De tromp-optie

In het akkoord van Dayton zit het revanchisme al ingebouwd. En als het aan sommige leden ligt, beperken de VN zich voortaan tot het uitgeven van internationale postzegels. Toch ziet Bart Tromp nog kansen voor Bosnie. ‘Ik stel voor om er een brigade van Gurkha’s heen te sturen.’
VOLGENS BART Tromp, politicoloog en lid van diverse denktanks, waaronder de Adviesraad voor Vrede en Veiligheid, was de oorlog in voormalig Joegoslavie van meet af aan een Servische agressieoorlog. Het onvermogen van de internationale diplomatie om onderscheid te maken tussen daders en slachtoffers vervulde hem met weerzin. Vier jaar lang leverde hij in zijn column in Het Parool vernietigend commentaar op het gemodder van de westerse diplomaten en VN-troepen in Bosnie: ‘Aangezien men toch niet wil optreden tegen de werkelijke misdadigers, is het van meer belang de Serviers over een kam te scheren met hun slachtoffers. Aldus geschiedt.’

Ook na de ondertekening van het akkoord van Dayton is hij er niet gerust op dat de vrede is uitgebroken. Tromp: ‘De huidige wapenstilstand wordt met een jaar verlengd, maar wat er daarna moet gebeuren, weet niemand. Het akkoord staat in geen verhouding tot de oorspronkelijke diplomatieke uitgangspunten van de Europese Unie, zoals die zijn vastgelegd in augustus 1992 en ondertekend door alle betrokkenen, inclusief Karadzic. Die uitgangspunten waren: het recht van vluchtelingen op terugkeer en compensatie en het behoud van de territoriale integriteit van Bosnie. Het akkoord van Dayton doet geen recht aan de integriteit van de Bosnische staat en kan dus geen recht doen aan de vluchtelingen; het revanchisme is ingebouwd. Bij het Bosnische leger lopen veel officieren en soldaten rond die willen doorvechten zodra ze de kans krijgen.’
Hij sluit de mogelijkheid niet uit dat een pacificatie van Bosnie uitmondt in een permanente vrede, maar dan moet eerst het centrale probleem worden opgelost: 'Dat is dat Servie voor de Serviers buiten het eigen grondgebied bepaalde voorrechten opeist die het aan de niet-Servische minderheden op zijn eigen grondgebied ontzegt. De Serviers hebben voortdurend afgetast hoe ver ze in dat opzicht konden gaan, zo bang waren ze voor een militaire reactie van het Westen.
Als het Westen in 1991 meteen had gedreigd met ingrijpen, dan was de Servische agressie tot staan gebracht. Het beste bewijs biedt Macedonie, waar destijds meteen Amerikaanse troepen langs de grens zijn opgesteld. Zo ongeveer alle buurlanden maken aanspraak op Macedonisch grondgebied, maar de aanwezigheid van driehonderd Amerikanen is voldoende geweest om ze allemaal af te schrikken.’
WAAROM IS DAT westerse ingrijpen uitgebleven?
'In eerste instantie wilde niemand geloven dat het conflict zo uit de hand kon lopen. Maar die naiviteit is een aantal keren hardhandig gelogenstraft en vervolgens hebben de Britten en Fransen stilzwijgend besloten om niet militair op te treden: zij wensten een sterk Servie als lokale grootmacht. Met die boodschap is Owen door Londen en Parijs op pad gestuurd. De klassieke pro-Servische lijn had in het Foreign Office en aan de Quay d'Orsay de overhand. Een volstrekt overleefde Balkan-politiek, maar wat wil je? Als gerespecteerde Britse auteurs ten tijde van de Duitse hereniging al waarschuwden voor het gevaar van een Vierde Rijk, dan kun je wel nagaan wat een opvattingen daar leven.
Ik krijg wel eens Engelse inlichtingenblaadjes onder ogen en daarin wordt schaamteloos over “de Duitse opmars op de Balkan” geschreven. In die kringen wordt de schuld voor de Joegoslavische oorlog steevast in de schoenen van Genscher geschoven, omdat hij in december 1991 de erkenning van Kroatie afdwong. Maar twee maanden daarvoor was Carringtons laatste poging om een pan-Joegoslavische vredesregeling te bereiken mislukt omdat Servie niet wenste mee te doen. De onafhankelijkheid van de andere staten was vanaf dat moment onvermijdelijk. En het verhaal dat de erkenning van Kroatie een burgeroorlog in Bosnie uitlokte, is helemaal onzinnig. Iedereen lijkt te zijn vergeten dat Karadzic al in het najaar van 1991 een eigen republiek opeiste, daarin gesteund door Servie. De oorlog in Bosnie begon ook niet als een burgeroorlog, maar als een doelbewust offensief van het Joegoslavische leger.
