De triomf van de ledigheid

Deutsches Schauspielhaus, 00-49 40 248713.
Grote en middelgrote steden in Duitsland hebben al sinds jaar en dag hun eigen, zwaar gesubsidieerde theaters. Het gaat echter niet goed met die megagezelschappen. De oorzaak ligt deels in de cultuurpolitiek van de regeringen in de oude en nieuwe Bundeslander. De peperdure hereniging van de beide Duitslanden droeg ook haar steentje bij.

De luimen van pers en publiek maken de verwarring compleet. In Hamburg bijvoorbeeld gaf jarenlang het Thalia-theater van Jurgen Flimm de toon aan. Maar het grote gebaar en de e pater le bourgeois-stijl van Flimm en zijn prestigieuze gastregisseurs (onder wie Robert Wilson) lijkt uit de gratie. Het tegenover het Hamburgse Centraal Station gelegen Deutsches Schauspielhaus meldt in haar vitrines trots dat haar brutale Faust-enscenering voor het Berlijnse Theatertreffen in mei is uitgenodigd. De nieuwe baas van het Schauspielhaus heet Frank Baumbauer, zijn ‘sterren’ zijn minder bekende regisseurs als Christoph Marthaler en Jossi Wieler. Die laatste regisseerde onlangs het nieuwste stuk van Tankred Dorst, Herr Paul.
De titelheld van dit stuk is al jaren niet meer in beweging te krijgen. Hij woont in een oude zeepfabriek, te midden van boeken, een pianola en zijn operaminnende zuster. Hij eet zijn Nudeln koud en heeft een geestelijk gehandicapt vriendinnetje. Herr Paul is tonnetjesrond en komt nooit meer buiten. Herr Paul is lui, werkschuw en onaangepast. Herr Paul is, kortom, het vleesgeworden beeld dat de Wessi’s hebben van de Ossi’s.
Maar zo simpel ligt het niet. Herr Paul wordt bezocht door Herr Helm, een jonge yup, die beweert de zeepfabriek te hebben geerfd. Hij wil er een snelwasserij in beginnen, hij zwaait met contracten, papieren en schermt met aanstaande financiers die in het groot denken. Herr Helm is, kortom, het vleesgeworden beeld dat de Ossi’s hebben van de Wessi’s. Het duel tussen Herr Paul en Herr Helm lijkt een metafoor voor de overhaast uitgevoerde hereniging der beide Duitslanden. Maar nogmaals, zo simpel ligt het bij Tankred Dorst niet.
De kracht van het duel tussen Herr Helm en Herr Paul zit in de lethargie van de laatste. Herr Paul doet eenvoudigweg helemaal niets, de argumenten voor die rondborstig uitgevoerde ledigheid komen hem als het ware vanzelf, vanuit het niets dat hij is geworden, aanwaaien. Als Herr Paul, met een gezond gevoel voor drama, aankondigt de zeepfabriek per onmiddellijk te verlaten en zwerver te worden (een aankondiging die bij Herr Helm nogal wat paniek veroorzaakt), gaat Herr Paul daarna - zoals later blijkt - gewoon in een bijgebouwtje zitten wachten tot hij een glorieuze rentree kan maken. Herr Helm wordt door dit gedrag afwisselend tot lacherigheid en tot waanzin gedreven. Wanneer de razernij bezit van hem neemt, slaat Herr Helm Herr Paul tot moes, hij hakt hem zelfs (buiten beeld) in mootjes. Waarna Luise, de zus van Herr Paul, bevlogen uit de opera Aida terugkeert.
De vraag of het bizarre sprookje nu een thriller-apotheose zal krijgen, is snel beantwoord met een hardgrondig: nee! Het wordt een surrealistisch einde. De doodgeslagen Herr Paul keert, wandelend over de omloop van zijn enorme zeepketel, gewoon weer het speelvlak op. Het contract dat Herr Helm hem heeft laten tekenen, eet hij op. En Luise babbelt over Aida alsof er de hele avond niks anders is voorgevallen dan een triviale operavoorstelling. Herr Helm probeert wanhopig nog de pianola te verschuiven. Herr Paul kijkt slechts toe. Hij triomfeert zoals hij altijd triomfeerde: in een overweldigende ledigheid.
Herr Paul is een intrigerend stuk. Regisseur Jossi Wieler heeft er in Hamburg een intrigerende voorstelling van proberen te maken. Aan het decor (overheerst door een kolossale zeepketel met ombouw, ontwerp: Anna Viebrock) heeft het niet gelegen. Ook niet aan Peter Roggisch, die van Herr Paul een raadselachtige, hoekige creatie maakt. De vrouwen om Herr Paul heen acteren genietbaar, bij vlagen prachtig. Maar het duel tussen Herr Paul en Herr Helm komt niet van de grond. Michael Wittenborn (Herr Helm) is in het acteren een lichtgewicht, niet opgewassen tegen de Herr Paul van Roggisch, die de tegenzetten bijna losjes uit zijn manchetten laat dwarrelen.
Benieuwd of een groep het stuk in Nederland zal aandurven!