Wordt Griekenland weer Turks?

De Turken staan klaar

Grieken en Turken verschillen in wezen niet zo heel erg veel van elkaar. Nu staan de Turken klaar om Griekse banken, havens, hotels en snelwegen over te nemen. Dansen om de Egeïsche Zee.

‘Zonen van Atreus en alle Grieken met de bronzen scheenplaten, de goden die op de Olympos wonen, gunnen het jullie hopelijk het noodlot te veranderen en goed thuis te komen. Bevrijd Griekenland en neem de losprijs aan uit eerbied voor de zoon van Zeus, de van ver treffende Apollo.’ Tegenwoordig is Zeus niet meer, is Apollo’s boog een primitief ding en beleven de kleinkinderen van de bedenkers van de tragediën een lange tragedie. Ze pendelen op hun blauwe zee al eeuwen heen en weer tussen de schoot van onbarmhartige heren en die van harteloze geldschieters. En in het laatste deel van de Griekse tragedie kijken de Turken langzaam om de hoek, met de pijn van oud Grieks ‘verraad’ in hun hart.

De mens is het deuntje dat hij neuriet. Uitgaande van deze simpele redenering kun je stellen dat de Grieken meer gemeen hebben met de Turken aan de andere kant van het water dan met de Duitsers en de overige Europeanen. Een aantal redenen maakte echter dat de Turken niet welkom waren in Griekenland: het Griekse EU-lidmaatschap en de daaruit voortvloeiende visa-regeling, de Griekse arrogantie jegens de islamitische oosterlingen, de in het gemeenschappelijke geheugen gegrifte trauma’s uit de tijd dat de Ottomanen de scepter zwaaiden in het hele gebied, en de angst voor het leger van 75 miljoen moslims…

Maar de twee volken houden van dezelfde liedjes, ze worden dronken van dezelfde anijsdrank, de vrouwen hebben hetzelfde temperament, aan beide kanten van de Egeïsche Zee dansen de mensen arm om arm, hun magen vullen ze met baklava, tzatziki, fetakaas en de heerlijkste suikermeloen van de wereld. De meeste antieke Griekse steden bevinden zich in Turkije, de mooiste Griekse kerk, de Hagia Sophia, schittert in Istanbul, het huis waar Atatürk is geboren staat in het Griekse Tessaloniki.

Het was deze Kemal Atatürk die de laatste oorlog tegen de Grieken voerde en de soldaten van zijn geboorteland begin jaren twintig van de vorige eeuw uit het nieuw gestichte Turkije joeg. Na de grote overwinning, waarmee een einde kwam aan de kortstondige Griekse bezetting, haalden Turkse onderdanen van de generaal de blauw-witte vlag te voorschijn, legden die voor zijn voeten en wachtten met grote vreugde op het historische moment dat hun held de stof zou vertrappen. Atatürk deed dat niet, volgens de officiële lezing omdat hij vond dat de vlag van elk volk het nodige respect verdiende. Het kan echter ook best zijn dat Kemal begrip had voor de ambities van de mensen van zijn geboorteland. Na vierhonderd jaar Turkse bezetting hadden ze staan popelen om, nu de kans zich voordeed en zij de steun van een grootmacht als het Verenigd Koninkrijk in de rug hadden, op hun beurt de baas te zijn over de Turken.

Het is de vraag of Atatürk de vlag wél had vertrapt als hij had geweten dat het blauw en wit ervan eigenlijk ‘blau und weiss’ waren. Over de afkomst van deze kleuren kibbelen de Grieken nog altijd. De nationalisten willen niet anders denken dan dat het blauw de kleur van de Egeïsche Zee en het wit het schuim van de golven symboliseert. Sommige Griekse historici zoeken de bron van het blauw en wit elders: bij het verdrijven van de Ottomanen hadden de Grieken de steun nodig van Europese staten. Een eerste opstand was namelijk hardhandig onderdrukt door Istanbul. De Turken onderwierpen de rebellen met grote wreedheid en drongen door tot Midden-Griekenland. De duizenden Griekse slachtoffers maakten dat Griekenland bijval kreeg van Engeland, Rusland, Frankrijk en Pruisen. De Turken werden verdreven en in 1830 werd de onafhankelijkheid van Griekenland officieel erkend. De koning van het nieuwe land was een Duitser, Otto von Wittelsbach, een puber uit Bayern. Volgens sommige historici is de blauw-witte Griekse vlag sterk geïnspireerd door de vlag van Bayern.

