Het bloed van de wapen- en diamanthandel

De tragische rijkdom van Afrika

Het imago van de diamant uit Afrika is slecht. Er kleeft bloed aan. Tot nu toe lijkt echter, noch in West-Europa, noch in de Verenigde Staten, de politieke wil te bestaan om het hete hangijzer van de wapentransporten naar Afrika aan te vatten en om in dat verband de eigen industrieën onder de loep te nemen.

Een diamant gevangen in een mitrailleur vizier: het logo van Fatal Transactions, de beweging die internationaal de rol van de diamanthandel in de oorlogsravage in Afrika aan de kaak heeft gesteld, maakt in een ferme klap duidelijk waar het de actievoerders om gaat. Diamanten worden verhandeld voor wapens. Diamanten zijn de brandstof voor eeuwigdurende oorlogen in Angola, Sierra Leone en de Congo. Zonder diamanten zou Jonas Savimbi, de Angolese rebellenleider, al lang geleden gedwongen zijn geweest de pijp aan Maarten te geven. Diamanten hebben afgehakte armpjes in Sierra Leone, chaos in de Congo en hongerbuikjes bij de kinderen in Angola veroorzaakt.

De VN kondigden sancties af tegen diamanten uit Angola en Sierra Leone. En ook bij vele consumenten heeft het imago van de «bloeddiamant» de neiging om een geliefde, dan wel zichzelf, met diamanten te behangen, al radicaal de kop in gedrukt.

Deze reacties hebben ook de diamant industrie zelf wakker geschud. De Hoge Raad van de diamantindustrie in Antwerpen, het wereldcentrum van de diamanthandel, heeft zich aangesloten bij de roep om striktere import- en exportregels, en de grootste diamantproducent en -handelaar ter wereld, het Zuid-Afrikaanse De Beers — dat twee jaar geleden nog vrijwel alle diamanten, bloeddiamanten of andere, opkocht — heeft zich in een adembenemend kort tijdsbestek zelfs getransformeerd tot voorloper in de strijd tegen de conflictdiamant. Nog even en Angola, Sierra Leone en de rebellen in de Congo kunnen hun diamanten aan de Antwerpse straatstenen niet meer kwijt.

«We hebben al onze diamantopkopers inmiddels voorzien van de nieuwe richtlijnen», zegt Tom Tweedy, woordvoerder van De Beers. «Net gisteren.» Hij is hijgend en zwetend aan komen lopen, twintig minuten te laat «omdat we nog wat gegevens moesten updaten», met een dossier vol richtlijnen ter uitbanning van de conflictdiamant. De presentatie is een dag voor deze ontmoeting, compleet met dia’s, gegeven aan het achtbare college van De Beers’ opkopersassociatie, de Carat Club.

De richtlijnen van De Beers zijn echter eerder een verlanglijst — «wishlist» staat erboven — dan plannen die de diamant gigant zelf op korte termijn zou kunnen uitvoeren. De Beers hoopt dat de regeringen van alle betrokken landen strenge(re) wetten betreffende verhandeling en uitvoer zullen invoeren; dat de import- en exportstatistieken nauwgezet zullen worden bijgehouden en dat de respectieve douanes strikt controle zullen houden op de benodigde «geboortecertificaten» en «paspoorten» van de diamanten, die natuurlijk alleen uit van overheidswege goedgekeurde mijnen mogen komen en niet uit rebellengebieden. De Beers rekent erop dat alle verwerkingscentra van ruwe diamanten op hetzelfde zullen letten en direct aan de bel zullen trekken als er iets niet klopt. De Beers biedt aan het eind royaal aan om in alle betrokken landen «experts» te trainen die bij export- en verwerkingscentra kunnen worden ingezet om de herkomst van diamanttransporten te verifiëren.

Het is precies wat Victor Sibiya, directeur van de Zuid-Afrikaanse Diamantraad, graag ziet. «Dat de diamant vanuit de mijn, over de grens, bij de diamantsnijder, de handelaar en uiteindelijk tot bij de consument herkenbaar blijft», formuleert hij bedachtzaam. «Het is een beetje zoals een kop thee. In principe kun je erachter komen waar de thee is geplukt, op welke boerderij de melk uit de koe is gekomen en uit welk land de suiker kwam. Zo moet het bij diamanten ook.»

