De transvaal

De gepensioneerde stratenmaker Piet van Dorp belichaamt zes decennia historie van het Nederlandse stadsproletariaat. In zijn jonge jaren was hij nog hervormd. ‘Ik weet nog wat “Eli, Eli, Lama Sebachteni” betekent. Dat zullen vele joden in hun wanhoop in de kampen hebben geroepen.’ De oorlog maakte van hem een ander mens. Hij werd militant communist. ‘In deze buurt stikte het van de NSB'ers. De Haagse politie speelde de namen van de CPN'ers door aan de Duitsers. Ik moest als dwangarbeider naar Frankrijk.’ Ook na de oorlog bleef Piet politiek actief. Vervaarlijk zwaait hij met zijn vinger als De Quay ter sprake komt. ‘Een collaborateur! Lid van de Nederlandse Unie geweest, maar wel gewoon premier geworden.’

Van Dorp zette zich in voor de Eenheids Vak Centrale, hetgeen hem een royement bij het FNV opleverde. En over de reis naar de Sovjet-Unie: ‘Dertigduizend lijken in een massagraf in Rostow. Wat de moffen tegen het Russische volk hebben uitgevreten is onbeschrijflijk.’ De Sovjet-Unie bleek niet de verwachte heilstaat. 'Ik dacht al snel: zo te moeten leven, dat houdt zelfs geen paard vol.’
Het engagement werd voortgezet in de buurt, met comités tegen verkrotting en speculantenwinst, en met buurthuisactiviteiten om van de Transvaal een meer homogene wijk te maken. Onlangs kreeg hij de stadspenning uitgereikt. 'Ik beschouw het als een erkenning van de miskenning van al die jaren van noodzakelijke politieke strijd.’