De triomf van het zelf

In het nieuws: The Wolf of Wall Street van Martin Scorsese is de film waarin het meest wordt gevloekt, vooral het woord fuck valt vaak.

Hiermee, maar ook in andere opzichten, is Scorsese weer helemaal terug. Ook zijn gangsterfilm Goodfellas staat traditioneel op de lijst van films waarin mensen zo vaak fuck zeggen dat het woord zichzelf transformeert tot een kernmotief: fuck als vorm van uitspatting en overdaad en vooral fuck you, als dikke vinger richting wie regels of gedragscodes wil opleggen. Fuck in al zijn vormen is niet de enige connectie tussen de twee films. Beide werken zijn epen met hun wortels in de sociale geschiedenis van een land; het zijn verhalen over hebzucht en narcisme en het idee dat je in dit leven het recht op vrijheid ten koste van alles moet opeisen. Fuck alles, leef voor jezelf.

Brullen doet niemand beter, harder en zelfbewuster dan Scorsese’s hoofdpersoon in The Wolf of Wall Street: Jordan Belfort (Leonardo DiCaprio), een aandelenhandelaar die begin jaren negentig, toen Goodfellas in de bioscoop te zien was, zijn eigen bedrijf begon nadat hij door Zwarte Maandag werkloos was geworden. Dat gegeven heeft iets mythisch, iets typisch Amerikaans: de idealistische jongeman die met niets begint en die dankzij de volledige vrijheid alles met zijn leven kan doen. Jordan is Fitzgeralds Gatsby en Scorsese’s Henry Hill, in Goodfellas gespeeld door Ray Liotta, hij is een Ayn Rand-figuur of Tony Soprano of Tony Montana of een Corleone. En het verbijsterende is dat deze Jordan écht bestaat. Amerikanen hebben standaard een ingewikkelde relatie met de werkelijkheid, maar zelden was er een mens, een personage, dat de scheiding tussen feit en fictie met zoveel bravoure aan zijn laars lapte. Als beurszwendelaar belichaamde de echte Belfort onbewust, tenminste dat is te hopen, zoveel grote figuren uit de cultuur dat hijzelf als echt mens verdween.

Dat idee vormt de basis van het verhaal dat Scorsese vertelt. In een scène vroeg in de film luncht Jordan op zijn eerste werkdag op Wall Street met Mark Hanna (Matthew McConaughey), een door de wol geverfde beurshandelaar en eigenaar van het bedrijf dat door de crash failliet zal gaan. Hanna legt aan Jordan uit hoe dat verkopen van waardeloze aandelen nu eigenlijk werkt. Alles draait om een fugazi, zegt hij, om het idee dat iets, die aandelen, in werkelijkheid niet bestaat.

Fuck dit, fuck dat, fuck vooral de werkelijkheid, fuck de wereld van de brandweerlieden en de leerkrachten. Heb je geen drang om een witte Ferrari te bezitten? Dan ben je een luie hond en dan kun je beter bij McDonald’s gaan werken, aldus Belfort, briljant gespeeld door DiCaprio, immer de homme fatale, misschien in deze film meer dan ooit. Zijn zelfliefde en zijn neiging tot zelfdestructie overheersen alles. Het probleem is evenwel dat de schade nooit beperkt blijft tot de eigen kring. Een brandend vuurtje ontstaat, overduidelijk onblusbaar. Dat ziet ook David Simon. Er zijn nu twee Amerika’s, zegt hij in zijn lezing, één waarin de mensen verbonden zijn met de economie, een ander waarin ze volledig daarvan losgekoppeld zijn. ‘Op de een of andere manier zijn we erin geslaagd een toekomst te creëren waarin mensen gescheiden van elkaar leven. En deze ontwikkeling is niet beperkt tot mijn land.’


Te zien vanaf 9 januari