Om te benadrukken dat het ernst is met de goede voornemens heeft De Beers het beleid in de afgelopen twee jaar finaal omgegooid. Er worden geen diamanten meer gekocht in Angola en Sierra Leone; de kantoren waar diamanten op de vrije markt werden opgekocht zijn allemaal gesloten. De Beers houdt tegenwoordig nauwe relaties in stand met eigen mijnen, dan wel met die van betrouwbare, fatsoenlijke partners en heeft zichzelf benoemd tot «supplier of choice», leverancier aan de bewuste consument. Met andere woorden: een De Beers-diamant is vanaf nu gegarandeerd een goede diamant. De consument krijgt er zelfs een certificaat bij dat dat bevestigt.

Eind goed, al goed? Voor De Beers wel. Sinds de beleidsverandering zijn de winsten van het bedrijf verdriedubbeld. Dat komt vooral doordat de rest van de markt heel gelukkig is nu De Beers niet langer uit lijkt op een kunstmatig monopolie, gebaseerd op een eigen tot barsten toe gevulde voorraadkast. De metamorfose tot een normaal in de wereld meedingende diamantproducent heeft al tal van deuren voor het bedrijf geopend buiten Afrika, in Canada, Rusland en Australië, en wie weet — dat was tot nu toe moeilijk vanwege de antimonopoliewetten daar — straks ook in de Verenigde Staten.

Maar is de huidige situatie ook beter voor Afrika? Vele experts denken van niet. «De beschadiging van het imago van de diamant heeft de mijnindustrie in Botswana al veel schade gedaan», waarschuwde Jakkie Cilliers van het gezaghebbende Zuid-Afrikaanse Institute for Security Studies onlangs. Hij was het eens met Nicky Oppenheimer, voorzitter van De Beers, die eerder al had verklaard dat «fatsoenlijke mensen in fatsoenlijke landen in Afrika werkloos dreigen te raken als gevolg van de boycot van de conflictdiamant». Cilliers en Oppenheimer raakten daarmee aan de angst die door anderen in de diamantindustrie wordt uitgedrukt: straks is elke Afrikaanse diamant verdacht. En dat zou de westerse diamantproducerende naties niet zeer slecht uitkomen.

Het inmiddels door De Beers ingevoerde certificatensysteem, toegejuicht door de Zuid-Afrikaanse Diamantraad en door Fatal Transactions, stuit op praktische moeilijkheden. Je kunt als bedrijf nog zo netjes proberen te zijn, in landen als Angola en Sierra Leone zal, zo wordt verwacht, het systeem binnen de kortste keren leiden tot een levendige handel in «authentieke geboorteaktes» en «paspoorten» van diamanten. Het boezemt niet bepaald vertrouwen in dat in Sierra Leone de beruchte rebellenleider Foday Sankoh is benoemd tot voorzitter van de raad die het certificatensysteem moet gaan introduceren. In Congo beschikken de rebellen over machtige connecties, die goed in staat zullen zijn om ergens certificaten op te kopen. En VN-waarnemers en journalisten in Angola hebben met eigen ogen gezien hoe officieren in het Angolese leger vanachter de linies van hun vijand Unita pakketjes diamanten aangeleverd krijgen, die zij vervolgens voorzien van een officieel Angolees regeringscertificaat. Geld is geld, en zo goed betaalt de overheid in Midden-Afrika haar soldaten en ambtenaren niet.

De droeve waarheid is bovendien dat, waar het de diamanten-voor-wapens-handel betreft, de regeringen in landen als Angola, Sierra Leone en ook in de Congo zich niet veel anders gedragen dan hun nationale rebellenbewegingen. Alle partijen in deze conflicten lijken gebeten op een zo finaal mogelijke nationale uitverkoop van grondstoffen in ruil voor oorlogstuig en een luxebestaan voor de kleine heersende elite. De Verenigde Naties zien daarbij machteloos toe. Alle expertmissies, sancties en certificaatsystemen kunnen niet verhullen dat de organisatie veel te zwak is om als politie agent te kunnen optreden.

