Rusland - De macht van de middelmaat

De tsaar heeft niets te maken met zijn bojaren

De gemiddelde Rus verkiest de alomtegenwoordige repressie boven meer vrijheid en denkt dat het Westen uit is op vernietiging van zijn land, dat dit jaar honderd jaar revolutie viert. Vladimir Poetin wast zijn handen in onschuld.

Oppositie-­demonstratie in Moskou en in veel andere steden op de Russische onafhankelijkheidsdag, 12 juni 2017 © Xinhua / Polaris / HH

Op mijn terugvlucht uit Moskou las ik Gelukkig Rusland, de nieuwe roman over de Stalin-terreur in 1937 van bestsellerauteur Boris Akoenin. De schrijver, wiens historische detectives in Rusland een miljoenenpubliek trekken, nam in 2011/12 actief deel aan de massademonstraties in Moskou tegen verkiezingsfraude. Toen de overheid daar hardhandig een einde aan maakte emigreerde hij gedesillusioneerd naar Londen. De auteur van ook in het Nederlands vertaalde boeken als Turks gambiet, Leviathan, Staatsraad en Bijzondere opdrachten werkt aan een omvangrijke geschiedschrijving van Rusland.

Halverwege de vlucht gaf mijn jonge Russische buurvrouw ongevraagd commentaar: ‘Die schrijver houdt er foute denkbeelden op na over onze geschiedenis.’ Een opmerkelijke manier om een conversatie te beginnen. Ik vroeg wat ze bedoelde. ‘Sommige mensen hebben nu eenmaal een enorme hekel aan hun land’, zei ze ter verklaring. ‘Je kunt de Stalin-tijd niet uitsluitend in een negatief daglicht plaatsen.’

Al gauw waren we verwikkeld in een gesprek waaruit ik het volgende opstak: mensen als Akoenin maken Rusland kapot; het Westen wil Rusland op de knieën dwingen; er zijn duistere krachten aan het werk, die willen dat na de Sovjet-Unie ook Rusland uit elkaar valt; Poetin is het beste wat ons ooit is overkomen; corruptie is in Rusland een fact of life, vechten daartegen heeft geen zin; en jullie zijn net zo erg als wij.

Ik probeerde haar argwaan weg te masseren met relativerende opmerkingen over de Europese Unie, die het óók zwaar heeft. Ik wees haar erop dat democratie misschien in Rusland niet gebracht heeft wat men hoopte, maar dat ze in onze ogen alleszins de moeite van het verdedigen waard is. Ik verdedigde de persvrijheid en betwistte haar opvatting dat elke staat de pers inzet voor propagandadoeleinden. Na een uurtje smolt de argwaan van Natasja, die op weg was naar een managerscongres in Dublin. We gingen vriendschappelijk uiteen.

Een maand was ik in Moskou en ik sprak er tientallen mensen. Velen dachten zoals Natasja, de rest leverde daar vernietigend commentaar op. Complottheorieën zijn geen Russische uitvinding, maar waarom zijn ze in Rusland op dit moment weer zo alomtegenwoordig? Dat heeft historische redenen. Na een korte periode van absolute vrijheid onder Boris Jeltsin (door velen in Rusland als beangstigende anarchie ervaren) heeft Vladimir Poetin het top-down-staatsmodel (dat in Rusland een eeuwenlange geschiedenis heeft) weer in ere hersteld. Uit angst voor controleverlies, uit macht der gewoonte en uit argwaan jegens privé-initiatief. En puur om aan de macht te kunnen blijven. Daarvoor is een krachtig vijandbeeld een probaat middel en dat zit bij de voormalige sovjetburgers sinds Stalin nu eenmaal dicht onder de oppervlakte.

‘Stalin zit ons in het bloed’, zei toneelregisseur Mark Rozovski (80) tegen me in zijn werkkamer in theater ‘Aan de Nikitapoort’. Zijn autobiografische stuk Papa, mama, ik en Stalin ging in april in première. Zijn vader, een idealistische ingenieur, verhuisde met zijn moeder naar het verre Siberische schiereiland Kamtsjatka om het land te helpen opbouwen. Hij werd in 1937 gearresteerd op beschuldiging van banden met een niet-bestaande rechts-trotskistische organisatie. Tien jaar kamp.