Die puber uit Bayern werd opgevolgd door een andere koning van Duitse afkomst. De derde Duitser die er de leiding nam was Adolf Hitler. In de Tweede Wereldoorlog stierf twaalf procent van de Griekse bevolking, niet alleen vanwege de gevechten, maar grotendeels door honger.

De laatste tijd slaan Grieken Duitse toeristen in elkaar en publiceren Griekse kranten gefotoshopte afbeeldingen van Angela Merkel als de vrouwelijke variant van Hitler. Steeds meer Grieken beseffen dat ze zich voor het karretje hebben laten spannen van de Europeanen die de Grieken niet alleen als de erfgenamen van de stichters van de westerse beschaving zagen, maar ook als klanten van hun wapentechnologie. De explosief groeiende populatie van buurland Turkije maakte dat de Grieken bibberden voor een Turkse aanval. De angst was zo groot dat Griekenland in de hele wereld per burger het grootste bedrag uitgaf aan oorlogsgerei. Als het ging om wapens kopen bleek Turkije net zo bedreven als de Grieken. De Turken zijn niet kapotgegaan aan de wapenwedloop, maar voor het kleine Griekenland was de tol van deze krankzinnigheid zwaar.

De huidige malaise wordt door veel economen grotendeels toegeschreven aan de onverantwoorde legeruitgaven. Maar echt veel keuze had het land misschien niet. Want toen de Grieken aan het begin van de enorme crisis lieten blijken in de defensie-uitgaven te zullen snijden stond een boze Merkel op hun stoep. Na haar bezoek presteerde Griekenland het om in de belabberde economische toestand alsnog twee onderzeeërs uit Duitsland te bestellen. Turkije had immers kort geleden ook van die dingen gekocht van de Duitsers. De aanschaf geschiedde anderhalf jaar geleden. De ‘sympathisanten’ van weleer blijken, nu ze hun geld dreigen te verliezen, grof en wreed. De Grieken kunnen op geen medeleven rekenen van de Europeanen die vroeger zoveel door de vingers hadden gezien en zelfs het Griekse gesjoemel met de cijfers met de mantel der liefde bedekten.

Geheel naar verwachting reageerde het gros van de Turkse bevolking met groot leedvermaak op de gebeurtenissen in Griekenland. Het was het verdiende loon van de Grieken die het ‘fantastische’ Turkse Rijk hadden verraden door met westerse mogendheden samen te spannen. Over alle landen die zich van de Ottomanen hebben afgescheiden denken de Turken eigenlijk hetzelfde: onder de Turken hadden ze een gracieuze tijd. Ze zijn in de mooie praatjes van de Engelsen, de Fransen en de Duitsers getrapt en betalen daar nu de prijs voor.

Het zal de buitenstaander misschien verbazen, maar dat gevoel van leedvermaak bleek niet van lange adem. Per slot van rekening weten de Turken donders goed dat de muziek van de kust van de Egeïsche Zee te uitdagend is om er niet tot laat in de nacht op te dansen, dat de anijsdrank de keel zo heerlijk kan branden. Iedere Turk weet dat als Turkije net zo geliefkoosd was geweest als Griekenland na de jaren tachtig en de kredieten in Turkije net zo heerlijk stroomden, ook de Turken niet zouden aarzelen om te sjoemelen.

De Grieken en de Turken verschillen immers slechts op één punt en dat is dat ze iets andere goden aanhangen. Voor de rest zijn ze net twee broers van wie de ene is voorgetrokken door de ouders en de andere afgestoten. De verwende heeft het geld over de balk gesmeten, de ander is door het gebrek aan liefde gehard en heeft daarom moeten zwoegen voor de bouw van de metro in de miljoenenstad, voor het beheersen van een beetje Engels en het verkrijgen van een visum voor Europa, niet om er vakantie te vieren maar om Turks textiel in de schappen te krijgen.