«Feit is», werpt een expert droog op, «dat De Beers een beetje een oneigenlijk doelwit is van de conflictdiamantcampagne. Het bedrijf gedraagt zich netter dan de meeste regeringen.» Dat mag waar zijn, maar De Beers wil ook geen dief zijn van de eigen portemonnee. Het uitspreken van zorg om de toekomst van Afrika gaat nu al gepaard met een bredere oriëntatie op de rest van de wereld. Het bedrijf heeft de onzekere conflictgebieden in Midden-Afrika verruild voor nieuwe mijnbouwprojecten in Canada en Australië: dat is niet alleen ter vermijding van de «conflictdiamant», maar ook gewoon beter voor business. Er wordt in de propaganda van De Beers nog steeds veel verwezen naar de bouw van scholen en ziekenhuizen en de algemene ontwikkeling van Afrika, maar al dat moois hangt, zeker in de nabije toekomst, wel af van stabiliteit en investeringsklimaat. En zelfs met alle lippendienst aan het democratische nieuwe Zuid-Afrika heeft het bedrijf ook in dit land nog geen blijk gegeven van vertrouwen op de lange termijn: het verhuisde vlak voor het aantreden van de ANC-regering in 1994 de eigen voorraadkast voor de zekerheid maar van Johannesburg naar Londen en heeft die nog steeds niet teruggebracht.

Een falen van het certificatensysteem en een daaropvolgende «besmetting» van de Afrikaanse diamantindustrie als geheel zou tot gevolg kunnen hebben dat straks nauwelijks meer een fatsoenlijke handelaar zich wil branden aan diamanten uit Afrika. En dat is een nachtmerrie. Want er zijn er die staan te trappelen om dat gat in de markt te komen opvullen: de maffia en de wapenhandelaars. Zij zijn in de discussie over de «conflictdiamant» tot nu toe opmerkelijk genoeg buiten schot gebleven, maar het wordt wellicht tijd om hen erin te betrekken. Per slot van rekening zijn zij het die het meest direct de oorlogen hebben helpen opstoken, vaak door tegelijkertijd wapens te leveren aan beide partijen in een nationaal conflict, en daar van beide partijen diamanten voor terug te krijgen.

«Stenen», staat er op het uitgelekte document van een vertegenwoordiger van de Franse oliemaatschappij Elf. «Uit Angola, van Unita, via G.» (De gehele Elf-directie stond twee jaar geleden terecht in Parijs vanwege een poging tot omkoping van een Franse minister; acht directeuren werden er tot gevangenisstraffen veroordeeld. Voor de Afrikaanse activiteiten is het bedrijf echter nog nooit ter verantwoording geroepen.) De man in kwestie is niet alleen olievertegenwoordiger maar ook wapenhandelaar, en het is dus niet moeilijk te voorspellen wat Unita, via «G» — de advocaat van de Elf-man — terug zal krijgen voor de geleverde pakketjes «stenen». Tegelijkertijd is de Elf-man een graag geziene gast op feestjes van de Angolese regerende MPLA-elite. Dat is ook logisch, want de MPLA verkoopt bijna alle Angolese olie aan Elf. En krijgt daarvoor, behalve geld, ook op zijn beurt wapens aangeleverd vanuit Parijs, van een bij een Frans wapenbedrijf betrokken tussenpersoon van de Russische maffia. Het zal een kleine moeite zijn voor de corrupte en dankbare MPLA-vrienden van de Elf-man om hem straks ook «mijnzuivere» diamantcertificaten te leveren.

Het zijn dus niet alleen de rebellen, en ook niet alleen de rebellen en de corrupte regeringen, die in de diamanten-voor-wapens-oorlogen een rol spelen. Het zijn hun westerse zakenpartners die het hen mogelijk maken en hun soms zelfs regelrecht verleiden om hun geteisterde landen te blijven opofferen aan de eigen gulzigheid.

Elf, tegenwoordig Total/Fina geheten, is notoir vanwege omkooppraktijken in Afrika, contacten met de Franse wapenhandel en het werken met louche vertegenwoordigers, die op hun beurt contacten onderhouden met de Russische, Siciliaanse en Corsicaanse maffia. Dit netwerk voorziet zwakke regeringen en rebellenbewegingen in de Derde Wereld van wapens, betrekt en verhandelt er drugs en ruimt soms ook met geweld leiders die niet corrupt zijn uit de weg. De Namibische leider Anton Lubowski werd door een sluipschutter doodgeschoten vlak nadat hij had geweigerd de Elf-vertegenwoordiger uit het bovenstaande voorbeeld van dienst te zijn bij een olie- en diamantencontract.

Deze maffia onderhoudt tevens goede contacten met het smokkelnetwerk dat beheerst wordt door voormalige officieren van de Zuid-Afrikaanse geheime dienst, die zich in de tijd van de apartheid specialiseerden in het doorbreken van sancties en daarmee het vervalsen van papieren en het verzorgen van illegale transporten door heel Afrika. De sleutelfiguur tussen de Zuid-Afrikaanse geheime-diensttransporteurs, de olie- en wapenhandelaars en de Siciliaanse maffia is godfather Vito Palazzolo, zelf eigenaar van twee diamantmijnen in Angola en een diamantverwerkingsbedrijf in Kaapstad. Een Zuid-Afrikaans certificaat regelen voor zijn diamanten zal voor een Palazzolo maar een kleine moeite zijn.