Mark groeide met zijn moeder op in bittere armoe in een van de honderdduizenden kommoenalka’s (gemeenschapswoningen) van de stad. 83 mensen in één woning, met één keuken, badkamer en toilet. Ratten, lekkende gootstenen en gloeilampjes die zo schaars waren dat ze na gebruik door de eigenaar uit de fitting werden geschroefd. Hij was de ‘zoon van een landverrader’. Zijn moeder speldde hem op de mouw dat zijn vader tegen de Duitsers vocht. Mark schreef hem onbeholpen briefjes: ‘Papa, maak de Duitsers dood!’ Na de dood van zijn moeder vond hij ze onverzonden terug in haar geheime koffertje, dat ook de schriften bevatte met haar lievelingsgedichten van verboden dichters als Anna Achmatova en Osip Mandelstam. Ze wachtte tien jaar en toen brak het huwelijk alsnog.

De zaal was vol, het publiek was geroerd. Er is in Rusland geen familie die niet getroffen is door de Stalin-terreur. Toch houdt mijn reisgenoot Natasja vast aan een ‘genuanceerd beeld’ over een periode waarover regisseur Rozovski tegen me zei: ‘Er is geen smeriger tijd geweest in de hele Russische geschiedenis. De erfenis van Stalin is de politieke degeneratie die onze samenleving is binnengedrongen. De Stalin-mens, de homo sovjeticus, ze zijn nog steeds springlevend.’

Poetin heeft het vijandbeeld weer te voorschijn gehaald. Hij gebruikt het om zijn binnenlands beleid en zijn buitenlandse avonturen te rechtvaardigen. Dat is cynische machtspolitiek, maar de paranoia zal zeker ook in zijn dna van Leningrads straatschoffie en ex-kgb’er zitten. Russofobie is een geliefd thema onder Russische commentatoren. De angst door vijanden omsingeld te zijn wijst op een grote onzekerheid over de levensvatbaarheid van de opvolgerstaat van de Sovjet-Unie. Het land is groot, leeg, arm en kwetsbaar. Het is fijn en troostrijk het buitenland de schuld te kunnen geven van je ongeluk.

Een tweede reden om je gekrenkt te voelen door het arrogante Westen ligt in de zoektocht naar een positieve nationale identiteit. Afrekenen met Stalin is voor de politieke leiding niet gemakkelijk. Niet alleen is het moeilijk te erkennen dat de Russen in de twintigste eeuw eigenhandig hun eigen volk hebben uitgemoord, Poetin heeft de generalissimus nodig als steunpilaar.

Voor veel Russen is Stalin in de eerste plaats de triomfator over nazi-Duitsland en pas in tweede instantie een massamoordenaar. Bij de voorbereidingen van de militaire parade voor de herdenking van de overwinning op Hitler, op 9 mei (volgens de Kremlin-site namen dit jaar tienduizend militairen en 114 wapensystemen deel), zei Poetin dat velen in het Westen pogingen doen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog te herschrijven door het aandeel van Rusland aan de overwinning te bagatelliseren.

Dat er inmiddels geen buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders op de militaire parade meer af komen wordt in Moskou als een belediging ervaren. De Moldavische president Dodon was dit jaar ongeveer de enige. 9 mei is voor alle Russen een belangrijke feestdag. Maar een open debat over de overeenkomsten tussen stalinisme en nazisme (en de samenwerking tussen Stalin en Hitler) is in Rusland nog steeds uitgesloten.

Even problematisch is de herinnering aan de Oktoberrevolutie van 1917, welks eeuwfeest dit jaar wordt gevierd. Poetin is bepaald geen fan van Lenin. Hij grijpt liever terug naar de tsaren en de laatste pre-communistische premier en minister van Binnenlandse Zaken Pjotr Stolypin. Maar de grondlegger van de Sovjet-Unie, die een bloederige burgeroorlog ontketende en al in de jaren twintig de eerste strafkampen liet opzetten, uit het mausoleum op het Rode Plein verwijderen is nog steeds een brug te ver. ‘Daar moet je niet te snel mee zijn’, zei een hoogwaardigheidsbekleder zonder een spoor van ironie onlangs tegen me toen ik hem vroeg of de tijd niet rijp was. Er wordt in Rusland dit jaar heel wat afgehannest rondom het eeuwfeest, maar historische duidelijkheid scheppen staat niet op de agenda.

