In memoriam Jorge Amado (1912-2001)

De trooster van Brazilië

Aan het eind van zijn leven kon Jorge Amado, getroffen door blindheid, alleen nog maar horen hoe de carnavalsstoet van schitterend uitgedoste dansende lichamen, opgezweept door het diepe tromgeroffel van de samba-reggae bands, door de stad trok. Als zijn woonplaats Salvador in februari drie dagen lang elektrisch geladen was door ritme, drank en dans voelde de grootste schrijver van de Braziliaanse moderne literatuur zich gelukkig. De rituele euforie had volgens hem voor het vergeten van zorgen en leed net zo veel functie als het lezen van een goed boek. En dat was wat hij beoogde met zijn oeuvre van 33 romans, die in veertig talen zijn vertaald en waarvan wereldwijd zo'n tachtig miljoen exemplaren zijn verkocht.

Veel van Amado’s boeken vonden hun weg naar de massa van analfabeten door verfilming of bewerking tot telenovela’s, hartstochtelijke soaps die ruim voordat Nederland daarmee begon heel Brazilië dagelijks aan de buis gekluisterd hielden. Voor de elite betekenden zijn boeken meer dan pakkende literatuur alleen: Amado opende de ogen voor een ander Brazilië, ver weg van het glamour-strandleven op Copacabana of het mondaine bestaan in de metropool Sao Paulo. Amado toonde, vooral in zijn eerste boeken als Cacao en Capitaes de Arena, de werkelijkheid van miljoenen landgenoten. Zijn romanfiguren waren landloze boeren met hun door zon gelooide gezichten uit de kurkdroge binnenlanden van het noordoosten (campoeiro’s), kleine knechten, werkloze sloppenwijkbewoners, hoeren, weeskinderen en de nakomelingen van de plantageslaven uit Bahia — kleurrijke personages die door zijn boeken naam en stem kregen en zo konden uitgroeien tot volkshelden. Daarmee bracht hij de pikzwarte deelstaat tot leven bij al die Brazilianen voor wie dat deel van het immense land net zo vreemd was als Afrika zelf. Vooral de mystieke sfeer van de Afrikaanse religies candomblé, macumba en umbanda boezemden hun angst in. En, zo stelde Amado, angst doet discrimineren.

Vanwege zijn onderwerpkeuze en de wat vettige verhalende schrijfstijl kon hij rekenen op minachting uit de literaire salons in de grote steden in het zuiden. Hij ontving de kritiek met een brede glimlach. «Ik een populistische chroniqueur locale? Dat is precies wat ik wil zijn. Ik zal altijd de zijde kiezen van de onderdrukten.»

Sociaal engagement ontwikkelde Amado op jonge leeftijd vanuit het cacaodorpje Itabuna in het zuiden van Bahia, waar hij op 10 augustus 1912 werd geboren als zoon van een kolonel. Hij kon aanschouwen hoe het sociale onrecht van de laagste klasse niet zo veel anders was dan hij kende uit de verhalen van vóór de afschaffing van de slavernij in 1888. Tegenover de cacaoboeren stonden enkele puissant rijke families die grond bezaten van soms tientallen malen de omvang van Nederland. Zij bepaalden — en doen dat onder de huidige socialistische president Cardoso nog steeds — vanuit hun fazenda’s de politieke agenda van hun land.

Amado’s strijd hiertegen begon op negentienjarige leeftijd met zijn debuutroman Or Pais do Carnaval, later gevolgd door soortgelijke sociaal-realistische aanklachten, die behalve in eigen land ook goed vielen in het rijk van Josif Stalin. De communistische wereld omarmde hem hartelijk, wat hem veel hoge Russische prijzen opleverde. Later vormden deze onderscheidingen de voornaamste reden alle nominaties voor de Nobelprijs te blokkeren — zelfs nadat hij als een van de allereersten onder de Latijns-Amerikaanse fellow travellers het communisme de rug had toegekeerd. Over zijn teleurstelling in de grote utopie heeft Amado nooit willen praten. Hij ervoer het als een grote wond en schaamde zich te diep voor zijn eigen zetel voor de communistische partij in het Braziliaanse parlement vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Hij trok zich definitief terug uit de politiek, verbleef met grote tussenpozen tijdens de militaire dictaturen als balling in Parijs, maar bleef met zijn pen socialist in hart en nieren. Wel koos hij voor meer verstrooiende onderwerpen als passie, seks en de dagelijkse zeden en gewoonten in Bahia, want: «we moeten vooral genieten, in het leven en in de literatuur». In veel van die boeken doet iedereen het met iedereen. Toch weet hij banaliteit te omzeilen door fantasierijke beschrijvingen en een veelzijdige woordenschat. Voor het woord «penis» heeft hij bijvoorbeeld tientallen synoniemen, rechtstreeks geplukt van de straat, waardoor nu en dan een verklarende woordenlijst nodig is. Zelf leidde hij overigens een keurig gehuwd bestaan met de schrijfster Zélia Gattai. Samen zijn ze oud geworden in hun witte huis in Rio Vermelho, een gemengde wijk van Salvador met fabelachtig uitzicht over de Atlantische Oceaan en het kerkje van Yemanjá.

Jorge Amado overleed vorige week op 88-jarige leeftijd aan een hartaanval. Drie dagen dompelde de stad zich in officiële rouw. President Cardoso zei aangeslagen op tv dat het gewone volk zijn held kwijt is. Op trage samba-reggaeritmes trokken lange stoeten mensen langs het Palacio da Aclamaçaõ waar Amado lag opgebaard. Met tranen van saudade — brandend verlangen naar wat is geweest. Amado — «geliefde» in het Portugees — heeft met zijn woorden veel troost gegeven.