En dan is er de Amerikaanse connectie, verpersoonlijkt door Maurice Tempelsman, de rijkste en machtigste individuele diamantopkoper ter wereld. Tempelsman is notoir vanwege zijn carrière als maker en breker van Afrikaanse regeringen: hij hielp, en hield jarenlang, in ruil voor een continue diamantenstroom de tot op het merg corrupte dictator Mobutu in het zadel in Zaïre. Net zoals de Elf-maffia goede vrienden heeft in de Franse regering en de Siciliaanse maffia in de corrupte lagen van de Italiaanse industrie, zo beschikt Tempelsman over zeer machtige connecties in de Verenigde Staten: vooraanstaande politici in de Democratische Partij, alsmede regeringsadviseurs, CIA-directeuren en topindustriëlen zijn zijn persoonlijke vrienden. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat Tempelsman steevast deel uitmaakt van officiële Amerikaanse delegaties op handelsreis in Afrika.

Waar de Amerikaanse handelshouding met Afrika nog steeds neerkomt op een vriendelijk uitgestoken hand en een aanbod van, zoals een cartoonist het zag, «kauwgum, geweren en videofilms» in ruil voor diamanten en olie; waar de Fransen door de eeuwen heen Afrikaanse boevenleiders als «rechtmatig president» hebben erkend en militair geassisteerd in ruil voor diamanten; waar de internationale maffia over de juiste connecties beschikt om hele tank- en artillerietransporten vanuit de Oekraïne naar Angola te krijgen, alweer in ruil voor diamanten, lijkt het inmiddels hoog tijd om in plaats van alleen de diamantindustrie en partijen in Afrikaanse landen ook westerse regeringen eens aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

Tot nu toe lijkt echter, noch in West-Europa, noch in de Verenigde Staten, de politieke wil te bestaan om het hete hang ijzer van de wapentransporten naar Afrika aan te vatten en om in dat verband de eigen industrieën onder de loep te nemen. Vooral Frankrijk is berucht om de mate waarin het de eigen industrie carte blanche geeft in de Derde Wereld en die industrie zelfs ondersteunt bij omkoping en andere onethische praktijken. Maar ook vanuit Amerika is nog nooit een wapentransport richting Afrika onderschept.

En de Afrikaanse landen? Zuid-Afrika doet zijn best om fatsoenlijke regels in het leven te roepen en daar de hand aan te houden, maar het krijgt vooralsnog geen vat op de georganiseerde misdaad en de daarmee vervlochten restanten van het voormalige Zuid-Afrikaanse military intelligence-netwerk. Het land is er zelfs nog niet in geslaagd om de op een landgoed in Kaapstad wonende Vito Palazzolo achter de tralies te krijgen. Ook een aantal andere lokale diamantproducenten en -handelaars onderhoudt banden met de maffia. Het is dan ook niet voor niets dat Diamantraad-directeur Victor Sibiya, die algemeen wordt gezien als een van de eerlijkste mensen in de diamantwereld, zo zijn best doet om De Beers en andere «nette» producenten althans voor zuidelijk Afrika te behouden. «Ik heb er vertrouwen in dat we op integere wijze zaken kunen doen. Dat we baat zullen hebben bij de investeringen van De Beers en anderen, dat er exportheffingen en belasting zullen worden betaald en dat we met dat alles het land zullen kunnen ontwikkelen», verklaarde hij hoopvol.

Het gevaar dat het imago van de conflictdiamant een groot deel van Afrika zal overleveren aan de maffia- en vrijhandelspiraten noopt tot een rethink over hoe het verder moet. Misschien kan de consument doen wat de VN niet kunnen: invloed uitoefenen op het gedrag van de betrokken regeringen in Afrika en hun westerse zakenpartners. Naast het waarschuwen voor de bloederige herkomst van de bloeddiamant kan worden gedacht aan het uitoefenen van internationale druk op de betreffende Afrikaanse regeringen en hun onscrupuleuze westerse partners; het organiseren van een boycot van olie, pizza of Franse wijn, of aan een Greenpeace-achtige onderschepping van een wapentransport. Het wachten is op nieuwe stappen van organisaties als Fatal Transactions.