‘De erfenis van Stalin is de politieke degeneratie die onze samenleving is binnengedrongen’

Tot welke idiotie de omgang met de geschiedenis leidt bleek mij weer op een ontroerende bijeenkomst van Memorial in Moskou. Al achttien jaar organiseert de ngo die onderzoek doet naar het stalinisme een scriptiewedstrijd over twintigste-eeuwse geschiedenis voor middelbare scholieren uit het hele land. Vorig jaar werd juryvoorzitter en schrijfster Ljoedmila Oelitskaja door boze demonstranten met groene verf besmeurd. Dit jaar weigerde een aantal zalen Memorial te ontvangen, omdat de organisatie door de overheid is aangemerkt als ‘buitenlands agent’. Ze accepteert immers subsidie uit het buitenland. Dat het uitgerekend de ‘zoon van een landverrader’ Mark Rozovski was die zijn theater wél voor Memorial openstelde was dan ook geen toeval.

Tientallen op hun paasbest geklede jongens in jasje-dasje en meisjes met te korte rokjes en glimmende panty’s waren voor de uitreiking naar Moskou gekomen. Ze schreven werkstukken over hun vervolgde grootouders, deden onderzoek naar frontliederen uit de Tweede Wereldoorlog, achterhaalden de identiteit van dorpsgenoten in anonieme graven, verdiepten zich in Stalins gedwongen collectivisatie van de landbouw of bestudeerden de genealogie van hun adellijke voorouders of de levensloop van de dorpspriester. De hoop van de natie, zou je denken. In de bomvolle zaal werden ze dan ook warm toegesproken door Russische historici en schrijvers van naam.

Toen ik het theater verliet botste ik buiten op een ingenieur uit Tsjeljabinsk die met een spandoek voor de deur had postgevat: ‘Memorial is een buitenlandse agent’. Ik vroeg hem of hij de kinderen binnen überhaupt had gesproken. Dat bleek niet het geval. Datzelfde gold trouwens voor de staatstelevisie, die de demonstranten buiten uitgebreid filmde maar de kinderen binnen links liet liggen.

De ingenieur verweet mij domheid: zag ik dan niet dat die kinderen worden misbruikt? Memorial krijgt geld van de Duitse ambassade en wie betaalt bepaalt de muziek, brieste hij. ‘Het buitenland wil onze geschiedenis herschrijven.’

Inderdaad had de Duitse ambassadeur binnen de kinderen zojuist lovend toegesproken om hun toewijding aan de vaderlandse geschiedenis. Rusland en Duitsland hebben historisch gesproken in hun twintigste-eeuwse geschiedenis veel raakvlakken, had hij gezegd. ‘Wij Duitsers weten als geen ander hoe vreselijk geschiedenis kan zijn. Het is dan ook gevaarlijk trots te laten prevaleren boven herinnering’, waarschuwde hij.

De ambassadeur sprak zijn verbazing uit over de enscenering van de bestorming van een kopie van de Rijksdag, een paar dagen eerder, net buiten Moskou. Het wapenfeit uit 1945 moest dit jaar de 9 mei-viering luister bijzetten. Duizenden jonge deelnemers werden daar uitbundig geprezen door minister van Defensie Sjojgoe. Alsof niemand in Rusland weet dat de Rijksdag nu al decennialang het parlement is van het vrije democratische Duitsland, zei de ambassadeur geïrriteerd.

Erger dan de handvol verdwaalde demonstranten op straat was de druk die in het land door schooldirecties op scholieren werd uitgeoefend om niet aan de bijeenkomst van een ‘buitenlands agent’ deel te nemen. Negen scholieren waren daarvoor bezweken en niet naar Moskou afgereisd. Dat zijn jongeren zoals de prijswinnaar die, gevraagd naar zijn toekomstplannen, zei dat hij geschiedenis wilde gaan studeren om in de voetsporen te treden van zijn dorpsleraar die in hem de liefde voor het vak had wakkergekust.

