De tranen van Jordan Peterson

Op het podium van de Universiteit van Amsterdam brak professor Jordan Peterson in tranen uit. Want o, o, o, wat heeft de witte man het tegenwoordig moeilijk.

Al zijn stokpaardjes waren al aan bod geweest – links-totalitaire wannabe’s, domme intersectioneel-feministen en naïeve antikapitalisten – toen hij plotseling begon te huilen. Jordan Peterson, inmiddels een van de bekendste en meest omstreden professoren ter wereld, bezocht eind vorige maand de Universiteit van Amsterdam, en brak.

Van tevoren had het bezoek al tot veel ophef geleid. Demonstraties werden aangekondigd, petities ondertekend. Tegenstanders noemden Peterson een fascist, seksist en transfoob. Fans zeiden dat de vrijheid van meningsuiting op het spel stond en stuurden dreigmails rond. Inmiddels lijkt het allemaal een eeuwigheid geleden. In de hedendaagse society of the spectacle zijn er nu eenmaal elke dag weer nieuwe dingen om je druk over te maken, met elk hun eigen hashtag. We worden allemaal meegesleurd in een constante staat van opwinding.

En toch bleef ik aan die tranen denken.

Zijn tranen een medium? Je drukt er iets mee uit, verkondigt er iets mee, maar wat precies? Hij huilde, zei Peterson zelf, om al die mensen die hem in de loop der jaren persoonlijk hadden verteld hoe hij ze had gered. Het vertrouwen dat daaruit sprak ontroerde Peterson telkens weer. Tranen van dankbaarheid dus. Maar dat was niet hoe De Telegraaf ze interpreteerde. Daar schreef Wierd Duk dat Peterson emotioneel werd toen hij sprak ‘over de mensen die hem vertellen dat zij, ondanks alle politiek correcte druk, hun individualiteit hebben weten te bewaren’. Op Twitter had Duk eerder al verkondigd dat Petersons tranen lieten zien ‘hoe keihard de (linkse) tegenwind is en welke opofferingen een intellectueel zich moet getroosten als hij niet meeheult met de meute’.

Duk maakte er met andere woorden de tranen van een martelaar van. Die verdraaiing zou je een cultivering van slachtofferschap kunnen noemen, maar zo zal Duk dat natuurlijk nooit zien. Volgens hem wentelt alleen links zich tenslotte in die aanstellerij.

Misschien, bedacht ik, zijn de tranen van mannen ook gewoon anders dan die van vrouwen. Peterson en zijn aanhangers stellen immers zelf dat er fundamentele, biologische verschillen tussen de seksen bestaan. En al geloof ik zelf niet in dit onderscheid – ten eerste omdat de wetenschap mij geleerd heeft dat de biologische verschillen tussen twee willekeurige vrouwen, of mannen, groter zijn dan het verschil tussen mannen en vrouwen als groep is, ten tweede omdat ik het individu heilig acht, en daarmee dus ook elke individuele afwijking – ik zie wel een cultureel verschil.

Vrouwentranen zijn particulier, mannentranen daarentegen zijn universeel

Mannen zijn rationeel en praktisch, zo stelt het gangbare stereotype dat ook Peterson verkondigt. Dat zit in de genen, zegt hij. Zelf zou ik het echter omdraaien. Cultureel gezien zijn het juist vrouwen die rationeel en praktisch moeten zijn en mannen die zich over kunnen geven aan onversneden romantiek. Niet de romantiek van geurkaarsen en rozenblaadjes, maar die van de viering van grote gevoelens. Lyriek en pathos dus.

Mannen behoren tenslotte de wereld in te gaan om haar te veroveren, zich te laten gelden, hun naam te vestigen. Vrouwen ondertussen houden die wereld draaiend door zich te ontfermen over het nageslacht, het huishouden en hun parttime, meestal ondersteunende baan. Zo is het eeuwenlang geweest en zo is het ondanks alle feministische golven meestal nog steeds. Als mannen zich gekwetst voelen reageren ze dat af op hun omgeving. Bij vrouwen keert het geweld zich doorgaans naar binnen. Als ze huilen zeggen ze er meestal sorry bij. Sorry, ik weet ook niet wat me bezielt, maak je geen zorgen, het is zo over.

Maar Jordan Peterson deed het gewoon. Hij huilde, zoals hij dat al zo vaak had gedaan tijdens een lezing, en kreeg daar vervolgens een daverend applaus voor van een zaal die vooral uit mannen bestond. Alsof Peterson ook een traan voor hen liet. Zoals NRC Handelsblad na afloop uit de mond van ene Arie optekende: ‘Ik denk dat hij emotioneel werd omdat hij het leven zelf ook zwaar vindt.’ Net als Arie dus. En Wierd Duk, neem ik aan. In de tranen van Jordan Peterson zagen ze hun eigen lijden weerspiegeld.

‘Via mijn tranen vertel ik een verhaal’, schreef Roland Barthes. ‘Ik produceer een mythe van mijn verdriet.’ Een mythe die iedereen op zijn eigen manier kan interpreteren. Als het tenminste de tranen van mannen zijn. Bij vrouwen is het vast weer PMS.

Vrouwentranen zijn particulier, zoals ook hun romans en andere kunstuitingen dat zijn, mannentranen daarentegen zijn universeel. Ze staan voor de strijd die elke man doormaakt. Of zo worden ze in elk geval vaak geïnterpreteerd. Waar mannen willen sterven voor een hoger ideaal, vertelde iemand me eens, willen vrouwen dat van ellende. Misschien is het omdat vrouwen zoveel vaker huilen dat mannentranen sneller een symbolische waarde krijgen toegekend. Wat zeldzaam is, heeft nu eenmaal meer gewicht.

En echte mannen huilen niet, zo geldt nog steeds. Giftige mannelijkheid wordt het ook wel genoemd, die cultuur die stelt dat mannen sterk en stoer moeten zijn. Het is een gif dat mannen afsnijdt van hun gevoelsleven en hun eigen, particuliere verdriet. Waardoor sommigen in Jordan Peterson een spiegel zien. En, zoals Wierd Duk, een mythe maken van zijn tranen.

Mannen zouden daarom veel meer moeten huilen, ook als ze niet op de bühne staan. Als tegengif. Maar ook omdat ze zich dan misschien eindelijk gaan herkennen in de tranen van vrouwen.