Het treurige is dat de grote mogendheden onder leiding van Amerika nu bereid zijn om iets te doen wat ze vier jaar geleden hadden moeten doen. Het gevolg is dat het nu te laat is voor een rechtvaardige vrede. Volkenrechtelijk gezien klopt het akkoord van Dayton van geen kanten. Het deelt een internationaal erkende en onafhankelijke staat in drieen en stelt een gedeelte ervan onder het gezag van rebellen. En wie hebben daarover onderhandeld? De Verenigde Staten, de Contactgroep en een drietal staatshoofden. Ze hebben afgesproken dat de Navo gaat waken over de uitvoering van het akkoord zonder dat de Verenigde Naties daarin gekend zijn. Er gaat nu in feite een enorm bezettingsleger naar Joegoslavie onder opperbevel van de Navo en dat bezettingsleger zal te land, ter zee en in de lucht vrije toegang hebben tot alle uithoeken van Bosnie. Zo staat het letterlijk in het verdrag. Dat gaat heel ver. Naar de letter klopt het, maar het is volkomen in strijd met de geest van het Handvest.’
HOE IS HET onvermogen van de Verenigde Naties te verklaren?
'Tegen inbreuken op de internationale rechtsorde wordt alleen opgetreden als de Veiligheidsraad het wil, in feite slechts als drie landen het willen. China doet niet mee en Rusland kan nergens aan meedoen, dus blijven de drie echte permanente leden over: de Verenigde Staten, Groot-Brittannie en Frankrijk. En als de Verenigde Staten niets doen, zijn de andere twee op zichzelf aangewezen. Dat hebben we de afgelopen vier jaar in Bosnie zien gebeuren. Het initiatief lag bij Londen en Parijs en die twee ondernamen niets. Hetzelfde zag je gebeuren tijdens de burgeroorlog in Ruanda. Er waren toen zogenaamde standing agreements tussen de Verenigde Naties en enige tientallen lidstaten, waarin die lidstaten een troepencontingent op afroep beschikbaar stelden. Toen het erop aankwam, was er niet een bereid om zijn troepen te lenen voor een interventie in Ruanda.’
Is Van Mierlo’s voorstel voor een permanente VN-brigade de oplossing?
'Dat is op zich een goed idee, alleen stuit je dan weer op het dubbele probleem van het mandaat en de samenstelling. In veel gevallen zal die brigade niet worden ingezet, hoewel de omstandigheden het vereisen. Ik denk bijvoorbeeld niet dat zo'n brigade in 1991 naar Joegoslavie was gestuurd, want dat druiste in tegen het belang van Frankrijk en Groot-Brittannie.
Verder is het de vraag of zo'n eenheid tot vechten in staat is. Als die brigade op dezelfde bureaucratische wijze wordt bemand als de overige VN-organen, wordt hij nooit operationeel. Sommige contingenten worden gewoon gestuurd om soldij uit te sparen. Voor de Keniaanse blauwhelmen die naar Bosnie gingen, moesten eerst onderbroeken worden gekocht. Ze kregen hun overige uitrusting pas in Duitsland, gevolgd door twee weken training als vredesbataljon. De Bengalezen in Bihac hadden een geweer per drie man en beschikten niet eens over uniformen.’
Tijdens een recent werkbezoek aan het VN-hoofdkwartier in New York kwam Tromp op een revolutionair idee: 'Ik stel voor om een brigade van vijfduizend Gurkha’s in te huren. Daar zijn goede argumenten voor te geven. Ten eerste is het een praktische oplossing, want de Gurkha-regimenten die nu bij het Indiase en Britse leger dienen, hebben een lange traditie van militair handwerk in dienst van een vreemde mogendheid. De standaardcontracten liggen bij wijze van spreken al klaar. Ten tweede hebben ze bewezen dat ze buitengewoon geschikt zijn voor zowel gevechtstaken als ordehandhaving - ze doen al honderdvijftig jaar niet anders, op alle mogelijke plaatsen in de wereld. Ten derde komen ze uit Nepal, een land dat niemand bedreigt. Hun optreden stuit dus niet op protesten van derde-wereldlanden of geostrategische bezwaren van de grote mogendheden. En nu Groot-Brittannie op het punt staat de laatste Gurkha-eenheden te ontslaan, is zo'n brigade snel te formeren.