Die druk op scholieren doet denken aan de vele YouTube-filmpjes van schooldirecties of docenten die hun leerlingen de afgelopen weken de les lazen omdat ze op 26 maart hadden deelgenomen aan de demonstraties tegen corruptie, georganiseerd door stokebrand Aleksej Navalny. Ook hieruit blijkt een groot wantrouwen tegenover elk initiatief van onderop. Voor je het weet, denken velen, heb je hier Kievse toestanden met een ‘fascistische staatsgreep’ tegen een legaal gekozen president. Dat nooit!

1 mei-herdenking in Sint-Petersburg, Rusland, 2016 © AP / HH

Beroemd is in Rusland inmiddels het transcript van een twistgesprek tussen de rector van een school in Brjansk en de leerlingen. Zij verweet de kinderen naïveteit. Zo’n geweldige regering hebben we nog nooit gehad, zei ze. ‘Jullie weten niks, jullie hebben de vreselijke jaren negentig niet meegemaakt’, waarschuwde ze.

De ‘woeste jaren negentig’ zijn hier een afschrikwekkend cliché geworden voor de Jeltsin-periode. De abrupte overgang van communisme naar kapitalisme middels de shocktherapie van minister van Economische Zaken Gaidar bracht velen aan de bedelstaf en zette de deur open voor de zelfverrijking waar Poetins omgeving nu nog steeds schaamteloos in baadt. Dat die periode ook positieve kanten had (nooit in de Russische geschiedenis is de vrijheid groter geweest dan toen) wordt verdonkeremaand. ‘Je kunt je niet voorstellen wat de afschaffing van de censuur voor ons land betekend heeft’, zei regisseur Rozovski daarover bijvoorbeeld tegen me. Maar 85 procent van de bevolking verkiest nog steeds Poetins bewind van selectieve repressie boven de anarchie onder Jeltsin.

Voor de jeugd werkt die afschrikking niet meer. Nee, zeker hebben wij de jaren negentig niet meegemaakt, riepen de leerlingen in Brjansk tegen de vertwijfelde rector: ‘Dat is nu juist het probleem: wij kennen maar één regering en die zit er al veel te lang! Wij willen wel eens iets anders. Er valt hier niets te kiezen.’

Het (overigens marginale) jongerenprotest baart het Kremlin zorgen: de internetgeneratie heeft haar eigen informatiebronnen en is niet gevoelig voor de staatspropaganda in de agressieve talkshows van Dmitri Kiseljov en Vladimir Solovjov, die door mensen als Mark Rozovski met Goebbels worden vergeleken. In het Kremlin gaan nu stemmen op om het accent in de talkshows te verleggen van het zwartmaken van de VS, Oekraïne en ‘Gayropa’ naar reële binnenlandse problemen. Kiseljov (op de westerse sanctielijst) zou wel eens zijn beste tijd gehad kunnen hebben. Juist nu het Amerikaanse electoraat de complottheorieën heeft ontdekt, begint de ‘buitenlandse vijand’ in Rusland iets van zijn glans te verliezen.

‘Ik zie onze overheid als een koloniale bezettingsmacht die de kolonie Rusland langzaam leegzuigt en dan weggooit’

De Doema (het parlement) organiseerde in arren moede een hoorzitting met piepjonge vloggers om te snappen wat de jongeren drijft. Toen een videoclip van popster Alisa Vox de protestgeneratie belachelijk probeerde te maken door ze voor te stellen als gesjeesde scholieren die gaan voor ‘mooie meiden en het grote geld’ in plaats van vlijtig huiswerk te maken, smaalde het Russische internet: betaalde opdracht van het Kremlin!

Het top-downbeleid doodt ieder initiatief in de Russische maatschappij. Zeker, onder de progressieve Moskouse wethouder van cultuur Kapkov zijn tal van musea, galeries en theaters geopend. Het culturele leven bloeide op. Kritische culturele commentatoren zagen het als het afkopen van de jeugd na de massaprotesten van 2012. Kapkov is inmiddels de laan uit gestuurd. Maar de Moskouse musea timmeren nog aan de weg met tentoonstellingen als De dooi (over de Chroesjtsjov-periode) in de Tretjakov-galerij, moderne installaties in Garazj in het Gorkipark en Koude-Oorlogskunst uit Oost en West in het Poesjkinmuseum voor moderne kunst tegenover het Kremlin.

