Steven Poole, You Aren’t What You Eat

De transformatie van de eter

Was Nederland ooit het land van de gekookte aardappel en het balletje gehakt, anno 2013 bezoeken we de boerenmarkt, maken we zelf paté en zijn we allemaal wijn­kenners geworden.

Steven Poole, You Aren’t What You Eat: Fed Up With Gastroculture, € 18,95

Medium 15982835

De Nederlandse hobbykok werkt met koud geperste olijfolie en verse pasta. Het geklaag van Johannes van Dam dat de Hollanders filistijnen zijn die een schijf ananas naast een gegrilde forel als normaal beschouwen, is een echo uit het verleden. Wie voor een dineetje thuis wordt uitgenodigd kijkt al lang niet meer op als het menu bestaat uit rosé gebraden lamsbout, pastinaak en crème brûlée.

Nederland culiland. Mooi toch?

Niet volgens de Brit Steven Poole, journalist en auteur van You Aren’t What You Eat: Fed Up With Gastroculture, een pamflet waarin hij de culinaire hysterie van dit moment genadeloos fileert. Kookboeken die mensen aanraden sous-vide te koken (als u weet wat dat is, dan is het ernstig met u gesteld), het getut over de herkomst van producten: volgens Poole is het allemaal overdreven, hysterisch en behoorlijk decadent. Zelf een foodie zijn is niet meer genoeg, verzucht hij. Een beetje hip stel heeft ook foodie-kinderen, zodat ze kunnen opscheppen dat hun kroost olijven lust en de neus ophaalt voor zoetigheid met e-nummers.

De niet geheel verrassende premisse van Poole’s boek is dat onze eetcultuur een spiegel vormt van dit tijdsgewricht. Waren het in de voorbije decennia drugs en popmuziek die mensen in vervoering brachten, tegenwoordig zorgt eten voor een gezamenlijke high. Niet geheel toevallig is Alex James, bassist van britpop-band Blur, tegenwoordig kaasboer, ‘scoort’ de foodie een mandje cantharellen en zijn Gordon Ramsey, Nigella Lawson en Jamie Oliver sterren met miljoenen op de bank. Ooit was de kok een schooier die in de bloedhitte moest werken terwijl anderen lol hadden. Tegenwoordig heet een kok ‘chef’ en staat hij in de schijnwerpers.

Het past bij deze steriele tijd. Roken is dodelijk, drinken moet met mate en aan seks kleeft de angst voor geslachtsziekten. Eten is een van de weinige passies (‘een uitgehold synoniem voor “iets heel erg leuk vinden”’, aldus Steven Poole) waar we nog zonder remming van kunnen genieten. En dat betekent dus niet: mateloos eten. Dat is voor leeghoofdige schransers. Nee, genieten van eten betekent bedachtzaam tafelen, af en toe onderbroken door een ‘smaakexplosie’.

Daarbij zit er volgens Pool in onze culinaire manie een hang naar valse authenticiteit. Treffend voorbeeld is de huidige trend om ‘rustiek’ eten te serveren in restaurants. Op die manier kan de moderne stedeling zich even verbonden voelen met een Bretonse keuterboer die elke dag is aangewezen op stokvis, bloedworst en cider. Ook tekenend: ‘huisgemaakt’ is niet meer genoeg. Steeds vaker wordt de naam van een slager/kok/bakker vermeld. ‘Brood van Menno’ valt er op menige Amsterdamse menukaart te lezen.

Poole moet er niks van hebben. Het gaat niet om Menno, om een zeldzaam tomatenras of om ‘echte’ patat. De foodie-cultuur, en hier komt Pierre Bourdieu om de hoek kijken, is een instrument om superioriteit te claimen, meent hij. Niet voor niets zijn ‘echt’ en ‘puur’ de belangrijkste adjectieven in het gastronomisch jargon. Het transformeert eters in pure mensen. Het plebs denkt niet verder dan ‘warm’ en ‘gaar’, en is daarmee eigenlijk een culinaire Untermensch.

In veel opzichten is Poole’s boek Britse satire in zijn beste vorm: scherp, geestig en met geen mogelijkheid in het Nederlands te vertalen. De verering van de grond en het voedsel dat ze levert, doet Poole denken aan de sovjetdictatuur en de ‘terug naar de aarde’-beweging van Pol Pot. Nodig zijn dit soort vergelijkingen niet. Simpel de waarheid tonen is vaak genoeg om te laten zien dat de obsessie met gastrocultuur bizarre vormen aanneemt. Kostelijk is Poole’s beschrijving van zwoegende amateurkoks die als onderdeel van de culinaire talentenjacht ‘Masterchef’ individuele erwtjes van hun schil ontdoen.

Toch zit er wel degelijk een serieuze ondertoon in deze cultuurkritiek. Al het gehamer op goed eten is niets minder dan ‘imperialisme van de smaakpapillen’, meent Poole. ‘Geïnteresseerd zijn in eten is een morele verplichting geworden’, klaagt hij. Iemand die niet maalt om waar zijn voedsel vandaan komt en hoe het wordt gemaakt, zorgt slecht voor zijn lichaam, voor zijn kinderen en voor Moeder Aarde. Aan dit soort morele bemoeienis heeft een vrijdenker als Poole een broertje dood.

Net zoals de roker die zijn sigaretje koestert, eist Poole de ruimte op om gewoon te eten. En dat is een welkom tegengeluid in een cultuur waarin het juiste recept voor tarte tatin een bloedserieus onderwerp is. Dus de volgende keer dat u eters krijgt: haal friet en lees gezamenlijk Poole’s boek.


Steven Poole
You Aren’t What You Eat: Fed Up With Gastroculture
Union Books, 208 blz., € 11,99