Het zou ook goed zijn om alvast een permanente commandocel te hebben, een militair hoofdkwartier dat VN-operaties technisch voorbereidt. Er zijn al plannen om in Brindisi een depot aan te leggen van gebruikte spullen van de Verenigde Naties, zodat je die maar hoeft op te halen als er weer ergens VN-soldaten moeten worden ingezet. En er moeten blauwdrukken komen voor verschillende soorten operaties. Op dit ogenblik is er sprake van complete improvisatie. Er bestaat zelfs geen centraal VN-archief. Militairen die een vredesoperatie moeten opzetten, kunnen nergens nagaan wat de ervaringen met eerdere operaties waren; de Verenigde Naties hebben geen institutioneel geheugen. Pas sinds vorig jaar bestaat er een lessons learned-unit. Het is dus onzinnig om te spreken over klassieke vredesoperaties, want daarvoor bestaat geen enkele handleiding.
Maar de institutionele weerstand tegen doortastend optreden is enorm. Het is volkomen in strijd met de opvattingen van de traditionele peace-keepers, de Scandinaviers, voor wie neutraliteit een soort ideologie is geworden. Ik sprak in New York een Finse generaal, die doodleuk zei: “Op het moment dat er geschoten wordt, zijn wij weg, want dat is de bedoeling niet.” Er is momenteel ook een neiging bij Boutros-Ghali en andere functionarissen om de verantwoordelijkheid voor conflictoplossing af te schuiven. Die willen zich beperken tot ontwikkelingshulp en het uitgeven van internationale postzegels. Dat is wel te begrijpen, want Boutros-Ghali kreeg in de Veiligheidsraad nul op het rekest met zijn Agenda for Peace. Het komt de belangrijkste leden van de Veiligheidsraad goed uit als er geen blauwdrukken zijn; dan kunnen ze een operatie naar believen naar zich toetrekken.’
Welke les moet Nederland hieruit trekken met het oog op de herijking van het buitenlandbeleid?
'In de eerste plaats moeten we onze illusies omtrent Europa laten varen. Alles wat er in Joegoslavie gebeurt, gaat buiten de kaders van de politieke en militaire integratie van Europa om. We weten nu dat er geen sprake kan zijn van een gemeenschappelijk Europees veiligheidsbeleid zolang Frankrijk en Engeland een zetel hebben in de Veiligheidsraad. Die twee zullen zich nooit serieus in Europees kader committeren. Laat staan dat Nederland eraan te pas komt, in weerwil van alle hoopvolle uitspraken van Van Mierlo en Voorhoeve. Nederland heeft bovenmatig deelgenomen aan de activiteiten in Joegoslavie en wat was het resultaat? Van Mierlo kreeg niet eens een uitnodiging om mee te praten in de Contactgroep.
In de ministeriele notities van de laatste jaren, zoals de Prioriteitennota van Ter Beek en het Toetsingskader voor troepenuitzending van Voorhoeve, wordt de handhaving van de internationale rechtsorde praktisch gelijkgesteld aan het nationaal belang van Nederland. Wat mij betreft heeft de verdediging van het grondgebied van Nederland en de Navo de prioriteit. En als we deelnemen aan vredesoperaties, moeten we de daarvoor bestemde troepen niet opleiden met de gedachte dat ze niet hoeven te vechten. Dat was het manco van de luchtmobiele brigade in Srebrenica. De mariniers die nu op de Igman zitten, weten dat ze moeten vechten als het erop aankomt.
We moeten nooit meer deelnemen aan een operatie omdat onze bondgenoten daarop aandringen, vooral niet als we kunnen vermoeden dat diezelfde bondgenoten ons op het kritieke moment een loer draaien, zoals in Srebrenica gebeurde. En we moeten weigeren om te werken met een onduidelijk mandaat dat bovendien gaandeweg wordt gewijzigd. Tenslotte moeten we ons afvragen of elke VN-interventie wel in het belang van de internationale rechtsorde is. In Joegoslavie hebben de Verenigde Naties vier jaar lang opgetreden in strijd met die rechtsorde. We moeten er niet van uitgaan dat een interventie rechtmatig is omdat de Veiligheidsraad er zijn mandaat aan hecht, zoals Voorhoeve in zijn Toetsingskader schrijft. Dat is een legalistische houding. We moeten telkens opnieuw op morele gronden beoordelen of een operatie in overeenstemming is met het internationaal recht. Moeten Nederlandse soldaten bijvoorbeeld straks in Bosnie vluchtelingen gaan verbieden om naar hun huizen terug te keren? Er zijn goede redenen om te zeggen: daar doen wij niet aan mee.’