Maar de hand van de overheid is in de hele stad voelbaar. De Moskouse burgemeester Sergej Sobjanin heeft het hele centrum van de stad op de schop genomen, maar het gevolg is identieke kiosken en kraampjes, statige stoepen met lange rijen ongebruikte huurfietsen, een eindeloze reeks restaurant- en caféketens met ingenieuze namen als ‘Dagelijks brood’ die allemaal identieke salades serveren.

O zeker, vergeleken met het sombere Moskou dat ik me herinner van eind jaren tachtig, toen mensen voor brood bij de bakker uren in de rij stonden, is dit spectaculaire vooruitgang. Maar waar zijn de gezellige steegjes met kroegjes en winkeltjes, waar is het privé-initiatief? zeiden twee Hollandse gasten die ik naar Moskou had gelokt met de belofte dat de stad überhip was geworden. ‘We hebben de Kleine Nikitasteeg, de Middelste Nikitasteeg en de Grote Nikitasteeg’, somde ik behulpzaam op. ‘Die zijn allemaal identiek en allemaal Recht en Groot’, antwoordde mijn bezoek beleefd. Ze vonden de stad mooi maar statig en formeel. Een ‘actieve burger’ is voor de burgemeester van Moskou geen deelnemer aan een protest tegen corruptie, maar iemand die zich neervlijt op de talloze grote gemeenteschommels met het letterlijke opschrift ‘Actieve burger’ die in het centrum zijn neergezet.

Inmiddels heeft burgemeester Sobjanin een flink aantal middenklassers tegen zich in het harnas gejaagd met zijn plan om vijfduizend brakke vijf-etageflats uit de Chroesjtsjov-tijd in het centrum van Moskou af te breken. Het plan om de bezitters, wier flatje hun enige privé-eigendom is, met één pennenstreek te onteigenen, is bij velen slecht gevallen. ‘Vulgair marxisme’, noemde een kennis deze beslissing zonder enige inspraak. Tot stomme verbazing van de burgemeester (wat is er nu edelmoediger dan mensen een splinternieuwe woning aan te bieden?) liep het publiek massaal te hoop tegen de actie. Velen willen niet verkassen naar een torenflat in een verre buitenwijk en geven de voorkeur aan een oude flat met ongemakken, maar op loopafstand van hun werk. Men zoekt inmiddels naarstig naar compromissen.

De rel rond de chroesjtsjovki, zoals de flats naar Nikita Chroesjtsjov zijn genoemd, laat zien dat er in de maatschappij ongeduld begint te ontstaan over de overheid. In Moskou gaat iedereen ervan uit dat de afbraak is ingegeven door de behoefte de ingezakte bouwmarkt een impuls te geven. Net als bij de peperdure Olympische Spelen van Sotsji profiteren daarvan uitsluitend de rijke connecties van de overheid. Het volk begint te morren.

Poetin heeft zich snel gedistantieerd van de plannen. Dat begint een patroon te worden. Ook over de onvrede over de corruptie laat hij zich niet uit en hij houdt zich verre van de demonstraties van corruptiebestrijder Aleksej Navalny, die op 12 juni opnieuw liet zien dat hij in het hele land protestbijeenkomsten kan organiseren. Het gevolg is, betoogt politicologe Tatjana Stanovaja, dat de strijd tegen corruptie exclusief gevoerd wordt door de almachtige geheime dienst fsb (die ongecontroleerd afrekent met ongehoorzame functionarissen) enerzijds en de politieke oppositie van onderop, gepersonifieerd door Navalny anderzijds.

Maar de corruptiebestrijding door de diensten is niet bedoeld om het stelen tegen te gaan, zegt Stanovaja. Het is een politiek machtsmiddel geworden om vijanden te elimineren. Zo werd minister van Economische Zaken Oeljoekajev op heterdaad betrapt bij het aannemen van steekpenningen in het kantoor van oliebedrijf Rosneft. Maar iedereen die ik in Moskou sprak gaat ervan uit dat zijn arrestatie een ordinaire afstraffing was door Rosneft-ceo Igor Setsjin, omdat de liberale Oeljoekajev zich verzette tegen diens illegale overname van oliebedrijf Basneft. Het was een waarschuwing. Setsjin is een van Poetins naaste vertrouwelingen. Het recht moet zijn loop hebben, weerklonk Poetins gebruikelijke mantra. Als immer waste hij zijn handen in onschuld.

