortrekt, te expliciteren. Liefst verbergt hij het achter de cynische of satirische opvattingen van zijn personages of van de verhaalintriges.

Ontroerend vond ik dat deze oude en tragische regisseur tegen het einde van de draaidagen met Sophia besluit haar beeld helemaal uit de film weg te halen, hij wil haar eruit snijden. Met als argument dat de kijker van de film Sophia in het begin even heeft gezien, dus haar schoonheid, haar lach, haar onschuld kent en dat dit zo’n diepe indruk maakte dat hij of zij alleen nog maar naar haar beelden terug kan verlangen. En dat moest dus de kracht van de film worden: verlangen naar schoonheid. Het kwam er niet van.