De transvaal

Ton Antiek, ook wel bekend als Ton Fiets: ‘Op m'n zesde, in 1948, hielp ik mijn vader al. Met de handkar door Den Haag, met lompen en metalen. Ik had elf broers en zusters, maar ja, mijn ouders waren erge drinkers, hoor.

Op m'n zestiende ging ik varen: Manchester, Hamburg. Op een dag donder ik van de plank. Helemaal in de kreukels. Dus daar had ik genoeg van. Ben ook nog twaalf jaar chauffeur geweest. Ik handelde in alles waar muziek in zat: goud, zilver, vuurwapens, meubels. Ik heb zogezegd gouwe handjes, met een spijker kan ik nog een horloge repareren. Comtoises, Schwarzwalders, of een schilderij van Willink, weet je wel. Heb ik aardig aan overgehouden. Op een gegeven ogenblik was ik miljonair. Mercedes, Mantra Sport, een pandje in Wassenaar, dat werk. Maar door een brand raakte ik alles kwijt. Was nog niet verzekerd.
Ik heb van alles gedaan. Op de Haagse Markt gestaan, fietsenmaker voor de Tweede Kamer, Kringloop Oase. Maar daar hebben ze me zo waardeloos behandeld. Zomaar ontslagen. Hier, een brief van de rechter, van 22 juni: “Bezwaar gegrond.” Maar van hun kan ik doodvallen, dus ik heb geen cent te makke. Maar ja, ik vind wel weer wat. Ik kan toch moeilijk gaan stelen?’