Ook bij de Turkse minister van Economische Zaken, Ali Babacan, was er vorige week geen spoor van arrogantie of leedvermaak te bespeuren toen hij over de Griekse economische toestand repte. Hij zei: ‘De enige redding van Griekenland is Turkije. Ze moeten snel af van hun negatieve houding jegens ons. Ze zouden een beroep moeten doen op hun gezonde verstand en ons moeten omarmen. Griekenland is omgeven door landen als Bulgarije, Albanië en Macedonië. Met alle respect geen landen die met hun handel iets voor Griekenland kunnen betekenen. Daarentegen is Turkije een grote markt met een groeiende economie. De Grieken moeten de sentimenten loslaten en de deuren openen voor onze zakenmensen.’

Met deze woorden wil de minister eigenlijk zeggen dat de wens bij de Turken groot is om de Griekse markt te betreden. Niet alleen de bestuurders koesteren dat verlangen, maar ook de Turken met veel geld op zak. Toen Griekenland bekendmaakte de komende jaren voor vijftig miljard euro staatseigendommen te zullen privatiseren lieten tientallen Turkse holdings zich inschrijven als gegadigden.

Was het voorheen voor de Turken zo goed als onmogelijk in Griekenland een bedrijf te openen, nu laten de Grieken weten dat ook de Turken welkom zijn. Men praat zelfs over versoepeling van de visa voor Turkse toeristen. De eerste handtekening voor de overname van een Griekse haven door een Turks bedrijf is bijna gezet. De Grieken hebben weliswaar de voorwaarde gesteld dat dat bedrijf een Griekse partner moet hebben, maar toch. De Turken wachten op de verkoop van hotelketens, banken, andere havens, mijnen, snelwegen. Men rekent erop dat de Europeanen wegblijven uit Griekenland en dat de Turken er vrij spel zullen hebben.

De ultieme verwachting, die durven de Turken zelf niet uit te spreken. Dat laten ze een Griekse professor doen die pleit voor Turks-Griekse hereniging, met Istanbul als het Brussel van de regio. Deze historicus heet Dimitri Kitsikis. Hij heeft vijftien jaar geleden een boek gepubliceerd waarin hij zijn voorstel verdedigt. Zo’n twee maanden geleden sprak hij voor een volle zaal van een Turkse universiteit. De aanwezige studenten klapten massaal voor zijn droom. Kitsikis heeft alle journaals gehaald.

Het is vermakelijk om af en toe een gekke professor aan het woord te laten, maar er is in het verleden te veel gebeurd om aan te nemen dat de Turken en de Grieken elkaar snel in de armen zullen springen. De Turken hebben tijdens hun vierhonderdjarige overheersing de Grieken enkel als bron van goedkope werkkracht gezien. Na de bevrijdingsoorlog in 1923 hebben honderdduizenden Turken en Grieken hun woonplaatsen moeten verlaten. De pijn van ontheemde grootouders voelen de kleinkinderen nog altijd in het hart.

Wat wel reëel is, is een halt toeroepen aan de wapenwedloop. Volgens de berichten in de kranten hebben de twee buurlanden daartoe een eerste stap gezet. Het binnenlaten van het Turkse kapitaal lijkt ook onvermijdelijk en zou een positieve ontwikkeling zijn. Misschien dat het Turkse geld een pleister kan zijn op de wonden. En mochten de Europeanen de Grieken straks helemaal aan hun lot overlaten, dan zijn het wellicht de Turken die verhinderen dat de buren in de Middeleeuwen terechtkomen.

En Zeus, die er wel degelijk nog is, kan dan schaterlachen om alle opslagplaatsen die uitpuilen van verouderd oorlogsgerei. Als Apollo met zijn prachtige boog meelacht, is zelfs deze lange tragedie tot een komedie verworden.