Ook in de culturele sector zijn er methoden om vrije geesten aan te pakken. Er zit een patroon in. Neem de nieuwste rel rond het beroemde Gogol Tsentr, modern theater van regisseur Kirill Serebrennikov. Begin 2015 organiseerde het schimmige fonds ‘Kunst zonder grenzen’ de tentoonstelling Aan de grond. Daar werden foto’s van aanstootgevende toneelscènes met naakte lichamen uit Moskouse theatervoorstellingen getoond, in combinatie met de subsidiebedragen van de overheid. Het fonds betichtte de toneelwereld van ‘immoreel gedrag en pornografie’ en eiste stopzetting van de subsidie.

Twee jaar later deed de politie een inval in het theater op verdenking van fraude met overheidssubsidie. Regisseur Serebrennikov werd afgevoerd voor verhoor en een arme boekhoudster van middelbare leeftijd werd in de cel gesmeten. Zij heeft inmiddels gezegd dat ze bereid is alles te bekennen als men haar maar vrijlaat om voor haar zieke vader te zorgen.

Zoals veel Moskouse intellectuelen reageerde filmer Aleksandr Sokoerov ontdaan: ‘We hebben slechte herinneringen aan zulke praktijken. En niemand heeft tegen ons gezegd dat er sinds die vervlogen tijden (hij doelt op de Stalin-tijd – ls) iets cruciaal is veranderd bij ons. De overheid heeft niet luidkeels tegen ons gezegd: burgers van Rusland, maakt u geen zorgen! De machtsorganen zijn veranderd. Wij zijn niet de erfgenamen van dat systeem waarin alles en iedereen verdacht was en het onmogelijk was onder die verdenking uit te komen.’

Poetin brandt zijn handen niet aan dit soort affaires en begint daarmee steeds meer te lijken op tsaar Nicolaas II, die zich ook het liefst onttrok aan de politiek. Hij kruipt in de rol van de tsaar die boven de partijen staat en niet verantwoordelijk is voor de kuiperijen van zijn bojaren. Volgens de krant Kommersant liet de president zich over de inval bij het Gogol Tsentr tegen een regisseur die hem erop aansprak ontvallen: ‘Het zijn idioten!’ Zo houdt hij zijn handen vrij voor de presidentsverkiezingen van maart 2018.

‘Corruptie is van alle tijden en je kunt Poetin daarvan niet de schuld geven’, verzekerde manager Natasja mij in het vliegtuig terug naar Amsterdam. In de ogen van het volk gaat hij vrijuit.

Intussen maalt de staatsmoloch geruisloos door. Onderzoek van het opinieonderzoeksbureau Levada Center laat zien dat de goeddeels apolitieke jongeren liever kiezen voor de zekerheid van een staatsbaan dan voor de vrije markt. Maar de staatssector is log, bureaucratisch, hiërarchisch en weinig innovatief. De economie wordt niet hervormd, angst voor machtsverlies is nog steeds allesbepalend en de rechtsstaat functioneert voor geen meter. Het is de macht van de middelmaat, die er nog steeds op kan rekenen dat de burger als vanouds – en met reden – vreest dat hij vogelvrij is.

Ik sprak de directeur van een groot cluster bouwbedrijven in het centrum van Moskou. Ondanks de crisis boert hij nog goed. In de hoofdstad zit onwaarschijnlijk veel geld en die rijke toplaag wil mooie huizen met fraaie design-interieurs en dure parketvloeren. Maar mijn gesprekspartner, die anoniem wilde blijven, was hartgrondig somber over de toekomst. De staat koopt zijn personeel weg, kleineert hem met belastingen en eindeloze corrumperende regelgeving en kopieert zijn initiatieven. En ze wint uiteindelijk altijd. ‘Ik zie onze overheid als een koloniale bezettingsmacht die de kolonie Rusland langzaam leegzuigt en dan weggooit als een vod.’